Overleden olifanten van rondtrekkende dierentuin waren al jarenlang ziek

Volgens dierenwelzijnsactivisten is het te wijten aan gebrekkige wetgeving en slechte handhaving dat dit soort commerciële attracties in de VS hun dieren slecht blijven behandelen.

Gepubliceerd 16 jul. 2021 11:42 CEST
01-minie-elephant-roadside

Minnie is de laatste olifant die nog in de Commerford Zoo leeft. De twee andere olifanten van de rondtrekkende commerciële dierentuin, Beulah en Karen, overleden in 2019 nadat ze jarenlang ziek waren geweest.

Foto van Gigi Glendinning

Karen en Beulah, twee olifanten van de Commerford Zoo, een rondtrekkende dierentuin in Connecticut, waren jarenlang ziek voordat ze in 2019 overleden, zo blijkt uit onlangs vrijgegeven documenten van het Amerikaanse ministerie van Landbouw, de instantie die toeziet op naleving van de dierenbeschermingswet, de Animal Welfare Act. Uit de handhavingsdocumenten blijkt dat beide olifanten ook tijdens hun ziekte gedwongen werden om te rond te reizen en ritjes met kinderen toe te staan. Volgens dierenwelzijnsactivisten getuigen de documenten van fundamentele problemen rond de regelgeving voor rondtrekkende commerciële dierentuinen.

De dierentuin in Connecticut werd in de jaren zeventig opgericht door Bob Commerford en bereist met zijn olifanten en andere exotische dieren – waaronder kamelen, ringstaartmaki’s, een kangoeroe en een zebra – het hele noordoosten van de VS.

Volgens Ben Williamson, programmadirecteur van de ngo World Animal Protection US, hebben de circa drieduizend rondtrekkende dierentuinen in de VS (‘roadside zoos’) in totaal zo’n zeventig olifanten in hun bezit. Deze commerciële dierenattracties hebben een vergunning van het Amerikaanse ministerie van Landbouw nodig om dieren aan het publiek te mogen vertonen, maar geen ervan is aangesloten bij de officiële koepelorganisatie van dierentuinen in de VS, de Association of Zoos and Aquariums, die strikte standaards voor dierenwelzijn en -zorg voorschrijft aan 241 aangesloten instellingen in de hele VS. “Over het algemeen komt het vrij veel voor dat olifanten in gevangenschap slecht worden behandeld,” zegt Williamson.

Dieren die met een commerciële dierentuin door het land reizen, zoals de olifanten van de Commerford Zoo, worden enigszins beschermd door de Animal Welfare Act, die ‘adequate veterinaire zorg’ en diervriendelijke vervoersmethoden voorschrijft maar niet uitdrukkelijk verbiedt dat zieke dieren worden vervoerd of in dierenshows optreden.

Karen, een 38-jarige Afrikaanse olifant die in 1984 aan de dierentuin werd verkocht, overleed in maart 2019 aan een nierziekte, zo blijkt uit de documenten van het ministerie. Volgens dezelfde documenten leed ze al sinds 2017 aan nierproblemen. Beulah, een meer dan vijftig jaar oude Aziatische olifant die sinds 1973 werd gebruikt voor ritjes met betalende klanten, fotomomenten en dierenshows, zakte in september 2019 tijdens een dierenshow in Massachusetts door haar poten en overleed aan bloedvergiftiging als gevolg van een ontsteking van haar baarmoeder. In de tien jaar voorafgaand aan haar dood had ze meermalen aan ontstekingen van de baarmoeder geleden en was onderzocht op mogelijk kwaadaardige tumoren, zo blijkt uit de vrijgegeven documenten.

Uit een anonieme klacht die bij het ministerie werd ingediend, bleek dat Beulah op de dag van haar overlijden driemaal was ingezakt en telkens weer was gedwongen om op te staan. De dierentuin liet volgens de documenten weten dat Beulah tweemaal door haar poten was gezakt en dat niemand haar had gedwongen om weer op te staan. Kort voor haar dood werd Beulah door een bezoeker van de dierenshow gefotografeerd terwijl het dier op een grasveldje van een parkeerterrein lag. Volgens de dierentuin deed Beulah zoiets wel vaker.

De Commerford Zoo wilde niet reageren. In 2017 verklaarde mede-eigenaar Tim Commerford tegenover een plaatselijke journalist: “Ik ben mijn hele leven met olifanten opgegroeid. Het is mijn familie. De dierenactivisten kunnen zeggen wat ze willen, maar de olifanten maken deel uit van onze familie.” Volgens hem verkeerden zijn olifanten in “perfecte gezondheid” en werden ze geregeld door dierenartsen onderzocht.  

Volgens Courtney Fern, hoofd overheidsrelaties en voorlichtingscampagnes van het Nonhuman Rights Project (NhRP), de dierenwelzijnsorganisatie uit Florida die in juni om de documenten van het ministerie van Landbouw had verzocht, is het “schokkend” dat Karen en Beulah gedwongen werden om door te werken toen ze al ziek waren, ook al waren het ministerie en de Commerford Zoo op de hoogte van hun ziekten. Vanaf 2017 heeft het NhRP tot nu toe zonder succes in rechtszaken gevraagd om Beulah, Karen en een derde olifant, de 49-jarige Minnie, die nog in leven is, naar een opvangcentrum over te brengen.

Tijdens een van haar laatste optredens zwaaide en knikte Karen met haar kop terwijl ze kinderen op haar rug rondreed, wat er volgens Fern op wijst dat ze zich slecht voelde. “Er wordt niets ondernomen om te voorkomen dat olifanten naar dierenshows worden meegenomen en daar optredens verzorgen terwijl bekend is dat ze eronder lijden,” zegt zij.  

Volgens Christopher Berry, advocaat voor de dierenwelzijnsgroep Animal Legal Defense Fund, is het toezicht op rondtrekkende commerciële dierentuinen ontoereikend. Het ministerie van Landbouw “zit achter het stuur te slapen als het gaat om de regelgeving voor dit soort attracties,” zegt hij.

Het ministerie heeft niet alleen de bevoegdheid om dierentuinen op het matje te roepen maar ook om hun vergunning voor het vertonen van dieren in te trekken. Volgens het NhRP en de dierenwelzijnsgroep PETA heeft het departement de Commerford Zoo meer dan vijftig maal berispt wegens overtredingen van de Animal Welfare Act, onder andere wegens de afwezigheid van een medewerker tijdens contacten tussen olifanten en publiek, tekortschietende veterinaire zorg, de ophoping van met uitwerpselen vervuild hooi, een gebrekkige waterafvoer in het olifantenverblijf en uitwerpselen achter de olifantenschuur. Sinds 2014 heeft het ministerie volgens woordvoerder Andre Bell 25 onaangekondigde inspecties uitgevoerd. “De inspecteurs hebben de gezondheidstoestand van Beulah en Karen in de gaten gehouden om er zeker van te zijn dat ze de juiste veterinaire zorg ontvingen,” schreef hij in een e-mail.

In 2019 schreef Richard Blumenthal, Democratisch senator voor de staat Connecticut, een brief aan Sonny Perdue, destijds minister van Landbouw, waarin hij een antwoord eiste op de vraag waarom Beulah en Karen waren overleden, of hun overlijden voorkomen had kunnen worden en waarom de Commerford Zoo de inspecties van het ministerie na de “vroegtijdige dood” van de olifanten zonder gevolgen had doorstaan.

“De afgegeven vergunningen moeten in overeenstemming zijn met de Animal Welfare Act, in de zin dat de dieren adequate veterinaire zorg ontvangen,” antwoordde Perdue in januari 2020. “De Commerford Zoo heeft documenten overlegd waaruit blijkt dat Karen en Beulah ten tijde van hun overlijden door dierenartsen werden behandeld en dat de geboden veterinaire zorg adequaat was.”

Volgens Berry van het Animal Legal Defense Fund wordt er op lokaal niveau vaak steviger opgetreden om het welzijn van de olifanten te beschermen dan in het kader van de Animal Welfare Act, omdat de plaatselijke wetgeving op het gebied van dierenwelzijn vaak strenger is. Zo troffen diereninspecteurs van Lawrence County in Alabama in 2017 een olifant met de naam Nosey aan die tijdens een dierenshow aan de ketting was gelegd en zonder voldoende water en voer in haar eigen uitwerpselen stond. Het Great American Family Circus uit Orlando kreeg al jaren een vergunning van het ministerie van Landbouw, ondanks het feit dat Nosey een lange geschiedenis van tuberculose-infecties had en optredens gaf terwijl zij aan een huidaandoening leed die soms pijnlijke ontstekingen veroorzaakte. Pas nadat de plaatselijke beambten hadden ingegrepen, trok het ministerie de vergunning van het circus in en werd Nosey overgebracht naar een opvangcentrum voor olifanten in Tennessee.

Lichte straffen

Hoewel de Animal Welfare Act adequate veterinaire zorg voorschrijft, zijn de richtlijnen op dat gebied volgens Berry tamelijk vaag en wordt de beoordeling van die zorg vaak aan de eigenaars en dierenartsen overgelaten. En als een dierentuin de regels overtreedt, dan heeft dat “zeer geringe financiële consequenties,” zegt hij. Na meerdere vastgestelde overtredingen kan het ministerie een dierentuin een berisping geven of een kleine boete opleggen, die doorgaans tussen de 2000 en 15.000 dollar bedraagt.

“Gewoonlijk legt het ministerie ook na jaren van ernstige schendingen van de Animal Welfare Act zeer lichte boetes op,” zegt Berry. Een dierentuin kan uitrekenen dat het financieel haalbaarder is om te wachten totdat er een boete betaald moet worden dan voor “dure veterinaire zorg, een verbetering van een verblijf of andere dierenzorg te betalen.”

“De wetgeving is zo goed als de handhaving ervan,” zegt Williamson. Volgens hem zou een dierentuin die meerdere keren door het ministerie van Landbouw is berispt, zijn vergunning moeten kwijtraken, maar gaat het ministerie zelden tot die stap over.

“Er zou geen Netflix-docuserie aan te pas hoeven te komen voordat vergunningen van slechte dierenhouders worden ingetrokken,” zegt hij, verwijzend naar de zaken rond de Tiger King-sterren Jeff Lowe en Tim Stark, die beiden hun vergunningen pas kwijtraakten toen problemen met betrekking tot het welzijn van de dieren in de serie aan het licht waren gekomen en dierenwelzijnsgroepen aan de bel hadden getrokken.

Williamson ondersteunt de Animal Welfare Enforcement Improvement Act (‘Wet ter verbetering van de handhaving van het dierenwelzijn’), die onlangs aan het Amerikaanse Congres is voorgelegd. Volgens de wet zouden vergunningen pas na onaangekondigde inspecties verlengd mogen worden en zouden ze niet langer worden vernieuwd als een dierentuin of attractie vaker dan één keer wegens schending van de Animal Welfare Act zou zijn berispt.

Volgens Landbouw-woordvoerder Bell maken de voorwaarden waaronder het ministerie een vergunning intrekt “deel uit van een proces van wederzijds overleg” en zijn ze derhalve vertrouwelijk. “In het algemeen kijkt het ministerie naar de ernst van eventuele overtredingen die hebben plaatsgevonden, naar de mate waarin een dierentuin zich in het verleden aan de wet heeft gehouden en naar de maatregelen die de dierentuin te goeder trouw wil nemen om aan de regelgeving te voldoen.” Bell weigerde in te gaan op de vraag of het ministerie ooit heeft overwogen om de vergunning voor de Commerford Zoo in te trekken.

Laatste olifant

Minnie, de laatste nog levende olifant van de Commerford Zoo, is volgens Fern van het NhRP sinds haar laatste optreden in juli 2019 in haar eentje aan het “wegkwijnen.” Op basis van opnamen die het NhRP met een drone van de twee olifantenschuren en het buitenverblijf op het terrein van de dierentuin in Connecticut heeft gemaakt, denkt Fern dat Minnie de meeste tijd in een betonnen schuur doorbrengt. In eerdere verklaringen sprak de dierentuin van een terrein van een kleine “tweeënhalve hectare” waar Minnie haar oude dag zou doorbrengen.

Het is onduidelijk waarom ze niet meer optreedt, maar volgens Fern kan dat het gevolg zijn van de negatieve berichtgeving in de pers over het gebruik van optredende olifanten, vooral na de dood van Beulah en Karen. Ook Minnie kent een verleden van verwondingen in de handen van haar verzorgers; volgens persberichten die door de dierenwelzijnsgroep PETA zijn vergaard, heeft de olifant in minstens vier gevallen medewerkers van de dierentuin aangevallen.

Ook de gezondheidstoestand van Minnie is onduidelijk. Vorige zomer begon de familie van de vorige eigenaars van Minnie, Earl en Elizabeth Hammond, een crowdfunding-campagne op GoFundMe om 2,4 miljoen dollar in te zamelen ten behoeve van voer en veterinaire zorg voor de dieren van de Commerford Zoo. “COVID-19 heeft de boerderij waarmee de dierentuin wordt bevoorraad, verarmd, wat de situatie van Minnie op directe wijze heeft verslechterd,” zo valt op de betreffende webpagina op GoFundMe te lezen. Tot dusver is er slechts 2.348,00 dollar opgehaald.

Het Amerikaanse ministerie van Landbouw heeft niet de bevoegdheid om Minnie in beslag te nemen omdat de dierentuin het financieel moeilijk heeft, schreef Bell. “De autoriteit van inbeslagname onder de Animal Welfare Act is beperkt tot dieren die in een staat van verwaarlozing verkeren die niet wordt geremedieerd. Op dit moment verkeert Minnie niet in een staat van verwaarlozing,” schreef hij.

Maar Fern ziet dat anders. “Hoe meer we over haar situatie te weten komen, des te duidelijker wordt de noodzaak om haar naar een opvangcentrum over te brengen,” zegt zij. Het NhRP heeft zich bereid getoond de kosten voor Minnie’s vervoer naar een opvangcentrum te betalen, maar volgens Fern is dat aanbod van de hand gewezen.

“Minnie verdient haar vrijheid (...). Haar hele leven zijn deze olifanten uit winstbejag gebruikt,” zegt zij. “Als ze echt zoveel om haar geven als ze beweren, dan zouden ze haar naar een opvangcentrum moeten sturen, waar ze de resterende dagen die haar nog gegund zijn zo vrij mogelijk kan leven, samen met andere olifanten.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.