Een nieuw begin voor Nationaal Park Gorongosa

De dierenpopulaties in Nationaal Park Gorongosa werden gedecimeerd in een slepende burgeroorlog. Nu herstellen ze zich wonderwel, maar er is alleen toekomst voor ze als ook de bevolking een perspectief heeft.Wednesday, May 8, 2019

Door David Quammen
Foto's Van Charlie Hamilton James
Een olifantbul stilt zijn avondtrek in Gorongosa. Het grootste deel van de olifanten is in de vijftien jaar durende burgeroorlog, die eindigde in 1992, gedood om hun ivoor, dat de rebellen verkochten om aan wapens te komen. Nu de stroperij aan banden is gelegd, herstelt de populatie zich.

Lees het hele artikel in de mei 2019 editie van National Geographic Magazine.

Gorongosa ligt in een riviervlakte in het zuiden van de Grote Afrikaanse Slenk en omvat savanne, bos, moeras en een groot waterbekken, het Uremameer. Ooit was het een jachtterrein: de Portugese koloniale machthebbers verjoegen in 1921 de mensen die hier altijd samen met de dieren hadden geleefd, om zich ongestoord op de plezierjacht te kunnen storten. Toen het in 1960 werd uitgeroepen tot een nationaal park, leefden er onder meer zo’n 2200 olifanten, tweehonderd leeuwen en veertienduizend kafferbuffels, en talloze nijlpaarden, impala’s, zebra’s, gnoes en elandantilopen.

Maar toen ontpopte de geïsoleerde ligging van het park zich ineens als een nadeel. In de vijftien jaar durende burgeroorlog die uitbrak na de onafhankelijkheid in 1975, werd Gorongosa het toevluchtsoord van de rechtse rebellenbeweging RENAMO (Resistência Nacional Moçambicana), die militaire steun kreeg van de buurlanden Rhodesië (nu Zimbabwe) en Zuid-Afrika. Toen het regeringsleger het gebied wilde heroveren, braken er gevechten uit, werd het hoofdkwartier van het park met mortiervuur bestookt en kleurde de savanne rood van het bloed. Behalve olifanten werden duizenden zebra’s en andere dieren gedood als voedselbron of voor de lol. Na het bestand dat in 1992 een eind maakte aan de burgeroorlog, ging het stropen gewoon verder, door beroepsjagers en dorpelingen die vallen zetten voor de laatste eetbare dieren die nog over waren. Rond de eeuwwisseling was Gorongosa grondig verwoest. 

bekijk galerij

De situatie in de omgeving van het park was al even bedroevend. Van de ongeveer honderdduizend mensen in het gebied dat nu als bufferzone is aangemerkt, leidden de meesten een schamel bestaan van de mais en andere gewassen die ze teelden voor eigen gebruik; voor hun kinderen was er amper onderwijs of gezondheidszorg.

Als de grond was uitgeput en de mais niet meer wilde groeien, kapten de boeren een stuk bos en staken ze de stronken in brand om op het ontgonnen land opnieuw te beginnen. Op het laatst strekten hun akkers zich uit van de voet van de Gorongosa, een 1863 meter hoge klomp graniet ten westen van het park, tot de natte zones bovenaan. Vroeger groeide er dicht regenwoud op de berg; de Vunduzi ontspringt er, die de vallei waarin het park ligt van water voorziet. Rond de eeuwwisseling was veel van het bos op de berg en in de bufferzone van 5400 vierkante kilometer rond het park verdwenen. 

Het einde van deze wanhopig stemmende kaalslag kwam in zicht in 2004, toen de Mozambikaanse president Joaquim Chissano op uitnodiging van de Amerikaanse techondernemer Greg Carr een voordracht hield op Harvard University. 

Carr richtte de Carr Foundation op, een liefdadigheidsorganisatie waarvoor hij het doel nog moest bedenken. Maar hij had belangstelling gekregen voor natuurbehoud, en ook had hij zich verdiept in mensenrechten en beroemde voorvechters ervan, zoals Nelson Mandela. Die twee interesses kwamen bij elkaar toen Carr hoorde dat Mandela, toen president van Zuid-Afrika, met zijn Mozambikaanse ambtgenoot werkte aan de oprichting van ‘vredesparken’: grensoverschrijdende natuurparken die zowel de dieren als de lokale bevolking ten goede moeten komen. 

‘Chissano is een groot liefhebber van nationale parken,’ zegt Carr, en bij Carrs eerste bezoek aan Mozambique, in 2004, ‘vroeg hij of ik Gorongosa weer tot bloei wilde brengen.’ 

Drie jaar later sloot Carr een langlopende overeenkomst met de overheid. Hij bracht niet alleen geld en bedrijfskundige ervaring in, maar deelde ook de visie dat Gorongosa een ‘mensenrechtenpark’ moest worden. Dat hield in dat niet alleen het landschap, het water en de rijke biodiversiteit zouden worden beschermd, maar dat ook de bevolking moest meeprofiteren, in de vorm van gezondheidszorg, onderwijs en economische ontwikkeling. Ook de National Geographic Society ondersteunt natuurbescherming en onderzoek in en rond het park, en betaalt mee aan opbouwwerk en onderwijs en emancipatieprojecten voor vrouwen.

David Quammens meest recente boek is The Tangled Tree: A Radical New History of Life. Charlie Hamilton James brengt vooral wilde dieren en thema's als natuurbescherming in beeld, in het bijzonder in Afrika en Zuid-Amerika. 

Lees het hele artikel in de mei 2019 editie van National Geographic Magazine.

Lees hier meer over Nationaal Park Gorongosa.

Midden maart zorgde cycloon Idai ervoor dat een groot deel van Mozambique overstroomde. Wegen en bruggen werden weggespoeld. Volgens Gregory Carr, directeur van Nationaal Park Gorongosa, stond ongeveer de helft van het park onder water, maar hij verwacht weinig problemen voor de dieren, die waarschijnlijk gewoon hoger terrein opzoeken. De gevolgen voor de tweehonderdduizend mensen in de bufferzone zijn minder zeker. De overheid, ngo's en het Gorongosaproject verzorgen reddingsoperaties en bieden noodhulp. Lees hier hoe je zelf ook kunt helpen.

Lees verder

Kenia

Dit nationale park in Kenia maakt je natuurdromen waar

In gemoedelijke tred sloffen de olifanten door de savanne. De dramatische bergtoppen van de Kilimanjaro rijzen boven hen uit. Nationaal park Amboseli is een must voor natuurliefhebbers.
Milieu
8 foto's
Een nieuw begin voor Nationaal Park Gorongosa
De dierenpopulaties in Nationaal Park Gorongosa werden gedecimeerd in een slepende burgeroorlog. Nu herstellen ze zich wonderwel, maar er is alleen toekomst voor ze als ook de bevolking een perspectief heeft.
Lees meer