Walvissen spuiten geen water – en andere mythen die niet kloppen

v

In de Gerlache-straat nabij de Zuidpool blaast een Type-B-orka in de ochtendzon zijn verbruikte lucht uit.

Foto van Jasper Doest, Nat Geo Image Collection
Gepubliceerd 23 jun. 2021 10:35 CEST

Het idee dat walvissen zó groot zijn dat ze een mens met huid en haar kunnen opslokken, is zo oud als het Bijbelverhaal over ‘Jonas en de walvis’. Maar hoewel er voorbeelden zijn van mensen die per ongeluk in de muil van een walvis zijn beland – onlangs nog een kreeftenvisser voor de kust van Cape Cod, Massachusetts –, zijn de meeste walvissen helemaal niet in staat om een mens te verzwelgen.

Na het laatste voorval bij Cape Cod verklaarde Nicola Hodgins van de Britse ngo Whale and Dolphin Conservation tegenover National Geographic dat de keel van de meeste walvissen veel te klein is om zoiets groots als een mens in te slikken. Zo heeft de bultrug weliswaar een bek die een lengte van drie meter kan bereiken, maar kan hij zijn keel slechts tot een diameter van een kleine veertig centimeter oprekken. Alleen de potvis heeft een keel die wijd genoeg is om een prooi ter grootte van een mens te verzwelgen, maar aangezien dit dier in diepe wateren ver uit de kust leeft, is het onwaarschijnlijk dat het een mens tegenkomt, laat staan zal opslokken. (Lees hier waarom bultruggen geen mensen kunnen verzwelgen.)

Het verhaal is slechts een van de vele misvattingen die er over walvissen bestaan en die gelukkig door de wetenschap kunnen worden ontkracht. Mensen zijn vaak verrast als ze horen dat lang niet alle walvissen kunnen zingen. Ook kan geen van de walvissoorten onder water ademen, en ze spuiten evenmin water uit hun spuitgaten. Laten we dus de meest voorkomende misvattingen over deze zeezoogdieren nog eens op een rijtje zetten en ze uit de wereld helpen.

Walvissen hebben haar

Hoewel ze er niet bepaald pluizig uitzien, hebben walvissen wel haar, zegt Hodgins. Ze legt uit dat sommige walvissen en dolfijnen worden geboren met haartjes rond hun bek die aan snorharen doen denken. Deze haren verdwijnen al snel omdat de dieren “er absoluut niets aan hebben” om ze onder water warm te houden. Hoewel de snorharen maar bij een paar soorten voorkomen, is de aanwezigheid van haarzakjes in de huid nog een rudiment van de evolutie dat bij alle walvissoorten voorkomt, waaronder de bultrug en de blauwe vinvis.

Dat komt doordat walvissen zoogdieren zijn, geen vissen, wat betekent dat ze in principe een vel met haar hebben, warmbloedig zijn en geen eieren leggen maar levendbarend zijn: ze produceren levende jongen die vervolgens door de moeder met moedermelk worden gezoogd. (Ontdek de verborgen wereld van ‘walvisculturen’.)

Walvissen kunnen onder water niet ademhalen

Als zoogdieren hebben walvissen “longen zoals wij die ook hebben en ademen ze lucht in, net als wij,” zegt Emily Cunningham, zeebiologe en trustee van de Marine Conservation Society. Volgens haar denken mensen vaak dat “walvissen een soort vissen zijn, maar dat is absoluut niet waar.”

Terwijl mensen door de neus en de mond ademen, hebben walvissen boven op hun kop een spuitgat – of zelfs twee, zoals bij baleinwalvissen. Dat is “een soort neusgat,” zegt Cunningham. Hoewel een spuitgat iets anders werkt dan onze neusgaten, is het de opening waardoor walvissen lucht in- en uitademen.

De ademhaling van walvissen is “zeer efficiënt,” zegt Pippa Garrard, voorlichtster van de Hebridean Whale and Dolphin Trust. Bovendien kunnen walvissen hun ademhaling en hun hartslag “doelbewust controleren,” zegt zij. Dat ze daardoor het zuurstofgehalte in hun bloed kunnen reguleren, is vooral belangrijk voor walvissoorten die diepe duiken maken. Onder water kunnen “ze hun hartslag vertragen en zuurstofrijk bloed naar delen van hun lichaam stuwen die het nodig hebben,” zoals de hersenen, het hart en de spieren.

Hoe lang walvissen onder water hun adem kunnen inhouden, hangt af van de soort: dwergvinvissen kunnen hun adem ongeveer een kwartier lang inhoudenpotvissen tot wel anderhalf uur lang en de Cuvier-dolfijn zelfs langer dan twee uur.

Bultruggen liefde
Na een migratie van 4500 km over de open oceaan zijn deze bultruggen klaar voor een van de wildste paringsrituelen van de natuur. Beelden uit het programma ‘Wonders of the Ocean’.

Walvissen spuiten geen water, maar lucht

Als een walvis na zo’n indrukwekkende tijd van ingehouden adem weer aan de oppervlakte komt, is het “uitademen van lucht” het kenmerkende geluid dat je hoort. Na het ‘spuiten’ – het uitstoten van de verbruikte lucht – ademen de dieren verse lucht in en duiken weer onder, legt Garrard uit. In tekenfilms wordt dit vaak afgeschilderd als een fontein van water, maar “wat we in werkelijkheid zien, is de uitgeademde lucht van de walvis,” zegt zij. Als de vochtige en warme lucht uit de longen van het dier wordt uitgestoten en plotseling in contact komt met de koude zeelucht, condenseert de waterdamp in de uitgeademde lucht tot een wolk, net zoals je op een koude dag zelf wolkjes blaast. In de wolk zweven ook druppeltjes slijm en zeewater rond, waarmee het spuitgat was bedekt toen de walvis de lucht uitademde.

Wetenschappers kunnen veel opmaken uit de ademhaling van een walvis. “Veel soorten brengen rond de 95 procent van hun leven onder water door en we zouden ze waarschijnlijk nooit te zien krijgen als ze niet af en toe naar boven zouden komen om een ademteug te nemen,” zegt Cunningham. Wetenschappers laten speciale drones, die zijn uitgerust met petrischaaltjes, boven ‘spuitende’ walvissen vliegen, zodat ze monsters van het slijm kunnen nemen zonder de dieren daarbij al te veel te storen. Aan de hand van het slijm kunnen ze veel “te weten komen over hun gezondheid, de mate van stress waaraan ze worden blootgesteld, de aanwezigheid van verontreinigende stoffen en allerlei andere interessante dingen.” Ook kunnen ze individuele walvissen identificeren aan de hand van hun spuitfontein.

De misvatting dat walvissen water uit hun spuitgat uitstoten, kan schadelijk voor de dieren zijn, bijvoorbeeld wanneer goedbedoelende mensen bij het redden van een gestrande walvis soms onjuiste beslissingen nemen. Dan Jarvis van British Divers Marine Life Rescue herinnert zich voorvallen waarbij mensen een walvis op het strand aantroffen en dan “water direct in het spuitgat goten, omdat ze dachten dat het om een vis ging die onder water moest blijven.” Helaas zorgden ze er in dat geval voor dat het dier verdronk.

Niet alle walvissen zingen

De meeste mensen hebben weleens het zingen van walvissen gehoord: een opeenvolging van langgerekte, voorspelbare en soms complexe geluiden die zich over enorme afstanden door de oceaan voortplanten. Minder bekend is dat lang niet alle walvissoorten zingen.

Het zingen is vastgesteld bij baleinwalvissen als de bultrugdiverse vinvissen, de blauwe vinvis en de Groenlandse walvis. Hoe de dieren deze geluiden maken, is nog een raadsel, want ze hebben geen stembanden.

Tandwalvissen, waaronder potvissen, grienden en witte dolfijnen, gebruiken geluiden als echolocatie, waarbij ze soms luide klikken van meer dan tweehonderd decibel produceren. Het geklik van de potvis is zelfs zó luid dat deze geluidsgolven een mens kunnen doden. Maar al deze walvissen zingen niet. (Hoe echolocatie – de ingebouwde sonar van de natuur – eigenlijk werkt.)

Bovendien zijn het bij de baleinwalvissen alleen de mannetjes die zingen, zegt Laela Sayigh, onderzoekster aan de Woods Hole Oceanographic Institution en professor aan het Hampshire College. Ze legt uit dat er een “enorme variatie aan niet-gezongen roepen bestaat, die door beide seksen worden geproduceerd,” maar dat vrouwtjes voor zover bekend niet zingen. Over de vraag waarom de mannetjes zingen, wordt volgens Sayig uitgebreid gedebatteerd, maar algemeen wordt aangenomen dat het een vorm van baltsgedrag is, bedoeld om “hetzij met andere mannetjes te concurreren, hetzij vrouwtjes aan te trekken.”

De mannetjes leren het zingen van oudere walvissen. Verschillende walvispopulaties gebruiken verschillende gezangen, die in de loop der tijd kunnen veranderen. Onderzoekers kunnen bepaalde populaties dan ook aan hun gezang herkennen. Zo werd in 2020 aan de hand van zanggeluiden een nieuwe populatie blauwe vinvissen in de Indische Oceaan ontdekt. (Luister naar verschillende manieren waarop walvissen zingen en met hun vinnen op het water slaan.)

Walvishaaien zijn geen walvissen

Op aarde zwemmen ongeveer negentig soorten walvisachtigen (walvissen en dolfijnen) rond, maar er worden nog altijd nieuwe soorten geïdentificeerd. In 2019 werd in het noorden van de Stille Oceaan een derde soort binnen het geslacht van de Berardius-spitssnuitdolfijnen geïdentificeerd, en in 2021 werd de Rice-vinvis in de Golf van Mexico als aparte soort herkend.

Maar sommige ‘walvissen’ zijn helemaal geen walvissen. Zo kunnen walvishaaien weliswaar zo groot worden als een walvis – de grootste die ooit is gespot, was met een lengte van bijna negentien meter zelfs groter dan een potvis – maar zijn het “gewoon echte haaien,” zegt Stella Diamant, oprichtster van het Madagascar Whale Shark Project.

In tegenstelling tot walvissen zijn haaien wél vissen, wat betekent dat ze koudbloedig zijn, kieuwen hebben en hun skelet niet uit botten maar kraakbeen bestaat, zoals de hardere delen in onze oren en neus. Een handige manier om het verschil tussen walvissen en haaien te zien, is door te kijken naar hun manier van voortbewegen: de staart van een walvis gaat op en neer, die van een haai heen en weer.

In de wateren rond Madagaskar kan dit verschil ernstige gevolgen hebben. Terwijl walvissen hier strikt worden beschermd, geldt dat niet voor walvishaaien. De bestaande zeereservaten rond het eiland beslaan slechts een klein gedeelte van het verspreidingsgebied van de walvishaai, en milieubeschermers pleiten dan ook voor meer officiële maatregelen om deze met uitsterving bedreigde soort – naast andere haaien- en roggensoorten – te beschermen.

“De wateren rond Madagaskar zijn een belangrijke habitat voor deze zachtaardige reuzen, dus is het van vitaal belang om walvishaaien dezelfde bescherming te bieden als walvissen – ten behoeve van het voortbestaan van de soort en van de plaatselijke gemeenschappen die afhankelijk zijn van het ecotoerisme dat deze dieren aantrekt,” zegt Diamant.

Walvissen – en ook haaien – zijn van doorslaggevend belang voor een gezond marien ecosysteem. Walvissen verspreiden over grote afstanden belangrijke voedingsstoffen in de oceaan, terwijl haaien als toproofdieren de populatiegroei van prooidieren onder controle houden en er zo voor zorgen dat het ecosysteem in evenwicht blijft. Omdat er nog zoveel is dat we niet over de wereldzeeën weten, is het belangrijk om misvattingen uit de wereld te helpen, zodat mensen begrijpen hoe ze het hele ecosysteem voor toekomstige generaties veilig en gezond kunnen houden.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.