Overleven in een afkalvende witte wereld

Nu het zee-ijs afbrokkelt en de krillvisserij toeneemt, slaan landen de handen ineen om de fauna rond het Antarctisch schiereiland te beschermen.

Ezelspinguïns in Neko Harbour broeden hun eieren uit in stenen nesten rond de wervel van een walvis – een laatste herinnering aan de commerciële walvisvaart rond het Antarctisch Schiereiland. Een eeuw later is de walvis beschermd en wordt er gevist op krill, de belangrijkste voedselbron voor walvissen, zeehonden, vissen en pinguïns.

Foto van Thomas P. Peschak
Gepubliceerd 8 nov. 2021 11:48 CET

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in National Geographic Magazine, Editie 11, 2021.

Een opblaasboot dobbert voor de besneeuwde oever van Neko Harbour. Het is alweer bijna een jaar geleden dat de kolonie ezelspinguïns die hier leeft mensen heeft gezien.

Het is januari 2021. Tom Hart, pinguïnbioloog aan Oxford University, keert met een aantal collega-wetenschappers terug naar het Antarctisch Schiereiland. Toeristen zijn er door de coronapandemie nog niet te vinden. Overal klinkt het kenmerkende ‘gebalk’ van de 75 centimeter grote ezelspinguïns. Omringd door zo’n tweeduizend soortgenoten waggelt een vrouwtje rustig naar haar nest. De dieren negeren Hart volledig wanneer hij de geheugenkaart uit de waterdichte behuizing van de stevig verankerde timelapsecamera haalt.

Al tien jaar lang registreren bijna honderd camera’s de broedplaatsen van drie pinguïnsoorten op dit 1340 kilometer lange en zeventig kilometer brede schiereiland. Vier maanden geleden nestelden de pinguïns zich in deze kolonie om hun eieren uit te broeden. Sindsdien maakt de camera elk uur een foto van de dieren – van zonsopgang tot zonsondergang.

Slechts een tiende van deze ijsberg is zichtbaar boven het wateroppervlak. Het deel eronder kleurt het water van de Antarctic Sound turquoise. Deze nauwe doorgang aan de noordzijde van het schiereiland wordt Iceberg Alley genoemd, omdat de ijsbergen die van de Larsen-C-ijsplaat afkalven in de Weddellzee, erdoorheen drijven.

Foto van Save our seas Foundation

Het aantal ezelspinguïns op het schiereiland is de laatste dertig jaar sterk toegenomen – op veel plekken is de populatie zelfs verdrievoudigd. Ze trekken nu ook naar het zuiden. Voorheen was het daar te ijzig voor ze, maar dankzij hun flexibele voedings- en voortplantingsstrategie gedijen ze er inmiddels heel goed. Het verschil met twee nauw verwante soorten, de kleinere stormbandpinguïn en de slanke, zwartkoppige adeliepinguïn, is groot. Terwijl de ezelspinguïn floreert, zijn beide andere populaties met ruim 75 procent geslonken.

Voor het verlies van elke adelie en stormband krijg je, ruw geschat, één ezelspinguïn terug,’ aldus Hart.

Pinguïns zijn een belangrijke graadmeter voor het welzijn van de oceanen. Ze zijn extreem gevoelig voor ecologische veranderingen en zijn afhankelijk van een zee met veel prooi. Deskundigen verwachten niet dat de stormbandpinguïn en de adeliepinguïn zullen uitsterven. Er zijn kolonies buiten het schiereiland die stabiel blijven – en sommige lijken zelfs te groeien.

We maken ons vooral zorgen over hoe snel deze soorten verdwijnen op het Antarctisch Schiereiland,’ zegt Heather Lynch, ecoloog aan de Stony Brook University in de staat New York. De veranderende pinguïnpopulaties zijn een aanwijzing dat het ecosysteem van de Zuidelijke Oceaan verstoord raakt. ‘De Zuidelijke Oceaan transformeert, en dit is nog maar het topje van de ijsberg, letterlijk.

Het Antarctisch Schiereiland is in gevaar: dit bolwerk van ijs is een van de snelst opwarmende regio’s ter wereld. Tijdens een hittegolf in februari 2020 registreerde de Esperanza Basis, een Argentijns poolstation, op het noordelijkste puntje van het schiereiland een recordtemperatuur van 18,3 °C (de gemiddelde temperatuur ligt hier ’s zomers maar een paar graden boven nul). Stijgt de luchttemperatuur, dan slinkt het zee-ijs rond het schiereiland. Het voorlopige dieptepunt werd bereikt in 2016: sinds de eerste satellietwaarnemingen in de jaren zeventig werd er nooit eerder zo weinig ijs gemeten. 

Een weddellzeehond rust uit in het smeltwater van een ijsberg. Onder het ijs jaagt het roofdier op vis en octopus. De geluiden die hij uitstoot, werken als een soort sonar om prooi mee te vinden in het donkere water.

Foto van Thomas P. Peschak

Dat is problematisch, want het ijskoude zeewater is het leefgebied van Antarctisch krill – de sleutel tot de voedselketen in de Zuidelijke Oceaan. Deze schaaldiertjes zijn niet groter dan een pink, maar vormen een bron van leven voor grote groepen dieren. Antarctische dwergvinvissen en bultruggen komen erop af en doen zich er met grote happen aan tegoed. Ook vissen, inktvissen en pinguïns eten krill. Zelf vallen veel van deze krilleters vervolgens weer ten prooi aan hun eigen natuurlijke vijanden: zeeluipaarden in het water en reuzenstormvogels in de lucht. Zonder krill stort het ecosysteem in elkaar.

Het is nog onbekend hoeveel krill er verloren is gegaan door de opwarming van de aarde. Ondertussen wordt er rond het Antarctisch Schiereiland meer krill gevangen dan waar ook in de Zuidelijke Oceaan. Fabrieksschepen zuigen er elke dag ruim 725 ton van op, uit netten die soms wekenlang in het water liggen. De schaaldieren worden aan boord verwerkt tot producten die rijk zijn aan omega 3-vetzuren, zoals vismeel in veevoeder en krillolie in voedingssupplementen voor mens en huisdier. Lynch zegt dat klimaatverandering en de industriële visserij sterk met elkaar zijn verweven.

Links: Hoogst:

Het ijzige zeelandschap is zeer dynamisch. Fotograaf en National Geographic Explorer Thomas P. Peschak: ‘Een van die bogen stortte voor onze ogen in'. 

Rechts: Bodem:

Wind, zon en sneeuw geven Antarctische ijsbergen hun bijzondere vorm. Wanneer het ijs smelt, komt ingesloten lucht vrij. Ook dit laat sporen na.

Foto van Thomas P. Peschak

‘Minder zee-ijs betekent meer ruimte voor de krillvissers.’

Om de zeeën langs de westkust van het Antarctisch Schiereiland te beschermen en de druk op het milieu te verlagen, wil een internationaal team van Antarcticakenners dat een gebied van 670.000 vierkante kilometer, groter dan Frankrijk, wordt uitgeroepen tot zeereservaat.

Of deze bescherming er ook echt komt, is aan de Commission for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources (CCAMLR). Deze organisatie is verantwoordelijk voor het toezicht op het Antarctische zeeleven en werd in 1982 opgericht als antwoord op de toenemende commerciële krillvisserij. De commissie handelt volgens het Verdrag inzake Antarctica, dat werd bekrachtigd in 1961 nadat twaalf landen hadden besloten hun territoriale geschillen te parkeren om wetenschappelijk onderzoek op Antarctica mogelijk te maken. Inmiddels is het aantal leden gegroeid tot 25 landen en de hele Europese Unie.

Links: Hoogst:

Het grillige weer verandert de ijsbergen in de Zuidelijke Oceaan in vergankelijke kunstwerken. ‘Geen een is hetzelfde,’ aldus Peschak. ‘Ze veranderen continu.’

Rechts: Bodem:

IJsbergen, zoals dit parallellogram met een turquoise badje van smeltwater, steken minstens vijf meter boven de waterspiegel uit. Kleinere ijsbergen worden bergy bits genoemd.

Foto van Thomas P. Peschak

Bijna twintig jaar geleden beloofde de commissie een netwerk van beschermde zeereservaten in de Zuidelijke Oceaan te realiseren.

Het eerste reservaat stamt uit 2009 en beschermt de wateren uit de kust van de Zuidelijke Orkneyeilanden, zo’n zeshonderd kilometer ten noordoosten van het puntje van het Antarctisch Schiereiland. In 2016 kwam er een tweede reservaat, in de Rosszee, aan de andere kant van het continent. Gelijke plannen voor de westkust van het Atlantisch Schiereiland en twee andere voorstellen werden afgelopen oktober besproken tijdens de jaarvergadering van de commissie.

De maatregelen voor het Atlantisch Schiereiland moeten krillvissers weren uit de belangrijkste wateren voor het zeeleven. In totaal gaat het om vier beschermde zones, waarvan de grootste een gebied is in het zuiden dat nog niet wordt geëxploiteerd, simpelweg omdat het nog is bedekt met zee-ijs. Zelfs als dit ijs voldoende smelt om commerciële visvangst mogelijk te maken, moet visserij hier verboden zijn. Ook zou er een zone moeten komen waar, onder nieuwe regelgeving, wel op krill mag worden gevist.

110 kilometer ten noorden van het Antarctisch Schiereiland broeden honderdduizend stormbandpinguïns op het groene korstmos van landtong Baily Head, op Deception Island. De geothermische warmte voorkomt gletsjervorming. Blijft de aarde opwarmen, dan zien veel van deze eilanden er straks zo uit. ‘Alsof je in een glazen bol kijkt,’ zegt Peschak.

Foto van Thomas P. Peschak

De eerste stap naar het creëren van een zeereservaat is het in kaart brengen van het gebied. Onder leiding van Argentijnse en Chileense wetenschappers verzamelen deskundigen van over de hele wereld al sinds 2012 gegevens voor een reservaat uit de kust van het Atlantisch Schiereiland. Om te bepalen welke gebieden in aanmerking komen voor bescherming, is met computersoftware een enorme berg informatie geanalyseerd over het leefgedrag van de dieren in dit deel van de Zuidelijke Oceaan.

Argentinië en Chili vroegen de andere landen in de commissie ook om input. ‘We streefden echt naar een collectieve visie,’ zegt Mercedes Santos, marien bioloog en als onderzoeker verbonden aan het Instituto Antártico Argentino, onderdeel van het Argentijnse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Een van de doelen van de commissie is de eco-systemen van het schiereiland klimaatbestendig maken, vooral door te reguleren waar wel en niet mag worden gevist. Een belangrijke maatregel, juist omdat in de Zuidelijke Oceaan zo veel dieren afhankelijk zijn van krill.

Stormbandpinguïn-paartjes – nog vuil van het kruipen naar hun ijsvrije nestelplaats – gooien hun kop achterover en bakenen toeterend hun territorium af. De buren vallen in en al snel doet de halve kolonie mee. Het aantal stormbandpinguïns op het schiereiland lijkt af te nemen, een teken dat de Zuidelijke Oceaan ingrijpend verandert – mogelijk door klimaatverandering en de commerciële vangst van krill, een voedselbron voor pinguïns.

Foto van Thomas P. Peschak

‘Zeereservaten kunnen de gevolgen van klimaatverandering niet voorkomen, maar verlagen wel de druk op het ecosysteem,’ aldus Santos. Het quotum voor krillvangst rond het schiereiland staat nu op 155.000 ton per jaar: minder dan één procent van de totale biomassa. Volgens experts moet dit leiden tot duurzame visserij – mits er gericht op krill wordt gevist.

'Pinguïns die geen krill meer kunnen vinden, hebben er geen boodschap aan dat het opgeviste krill slechts een klein percentage bedroeg van de totale hoeveelheid in de regio,’ zegt Lynch.

Als je de afgelopen tien tot vijftien jaar analyseert, zie je dat vissers steeds weer terugkeren naar dezelfde plekken,’ zegt César Cárdenas van het Instituto Antártico Chileno. Ze vissen graag in krillrijke gebieden, waar walvissen en pinguïns hun voedsel halen. In 2020 bleek uit een analyse van ruim dertig jaar aan verzamelde gegevens dat pinguïns slecht gedijen in gebieden waar lokaal veel krill wordt gevangen. Hierbij werd gekeken naar het aantal nakomelingen en het gewicht van de jongen.

Door de krillvisserij in bepaalde delen van het reservaat aan banden te leggen, blijft er genoeg krill over voor foeragerende pinguïnouders. Die hoeven dan niet te concurreren met vissersboten in hun zoektocht naar voedsel voor hun jongen. Nu de wetenschappelijke basis voor een zeereservaat bij het Antarctisch Schiereiland is gelegd, is de volgende stap een politieke: alle neuzen van de commissie dezelfde kant op zien te krijgen. De krillvisserij is een heet hangijzer en beslissingen zullen niet zonder slag of stoot worden genomen. Kijk alleen al naar de onderhandelingen over het zeereservaat in de Rosszee, die vier jaar geleden eindelijk werden afgerond.

Deze ezelspinguïns nemen even pauze. Met de klauwen aan hun poten zijn ze een drijvende ijsberg opgeklommen. Hun aantal op het Antarctisch Schiereiland is de laatste vier decennia verzesvoudigd. Ezelspinguïns zijn minder afhankelijk van krill dan stormband- en adeliepinguïns

Foto van Thomas P. Peschak

De Rosszee ligt tussen Marie Byrdland en Victorialand, zo’n 3700 kilometer ten zuiden van Christchurch, Nieuw-Zeeland. Deze diepe baai in Antarctica wordt ook wel ‘de laatste oceaan’ genoemd. Als een van de grootste onaangetaste mariene ecosystemen ter wereld herbergt de baai een grote verscheidenheid aan roofdieren: orka’s, sneeuwstormvogels, weddellzeehonden, keizerspinguïns en adeliepinguïns.

Al het bijzondere zeeleven waarom Antarctica bekendstaat, komt hier in grote aantallen voor,’ zegt Cassandra Brooks, een zeeonderzoeker die de Zuidelijke Oceaan al sinds 2004 bestudeert. ‘Om die reden schaarde de hele internationale gemeenschap zich achter het beschermen van deze specifieke regio.’

Naarmate klimaatverandering serieuze vormen aannam en de commerciële visserij op de Antarctische tandvis, halverwege de jaren 2000, snel toenam, is het beschermen van de Rosszee topprioriteit geworden. Toch ging er nog tien jaar wetenschappelijk onderzoek en vijf jaar intensief lobbyen door het CCAMLR aan vooraf voordat het zeereservaat werkelijkheid werd.

De onderhandelingen liepen regelmatig vast op de visserijrechten en de voorgestelde grenzen van het reservaat. Belangrijke visserijlanden als Noorwegen en Zuid-Korea sloten zich pas aan toen de oppervlakte van het reservaat met veertig procent werd ingedamd – later werd het gebied echter weer uitgebreid tot bijna de oorspronkelijk voorgestelde omvang. Van commerciële visvangst is in de Rosszee nog geen sprake, maar die mogelijkheid werd wel opengehouden. In 2015 stapte ook China aan boord, toen er een onderzoekszone voor krill werd aangewezen en er een akkoord werd bereikt over krillvangst in de viszone voor tandvis.

In 2016 lag alleen Rusland, voorzitter van de commissievergadering oktober van dat jaar, nog dwars. Een van de laatste aanpassingen was de toevoeging van een vervalbepaling die erin voorziet dat de bescherming van de Rosszee na 35 jaar wordt herzien.

Van alle pinguïnsoorten aan de westkust van het schiereiland zijn adeliepinguïns het sterkst afhankelijk van ijs. Nu dit smelt, neemt hun aantal af. Maatregelen voor dit deel van de Zuidelijke Oceaan ‘kunnen de gevolgen van klimaatverandering niet voorkomen, maar verlagen wel de druk op het ecosysteem’, zegt de Argentijnse marien bioloog Mercedes Santos, die een belangrijke rol speelde bij de plannen voor het nieuwe zeereservaat.

Foto van Thomas P. Peschak

Na twee weken vergaderen was de kogel door de kerk: de commissieleden riepen een gebied van zo’n 1,5 miljoen vierkante kilometer oceaan en 474.000 vierkante kilometer onder het Ross-ijsplateau uit tot zeereservaat: het grootste ter wereld, in oppervlakte gelijk aan Mexico.

‘Iedereen klapte en viel elkaar huilend om de hals,’ vertelt Brooks. ‘Zo’n bijzonder moment.’ 

In juni 2021 kreeg de commissie de steun van de regeringsleiders van de G7 voor het opzetten van een netwerk van zeereservaten in de Zuidelijke Oceaan. Naast het Antarctisch Schiereiland komen nog twee regio’s voor deze status in aanmerking: Oost-Antarctica en de Weddellzee. De EU, Australië, Noorwegen, het VK en Uruguay spelen hierin een voortrekkersrol. En na jaren van afzijdigheid onder president Trump zijn ook de VS weer aangehaakt, onder leiding van oud-minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, die zeer actief was in de onderhandelingen over de Rosszee.

Tijdens de commissievergadering van oktober 2021 werden vanwege covid alleen virtuele knuffels gegeven. We vieren dit jaar het zestigjarig jubileum van het Verdrag inzake Antarctica, een opsteker voor iedereen die de Zuidelijke Oceaan een warm hart toedraagt. Om te spreken in de woorden van Mercedes Santos: ‘Het herinnert ons eraan dat we opnieuw geweldige stappen moeten zetten.’

Helen Scales schreef eerder over de bedreigde keizerspinguïn (06-2020). Fotograaf Thomas P. Peschak is Director of Storytelling bij de Save Our Seas Foundation.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in National Geographic Magazine, Editie 11, 2021.

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Dieren
Pandagekte: een korte geschiedenis
Dieren
Hello, Goodbye: dieren op Schiphol
Dieren
Waarom hebben deze apen een groot kleurig achterste?
Dieren
Nog nooit zagen we de kop van een tyrannosaurus zo goed
Dieren
Hackende stropers: de gevaren van het tracken van wildlife

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.