Reizen

10x Geheimen van Machu Picchu

Dit oude centrum van de Inca’s hield eeuwenoude (en enkele minder oude) geheimen binnen zijn imposante muren.

Door Mark Adams, author of Turn Right at Machu Picchu

1. Het is niet de ‘Verdwenen stad’ van de Inca’s.

Toen ontdekkingsreiziger Hiram Bingham III in 1911 op Machu Picchu stuitte, was hij op zoek naar een andere stad, die bekend stond als Vilcabamba – de verborgen hoofdstad waar de Inca’s na de komst van de Spaanse conquistadores in 1532 naartoe waren gevlucht. Na verloop van tijd kwam deze stad bekend te staan als de legendarische ‘Verdwenen stad van de Inca’s’. Bingham besteedde een groot deel van zijn leven aan het aandragen van bewijzen voor de theorie dat Machu Picchu en Vilcabamba één en dezelfde plek waren, een theorie die pas na zijn dood definitief werd ontkracht. (Tegenwoordig denkt men dat het echte Vilcabamba zo’n tachtig kilometer ten westen van Machu Picchu moet zijn gebouwd.) Het beeld dat Machu Picchu ooit totaal in vergetelheid raakte, is door recent onderzoek ter discussie gesteld. Toen Bingham er arriveerde, woonden op de vindplaats drie gezinnen.

2. Aardbevingen zijn niet ongewoon.

De stenen in de mooiste gebouwen van het Incarijk werden zonder mortel op en naast elkaar geplaatst. Ze waren zó precies uitgehakt en in elkaar gezet dat er ook tegenwoordig nog geen creditcard tussen past. Afgezien van de duidelijk esthetische uitstraling van deze bouwstijl, zijn er ook technische voordelen aan verbonden: Peru is een seismisch actief land – zowel Lima als Cuzco is door aardbevingen met de grond gelijkgemaakt – en Machu Picchu zelf werd boven op twee breuklijnen gebouwd. naar verluidt ‘dansen’ de stenen van deze Incagebouwen tijdens een aardbeving: ze schudden door de trillingen heen en weer en op een neer, maar vallen daarna weer terug op hun plek. Zonder deze bouwmethode zouden veel van de bekendste bouwwerken van Machu Picchu al lang geleden zijn ingestort.

3. Veel van de meest imposante elementen zijn onzichtbaar.

Terwijl de Inca’s beroemd zijn om hun prachtige bouwwerken, waren ook hun infrastructurele werken ongelooflijk geavanceerd. (Vooral als we bedenken—en dat doen we regelmatig—dat deze cultuur noch trekdieren, noch ijzeren gereedschappen noch het wiel kende.) De plek die we vandaag de dag zien, moest worden uitgehakt uit een inkeping tussen twee kleine bergen, door rotsen en stenen weg te halen en zo een betrekkelijk vlak plateau te creëren. De ingenieur Kenneth Wright schat dat zestig procent van het constructiewerk in Machu Picchu in de ondergrond zit. Veel daarvan bestaat uit diepe fundamenten en verbrijzelde stenen die fungeren als drainagemateriaal. (Iedereen die Machu Picchu in het regenseizoen heeft bezocht, kan vertellen dat er op deze plek erg veel regen valt.)

4. Je kunt naar de ruïnes lopen.

Een uitstapje naar Machu Picchu kan veel dingen omvatten, maar geen ervan is goedkoop. Een treinticket vanuit Cuzco kan ruim honderd dollar kosten en toegangskaartjes nog eens 43 dollar. En het retourtje met de bus over de weg van en naar de 609 meter hoge helling waarop de Incaruïnes liggen, kost nog eens 14 dollar. Maar als je een beetje inspanning niet erg vindt, kun je helemaal gratis naar boven en weer terug lopen. Het steile voetpad volgt ongeveer de route die ook Hiram Bingham in 1911 koos en levert prachtige uitzichten over het gehele historische complex van Machu Picchu op, dat er nog altijd bij ligt zoals het er in de tijd van Bingham uit moet hebben gezien. De klim is inspannend en neemt ongeveer anderhalf uur in beslag.

5. Er staat een groot, onbekend museum waar niemand komt.

Voor bezoekers die gewend zijn aan bordjes met uitleg in de nationale parken, is een van de vreemdste dingen van Machu Picchu dat er vrijwel geen informatie over de plek wordt aangeboden. (Deze tekortkoming heeft één voordeel: de ruïnes zien er nog altijd ‘schoon’ uit.) Het uitstekende Museo de Sitio Manuel Chávez Ballón (acht dollar entree) vult veel ontbrekende kennis over de wijze waarop Machu Picchu werd gebouwd, en ook met welk doel. (De bordjes met uitleg zijn in het Engels en Spaans). Ook wordt duidelijk waarom de Inca’s zo’n bijzondere natuurlijke plek voor de citadel kozen. Maar eerst moet je het museum zien te vinden. Het is onhandig weggestopt aan het einde van een lange, onverharde weg nabij de voet van Machu Picchu, op ongeveer een halfuur lopen van het stadje Aguas Calientes.

6. Je kunt meer dan één piek beklimmen.

Lang vóór zonsopgang staan er buiten het busstation van Aguas Calientes al enthousiaste bezoekers in de rij, in de hoop de eersten te zijn die de plek bezoeken. Waarom? Omdat alleen de eerste vierhonderd mensen die een kaartje kopen, in aanmerking komen voor de beklimming van de Huayna Picchu (de kleine groene berg in de vorm van de hoorn van een neushoorn die op veel foto’s van Machu Picchu op de achtergrond is te zien.) Bijna niemand neemt de moeite om de piek tegenover de beroemde ruïnes te beklimmen, de berg Machu Picchu zelf. Met zijn vijfhonderd meter is hij tweemaal zo hoog en hij biedt een schitterend uitzicht over de omgeving van de ruïnes; vooral de kolkende rivier de Urubamba, die zich als een kronkelende slang om Machu Picchu heen slingert, is spectaculair.

7. Er staat een geheime tempel.

Mocht je een van de gelukkigen zijn die vroeg zijn opgestaan en een plekje op de gastenlijst van de Huayna Picchu hebben veroverd, dan zou het zonde zijn om alleen de berg te beklimmen, een paar kiekjes te nemen en weer te vertrekken. Neem de tijd om over een ietwat angstaanjagend voetpad naar de Tempel van de Maan te lopen, die op de achterzijde van de Huayna Picchu staat. In een grot is daar een soort ceremoniële schrijn gebouwd, met prachtig steenhouwwerk en niches waarin ooit waarschijnlijk mummies werden bijgezet.

8. Er kunnen nog altijd dingen ontdekt worden.

Wie van de gebaande paden afwijkt en wat verder van de hoofdruïnes van Machu Picchu afdwaalt, ziet her en der zijpaden in de dichte junglevegetatie verdwijnen. Waarheen ze leiden? Niemand die het weet. Omdat het nevelwoud in de omgeving van Machu Picchu snel groeit, kunnen in de buurt nog onbekende routes en ruïnes onder de vegetatie liggen verscholen. Deze zomer worden meerdere, pas gerenoveerde stelsels van terrassen voor het eerst voor het publiek geopend.

9. Deze plek is een soort kompas.

Vanaf het moment dat Hiram Bingham in 1911 naar Machu Picchu omhoog klauterde, was het voor bezoekers duidelijk dat de natuurlijke locatie van de ruïnes even belangrijk is als de bouwwerken zelf. Uit recent onderzoek is gebleken dat de plek en de oriëntatie van de belangrijkste gebouwen duidelijk zijn beïnvloed door de positie van naburige heilige bergen of apus. Een pijlvormige steen boven op de top van de Huayna Picchu lijkt naar het zuiden te wijzen, direct naar de beroemde Intihuatana-steen en vervolgens naar de berg Salcantay, een van de meest vereerde apus in de kosmologie van de Inca’s. En op belangrijke dagen van de Incakalender zie je de zon achter andere belangrijke pieken opkomen.

10. Het was mogelijk het eindpunt van een pelgrimsroute.

Volgens een nieuwe theorie, voorgesteld door de Italiaanse archeoastronoom Giulio Magli, zou de reis naar Machu Picchu vanuit Cuzco een ceremonieel doel hebben gediend: een weerspiegeling van de hemelse reis die de eerste Inca’s volgens de legende maakten toen zij vertrokken van het Eiland van de Zon in het Titicacameer. In plaats van de logische route langs de oever van de rivier de Urubamba te volgen, legden de Inca’s het omslachtige maar ongelooflijk vernuftige Incapad aan, dat volgens Magli de pelgrims voorbereidde op hun aankomst in Machu Picchu. Het laatste traject van de bedevaart zou zijn geëindigd in de bestijging van de trap naar de Intihuatana-steen, het hoogste punt van de hoofdruïnes.

Lees meer