De wereldwijde verspreiding van het coronavirus hindert reizigers. Blijf op de hoogte van de wetenschap achter de uitbraak>>

In het regenwoud van Suriname

Per korjaal over de Boven-Suriname: vaar mee door het haast ondoordringbare regenwoud van Suriname.

Foto's Van René Koster
Gepubliceerd 7 nov. 2017 11:38 CET, Geüpdatet 5 nov. 2020 07:04 CET
De korjaal is een handig vervoermiddel voor een tocht door het binnenland van Suriname.
De korjaal is een handig vervoermiddel voor een tocht door het binnenland van Suriname.
Foto van René Koster

BIJ HET DORP POKIGRON, net onder het stuw-
meer Brokopondo, houdt de weg op. Het kraagje langs de kust mag enigszins ontwikkeld zijn, ongerepte natuur heerst in Suriname. En die heerschappij begint hier, in al haar groene glorie. Atjoni heet de aanlegplaats bij Pokigron. Tientallen kleurrijke korjalen liggen aangemeerd op het strandje aan de Boven-Suriname. Dit is het startpunt van onze reis naar de oorsprong van de Surinamerivier. Die bevindt zich zo’n tachtig kilometer stroomopwaarts, een plek waar je alleen kunt komen via de rivier die dwars door het regenwoud meandert.

De jungletocht gaat tot Tapawatra Sula, wat ‘stroomversnelling’ betekent, bij het dorpje Djoemoe. Het is het punt waar de Pikin-Rio en de Gran-Rio, de twee bronrivieren van de Surinamerivier die ontspruiten in het Eilerts de Haan- en het Oranjegebergte, samenvloeien. Namen op kaarten waar ik als jongen op de basisschool een jaar naar staarde en bij wegdroomde. Het was in de vijfde klas dat de kaart van Suriname recht tegenover mijn tafel hing en ik mijzelf beloofde er ooit heen te gaan – naar dat land met de naam van een rivier die door de Amazone kronkelt. Naar de oorsprong van die rivier wilde ik. Over twee dagen ben ik er.

De korjaal in verschillende kleuren.
Foto van René Koster

De korjaal is – naast een vliegtuigje – het enige vervoersmiddel om dieper in Surinames binnenland te geraken. De randen van deze met vuur uitgeholde boomstam worden opgehoogd door planken aan weerszijden. Karton onder met spijkertjes vastgezette metalen strips wordt gebruikt om lekken tegen te gaan. Echt waterdicht is het niet, maar ach. De bomen zijn voor- handen, en sterk. Zeker in dit jaargetijde, de Grote Droge Tijd, is de robuustheid van het hout essentieel, want botsingen met rivierstenen zijn schering en inslag.

Het waterpeil van de Surinamerivier staat op z’n allerlaagst. Waar het donkerbruine water op z’n hoogtepunt breed en diep door de jungle meandert, zien we nu de bodemrotsen boven het water uitsteken en het warme water er soms met grote versnelling om- heen stromen. Deze door het water gepolijste rotsen hebben vier kleurlagen: van licht naar donker. ‘Dat zijn de jaargetijdelijnen,’ weet Nelson. ‘Hoe langer de steen boven water ligt, hoe donkerder het kleurt door de zon.’

Met de korjaal moet je soms ook de grote versnelling stromen kunnen trotseren.
Foto van René Koster

De smalle korjaal spat over de deining van het water en beukt links op een rots. Drie aasgieren cirkelen boven de bosrand, waarschijnlijk met hun oog op een vers karkas. Het is twaalf uur ’s middags en de hitte is met 42 graden en een luchtvochtigheid van zo’n 80 procent allesverzengend. De geur van het water geeft het vermoeden van verkoeling, maar dat is een illusie: het heeft ongeveer dezelfde temperatuur als een bubbelbad. Aan beide zijden van het water buigen woudreuzen van alle soorten en maten zich naar de rivier toe.

Het wolkenloze blauw van de lucht steekt scherp af tegen het smaragdgroen – zo op het oog het summum van lieflijkheid. Maar achter de bosrand loeren het onbekende en oneindig veel manieren om te sterven voor de onervarene zonder gids. ‘Jaguars en poema’s,’ zegt Chapeau wanneer we door het regenwoud ploeteren en hij met zijn machete lianen weghakt. ‘Je ziet ze niet. Eigenlijk nooit. Maar ze zien jou wel. Misschien nu ook wel. Je hoort ze niet aankomen. De jaguar bespringt je van achteren en met zijn krachtige kaken kraakt hij met één beet je schedel.’ Best bruut.

Ook kaaimannen kom je tegen in de Surinaamse rivieren. Deze groep reptielen is echter vrij onschadelijk.
Foto van René Koster

Maar ook in het kleine kan een zekere dood huizen. Neem Phyllobates terribilis, familie van de pijlgifkikkers. Wanneer dit felgekleurde kikkertje zich bedreigd voelt, scheidt hij via klieren een gif uit dat zorgt voor stuiptrekkingen, hartritmestoornis en vervolgens een bezoek van de man met de zeis. Twee tiende van een milligram van het goedje is al genoeg. Het gif van een enkele kikker kan zo’n 50 mensen doden. En wat dacht je van de zwerf- spin, die naast extreem giftig en zeer agressief ook enorm snel is? Het gif van de spin heeft een neurotoxische werking waarbij de ademhalingsspieren verlammen en er uiteindelijk mee stoppen. Eén beet kan al fataal zijn.

Het complete verhaal is te lezen in het septembernummer van National Geographic Traveler. In hetzelfde nummer vind je ook het verhaal:

Slovenie: Op zoek naar beren
Krakau: De ster van Polen
Manchester: Stad van de revolutie
Photogallery: Nieuw-Zeeland vanuit de lucht

Raja Ampat: Paradijs in West-Papoea

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.