Veteranen graven bommenwerper uit Tweede Wereldoorlog op

De opgraving in Engeland werpt licht op een verhaal van moed, verlies en genezing.

Gepubliceerd 13 sep. 2021 11:29 CEST
B-24 Bombers In Mid-Flight

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vlogen B-24 Liberator-bommenwerpers vanaf bases in Engeland. Dit waren belangrijke wapens in de strijd om Europa te bevrijden van het juk van de nazi’s.

Foto van Photograph via Bettmann/Getty Images

Het is een heiige zomerdag in het zuiden van Engeland en het platteland van Sussex sluimert in de hitte. Op een weiland van een familieboerderij, zo’n vijftien kilometer ten westen van het oude kasteel van het middeleeuwse marktplaatsje Arundel, is een internationaal team van veteranen en archeologen van de University of York bezig met het methodisch zeven van hopen aarde die zijn opgegraven uit een diepe geul.

Gezien de lange geschiedenis van Arundel wijst de plek van de opgraving op een verrassend recente gebeurtenis, namelijk de Tweede Wereldoorlog, toen hier op 22 juni 1944 een zware Amerikaanse bommenwerper van het type B-24 Liberator neerstortte, nadat hij tijdens een dagvlucht boven Frankrijk zwaar was beschadigd. De opgraving werpt licht op een onbekend – en voorlopig nog niet voltooid – verhaal van moed, heldhaftigheid, vliegkunst en uiteindelijk ook verlies.

Van de tien bemanningsleden van de bommenwerper slaagden zeven erin om bij het naderen van de Britse kust uit het gedoemde vliegtuig te springen: de bomrichter, de boordschutters, de marconist en de navigator werden allemaal veilig en wel opgepikt uit het Kanaal of spoelden aan op Zuid-Engelse stranden. Maar de cockpitbemanning bleef achter om het vliegtuig in een stabiele positie te houden en de andere bemanningsleden de kans te geven zich in veiligheid te brengen. De piloot, copiloot en boordwerktuigkundige gingen met de bommenwerper ten onder toen het gevaarte – kort nadat de andere bemanningsleden waren gesprongen – zich met een enorme explosie in een akker boorde.

Een van de vele B-24’s die in de strijd verloren gingen. Deze werd op de terugweg van een bombardement boven Oostenrijk aangevallen door Duitse jachtvliegtuigen. De bommenwerper vloog in brand en explodeerde. De tien bemanningsleden kwamen allemaal om. “Het gebeurde zo snel, ze maakten geen schijn van kans,” zou de fotograaf hebben gezegd.

Foto van L. S. Stoutsenberger/Keystone/Getty Images

Het lichaam van de copiloot, kapitein John Crowther, werd uit het wrak geslingerd en snel gevonden en geïdentificeerd, waarna het in 1946 werd overgebracht naar de VS, om daar in Crowthers thuisstaat New York te worden begraven. De stoffelijke resten van de piloot, tweede-luitenant William Montgomery, en van de boordwerktuigkundige, sergeant John Holoka jr., werden nooit geborgen. Sindsdien staan de twee militairen geregistreerd als vermist.

“Dat is iets waar we hopelijk verandering in kunnen brengen,” zegt hoofdarcheoloog Stephen Humphreys, de man achter het programma American Veterans Archaeology Recovery (AVAR). In samenwerking met de vakgroep archeologie van de University of York en onder auspiciën van de US Defense POW/MIA Accounting Agency (DPAA), zijn Humphreys en zijn team op zoek naar stoffelijke resten van de twee vermiste vliegers. Alles wat ze vinden, zal voor nadere analyse en – hopelijk – identificatie naar het forensisch lab van de DPAA op Hawaï worden gestuurd. Humphreys: “Dat werd ook tijd. We willen deze mannen naar huis brengen en hun familie een gevoel van afsluiting geven.”

Lees ook: Bijzondere berging van vliegtuigwrak uit WOII in het Markermeer

Amerikaans grondpersoneel richt brandslangen op het brandende wrak van een B-24, nadat de bommenwerper in 1944 neerstortte op een vliegveld in Zuid-Italië.

Foto van Photograph via Photo12/UIG/Getty Images

Maar de zoektocht naar de vermiste vliegers zorgt ook voor genezing en afsluiting voor andere betrokkenen. De meeste vrijwilligers die aan de opgraving deelnemen, zijn namelijk zelf veteranen – mannen en vrouwen die in Irak en Afghanistan hebben gediend. Velen van hen liepen daar fysieke verwondingen op of lijden als gevolg van hun inzet aan post-traumatische stress.

“Het idee achter AVAR is om archeologie als een vorm van therapie te gebruiken,” zegt Humphreys, voormalig kapitein in de Amerikaanse luchtmacht en nu hoofdonderzoeker van de vakgroep archeologie van de University of York. Sinds 2016, toen Humphreys het inmiddels bekroonde AVAR-programma opzette, zijn er vijftien opgravingen op uiteenlopende plekken verricht, van slagvelden uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog in de staat New York tot hellenistische tempels in Israël en vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog op Sicilië en in Groot-Brittannië. Voor veel veteranen die moeite hebben weer hun plek in het gewone leven te vinden heeft het programma als reddingsboei gefungeerd.

Een internationaal team van veteranen en archeologen graaft de resten op van een B-24 met de bijnaam Johnny Reb, die in juni 1944 neerstortte bij Arundel in Engeland. Zeven van de tien bemanningsleden van het vliegtuig sprongen en overleefden de crash. Drie kwamen om.

Foto van Mackenze Burkhart, AVAR

Steve Roskams, archeoloog aan de Universiteit van York, zoekt naar artefacten tijdens de recente opgraving bij Arundel.

Foto van Mackenze Burkhart, AVAR

“Voor mij heeft het enorm veel uitgemaakt,” zegt Karen Reed, een voormalige rakettechnicus van de NASA die bij de luchtmacht ging om na 9/11 iets voor haar land te kunnen betekenen. Haar expertise op het gebied van satelliettechnologie en inlichtingenwerk kwam goed van pas om speciale eenheden te helpen bij het plannen van hun operaties, en Reed begeleidde deze troepen ook vaak in het veld. Na drie tours of duty vol verschrikkingen in Irak en Afghanistan keerde ze gedeprimeerd en ontheemd in de VS terug.

“Ik liep een serieus risico om een van de ‘Twenty-Two’ te worden,” zegt ze, verwijzend naar de naar schatting 22 veteranen per dag die in de VS zelfmoord plegen. Maar nu zit ze in de stralende Engelse zon aarde door te spitten en zoekt ze naar voorwerpen waarmee een 77 jaar oud verhaal eindelijk kan worden afgesloten. “Het geeft immens veel bevrediging om dit te doen, om iets bij te dragen aan het thuisbrengen van deze jongens.”

Lees ook: De ongeziene slachtoffers van de luchtoorlog boven Nederland

Gregg Ashcroft, een voormalige paratroeper van de Amerikaanse luchtmacht die in Afghanistan diende, is het met haar eens. “Ik heb de mannen die bij deze crash zijn omgekomen natuurlijk nooit gekend, maar er is wel een verband. Deze jongens waren mijn voorlopers bij de luchtmacht. Door ze naar huis te brengen, gaat hun verhaal deel uitmaken van mijn verhaal.”

De opgraving is een zeer persoonlijke ervaring. De hopen aarde die op de plek van de crash zijn opgegraven hebben tot dusver een pilotenhorloge, een ID-polsbandje van de Amerikaanse luchtmacht en een paar militaire ID-plaatjes in verbluffend goede staat opgeleverd, naast de resten van een laars met een hak die aan één kant is afgesleten, wat erop wijst dat hij door iemand werd gedragen die doorgaans in wandeltempo liep.

De militaire operatie die in deze akker in Sussex ten einde kwam, begon zo’n 240 kilometer verderop, op de luchtmachtbasis RAF Halesworth in Suffolk, destijds de thuisbasis van de 489ste Bomber Group van de Amerikaanse luchtmacht. Het doelwit van die dag in 1944 was een vliegveld van de Duitse Wehrmacht in Saint-Cyr, even ten westen van Parijs. Niets in de missiebriefing wijst erop dat deze operatie riskanter zou zijn dan gebruikelijk, zo herinnerde zich missieleider kapitein Francis Bodine later in het boek History of the 489th, een naoorlogs verslag dat werd opgesteld door de voormalige bommenrichter van de groep, Charles Freudenthal. “Er was weinig kans op contact met vijandelijke gevechtsvliegtuigen en het weer was zonnig en onbewolkt. De enige voorbode van de problemen die later zouden opdoemen, was een waarschuwing dat het vliegveld werd verdedigd met radargestuurd luchtafweergeschut dat normaliter vrij doeltreffend was.”

Terwijl de Britse bommenwerpers vooral ’s nachts vlogen, voerden de Amerikaanse bommenwerpers overdag zeer riskante operaties uit. In 1943 had een Amerikaanse piloot maar een kans van één op vijf om de 25 missies die hij moest uitvoeren te overleven.

Foto van Photograph via PhotoQuest/Getty Images

Ze zouden de aanval op een hoogte van 6700 meter inzetten en daarbij bommen van tweeduizend pond afwerpen. De vliegtijd zou heen en terug ongeveer vijf uur bedragen. De operatie werd uitgevoerd door 43 B-24 Liberators, waaronder een bommenwerper met het ID-nummer 42-94826, oftewel de ‘Johnny Reb’, die werd gevlogen door de 24-jarige luitenant William Montgomery.

Montgomery en zijn bemanning waren pas een maand eerder in Engeland neergestreken nadat ze hun training op de Wendover Air Force Base in Utah hadden afgerond. In de paar weken dat ze op RAF Halesworth waren gestationeerd, waren ze al vaak in actie gekomen, onder andere op missies ter voorbereiding van D-Day en op D-Day zelf. De vlucht naar Saint-Cyr verliep zonder problemen. De bommenwerpergroep bereikte het doelwit rond zeven uur ’s avonds, op een onbewolkte zomerdag waarop de Eiffeltoren in de verte was te zien. Maar boven Saint-Cyr begonnen de problemen vrijwel meteen. Het radargestuurde luchtafweergeschut rond het vliegveld bleek dodelijk doeltreffend te zijn.

“Slechts een paar seconden nadat we de bommen hadden afgeworpen, werden we hard geraakt door flak,” herinnerde tweede-luitenant Henderson zich. Het verslag van de bommenrichter aan boord van de ‘Johnny Reb’ zou later in het officiële vermissingsrapport worden opgenomen. Het vliegtuig viel ongecontroleerd naar een hoogte van amper zeshonderd meter voordat Montgomery en zijn copiloot, de 21-jarige kapitein John Crowther, erin slaagden het toestel weer enigszins onder controle te krijgen. Maar de bommenwerper had enorm veel schade opgelopen. De beide rolroeren waren buiten werking en de bemanning kon nog maar één van de twee richtingsroeren en één hoogteroer bedienen. Ook was de kap van de linkermotor geheel weggeschoten. “Er moeten zo’n honderd gaten in het vliegtuig hebben gezeten,” schatte Henderson.

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog waren er meer dan achttienduizend B-24’s gebouwd. Het vliegtuig was daarmee het meest in massa geproduceerde vliegtuig uit de geschiedenis.

Foto van Photograph via GL Archive/Alamy

Met zo weinig controle over het toestel verzocht Montgomery bommenrichter Henderson, de boordschutters en de marconist om naar de staart van het vliegtuig te kruipen, in de hoop dat de neus van het toestel door het gewicht van de mannen weer omhoog zou komen. Van de marconist kreeg Montgomery de juiste peiling door voor de toegestane corridor om terug te keren naar Engeland. Met slechts één richtingsroer en één hoogteroer zetten hij en copiloot Crowther koers naar Engeland en wisten die twee uur lang aan te houden. “We slaagden erin om in de buurt van de formatie te blijven, uiteraard op veel lagere hoogte, totdat we de Franse kust bereikten,” herinnerde Henderson zich. Het was een opmerkelijk staaltje van vliegkunst.

Lees ook: Bombardement op Hamburg was voorproefje van atoombom op Hiroshima

Maar boven het Kanaal nam de vlucht een dodelijke wending. Terwijl de kalkrotsen van Sussex naderbij kwamen, zei Crowther via de intercom tegen de mannen in de staart van het vliegtuig dat ze zich moesten klaarmaken om uit het toestel te springen. Dat was volgens Henderson de eerste aanwijzing dat ze het misschien niet zouden halen. Daarna verliepen de gebeurtenissen in de cockpit razendsnel. Een paar tellen nadat Crowther de mannen had gezegd om zich voor te bereiden, gaf hij het bevel om te springen. Zes mannen sprongen uit het cameraluik in de staart, terwijl de marconist uit de neus van het toestel sprong. De piloot, copiloot en boordwerktuigkundige, de 19-jarige sergeant John Holoka jr., bleven achter.

‘Zware dag’

“Het vliegtuig kwam uit die richting, boven die bomen daar,” vertelt de 57-jarige James Sellers, eigenaar van de boerderij waar de Amerikaanse bommenwerper al die jaren geleden neerstortte; het boerenbedrijf is al drie generaties in het bezit van zijn familie. “Het was ongeveer negen uur ’s avonds,” vertelt hij. “Mijn vader was destijds nog een klein kind en stond op het punt om naar bed te gaan toen hij de razende motoren van een vliegtuig in een wanhopige duikvlucht hoorde naderen, gevolgd door een explosie die de aarde deed trillen.”

Het vliegtuig stortte vlak naast de kippenren van de familie Sellers op een akker neer, zo’n honderd meter van de boerderij zelf. “Hij kwam bijna verticaal naar beneden,” vertelt Sellers. “Er bleef bijna niets van over: alleen vijf smeulende kraters op rij, waarin de vier motoren en de romp lagen, als een perfecte doorsnede van het vliegtuig.”

De politie lokaliseerde het lichaam van de copiloot; de grootvader van Sellers vond en begroef lichaamsdelen van de andere twee mannen. De kraters bleven nog tien dagen ondergronds doorsmeulen, waarbij de vijfduizend stuks kogels van het .50-boordgeschut onophoudelijk als vuurwerk bleven ontploffen. De zeven mannen die uit het vliegtuig waren gesprongen, werden al snel weer ingezet en vlogen nog andere missies boven Frankrijk. Dit waren harde tijden en het waren geharde mannen. Bommenrichter Henderson besloot zijn ooggetuigenverslag van de crash met de spaarzame woorden: “Zware dag.”

Het leven en het conflict gingen verder. Na de oorlog werd het lichaam van copiloot Crowther naar de VS teruggebracht en werden de namen van tweede-luitenant William Montgomery en sergeant John Holoka jr. toegevoegd aan de Wall of the Missing, een monument op de Amerikaanse Militaire Begraafplaats in Cambridge, Engeland, waar soldaten worden geëerd van wie nooit stoffelijke resten zijn gevonden.

Grondpersoneel zwaait een B-24 uit wanneer het een vliegveld in Engeland verlaat om doelen boven het Europese vasteland te bombarderen in de aanloop naar D-Day.

Foto van Photograph via Popperfoto/Getty Images

“Ook hier in Arundel wisten veel mensen niets over het neerstorten van dit vliegtuig,” zegt Sellers. “Tijdens de oorlog werd er niet over gesproken. Dat deed je gewoon niet. Als je iets zag, dan hield je dat voor je. Ook na de oorlog wilde niemand erover praten. Ikzelf wist er helemaal niets van totdat een paar mensen van een plaatselijke vereniging voor luchtvaartgeschiedenis langskwamen en de motoren probeerden uit te graven. Dat was in 1974, toen ik nog een kind was. Ik was verbluft.” (Luister naar de stemmen van de laatste overlevenden van de Tweede Wereldoorlog, die over hun ervaringen vertellen.)

Maar Sellers’ vader was de crash die hij als kind had meegemaakt niet vergeten, noch de Amerikaanse vliegeniers die op zijn akker waren gesneuveld. In 2017, toen hij al in de tachtig was, nam opa Sellers contact op met de POW/MIA Accounting Agency om uit te zoeken of er nog iets gedaan kon worden om de stoffelijke resten van de vermisten te vinden en te identificeren. Hij overleed twee jaar later maar leefde lang genoeg om mee te maken dat op de hoek van zijn akker een monument voor de omgekomen vliegeniers werd opgericht. “Dat was aan hem te danken,” zegt Humphreys, “en aan het respect dat hij altijd voor de plek van de crash heeft getoond. Het is de reden dat we hier nu zijn en de kans hebben deze jongens eindelijk naar huis te brengen.”

Voorlopig liggen de antwoorden in het laboratorium van de DPAA op Hawaï, waar botfragmenten die tijdens de opgravingen aan het licht zijn gekomen, worden geanalyseerd en aan DNA-tests worden onderworpen. Mochten de fragmenten afkomstig zijn van tweede-luitenant William Montgomery of sergeant John Holoka jr., dan zullen hun families eindelijk een formele overlijdensverklaring ontvangen en zal een gouden rozetje worden toegevoegd aan hun namen op de Wall of the Missing in Cambridge, om aan te geven dat deze mannen niet langer worden vermist.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in het Engels op nationalgeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.