35 jaar na de zwaarste kernramp ooit gaat het leven in Tsjernobyl door

Hoewel het merendeel van de bevolking van de stad na het nucleaire ongeluk werd geëvacueerd, is Tsjernobyl nooit een spookstad geweest.

Door Jennifer Kingsley
Foto's Van Pierpaolo Mittica, Parallelozero
Gepubliceerd 29 apr. 2021 12:41 CEST
19-chernobyl-anniversary-35

Radioactieve deeltjes kunnen van metalen oppervlakken worden gezandstraald, zodat het metaal kan worden ontsmet en opnieuw kan worden verkocht. Hier valt goed aan te verdienen, maar de risico’s zijn groot omdat er voortdurend radioactief stof in de werkplaats is.

Foto van Pierpaolo Mittica

Elk jaar, in de kleine uurtjes van de nacht van 25 op 26 april, verzamelen mensen zich rond een engel op een stenen sokkel in de Noord-Oekraïense stad Tsjernobyl. De engel is gemaakt van staal – grotendeels van betonwapening, dat een grimmig silhouet tegen de hemel aftekent – en houdt een bazuin aan de lippen. Het beeld vertegenwoordigt de derde engel uit het Bijbelboek Openbaringen, waarin staat geschreven dat er een grote ster uit de hemel viel, de wateren bitter werden en velen stierven nadat er bazuingeschal had geklonken.

Op de verjaardag van de ergste kernramp uit de geschiedenis komen mensen in het centrum van Tsjernobyl bijeen om de gebeurtenis en degenen die het leven lieten te herdenken.

Foto van Pierpaolo Mittica

Voormalige bewoners van het Vervreemdingszone bezoeken de graven van hun overleden familie en vrienden in Tsjernobyl.

Foto van Pierpaolo Mittica

Tijdens reünies komen veel emoties naar boven, vooral in het voorjaar wanneer mensen terugkeren naar Tsjernobyl om de ramp te herdenken.

Foto van Pierpaolo Mittica

De passage is het symbool geworden voor het kernongeluk van Tsjernobyl, dat op 26 april 1986 om 01:24 uur ’s nachts begon toen een zware explosie kernreactor nummer 4 van de centrale van Tsjernobyl, op ruim zestien kilometer van de gelijknamige stad, verwoestte. Hoewel Tsjernobyl na de kernramp door de Sovjet-autoriteiten grotendeels werd geëvacueerd, werd de directe omgeving rond de centrale nooit helemaal ontruimd. Dat had ook niet gekund, want een kernramp van deze omvang is veel te gevaarlijk om onbeheerd te worden achtergelaten. Tot op de dag van vandaag wonen en werken er zevenduizend mensen in de omgeving van de voormalige centrale, terwijl een veel kleiner aantal bewoners ondanks de risico’s naar omringende dorpen is teruggekeerd.

Op de avond van de herdenking verzamelt zich een bont gezelschap van bewoners, werknemers en een paar bezoekers van buiten rond het standbeeld om een gebeurtenis te gedenken die zó complex is en zulke vérstrekkende gevolgen heeft gehad dat het ook 35 jaar na dato moeilijk is om de volle omvang ervan te vatten. De aanwezigen houden dunne kaarsjes vast, waarvan de bijenwas in hun handpalmen druipt. Ze luisteren naar liederen en gedichten, die door enkele overlevenden worden voorgedragen, en de sfeer is plechtig en emotioneel. Yuriy Tatartsjoek, voormalig hoofd van het voorlichtingsbureau van de ‘Vervreemdingszone’ (het spergebied) rond de kerncentrale, noemt de ceremonie “een groots mengsel van bitter en zoet. Het is als de Dag van de Overwinning in een van de oorlogen: mensen moeten tegelijkertijd huilen en lachen.” Zelfs in Tsjernobyl, zo dichtbij het epicentrum van het zwaarste kernongeluk in de geschiedenis, heerst er een sterke gemeenschapszin en zelfs een gevoel van geworteldheid.

De stad Pripjat was gebouwd voor de mensen die in de kerncentrale werkten. De vijftigduizend inwoners werden 36 uur na het ongeluk geëvacueerd.

Foto van Pierpaolo Mittica

Enkele seconden voordat kernreactor nummer 4 explodeerde, bereikte de temperatuur in de reactorkern 4650 graden Celsius (ter vergelijking: op het oppervlak van de zon is het 5500 graden). De kracht van de explosie, het equivalent aan 66 ton TNT, blies het dak van het twintig verdiepingen hoge reactorgebouw weg en verwoestte de reactorkern zelf volledig. Minstens 28 ton hoogradioactief afval werd over de directe omgeving uitgestort. In de puinhopen was een nucleaire brand ontstaan die bijna twee weken woedde en waarbij een reusachtige wolk van radioactieve gassen en aerosolen werd uitgestoten. De wolk werd op de wind in noordelijke en westelijke richting meegevoerd, waarna er tientallen verschillende soorten radioactieve bestanddelen uit neer regenden.

Tot de fall-out behoorden de radioactieve isotopen jodium-131, cesium-137 en plutonium-239, die geen van alle in de natuur voorkomen en zonder uitzondering extreem gevaarlijk zijn voor mens en dier. Elk van deze bestanddelen heeft zijn eigen ‘halfwaardetijd’, de periode die verstrijkt voordat het element de helft van zijn radioactiviteit heeft verloren. De halfwaardetijd van jodium-131, dat zich snel kan ophopen in de schildklier en daar kanker veroorzaakt, bedraagt acht dagen. Voor cesium-137, dat in de bodem aanwezig blijft en gammastraling afgeeft met een energie die honderdduizenden malen hoger is dan die van zonnestralen, bedraagt de halfwaardetijd zo’n dertig jaar. Plutonium-239, dat extreem giftig is als het wordt ingeademd, heeft een halfwaardetijd van 24.000 jaar. Hoewel de hoofdwolk van radioactieve fall-out – die niet homogeen was en zich op onvoorspelbare wijze verplaatste – na het ongeluk al snel in kaart was gebracht, zijn er tot op de dag van vandaag radioactieve deeltjes van de Tsjernobyl-ramp in de atmosfeer aanwezig, waar ze op veranderlijke winden meedrijven, of in de oceanen onderweg, waar ze op stromingen worden meegevoerd. (Lees ook: ‘Kinderen van Tsjernobyl-overlevenden hebben niet méér genetische mutaties dan andere kinderen.)

Sinds 2016 bedekt een nieuwe, veilige sarcofaag de overblijfselen van reactor 4 van de kerncentrale van Tsjernobyl. De sarcofaag is te zien vanaf de ruïnes van Hotel Polissya in de verlaten stad Pripjat.

Foto van Pierpaolo Mittica

Pripjat is nog steeds een spookstad met kleine, alledaagse details, zoals deze brievenbussen in een verlaten flatgebouw.

Foto van Pierpaolo Mittica

Vladimir Verbitskiy woonde met zijn ouders in dit appartement in Pripjat voordat de stad in 1986 werd geëvacueerd. Hij kwam terug om er als liquidator te werken en later als toeristengids.

Foto van Pierpaolo Mittica

Hoewel de radioactieve deeltjes over een groot deel van de wereld werden verspreid, richtte de schoonmaakactie zich vooral op de ‘Tsjernobyl-Vervreemdingszone’, een spergebied met een straal van dertig kilometer rond de kerncentrale. De evacuatie van dit gebied kwam 36 uur na het incident op gang en als eersten werden de 50.000 inwoners van Pripjat afgevoerd, een stadje dat op iets meer dan drie kilometer van de rampplek ligt en speciaal was gebouwd om werknemers van de kerncentrale en hun gezinnen te huisvesten. Met al zijn woonflats, speeltuinen en openbare monumenten is Pripjat tot op heden een echte spookstad.

Aan de voet van de stalen engel ligt een grote betonnen plaat in de vorm van het Oekraïense gedeelte van de Vervreemdingszone. Tijdens de herdenking baadt het in het oranje schijnsel van talloze lantaarntjes. Een lange rij borden op paaltjes loopt van de engel over een met bomen omzoomde boulevard. Op elk bord staat de naam van een Oekraïens dorp dat werd ontruimd – en het zijn er ruim honderd.

Maar zelfs nadat tienduizenden mensen waren geëvacueerd uit dorpen waarnaar ze nooit meer zouden terugkeren, arriveerden er ook tienduizenden mensen in de Vervreemdingszone. De meeste hadden opdracht gekregen om aan de schoonmaakwerkzaamheden mee te werken, anderen waren wetenschappers en weer anderen negeerden simpelweg het ontruimingsbevel en keerden zo snel mogelijk terug naar hun dorp.

Op elk bord staat de naam van een Oekraïense stad die na het ongeval werd verlaten. Op de verjaardag komen voormalige inwoners van de Vervreemdingszone terug om de tragedie te herdenken.

Foto van Pierpaolo Mittica

Voormalige liquidators en inwoners wachten om deel te nemen aan de herdenkingsplechtigheden.

Foto van Pierpaolo Mittica

De schoonmaakactie droeg de officiële benaming ‘Liquidatie van de gevolgen van het Tsjernobyl-ongeluk’ en de schoonmakers werden dan ook ‘liquidators’ genoemd. Ze hadden een onmogelijk taak. Radioactieve deeltjes zijn onzichtbaar en hebben geen smaak of geur, maar op de hotspots van de rampplek besmetten ze alles – bakstenen, vee, dorre bladeren op de grond... Deze deeltjes konden niet worden vernietigd; het enige wat de liquidators konden doen, was ze te begraven onder een laag aarde of ze op een of andere manier hermetisch in te kapselen. Sommige liquidators werkten aan het omspitten van gewassen op de akkers rond de dorpen, andere aan het omhakken van de bomen en weer andere aan het begraven van de toplaag van aarde zelf.

Rond de kerncentrale waren sommige werkzaamheden – zoals het wegruimen van hoogradioactief puin en het storten van beton om de reactor af te sluiten – zó gevaarlijk dat de mannen binnen luttele minuten een dodelijk dosis straling konden oplopen. Schattingen van het aantal liquidators lopen sterk uiteen, omdat er geen officieel register werd bijgehouden van alle mensen die aan de operatie meewerkten, maar hun aantal moet in de honderdduizenden hebben gelopen en mogelijk zelfs een half miljoen hebben bedragen. Ze kwamen uit de hele toenmalige Sovjet-Unie en de meesten waren destijds jongemannen. Van al deze mensen is vandaag de dag misschien nog tien procent in leven. Volgens officiële cijfers overleden er tijdens en direct na het ongeluk 31 mensen, en dat is ook het dodental van de ramp volgens Sovjet-berekeningen.  

Evgeniy Valentey werkt al tien jaar als IT-specialist in Tsjernobyl, maar voor hem is de ramp nooit een vage herinnering: “Ik denk aan de mensen die gedurende de liquidatie de ware slachtoffers waren. De Sovjet-methode was om alles met een laag mensenlevens toe te dekken.”

Leven in een verlaten stad

Samen met andere wetenschappers trok Elena Buntova om een heel andere reden naar Tsjernobyl dan de liquidators. Als biologe arriveerde ze hier kort na het ongeluk om de gevolgen van de straling op de wilde flora en fauna te bestuderen. Sindsdien is ze hier blijven wonen.

“In de eerste jaren na het ongeluk kwamen de beste wetenschappers uit de hele Sovjet-Unie voor hun werk naar Tsjernobyl, dus het was heel interessant om met al die mensen samen te werken,” zegt Buntova. Het was de wetenschappelijke kans van haar leven en bovendien ontmoette ze hier ook haar man, Sergej Lapiha. Lapiha groeide op in de buurt van Tsjernobyl, en het stel leerde elkaar kennen in een café binnen de Vervreemdingszone. 

Sergei Lapiha (rechts) en zijn vrouw Elena Buntova drinken koffie in hun woonkamer met hun vriend Valeriy Pasternak. Alle drie hebben ze jaren in de zone gewerkt.

Foto van Pierpaolo Mittica

Lapiha werkte als fotograaf van de ‘Objectoverkapping’ – de enorme ‘Sarcofaag’ die over de radioactieve ruïnes van reactor nummer vier werd gebouwd. In de loop der jaren maakte hij talloze foto’s in het gebied, onder andere van een berucht object binnen in het verwoeste reactorgebouw dat de ‘Olifantsvoet’ wordt genoemd. Het is een glasachtige massa van ooit vloeibare radioactieve lava die na de meltdown van de reactorkern door het gebouw stroomde en daarna stolde tot een stalagmiet ter grootte van een mens. Aanvankelijk was de Olifantsvoet zó radioactief dat iemand die er zonder speciale bescherming vijf minuten in de buurt zou staan, zijn doodvonnis had getekend.

Vanwege hun leeftijd en band met deze plek maken Buntova en Lapiha deel uit van een klein gezelschap van ‘terugkeerders’, die van de Oekraïense regering toestemming hebben gekregen zich permanent in de zone te vestigen. Ze geven toe dat het riskant en lastig is om in Tsjernobyl te wonen, vooral omdat de plek nog verboden is voor kinderen. Toen ze elkaar leerden kennen, hadden ze beiden al kinderen, maar omdat iedereen onder de achttien kwetsbaarder is voor ioniserende straling, mochten die kinderen de zone destijds nooit bezoeken. En nu geldt dat voor hun kleinkinderen. Toch wonen ze hier al meer dan dertig jaar, en als gepensioneerden van in de zestig zijn ze niet van plan om te vertrekken. Als ik vraag waarom, denkt Lapiha even na en antwoordt dan: “Ik ben gewoon gelukkig in Tsjernobyl.” 

In hun kleine woning van baksteen is het gezellig. Mensen zoals zij hebben in de loop der jaren talloze leegstaande woningen weer in bezit genomen en opgeknapt. Ze hadden meer dan genoeg keuze, want ooit telde de stad Tsjernobyl 14.000 inwoners. In de woonkamer staan een paar comfortabele leunstoelen, een tv en een verlicht aquarium vol levendige visjes, en er staan kamerplanten voor het raam. In de achtertuin houdt het echtpaar bijen en zorgt het voor hun vier honden, die allemaal uit de Vervreemdingszone werden gered.

Maria Semenyuk was 78 jaar oud toen deze foto in 2015 werd genomen. Het jaar erop stierf ze in Parysjev, waar ze haar hele leven heeft gewoond. Ze is op de plaatselijke begraafplaats begraven.

Foto van Pierpaolo Mittica

Enkele mensen zijn opnieuw in het dorp Kupovate gaan wonen en vormen een van de vele kleine gemeenschappen in het Oekraïense deel van de Vervreemdingszone.

Foto van Pierpaolo Mittica

De bewoner van dit huis in Kupovate overleed in 2015. Plaatsen als deze, waar alles uit iemands leven is achtergelaten, zijn niet ongewoon.

Foto van Pierpaolo Mittica

In Tsjernobyl wacht een man in het Huis voor Cultuur en Bestuur tot de voorstelling begint. De geringe bevolking wordt vermaakt met concerten, voordrachten en conferenties.

Foto van Pierpaolo Mittica

Veel van de terugkeerders die in de afgelopen jaren zijn overleden, wilden begraven worden in de dorpen waar ze zijn geboren. Er zijn veel begraafplaatsen in de Vervreemdingszone. Deze ligt in Opachici.

Foto van Pierpaolo Mittica

Omdat Elena als wetenschapper bij het Ecologisch Centrum van Tsjernobyl heeft gewerkt, zou zij als geen ander moeten weten hoe besmet deze dieren kunnen zijn. Baloo is een reusachtige wolfshond, de jongste van het viertal. Terwijl Lapiha de hond bij de snuit pakt, hem aanhaalt en “slimme wolf, slimme hond” zegt, lijkt hij zich niet al te veel zorgen te maken. (Ontdek in welke staat de wilde natuur rond Tsjernobyl tientallen jaren na de ramp verkeert.)

Maar weinig mensen leven permanent binnen de Vervreemdingszone. Degenen die het ontruimingsbevel negeerden en kort na het ongeluk naar hun geboortedorp terugkeerden, zijn nu ver in de zeventig of begin tachtig, en in de afgelopen vijf jaar zijn velen van hen overleden. De resterende oudjes eten voedsel uit hun moestuin en het omringende bos, waaronder de grote en alom groeiende paddenstoelen, die bijzonder goed zijn in het absorberen van cesium-137, dat zowel bèta- als gammastraling uitzendt. Sommige bewoners bakken de paddenstoelen binnenshuis op houtkachels. Ook het brandhout dat ze daarvoor gebruiken, kan radioactief zijn, waardoor de rook weer een mini-fall-out in de directe omgeving veroorzaakt. De straling is hier een constante metgezel. Op bewoonde plekken is de achtergrondstraling over het algemeen laag, maar op andere plekken is ze nog altijd gevaarlijk hoog. Maar zonder een dosimeter of geigerteller (die veel mensen niet hebben) kan de straling niet worden gemeten.

Wie wonen er nog?

Van de naar schatting zevenduizend mensen die voor hun werk geregeld in de Vervreemdingszone wonen, draaien ruim vierduizend werknemers diensten van hetzij vijftien dagen per maand, hetzij vier dagen per week – roosters die zijn ontworpen om de blootstelling aan ioniserende straling tot een minimum te beperken. Het gaat om beveiligers, brandweerlieden, wetenschappers en degenen die de infrastructuur van deze unieke omgeving onderhouden. Omdat Tsjernobyl maar de helft van de tijd hun woonplaats is, hebben ze daarnaast nog een vaste woning of wonen in kamers of flats die in 1986 werden ontruimd. ’s Avonds is het leven hier heel rustig. Sommige mensen kijken tv of een film. Bij warm weer overtreden velen de veiligheidsregels en gaan zwemmen in de met radioactiviteit besmette rivier.

Personeel in de controlekamer van reactor 2 op een gewone werkdag. Hoewel reactor 1, 2 en 3 geen elektriciteit meer produceren, zal het ontmantelen tot 2065 duren.

Foto van Pierpaolo Mittica

Om de stad Pripjat binnen te komen, moet elke bezoeker een controlepost passeren en de nodige vergunningen laten zien. De bewakers bij de ingang draaien diensten van twaalf uur.

Foto van Pierpaolo Mittica

Ongeveer honderd wetenschappers werken in de wetenschappelijke laboratoria van Tsjernobyl om de besmetting te controleren en de effecten van straling op het milieu te bestuderen. Na het ongeluk kwamen nucleaire deskundigen uit de hele voormalige USSR naar Tsjernobyl om de gevolgen van de ramp te onderzoeken.

Foto van Pierpaolo Mittica

De rest van de werknemers arriveert elke dag per trein om in en rond de voormalige kerncentrale zelf te werken. Hoewel de centrale geen elektriciteit meer opwekt, zal de ontmanteling van de resterende drie reactors nog zeker tot 2065 in beslag nemen, en binnen het Instituut voor Veiligheidsproblemen van Kernenergiecentrales is een hele afdeling gewijd aan het isoleren van reactor nummer vier. In 2016 werd de rampplek omsloten door een splinternieuwe Sarcofaag, een reusachtige halfronde hangar die het honderd jaar zou moeten uithouden, hoewel de materialen in zijn binnenste nog duizenden jaren radioactief zullen blijven. 

In de Vervreemdingszone is de radioactiviteit inmiddels afgenomen, maar Tsjernobyl heeft de neiging de tijd zelf te vervormen. Naar de maatstaven van een mensenleven is 35 jaar een lange periode, en dat geldt ook voor bestanddelen als cesium-137 en strontium-90, die een halfwaardetijd van zo’n dertig jaar hebben. Maar het is niets als je kijkt naar de isotopen die vele duizenden jaren nodig zullen hebben om te vervallen. Hoe veilig is een overkapping die gedurende honderd jaar een plek afdekt met radioactief puin dat een halfwaardetijd van 24.000 jaar heeft? En er zijn ook andere dreigingen, waaronder bosbranden waarbij radioactief besmette bomen in vlammen opgaan en nieuwe fall-out-zones creëren. (Bekijk foto’s die werden gemaakt tijdens verboden uitstapjes naar de ‘Vervreemdingszone’ rond Tsjernobyl.)

Volgens Bruno Chareyron, directeur van het laboratorium van de Franse ngo CRIIRAD (‘Commission de recherche et d’information indépendentes sur la radiation’), beschikt de mensheid momenteel noch over de technologie noch over de financiële middelen om dit soort kernrampen te beheersen. Hoewel dagelijks duizenden mensen op de plek des onheils werken, is het kernongeluk van Tsjernobyl volgens hem simpel gezegd “helemaal niet beheersbaar.”

De plaatselijke sportzaal in de stad Tsjernobyl is een plek voor lichaamsbeweging en recreatie, zoals een partijtje pingpong na het werk.

Foto van Pierpaolo Mittica

Zelfs Tsjernobyl heeft koffiebars en plekken om te ontspannen met vrienden. ‘Het is erg deprimerend om de hele tijd in een verlaten gebied te zijn,’ zegt Yuriy Tatarchuk, die meer dan twintig jaar in het gebied heeft gewerkt.

Foto van Pierpaolo Mittica

Veel werknemers blijven deeltijds in de zone. Ze blijven er vijftien dagen per maand of vier dagen per week. Ze wonen in de oude appartementen en slaapzalen en kopen wat ze nodig hebben in de plaatselijke winkels.

Foto van Pierpaolo Mittica

De gepensioneerde Sergej Lapiha werkt nu als vrijwilliger aan het onderhoud van de plaatselijke Russisch-Orthodoxe kerk. De bogen van de kerk stralen in een helderblauwe kleur, de wanden van het interieur zijn keurig wit gesausd en het gebouw wordt bekroond met twee glanzend gouden koepels. Vergeleken met de vervallen gebouwen en het puin in de omgeving ziet de kerk er splinternieuw uit.

Voorafgaand aan de jaarlijkse bijeenkomst bij de engel van staal wordt op de avond van 25 april een avondmis opgedragen. Na de mis lopen de aanwezigen naar buiten en luiden een herdenkingsklok, die in een uithoek van het kerkhof onder zijn eigen steenboog hangt. Het aantal klokslagen is gelijk aan het aantal jaren dat sinds de ramp is verstreken, dus dit jaar klinkt de klok 35 keer.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.