Laatste oermaaltijd van Ötzi de ijsmummie bekend

Experts hadden twintig jaar nodig om zijn maag te vinden. Nu hebben ze zeer nauwgezet kunnen vaststellen wat de Ijsman kort voor zijn dood 5300 jaar geleden heeft gegeten.Tuesday, July 17, 2018

Door Maya Wei-Haas
Onderzoekers nemen monsters van de maaginhoud van Ötzi ‘de Ijsman’, om precies te kunnen bepalen uit welke plantaardige en dierlijke ingrediënten zijn laatste maaltijd bestond.

De maag van Ötzi zat niet op de plek waar je hem zou verwachten. Het verplaatste orgaan wist de geleerden zo’n twintig jaar lang op het verkeerde been te zetten. Maar toen ze in 2009 nieuwe röntgenopnamen bekeken, konden ze het raadsel eindelijk oplossen: de maag was om nog onduidelijk redenen onder de ribbenkast geschoven, naar de plek waar normaliter de longen zitten. Bovendien was hij helemaal gevuld.

Onderzoekers zijn als sinds 1991, toen een stel bergwandelaars de 5300 jaar oude jager in de Ötztaler Alpen ontdekten, bezig met het bestuderen van elke millimeter van zijn bevroren en verschrompelde lichaam, op zoek naar aanwijzingen over zijn leven in de oertijd en zijn gewelddadige dood. Ze hebben zijn overjas van schapenvacht en broek van geitenleer onderzocht, zijn tandberderf geanalyseerd, een bult op zijn teen – waarschijnlijk veroorzaakt door bevriezing – bestudeerd, studie gedaan naar de eitjes van parasitaire wormen in zijn ingewanden en alle tatoeages op zijn huid in kaart gebracht.

En nu hebben ze zijn maaginhoud aan een hele reeks tests onderworpen en daaruit het laatste maal van deze jager kunnen opmaken: gedroogd vlees en vet van de alpensteenbok, edelhertenvlees, eenkoorntarwe en sporen van een giftige varen. De resultaten van het onderzoek, die vorige week in het tijdschrift Current Biology werden gepubliceerd, bieden een verbluffend inkijkje in een oeroud dieet en wijzen op mogelijke bereidingswijzen.

De verdwenen maag

Omdat onderzoekers de maag van Ötzi aanvankelijk nergens konden ontwaren, namen ze eind jaren negentig van de vorige eeuw toevlucht tot het bestuderen van de stikstofisotopen in het haar van de mummie om inzichten in zijn eetgewoonten te krijgen. Daaruit bleek dat de ijsmummie waarschijnlijk vegetariër was. Maar uit een latere analyse van Ötzi’s dikke darm werd duidelijk dat hij eerder een alleseter was, want hij at op de dag vóór zijn dood niet alleen granen maar ook edelherten- en geitenvlees.

Met dit laatste onderzoek probeerden de wetenschappers precies uit te vinden welke soorten ingrediënten Ötzi’s laatste maaltijd bevatte. En daarvoor hadden ze toch echt monsters uit zijn maaginhoud nodig.

Ze wisten de locatie van de verplaatste maag te achterhalen door naar Ötzi’s galstenen te kijken. Die ontstaan in de galblaas, een klein zakvormig orgaan dat zich onder de lever en vlakbij de maag bevindt. Door de positie van de omringende organen op röntgenscans met elkaar te vergelijken kon het team eindelijk de locatie van de maag vaststellen.

Maar om monsters van de maaginhoud te nemen moesten de wetenschappers de mummie eerst ontdooien. (Ötzi wordt permanent bij een ijzige temperatuur van zes graden onder nul bewaard, om te voorkomen dat de mummie door microben wordt aangetast.) Vervolgens gebruikten ze een endoscopisch instrument om elf stukjes bruingele materie uit de maag en de ingewanden te halen.

In tegenstelling tot het vochtige materiaal uit de ingewanden waren de monsters uit de maag brokkelig en droog. Volgens onderzoeksleider Frank Maixner waren ze feitelijk gevriesdroogd. “Ze zien er vrij interessant uit,” zegt hij.

Allereerst bekeek het team de monsters onder de microscoop. “We zagen meteen dat het een omnivoor dieet was,” zegt Maixner, die als microbioloog is verbonden aan het Institut für Mumienforschung in het Italiaanse Bolzano. In het materiaal waren kleine stukjes onverteerde planten en vlees te ontwaren, omringd door een vage klodder vet. Het team begon vervolgens aan een hele reeks analyses, waaronder tests op de aanwezigheid van DNA, proteïnen, lipiden, metabolieten en meer.

Ötzi's laatste maal

Uit de analyse van de lipiden en proteïnen bleek dat Ötzi waarschijnlijk zowel het vlees als het vet van de alpensteenbok (Capra ibex) heeft gegeten, een soort die nog altijd in de Ötztaler Alpen gedijt. Het hoge vetgehalte van de maaginhoud moet gunstig zijn geweest voor het ondernemen van energieverslindende bergtochten. “Ook al smaakt het vet van de alpensteenbok misschien vreselijk,” grapt Maixner.

Hoewel uit de DNA-analyses bleek dat Ötzi’s laatste maaltijd ook uit edelhert (Cervus elaphus) bestond, konden de onderzoekers vreemd genoeg niet bepalen om welk deel van het hert het ging. Mogelijk at hij orgaanvlees, zoals de milt, lever of hersenen van het dier. Ook kan het materiaal in de loop der millennia zijn afgebroken. “Het is echt moeilijk te zeggen,” aldus Maixner.

De wetenschappers kregen wel meer inzicht in de bereidingswijze van het vlees. Door microstructuren en chemische bestanddelen in het vlees te vergelijken met gekookte en ongekookte vleessoorten van nu, konden ze vaststellen dat het vlees tot niet meer dan zestig graden was verhit. Waarschijnlijk is het vlees gedroogd, zegt Maixner, omdat vers vlees snel bederft. De aanwezigheid van stukjes koolstof kan er ook op wijzen dat het vlees was gerookt.

Ötzi at ook eenkoorntarwe en giftige adelaarsvaren. Een te hoge consumptie hiervan kan bij koeien tot bloedarmoede en bij schapen tot blindheid leiden. De varen kan ook kankerverwekkend zijn. Desalniettemin eten sommige mensen kleine hoeveelheden van de plant.

Het is mogelijk dat ook Ötzi van de varen at. “Je zou zelfs kunnen speculeren dat hij zijn maagaandoeningen met adelaarsvaren behandelde, want we weten dat hij aan maaginfecties leed,” zegt Maixner. Maar dat “gaat mij persoonlijk een beetje te ver.” Een andere mogelijkheid is dat hij zijn eten in varenbladen had verpakt, waardoor hij tijdens het maal ongewild een beetje van de plant inslikte – een idee dat eerder al werd geopperd in verband met mos dat Ötzi eveneens had binnengekregen.

Een oeroud inkijkje

Al met al blijkt uit de resultaten dat Ötzi een goed voorbereide maaltijd at, met vezels, proteïnen en veel energierijk vet. “Ze wisten hoe ze goede kleding en de juiste jachtuitrusting moesten maken, en dat geldt ook voor het dieet,” zegt Maixner. “Ze waren duidelijk goed voorbereid.”

Hoewel het slechts om één voorbeeld gaat, bieden de resultaten een verrassend gedetailleerd inzicht in de laatste uren van de Ijsman. “Ik weet niet of ze het veel beter kunnen doen dan dit,” zegt Katherine Ryan Amato, een biologisch antropologe van de Northwestern University die niet bij het onderzoek was betrokken.

Onderzoekers gebruiken al langere tijd indirecte methoden om oeroude diëten te bestuderen, waarbij ze kijken naar overgangsperioden in de loop van eeuwen, legt Ryan Amato uit. “Maar met dit onderzoek kunnen we op een veel verfijndere schaal kijken en er in meer detail over praten,” zegt ze, “en dat is heel spannend.”

Over de gebeurtenissen rond Ötzi’s dood wordt nog altijd gedebatteerd. Talloze verse verwondingen wijzen op een gewelddadig conflict, en sommigen menen dan ook dat Ötzi de bergen in vluchtte terwijl hij werd opgejaagd. Maar volgens Maixner wijst de laatste maaltijd op een iets ander verhaal: “Ik denk persoonlijk dat hij zich op deze tocht goed had voorbereid.”

De combinatie van granen en vlees – en slechts twee volledig bruikbare pijlen in zijn pijlkoker van hertenleer – duiden er niet alleen op dat hij een pas geschoten jachtbuit heeft opgegeten. Volgens Maixner genoot Ötzi in de uren voor zijn dood waarschijnlijk van een “maaltijd die bestond uit zorgvuldig ingepakte restjes.”

Lees ook: '5 verrassende feiten over Ötzi de ijsmummie'

Lees meer