Milieu

Drie redenen om China's aandacht voor groene energie serieus te nemen

Het land kampt met rampzalige luchtvervuiling. De Chinezen maken zich zorgen over klimaatverandering. En het land wil een ‘productiemonster’ van groene technologie worden. donderdag, 9 november 2017

Door Beth Gardiner

De vierkante siliciumwafels zijn nauwelijks dikker dan papier, 15 bij 15 centimeter groot en bedekt met smalle streepjes zilver. Ze worden met duizenden tegelijk afgeleverd in kartonnen dozen bij de fabriek, waarna ze binnen enkele uren weer de deur uit kunnen.

De vierkante wafels zijn zonnecellen, en in deze fabriek op twee uur rijden van Shanghai bedienen arbeiders in blauwe uniformen en witte laboratoriumjassen de machines waarmee ze, rij na rij, worden samengevoegd tot de welbekende zonnepanelen, klaar om op daken of in grote ‘zonnefarms’ te worden geïnstalleerd en zonlicht in energie te gaan omzetten.

Chinese fabrikanten hebben de wereldwijde prijs van hernieuwbare energie veranderd, door de opwekking van zonne-energie vrijwel even duur te maken als elektriciteit uit fossiele brandstoffen als aardgas en zelfs steenkool. Ook in eigen land hebben ze heel wat teweeggebracht: China is nu de grootste investeerder in schone energie ter wereld, mede omdat het een oplossing zoekt voor de afgrijselijke luchtvervuiling in het land, waaraan naar schatting elk jaar 1,1 miljoen mensen overlijden.

“Het tempo waarin wordt geïnstalleerd is werkelijk ongelooflijk,” zegt Lauri Myllyvirta, expert in energie en luchtvervuiling bij Greenpeace in Beijing. Alleen al in 2016 bracht China 35 gigawatt aan nieuwe zonne-energiecapaciteit op de markt. “Dat is bijna hetzelfde als de volledige Duitse capaciteit, in iets meer dan een jaar tijd,” zegt Myllyvirta.

Elk uur verrijst er ergens in China een nieuwe windturbine en worden genoeg zonnepanelen geïnstalleerd om een voetbalveld te beslaan, aldus schattingen van Greenpeace.

De steenkool voorbij

Na jaren amper te hebben gereageerd op de luchtvervuilingscrisis als gevolg van de koortsachtige industrialisatie, zijn de Chinese leiders eindelijk begonnen het probleem aan te pakken. En omdat steenkool wereldwijd de bron van naar schatting veertig procent van de gevaarlijkste fijnstof  in de lucht boven China is, is het zoeken naar alternatieven een topprioriteit geworden. China streeft ernaar in 2030 twintig procent van zijn elektriciteit uit hernieuwbare energie te winnen en kondigde onlangs aan dat het alleen al in de komende drie jaar 360 miljard dollar zou investeren om dat streven waar te maken.

In de delta van de rivier de Jangtsekiang, een regio die bekend staat als een van de motoren van de Chinese economie, behoort Jinko Solar tot de bedrijven die aan de snel stijgende vraag proberen te voldoen. De firma exporteert zijn producten ook, naar de VS, Europa, Latijns-Amerika, het Midden-Oosten en elders. Vorig jaar produceerde de onderneming zonnepanelen met een gezamenlijke energiecapaciteit die vergelijkbaar is met die van tien kolencentrales.

Hier in Haining is de vloer van de fabriekshal glimmend en schoon, en hoor je als enige geluid het lage gezoem van rode robotarmen die de panelen optillen, draaien en van het ene assemblagestation naar het andere vervoeren. Sommige arbeiders dragen witte maskers, die hun mond en gezicht bedekken, anderen hebben sportief gekleurde baseballpetjes op bij het testen en aanpassen van de panelen, die laag na laag worden samengesteld en tot één geheel worden afgewerkt: kant-en-klare modules met op de achterkant een zwart kastje waaruit elektriciteitsdraden steken.

De luchtvervuiling is niet de enige reden waarom China hernieuwbare energie zo serieus neemt, maar wel een van de voornaamste. En het probleem vormde een belangrijke aansporing voor president Xi Jinping om in 2014 een baanbrekende deal met president Obama te sluiten: de Chinese uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2, zou rond 2030 pieken en daarna afnemen – een belofte die het kernpunt werd van de Chinese bijdrage aan het klimaatakkoord van Parijs.

Het lijkt erop dat het land inmiddels op dat schema voorligt. De officiële cijfers zijn niet altijd betrouwbaar, maar voorlopig laten ze zien dat de kolenconsumptie – de grootste bron van China’s CO2-uitstoot – in 2016 voor het derde jaar op rij is afgenomen. En omdat China tot de conclusie is gekomen dat het terugdringen van het steenkoolgebruik (de zware industrie en het elektriciteitsnet van het land draaien nog altijd grotendeels op kolen) in het nationale belang is, zal de trend die zich aftekent waarschijnlijk wel doorzetten, zelfs nu de VS onder president Trump een streep zetten door Obama’s klimaatagenda.

Omdat China ongeveer de helft van alle steenkool in de wereld verbruikt, is dat niet alleen goed nieuws voor de volksgezondheid van de Chinezen maar ook voor het bredere streven om een snelle opwarming van de aarde te voorkomen.

“Ik denk dat we met gerust hart kunnen zeggen dat dit zonder de zware luchtvervuiling als drijfveer nooit zo snel en zonder weerstand zou zijn gebeurd,” zegt Myllyvirta. “Tegen die motivatie valt weinig in te brengen als je in Beijing zit” en daar de vergiftigde lucht inademt.

Kinken in de kabels

Maar de opmars van groene energie in China is niet zonder slag of stoot gegaan. Enorme windfarms zijn in het dunbevolkte noordwesten verrezen, ver van de grote steden waar de elektriciteit het meest nodig is, en de bouw van hoogspanningsleidingen om al die energie te transporteren gaat niet snel genoeg.

“Ze hebben reusachtige windfarms opgezet, maar die hebben nog een aansluiting op het stroomnet,” zegt Antung Liu van de Indiana University Bloomington. “Ze hebben zo’n houding van ‘Laten we ze maar neerzetten, en dan zien we wel wanneer ze van pas komen.’”

Bovendien geven beheerders van stroomnetten de voorkeur aan kolengestookte energie, waardoor hernieuwbare energie soms ongebruikt is gebleven, zelfs wanneer de fysieke aansluitingen aanwezig waren. Zo schat Greenpeace dat in de eerste drie kwartalen van vorig jaar negentien procent van de totale Chinese windenergie verloren is gegaan.

De Chinese leiders beginnen nu aandacht aan deze problemen te besteden, door nieuwe hoogspanningsleidingen te laten installeren en zich te richten op het bouwen van kleinere wind- en zonnefarms in dichtbevolkte gebieden.

Niet ver van de Jinko-fabriek beheert een andere tak van het bedrijf zo’n kleine centrale. In lange rijen van lage gebouwen wordt de nieuwe aanplant van champignons voorbereidt. De paddenstoelen hebben geen zonlicht nodig, dus zijn de daken van de kassen bedekt met rijen zonnepanelen – bijna 19.000 stuks, die hun elektriciteit aan het stroomnet afgeven.

China’s streven naar groene energie was aanvankelijk “alleen maar gericht op een zo groot mogelijke hoeveelheid gigawatt,” zegt Jukka-Pekka Mäkinen, CEO van The Switch, een in Finland gevestigd bedrijf dat in China componenten voor windturbines fabriceert. ”Inmiddels gaat het erom de hoeveelheid gigawatt te handhaven, maar op een veel slimmere manier, waarbij ze zich richten op de gebieden waar de meeste stroom wordt verbruikt.”

Ondanks al deze inspanningen bouwt China nog altijd kolencentrales, deels vanwege een systeem dat lokale ambtenaren aanmoedigt om onnodige bouwprojecten goed te keuren, en dat terwijl de centrale regering schonere alternatieven promoot. Maar plaatselijke functionarissen zijn nu ook begonnen met het schrappen van kolenprojecten die al gepland waren, in het besef dat het land nu al meer kolengestookte energie produceert dan nodig.

Productiemonster

Het is niet alleen de vervuiling die het vastberaden streven naar hernieuwbare energie aandrijft. De Chinese overheid heeft duidelijk gemaakt dat zij groene technologieën als een belangrijke motor voor het creëren van werkgelegenheid beschouwen.

“Het gaat om het opbouwen van een overheersende fabricagecapaciteit,” zegt Liu. “China ziet groene energie als een kans om op dit gebied een productiemonster te worden, zoals  dat ook is gebeurd met kleding en speelgoed.”

Wat de motivatie ook mag zijn, de gevolgen van China’s streven naar schone energie zijn nu al duidelijk. Rijke landen die ooit op China wezen om hun eigen gebrek aan maatregelen te vergoelijken, zien dat ze razendsnel voorbijgestreefd worden door het land dat op weg is een wereldwijde marktleider op het gebied van klimaattechniek te worden.

“Iedereen had het er altijd over dat de Chinezen het klimaatakkoord van Kyoto [van 1997] niet hadden ondertekend,” herinnert Mäkinen zich. “Maar wat geeft dat, als ze in hun eentje méér hebben gedaan dan alle andere landen tezamen?”