Wat COVID-19 met kinderen doet

Internationale experts buigen zich over de vraag waarom het virus minder vat heeft op jonge mensen en in hoeverre kinderen het virus op ouderen kunnen overdragen.

Thursday, July 30, 2020,
Door Sarah Gibbens
In een drive-in-kliniek in Zuid-Korea kijkt een moeder toe hoe bij haar dochtertje de temperatuur wordt ...

In een drive-in-kliniek in Zuid-Korea kijkt een moeder toe hoe bij haar dochtertje de temperatuur wordt opgenomen. Uit een onderzoek onder 65.000 mensen dat onlangs door het South Korean Center for Disease Control is gepubliceerd, blijkt dat kinderen boven de tien jaar het virus net zo efficiënt verspreiden als volwassenen.

Foto van Chung Sung-Jun, Getty Images

Sinds het begin van de coronavirus-pandemie zijn kinderen grotendeels gespaard gebleven voor de ernstiger gevolgen van COVID-19. Hetzelfde virus (SARS-CoV-2) waaraan iemand van vijftig kan overlijden, lijkt vaak weinig invloed te hebben op een vierjarig kind.

De Nederlandse scholen zijn sinds 8 juni weer open en ook de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) beveelt aan om lagere scholen komende herfst weer te openen. Maar wetenschappers weten nog altijd niet precies welke rol het virus bij kinderen speelt en in hoeverre jonge mensen het virus op hun oudere verzorgers overdragen. 

Volgens Rachel Graham, epidemiologe aan de University of North Carolina in Chapel Hill, begrijpen onderzoekers in het algemeen nog niet waarom verschillende typen coronavirussen, waaronder COVID-19 en zijn verwanten SARS en MERS, de diverse leeftijdsgroepen op verschillende manieren treft. 

Al in maart sprak Graham met National Geographic over de uitwerking van COVID-19 bij kinderen, en volgens haar zijn onze inzichten in de vraag waarom het virus kinderen lijkt te sparen, sindsdien niet veel dieper geworden. Nu uit uitgebreidere tests is gebleken dat veel meer kinderen met het virus besmet kunnen rakendan eerder werd aangenomen, weten experts nog niet waarom deze kinderen vooral door milde varianten van COVID-19 worden getroffen.

Ook is onduidelijk in hoeverre kinderen het virus overdragen, zowel onderling als op ouderen. Uit een omvangrijk onderzoek onder bijna 65.000 kinderen dat vorige week werd gepubliceerd door het South Korean Center for Disease Control, bleek dat kinderen tussen de tien en negentien jaar oud het virus net zo efficiënt binnen een huishouden verspreiden als volwassenen.

Volgens de CDC betreft slechts twee procent van de COVID-19-gevallen in huishoudens kinderen onder de achttien, maar uit gegevens die door Bloomberg zijn verzameld, blijkt dat dat percentage per regio sterk kan verschillen. Tot dusver zijn er in de VS twintig kinderen onder de vijf jaar aan COVID-19 overleden. 

Een klein percentage kinderen dat positief op het virus is getest, ontwikkelt het levensbedreigende ziektebeeld dat wordt aangeduid als ‘multisystem inflammatory syndrome in children’ of MIS-C (‘multisystemisch ontstekingssyndroom bij kinderen’), en onduidelijk is nog of deze ziekte ook op langere termijn gevolgen heeft. 

“Het syndroom laat blijvende littekens in de longen achter en kan later tot ernstiger ziekten leiden,” zegt Graham. Maar volgens haar “zullen dit soort zaken op langere termijn onderzocht moeten worden, bij kinderen die van de ziekte zijn hersteld.” En omdat jonge mensen grotendeels voor deze ernstige vormen van COVID-19 gespaard zijn gebleven, “is er veel minder onderzoek naar gedaan en zijn er op dit punt veel minder tests afgenomen,” zegt Tschudy. 

In de VS is nu een omvangrijk onderzoek gestart naar de uitwerking van COVID-19 op kinderen, en dat terwijl ouders en kinderartsen worden geconfronteerd met de hervatting van het schooljaar terwijl het aantal COVID-19-gevallen in de VS blijft toenemen.

In hoeverre verspreiden kinderen het virus? 

“Als je van dezelfde omstandigheden uitgaat, zijn kinderen veel meer geneigd om bacillen over te dragen,” zegt Graham met het oog op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en alle mogelijke voorwerpen en lichaamsdelen aanraken. Maar volgens haar zijn er niet genoeg gegevens om aan te tonen dat ze het virus net zo gemakkelijk op anderen overdragen als volwassenen. 

Hoewel uit de Zuid-Koreaanse studie bleek dat kinderen boven de tien jaar oud het virus wel degelijk verspreiden, lag het besmettingsrisico voor volwassenen in het geval van heel jonge kinderen 72 procent lager.

Toch is het niet onwaarschijnlijk dat een kind van onder de tien jaar het virus overdraagt. Uit ander onderzoek bleek dat heel jonge kinderen, waaronder zuigelingen, sporen met het virus erin achterlaten, hoewel niet duidelijk is hoe besmettelijk deze resten zijn. In weer een ander onderzoekwerd een met COVID-19 besmette 9-jarige gevolgd en daarbij bleek dat het kind drie scholen had bezocht zonder het virus over te dragen. Een grote rol lijkt daarbij te zijn weggelegd voor de manier waarop de kinderen onder controle worden gehouden. Op plekken waar kinderen tijdens de pandemie werden opgevangen, zijn uiteenlopende ervaringen opgedaan, van grootschalige uitbraken in kinderkampen tot geheel virusvrije kinderdagverblijven.

Een van de hypotheses waarmee verklaard kan worden waarom kinderen de ziekte minder efficiënt op anderen overdragen, berust op het feit dat COVID-19 voornamelijk wordt verspreid via minuscule druppeltjes die door mensen worden uitgeademd. Kinderen zouden dat met veel minder kracht doen, en ook dichter bij de grond. 

“Wie zelf kinderen heeft, weet dat ze behoorlijk hard kunnen gillen, maar dat lijkt zich niet te vertalen in een verspreiding over een grotere afstand,” zegt Barnett. Volgens hem zit er achter het hoge gegil van een kind minder kracht dan het harde niezen of hoesten van een volwassene. 

“En hoewel kinderen samenkomen, zitten ze niet zo dicht opeengepakt in omgevingen als de metro of een kroeg of een stadium,” zegt zij. 

De kans is ook groot dat een besmette volwassene naar zijn werk gaat en daar het virus op collega’s overdraagt, terwijl ouders hun zieke kinderen vaak uit voorzorg thuishouden.

Uiteindelijk kunnen de experts volgens Barnett voorlopig alleen hypotheses aandragen. 

“Een van de dingen die licht op deze kwestie zou kunnen werpen, zijn uitslagen van contactonderzoeken,” zegt Graham. “Daardoor zouden we een veel beter beeld krijgen van het aantal mensen dat met elkaar in contact komt.”

Waarom worden jonge kinderen minder ziek?

“In het begin van de pandemie was er nog heel weinig bekend over de uitwerking op de verschillende leeftijdsgroepen,” zegt Tschudy. “Men nam aan dat alle leeftijden op dezelfde manier getroffen zouden worden en bereidde zich op het ergste voor.” De vroege sluiting van de scholen kan een rol hebben gespeeld bij het beschermen van de kinderen tegen het virus.

Tests werden beperkt tot mensen die zichtbare symptomen van een mogelijke besmetting met COVID-19 vertoonden. Veel kinderen die besmet zijn geraakt maar die geen symptomen vertoonden, zijn volgens Tschudy waarschijnlijk ongemerkt door het net geglipt. 

Een hypothese die onder experts veel aanhang heeft, luidt dat kinderen onder de tien jaar minder ziek worden vanwege een enzym genaamd ACE2. Wanneer SARS-CoV-2 het lichaam binnendringt, hechten de eiwituitsteeksels die het virus omringen zich aan het ACE2, als sleutels in een slot. “Bij kinderen zouden de ACE2-receptoren voor dit virus zich meer in de neus en bovenste luchtwegen bevinden dan in de longen, en bij volwassenen vooral in de longen,” zegt Elizabeth Barnett, hoofd kinderinfectieziekten van het Boston Medical Center en professor in de pediatrie aan de School of Medicine van de Boston University.

De verhoogde aanmaak van ACE2-receptoren in de longen is volgens haar een hypothese die kan verklaren waarom volwassenen ernstiger varianten van COVID-19 oplopen. 

Uit een studie onder 305 mensen van vier tot zestig jaar oud bleek dat de ACE2-enzymen het minst actief waren bij kinderen onder de tien. 

Ook het feit dat kinderen weerbaarder en flexibeler immuunsystemen hebben om de ziekte te bestrijden, kan een rol spelen, aldus Alvaro Moreira, neonatoloog aan het Health Science Center van de University of Texas in San Antonio. Hij beschrijft de twee methoden die het immuunsysteem gebruikt om ziekten af te weren: “De ene berust op geheugen, de andere niet.”

Naarmate we ouder worden en aan meer bacteriën en virussen worden blootgesteld, creëert ons afweersysteem cellen die zich specifieke virussen kunnen herinneren, zodat ze deze binnendringers later beter kunnen aanvallen. Dit is het zogenaamde verworven immuunsysteem. Maar het lichaam van een kind moet dit geheugen nog opbouwen en is dus afhankelijker van de andere afweermethode, het aangeboren immuunsysteem, legt Moreira uit. 

“We weten dat kinderen daardoor minder geneigd zijn om een overdreven aangeboren afweerrespons te vertonen.”

Wanneer het immuunsysteem in de aanval gaat om een indringer uit te schakelen, vallen immuuncellen alle ziekteverwekkers aan die ze op hun weg vinden. Tijdens deze slachting komen ook moleculen met de naam cytokinen vrij, die ervoor zorgen dat de cellen onderling beter communiceren. Maar als het immuunsysteem te veel cytokinen aanmaakt, vallen de immuuncellen ook gezonde cellen aan. Enkele van de ernstigste gevallen van COVID-19 bij volwassenen overleden als gevolg van zo’n ‘cytokinenstorm.’

Kinderen hebben doorgaans een lager niveau aan cytokinen, waardoor ze beter tegen het gevaar van zulke stormen zijn beschermd, zegt Tschudy. De reden daarvoor is waarschijnlijk “dat jonge kinderen voortdurend aan nieuwe infecties worden blootgesteld. Wanneer het afweersysteem dus een nieuw virus als COVID-19 tegenkomt, kan het zo zijn afgesteld dat het precies krachtig genoeg reageert om het virus af te weren, zonder de rest van het lichaam schade toe te brengen.”

Kinderen met een hoger risico

Hoewel het afweersysteem van kinderen biologisch beter lijkt te zijn afgesteld om een aanval van COVID-19 af te slaan, geldt dat niet voor alle kinderen. 

“Bij de overgrote meerderheid van de ernstige gevallen van COVID-19 onder kinderen is er sprake van andere risicofactoren,” zegt Philip Zachariah, specialist in kinderinfectieziekten aan de Columbia University en epidemioloog van het New York-Presbyterian Morgan Stanley Children’s Hospital.

In een onderzoek dat hij begin juni publiceerde, onderzocht Zachariah de gevallen van vijftig kinderen die wegens COVID-19 waren opgenomen. Op één na herstelden al deze kinderen zich. Bij kinderen boven de twee jaar oud speelde zwaarlijvigheid een rol in ernstiger gevallen van de ziekte, hoewel Zachariah erop wijst dat dit ook een afspiegeling kan zijn van de buurten waaruit het New York-Presbyterian zijn patiënten ontvangt.

“Ik denk dat de gegevens over het algemeen aansluiten op het feit dat kinderen uit gezinnen met lage inkomens en van etnische minderheden vaker besmet raken,” zegt hij. 

Volgens hem lijken ook jonge kinderen die ziek worden, zich vaker te herstellen dan zieke volwassenen. En de manier waarop volwassenen zichzelf beschermen – door het bewaren van anderhalve meter afstand, het dragen van een mondkapje en het vaak wassen van de handen – zal uiteindelijk ook kinderen helpen om het virus in te dammen.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

lees verder

Waarom het coronavirus de meeste kinderen spaart

Experts laten hun licht schijnen over de biologische redenen waarom kinderen beter beschermd zouden kunnen zijn tegen zware varianten van COVID-19.
Coronavirus

Coronavirus: achtergrond

Blijf op de hoogte van de wetenschap en de verhalen achter de wereldwijde uitbraak van het coronavirus.

Hoe lang blijft het coronavirus in het lichaam?

Onderzoekers weten steeds meer over hoe lang het virus in het lichaam aanwezig blijft en of mensen snel weer opnieuw besmet kunnen worden.
Lees meer