Zo weten we wanneer er een vaccin tegen COVID-19 is

Gezondheidsautoriteiten hebben precies vastgesteld hoe efficiënt en veilig een vaccin tegen COVID-19 moet zijn, maar het is soms een uitdaging om dat aan het brede publiek uit te leggen.

Friday, July 3, 2020,
Door Roxanne Khamsi
In het Kaiser Permanente Washington Health Research Institute in Seattle krijgt Neal Browning op 16 maart ...

In het Kaiser Permanente Washington Health Research Institute in Seattle krijgt Neal Browning op 16 maart 2020 een prik tijdens een klinische Fase 1-veiligheidstest van een potentieel vaccin tegen COVID-19, de ziekte die wordt veroorzaakt door het nieuwe coronavirus.

Foto van Ted S. Warren, AP Images

Soldaat David Lewis banjerde met zijn peloton door de sneeuw, ook al voelde hij zich niet zo lekker vanwege een griepje. Het was januari 1976 en de 19-jarige Lewis was gestationeerd in Fort Dix in New Jersey, waar zo’n 230 andere soldaten eveneens ziek werden. Maar Lewis, die op de grond zakte toen het peloton twintig trainingskilometers had afgelegd, was de enige die zou overlijden. Zijn dood bracht paniek teweeg in de VS.

De virusstam die in Fort Dix werd ontdekt, deed sterk denken aan de variëteit die verantwoordelijk was voor de Spaanse griep van 1918, en dat verband haalde de krantenkoppen. In de jaren zeventig werd aangeraden om kwetsbare groepen met een griepvaccin in te enten, dus begon de overheid meteen met het samenstellen van een nieuw vaccin tegen de Fort Dix-stam, in de hoop dat uiteindelijk tachtig procent van de Amerikanen er mee ingeënt zouden worden.

Maar wat volgde, was een regelrechte ramp. Het haastig ontwikkelde vaccin werd in verband gebracht met ruim vijfhonderd gevallen van verlamming, en 25 mensen overleden aan het nieuwe middel. Kort nadat het nieuws over de uitbraak in Fort Dix bekend was geworden, gaf de helft van de Amerikanen aan dat ze zich tegen het nieuwe virus zouden laten inenten. Maar tegen het einde van het jaar bleek slechts 22 procent van de bevolking het vaccin te hebben gekregen.

Nu de hele wereld in gevecht is met COVID-19 en er aan meer dan 140 verschillende vaccins wordt gewerkt om de wereldbevolking tegen de ziekte te beschermen, doemt de vraag op: wanneer weten we dat een vaccin efficiënt en veilig genoeg is om het als inentingsmethode aan de bevolking aan te raden?

Hoewel het normaliter jaren duurt voordat er een vaccin tegen een nieuwe ziekteverwekker is gevonden en getest, worden de vaccins voor deze pandemie in een nooit eerder vertoond tempo ontwikkeld. Tenminste één veelbelovende kandidaat, van het biotech-bedrijf Moderna, zal deze maand al aan Fase 3-tests worden onderworpen. In mei lanceerde de Amerikaanse regering ‘Operation Warp Speed’, waarbij miljarden dollars worden ingezet om het ontwikkelen en testen van mogelijke vaccins vele malen sneller te doen verlopen.

Sommige wetenschappers hebben hun twijfels over het accepteren van het eerste de beste vaccin dat op de markt komt. Voor gezondheidsautoriteiten is de beslissing om een vaccin voor distributie onder de bevolking goed te keuren een zeer lastige afweging. 

Als ze bijvoorbeeld op grote schaal een vaccin op de markt brengen dat niet zo efficiënt blijkt te zijn, dan zouden ze daarmee andere bedrijven kunnen ontmoedigen om een beter vaccin te ontwikkelen. “Als je akkoord gaat met een vaccin dat maar een beperkte werking heeft, voorkom je daarmee waarschijnlijk de ontwikkeling van een efficiënter vaccin,” zegt Roland Sutter, die tot december vorig jaar als coördinator research, beleid, productontwikkeling en indamming van de taakgroep voor polio voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Genève werkte.

De grootste uitdaging die wetenschappers en beleidsmakers de komende maanden wacht, is het vaststellen van precieze doelstellingen voor een COVID-19-vaccin dat goed genoeg is om op grote schaal te worden ingezet. Daarbij moeten ze ervoor zorgen dat zo’n vaccin aan de juiste veiligheidstests is onderworpen – anders lopen ze het risico op een herhaling van de fouten die in 1976 werden gemaakt en raken ze het vertrouwen van de bevolking kwijt.

Doelstellingen

De ontwikkeling van een vaccin verloopt in verschillende fases en begint met zogenaamde Fase 1-tests. Bij deze klinische tests wordt de algehele veiligheid van het medicijn getest op een klein aantal mensen: vaak gaat het om niet meer dan vijftig proefpersonen, hoewel dat aantal sterk kan verschillen.

Bij uitgebreidere Fase 2-tests wordt onderzocht of het vaccin de gewenste werking heeft. Dat wordt vaak gedaan door het bloed van proefpersonen te testen op antilichamen of andere bewakers van het immuunsysteem die als respons op het vaccin door het lichaam tegen de beoogde ziekteverwekker worden aangemaakt.

Bij Fase 3-tests wordt nog preciezer gemeten hoe goed de bescherming is die een vaccin biedt.Ditmaal worden duizenden proefpersonen ingeënt en hun gegevens vergeleken met evenzovele proefpersonen die een placebo hebben gekregen.

Maar de échte test volgt volgens veel wetenschappers pas als een preventief vaccin wordt goedgekeurd en op grote schaal op de markt wordt gebracht en ingezet. 

“Bij een klinische test gaat het toch nog om een overzichtelijke en gecontroleerde omgeving,” zegt Charlie Weller, hoofd van het vaccinatieprogramma van Wellcome, een in Londen gevestigde stichting die biomedisch onderzoek financiert. Mensen die meedoen aan een vaccintest zouden zich duidelijk bewust kunnen zijn van wat ze wel of niet doen en daardoor minder risico lopen om met een virus besmet te raken, omdat ze door artsen in de gaten worden gehouden. “Je beseft heel goed dat je aan een klinische test meedoet en dat kan je gedrag veranderen,” zegt zij. “Dus de echte test komt pas wanneer het vaccin onder de bevolking als geheel wordt verspreid.”

Zelfs wanneer een vaccin de gebruikelijke testfases heeft doorlopen, blijkt dat sommige vaccins gewoon beter werken dan andere. De redenen daarvoor zijn niet altijd duidelijk. Het kan te maken hebben met de specifieke eigenschappen van het te bestrijden virus, bijvoorbeeld zijn vermogen om zich aan te passen, de manier waarop het zich door ons lichaam verspreidt of de wijze waarop ons immuunsysteem erop reageert.

Tot de vaccins die zeer werkzaam zijn gebleken, behoren het geïnactiveerde of ‘dode’ Salk-vaccin tegen polio: een kuur van drie doses van dit vaccin bezorgt de ingeënte persoon vrijwel honderd procent bescherming tegen de ziekte. Het mazelenvaccin is al na één dosis voor ongeveer 96 procent werkzaam

Mensen worden ook ingeënt met vaccins die duidelijk minder werkzaam zijn. Het griepvirus past zich van jaar tot jaar aan door nieuwe stammen te ontwikkelen en dat is een van de redenen waarom het jaarlijkse griepvaccin slechts in 40 tot 60 procent van de gevallen bescherming biedt. Het vaccin tegen malaria (het RTS,S-vaccin) voorkomt slechts in één derde van het aantal gevallen dat mensen de ernstige variant van de ziekte ontwikkelen, maar het wordt wel achter de hand gehouden voor gebieden waar de ziekte veel voorkomt. Malaria eist vaak een hoge tol onder kleine kinderen en het redden van slechts één derde van deze patiëntjes is al een grote winst, zegt Matthew Laurens, specialist in kinderinfectieziekten van het Center for Vaccine Development (CVD), onderdeel van de medische faculteit van de University of Maryland in Baltimore.

In het geval van een COVID-19-vaccin zou de ideale kandidaat tenminste zeventig procent van de bevolking, waaronder oudere mensen, immuun tegen de ziekte moeten maken. Deze doelstelling werd in april vastgelegd door de WHO. Op 28 juni verklaarde Anthony Fauci, directeur van het National Institute of Allergy and Infectious Diseases in Maryland, dat hij eveneens zou inzetten op een vaccin met een beschermingsgraad van 70 tot 75 procent.

De WHO daarentegen zegt dat een COVID-19-vaccin goedgekeurd zou kunnen worden dat slechts vijftig procent van de ingeënte mensen bescherming biedt. Deze week weerspiegelde de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) deze richtlijn in een rapport waarin dezelfde minimumvereiste werd geformuleerd. Maar sommige onderzoekers zijn het daar niet mee eens: “Vijftig procent zou vreselijk zijn,” zegt Byram Bridle, viraal immunoloog aan het Ontario Veterinary College van de University of Guelph in Canada. “Om de pandemie tot staan te brengen, moeten we groepsimmuniteit zien te bereiken,” zegt hij. Een vaccin dat in slechts vijftig procent van de gevallen werkzaam is, is niet goed genoeg om die doelstelling te halen.

Andere wetenschappers denken dat een eventueel vaccin onderdeel zal zijn van een veelzijdige en bredere aanpak om de verspreiding van het nieuwe coronavirus tegen te gaan, waaronder het in acht nemen van anderhalve meter afstand en het dragen van mondkapjes. “We moeten naar de waarde van een vaccin binnen de hele volksgezondheid kijken,” zegt Laurens.

Immunologen zijn altijd op hun hoede voor eventuele bijwerkingen van nieuwe vaccins, omdat zich in het verleden vervelende en opmerkelijke verrassingen hebben voorgedaan. Zo werd de eerste versie van een vaccin tegen het rotavirus, dat diarree veroorzaakt, in 1999 van de markt gehaald toen het in verband werd gebracht met een zeldzame en mogelijk dodelijke aandoening waarbij verschillende delen van de darmen in elkaar schuiven. Deze ernstige bijwerking was tijdens klinische tests voorafgaand aan de goedkeuring van het medicijn niet opgemerkt. En in 2009 werd het Pandemrix-vaccin tegen de varkensgriep of Mexicaanse griep in verband gebracht met gevallen van narcolepsie in Europa. (Het vaccin werd in de VS nooit goedgekeurd.)

“In kleine klinisch tests en omgevingen waarin COVID-19-vaccins worden uitgeprobeerd, zie je zelden ernstige bijwerkingen,” zegt Wayne Koff, voorzitter en directeur van het Human Vaccines Project, een publiek-privaat samenwerkingsverband dat zich wijdt aan het versnellen van de ontwikkeling van vaccins. Maar elk jaar worden honderden miljoenen volwassenen en kinderen ingeënt met goedgekeurde vaccins, en ernstige bijwerkingen zijn extreem zeldzaam.

In de Fase 1-tests voor het Moderna-vaccin tegen COVID-19 werd bij 4 van de 45 proefpersonen die met het nieuwe vaccin waren ingeënt, medisch significante bijwerkingen geconstateerd; één man kreeg hoge koorts en viel flauw. Maar de onderzoekers wisten al dat mRNA-vaccins het afweersysteem soms te veel kunnen aanzwengelen, en drie van de vier personen met bijwerkingen hadden tijdens de test de hoogste doses ontvangen. Die hoge doses worden niet langer toegediend.

Problemen met acceptatie 

Als we ervan uitgaan dat een nieuw COVID-19-vaccin aan alle richtlijnen van de WHO voldoet, waaronder de doelstelling dat de “voordelen van het vaccin opwegen tegen de veiligheidsrisico’s,” zal een onbekend percentage van de bevolking er toch nog van overtuigd moeten worden om zich ermee te laten inenten.

In mei bleek uit een opiniepeiling van The Associated Press en het NORC Center for Public Affairs Research onder ruim duizend Amerikanen dat rond de vijftig procent van de respondenten zich zeker zou laten inenten als er een COVID-19-vaccin beschikbaar zou komen. Dat is ongeveer hetzelfde percentage dat in het verleden door het NORC-centrum werd gepeild toen het centrum mensen vroeg of ze zich met het griepvaccin zouden laten inenten. De uitslag komt ook overeen met de resultaten van een peiling van het Pew Research Center die in dezelfde tijd is gehouden.

Maar het aantal mensen dat nog niet had besloten of ze zich tegen COVID-19 zouden laten inenten, bleek in de peiling groter te zijn dan in het geval van het griepvaccin: 18 procent van de ondervraagden zei dat ze nog niet zeker wisten of ze zich met het griepvaccin zouden laten inenten, terwijl dat aandeel in het geval van een nieuw COVID-19-vaccin 31 procent bedroeg. Van de respondenten die zeiden dat ze het nieuwe vaccin misschien zouden afwijzen, maakten tweemaal zoveel mensen zich zorgen over de bijwerkingen van een eventueel COVID-19-vaccin dan eerder over bijwerkingen van het griepvaccin.

Uit de opiniepeiling bleek ook een merkwaardig verschil tussen de seksen: “Vrouwen zijn meer geneigd hun beslissing uit te stellen,” zegt Jennifer Benz, vicedirecteur van het The Associated Press-NORC Center for Public Affairs Research. Van de ondervraagde mannen zei 56 procent dat ze zich met een eventueel COVID-19-vaccin zouden laten inenten, tegenover slechts 43 procent van de vrouwen. “Vrouwen zijn vaak degenen in het huishouden die op het gebied van gezondheid de beslissingen nemen, dus als je erover denkt om het hele gezin te laten inenten en je op dat gebied de besluiten neemt en de afspraken maakt, dan heb je het over een potentieel invloedrijke groep,” zegt Benz.

Als er een geschikt vaccin beschikbaar komt, zal het volgens Laurens nog een uitdaging worden om mensen uit te leggen dat ze de pandemie tot staan kunnen brengen door zich te laten inenten, “We moeten ons uiterste best doen om het publiek goed voor te lichten over de wijze waarop vaccins worden getest, hoe veilig en werkzaam ze zijn en hoe een vaccin de verspreiding van een ziekte binnen een gemeenschap kan tegengaan,” zegt hij.

En weerzin tegen een vaccin is misschien niet de enige horde die overwonnen moet worden. Weller kan zich een scenario voorstellen waarin de interesse van het grote publiek om zich te laten inenten aanvankelijk groter is dan het beschikbare aantal vaccins.

Volgens Amesh Adalja van het Johns Hopkins Center for Health Security in Baltimore kunnen er “chaotische” taferelen ontstaan als de vraag zeer hoog is en de distributie niet zorgvuldig wordt gepland. “Denk alleen maar aan Black Friday en wat er gebeurt als mensen in de rij moeten staan,” zegt hij, verwijzend naar de dag na Thanksgiving waarop veel winkels hun spullen in de uitverkoop doen en door ongeduldige kopers worden bestormd.

Experts die in het verleden vaccinatieprogramma’s tegen andere ziekten hebben gecoördineerd, volgen de ontwikkeling van een nieuw COVID-19-vaccin op de voet, in de hoop dat er geen fouten worden gemaakt die de acceptatie en beschikbaarheid van het nieuwe vaccin kunnen ondermijnen. “Het zal vrij gemakkelijk zijn om het vaccin in de ogen van het brede publiek te bekritiseren,” zegt Sutter. “De distributie moet zorgvuldig verlopen, zodat het vertrouwen in het nieuwe middel niet wordt aangetast.”

Het oorspronkelijke artikel is op 30 juni 2020 in het Engels verschenen op NationalGeographic.com Dit artikel is geactualiseerd om de nieuwe richtlijnen van Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) te weerspiegelen. 

lees verder

Coronavirus

Coronavirus: achtergrond

Blijf op de hoogte van de wetenschap en de verhalen achter de wereldwijde uitbraak van het coronavirus.

Waarom een coronavaccin veel langer dan een jaar kan duren

Gezien de geschiedenis en wetenschap achter het maken van deze geneesmiddelen, waarschuwt een deskundige dat twaalf tot achttien maanden absoluut ongekend zou zijn.

Deze viroloog redde het leven van miljoenen kinderen - en stopte een pandemie

In 1957 bereikte een grieppandemie de Verenigde Staten, maar Maurice Hilleman had al een vaccin klaar dat hij binnen enkele maanden op grote schaal wist te produceren.
Lees meer