Wetenschap, een onmisbaar kompas in de strijd tegen het coronavirus

Onderzoekers leren het coronavirus te doorgronden – met vallen en opstaan, want zo werkt wetenschap. Hoe ongemakkelijk het ook is om te zien, alleen zo worden we de pandemie de baas.

Foto's Van Giles Price
Gepubliceerd 26 okt. 2020 14:09 CET, Geüpdatet 5 nov. 2020 06:20 CET
Sociale onthouding in Jubilee Gardens, vlak bij de London Eye.
 

Hoe deze foto’s zijn ontstaan
Aangezien lichaamstemperatuur een ...

Sociale onthouding in Jubilee Gardens, vlak bij de London Eye.
 

Hoe deze foto’s zijn ontstaan
Aangezien lichaamstemperatuur een graadmeter voor  coronabesmetting is, koos de fotograaf ervoor het dagelijks leven vast te leggen met een infraroodcamera. Temperaturen zijn omgezet in een kleurverloop: koude kleuren zijn blauw weergegeven, warme kleuren oranje.

Foto van Giles Price
Dit essay verschijnt in National Geographic Magazine editie 11, 2020

"Er is één thema dat steeds terugkeert in de boeken en artikelen die ik in de afgelopen veertig jaar heb geschreven: mijn fascinatie voor wat de wetenschap ons heeft geleerd over het menselijk lichaam. Na een lange carrière waarin ik biomedisch onderzoek heb uitgelegd, koester ik een diep respect voor de wetenschap. De incidentele vergissingen en zelfcorrecties ten spijt, geloof ik dat deze ons uiteindelijk helpt de wereld beter te begrijpen.

Dus toen wetenschappers hun eerste bevindingen deelden over een virus dat ze zelf net hadden leren kennen, liet ik me leiden door hun veiligheidsadviezen, die waren gebaseerd op de hypothese dat COVID-19 vooral werd overgedragen via hoest- en niesdruppeltjes die achterbleven op oppervlakken. Plichtsgetrouw nam ik het aanrecht af, raakte ik mijn gezicht niet meer aan en waste ik mijn handen, zo vaak dat het diamantje in mijn trouwring feller blonk dan ooit.

En toen, 2,5 week nadat in mijn woonplaats New York de restaurants, theaters en openbare scholen waren gesloten, veranderden de wetenschappers hun boodschap. Iedereen moest een mondkapje dragen. Een verontrustende draai. Het aanvankelijke, overtuigend gebrachte advies luidde: draag geen mondkapje tenzij je een zorgmedewerker aan het front bent. Het herziene advies was grotendeels gebaseerd op een nieuwe hypothese: dat het coronavirus zich vooral door de lucht verspreidde.

Hoe zit het nu? dacht ik. Verspreiding via oppervlakken of via aerosolen? Moeten we banger zijn voor besmette liftknoppen of voor de ademhalende medemens? Weten de wetenschappers het zelf wel?

Het nieuwe advies bracht me in verwarring, vanwege de onheilspellende onderliggende boodschap die ik meende te bespeuren: onderzoekers deden hun bevindingen haastig, in het voorbijgaan, leek het. De serieuze verklaringen van ’s werelds knapste koppen klonken plotseling als niets meer dan goedbedoelde maar wilde aannames.

Springend en duikend als een bokser proberen wetenschappers het coronavirus te doorgronden, en daarmee de ziekte die het veroorzaakt, COVID-19, te bestrijden – dit alles in de openbaarheid en in sneltreinvaart. Het is de moeite waard eens te kijken naar de gevolgen van hun optreden op de lange termijn. Zelfs voor iemand die zo gek is op wetenschap als ik is het verontrustend om te zien hoe wetenschappers discussiëren, ruziën, draaien en hun bevindingen opnieuw beoordelen. Ik hoopte op een held in een labjas die in één klap met een oplossing zou komen en een eind zou maken aan alle onenigheid. Ik was nog een baby toen Jonas Salk in 1955 met zijn poliovaccin kwam en zo een vreselijke ziekte versloeg. Sindsdien werd hij op handen gedragen. (1)

(1) Het poliovirus veroorzaakte verlamming bij kinderen en leidde tot veel paniek, waarna veel vakantiekampen en zwembaden hun deuren sloten.

Wetenschappers moeten alle zeilen bijzetten om ons te bevrijden van wat een hardnekkige plaag blijkt. Een happy end is daarbij nog niet uit zicht: dat we erin leren vertrouwen dat de wetenschap ons door een existentiële crisis kan loodsen.

Voor de goede orde, we staan voor een grote uitdaging. Dit virus, officieel SARS-CoV-2, is uiterst besmettelijk en dodelijk. Allereerst doordat geen mens immuniteit ertegen had opgebouwd toen het de kop opstak. Ten tweede doordat het virus zich door de lucht verspreidt en het bovenste deel van het ademhalingskanaal infecteert, waardoor het al snel weer in de lucht komt en van de een op de ander wordt overgedragen. Het derde punt is misschien wel het belangrijkst: het is op zijn besmettelijkst nog vóórdat er symptomen ontstaan.

De temperatuur wordt gemeten van een leerling van de L’Ecole de Battersea in Londen.

Foto van Giles Price

De trukendoos die het virus opentrekt om een tegenaanval van het lichaam te pareren, is gruwelijk effectief. Eenmaal binnengedrongen via de neus of mond, weet het een eerste afweerreactie van het immuunsysteem te omzeilen. Met gemak glipt het cellen binnen, waarin het zichzelf kopieert door gebruik te maken van het reproductiemechanisme van die cel. Het virus beschikt bovendien over een systeem dat ervoor zorgt dat zijn kopieën goed functioneren – een eigenschap die veel andere virussen niet hebben. Het virus kan longcellen verwoesten, bloedvaten laten knappen en nieren, hart of lever zo verstoppen dat ze onherstelbaar beschadigd raken. Cellen die gewoonlijk zelf binnendringers aanvallen worden uitgeschakeld, wat weer een tweede immuunreactie uitlokt die zo sterk is dat deze paradoxaal genoeg een verwoestend effect kan hebben op organen als longen en lever. (2)  En wie dicht in de buurt komt van een besmet persoon, raakt zelf waarschijnlijk ook besmet.

(2) Een overreactie van het menselijke immuunsysteem, of cytokinestorm, treedt ook op bij  herpes, ebola en andere virussen, maar ook bij kanker en auto­ immuun­ ziekten.

Nu de pandemie de hele wereld bedreigt, wordt de bestrijding ervan een publieke aangelegenheid. De gemiddelde burger krijgt een inkijkje in wetenschappelijk gekibbel dat normaal gesproken binnen de muren van academische conferentiezalen blijft. Het debat vindt nu grotendeels plaats op tv, via Twitter en Facebook en in de achtertuin van zelfverklaarde epidemiologen.

Duizenden onderzoekers, hoe ver verwijderd ook van de virologie of de leer van infectieziekten, gaan dit veelkoppige monster te lijf.

Op veilige afstand in de rij op het schoolplein van L’Ecole de Battersea in Londen.

Foto van Giles Price

Zo’n in elk opzicht grensoverschrijdende samenwerking tussen wetenschappers is nog niet eerder voorgekomen. Die ontwikkelingen in de wetenschap zijn bemoedigend, maar tegelijk zo lastig te volgen dat het me alleen maar angst inboezemde. Dus deed ik wat ik mijn hele volwassen leven al doe: ik belde met een aantal wetenschappers om te vragen wat zij ervan denken. Dat is een mooi voordeel van het journalistenbestaan: je mag domme vragen stellen aan slimme mensen. Meestal helpt het mijn gedachten te ordenen. Maar ditmaal niet.

De onontgonnen gebieden van de wetenschap leggen bloot hoe weinig we eigenlijk weten en dat zelfs experts niet de wijsheid in pacht hebben. Toch stemt het hoopvol dat wetenschappers massaal op zoek zijn naar antwoorden.

‘Het is geweldig hoe mensen hun talenten en vaardigheden inzetten om deze gezondheidscrisis te bestrijden,’ vindt Gregg Gonsalves, mededirecteur van het Global Health Justice Partnership van de Yale University. ‘Iedereen is bereid om te helpen, zelfs mensen die geen medische achtergrond hebben.’

 Al die onderzoeken hebben in korte tijd geleid tot een enorme schat aan informatie. Een paar weken nadat het virus voor het eerst werd overgedragen van dier op mens, wisten wetenschappers de samenstelling van het virusgenoom volledig in kaart te brengen. Afgelopen zomer testte een internationale groep wetenschappers 165 potentiële COVID-19-medicijnen. De ontwikkelingen volgden elkaar zo snel op dat mogelijk al begin volgend jaar een werkend vaccin op de markt wordt gebracht. Als dat zo is – laten we het hopen –, dan zou dat met afstand het snelst ontwikkelde vaccin ooit zijn. (3)

(3) Niet eerder werd een vaccin zo snel ontwikkeld als het bofvaccin, dat in 1967 werd ontwikkeld door Maurice  Hilleman. De microbioloog gebruikte virusdeeltjes van zijn eigen besmette dochter als basis voor het vaccin.
 

Maar de wetenschap is simpel - weg niet gebaat bij haast. ‘Je hebt altijd een zekere mate van geluk nodig,’ vertelde  Gonsalves. ‘Een medicijn tover je niet zo even uit een reageerbuisje.’

Vervolgens belde ik met Howard  Markel, directeur van het Centre for the History of Medicine aan de University of Michigan. Met hem deelde ik mijn bezorgdheid over een andere ontwikkeling: de snelheid waarmee het coronavirus muteert. Er gaat geen dag voorbij of het lijkt zich in nieuwe organen te manifesteren of zich bij jongere leeftijdsgroepen te openbaren. Markel, die carrière heeft gemaakt in het bestuderen van de geschiedenis van epidemieën, was niet verbaasd: een virus dat zo agressief om zich heen grijpt, leidt ook tot een explosie van nieuwe en gevarieerde symptomen. .

Toediening van een gekoeld proefvaccin tegen COVID­-19, ontwikkeld door de University of Oxford.
 

Foto van Giles Price

‘Hoe meer patiënten er zijn, des te vaker je het virus in verschillende gedaanten zult aantreffen,’ zei hij. Dat gebeurde ook in de begindagen van de aidsepidemie in de jaren tachtig. Bij de uitbraak van elke nieuwe ziekte komen artsen weer voor verrassingen te staan.

Het steeds weer herzien van de coronamaatregelen betekent niet dat wetenschappers de draad kwijt zijn. Het laat zien dat ze een stortvloed aan nieuwe informatie vergaren en die continu proberen te vertalen naar effectief beleid.

Ten slotte belde ik een oude vriend, Stephen Morse, hoogleraar epidemiologie aan de Mailman School of Public Health van de Columbia University. Morse voorspelde de huidige gezondheidscrisis al bijna dertig jaar geleden, en de huidige ontwikkelingen bevallen hem allerminst. (4)

(4) In 1989 leidde Stephen Morse in de VS de eerste conferentie over virussen. Zo hoopte hij wetenschappers klaar te stomen voor een volgende virusuitbraak.

‘Zo bedrijf je geen wetenschap, het gaat veel te snel,’ vertelde Morse, om daar na enig aarzelen een positieve noot aan toe te voegen: ‘Er wordt veel kennis verzameld.’ En, denkt hij hardop, als we daardoor in staat zijn een deel van de onjuiste kennis te herzien, dan is dat wellicht iets goeds. ‘Wetenschap is een zichzelf corrigerend proces. Misschien dat de ambitie om fouten te verbeteren leidt tot meer kennis.’ Misschien. Maar ik was niet echt gerustgesteld.

Klanten wachten op afstand in de rij voor een apotheek in Camden Town. 

Foto van Giles Price

Een aantal zaken bleef me dwarszitten. Een ervan is dat wetenschap een politieke aangelegenheid is geworden. Zelfs bij een medische doorbraak ligt het gevaar op de loer dat politieke leiders een medicijn of een vaccin tegen COVID-19 niet gebruiken om de gezondheidscrisis mee te bezweren, maar om hun eigen machtspositie te verstevigen. Daarnaast heeft de wetenschap zelf mogelijk ook te lijden onder deze wetenschappelijke ratrace. Onderzoekers die te snel conclusies trekken om een doorbraak te forceren, kunnen de geloofwaardigheid van het vakgebied waarvan ze zelf deel uitmaken onbedoeld op het spel zetten. En inderdaad, niet lang nadat ik met Morse sprak, las ik in een rapport dat veel vroege coronastudies onzorgvuldig waren uitgevoerd en daardoor vrijwel onbruikbaar waren. (5)

(5) Immunoloog Anthony Fauci, de voornaamste adviseur van de Amerikaanse regering inzake corona, werd ervan  beschuldigd dat zijn eerste adviezen te optimistisch waren. Zijn toevoeging – ‘maar dit kan  veranderen’ – bleef steevast onvermeld.

 In dat rapport werden de  eerste 201 klinische COVID-19-onderzoeken, uitgevoerd in onder meer China en de VS, onder de loep genomen. In veel gevallen bleek men er de kantjes van af te hebben gelopen. In een derde van de studies ontbrak een heldere omschrijving van een succes volle behandeling. Bijna de helft van de proeven was op zo’n kleine schaal uitgevoerd (met honderd of minder patiënten) dat ze nauwelijks representatief waren. En in twee derde van de studies was het onderzoek niet ‘dubbelblind’, een betrouwbare onderzoeksmethode waarbij zowel de onderzoekers als proefpersonen niet weten wie er tot de experimentele groep behoren en wie tot de controlegroep.

Toch werden de resultaten van deze onderzoeken gepubliceerd, mede omdat verschillende wetenschappelijke tijdschriften op die manier collegiale toetsing hoopten te stimuleren. Veel artikelen over het coronavirus verschenen twee keer zo snel als gebruikelijk. Daarnaast putten steeds meer journalisten uit voorpublicaties waarvan de onderzoeksresultaten nog niet zijn getoetst door vakgenoten en waarvan de betrouwbaarheid nog helemaal niet is vastgesteld. (6)

(6) Het toetsen door vakgenoten vergroot de betrouwbaarheid van een  onderzoek, maar biedt geen garanties. Van de eerste 25 ingetrokken publicaties over COVID­19 waren er 14 door collega’s getoetst.

Voor wie op de hoogte probeert te blijven, kan het erg frustrerend en verwarrend zijn dat nieuwe bevindingen elkaar vaker tegenspreken dan aanvullen. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dat misschien ongelukkig, dodelijk is het niet. Wat mij pas echt beangstigt, is dat wetenschapssceptici in ogenschijnlijke koerswijzigingen hun gelijk vinden om op wetenschappelijk bewijs gebaseerd advies geheel in de wind te slaan.

Het antiwetenschap sentiment is zorgwekkend. Het heeft ertoe geleid dat de consensus onder experts over onderwerpen als klimaatverandering, vaccinveiligheid en andere hete hangijzers soms in twijfel wordt getrokken. Er duiken coronaontkenners op die stellig beweren dat de pandemie een grote samenzwering is. Ze openen publiekelijk de aanval op virologen en andere experts. Het is stuitend om de video’s te zien waarin mensen tekeergaan tegen winkeliers of gemeenteraadsleden als hun wordt opgedragen een mondkapje te dragen.

Nu desinformatie en samenzweringstheorieën over COVID19 wereldwijd steeds meer voet aan de grond krijgen, heeft de Wereldgezondheidsorganisatie verklaard dat we niet alleen een pandemie bestrijden, maar ook een ‘infodemie’: een stortvloed van gevaarlijke, misleidende ideeën over de coronacrisis.

Maar je hoeft geen verstokt coronaontkenner te zijn om de lessen van deze pandemie te missen.

Relaxen in Greenwich Park naast het Nationaal Maritiem Museum. 

Foto van Giles Price

‘Elke epidemie die ik heb bestudeerd, draait uit op collectief geheugenverlies,’ zegt Markel. ‘We pakken vrolijk ons leven weer op.’ Maar de achterliggende problemen die bijdragen tot een uitbraak, zoals verstedelijking, habitatvernietiging, mondialisering, klimaatverandering en vluchtelingenstromen, blijven bestaan, stelde Markel. Tegelijk verslapt onze aandacht voor de wetenschap, die meer tijd, geld en kennis nodig heeft om een nieuwe pandemie te voorkomen.

De 21ste eeuw is nog maar net begonnen, en nu al spreekt Markel van ‘de eeuw van de epidemieën’: SARS in 2003, de Mexicaanse griep in 2009, MERS in 2012, ebola in 2014 en 2016, en nu COVID-19 in 2019, 2020 en wie weet hoe lang nog. Vijf epidemieën in twintig jaar tijd, elke een beetje erger dan de vorige – de laatste zelfs vele malen erger dan de andere vier bij elkaar.

Gek genoeg is het misschien wel leerzaam om ‘te zien hoe wetenschappers het vliegtuig bouwen terwijl het al in de lucht is’, zoals sommigen de zoektocht naar een medicijn omschrijven. Het helpt ons beter te begrijpen hoe wetenschap werkt. Mogelijk weet deze pandemie zelfs de sceptici ervan te overtuigen dat wetenschappelijke vooruitgang van  cruciaal belang is voor ons voortbestaan.

Althans, dat hoopt Lin Andrews, hoofd onderwijsondersteuning van het National Center for Science Education. ‘Over het algemeen hebben mensen vertrouwen in de wetenschap, maar bij een polariserend thema kunnen scheurtjes in dat vertrouwen ontstaan,’ aldus Andrews.

 Dat werd duidelijk in 1854, toen de Britse onderzoeker John Snow de cholera-uitbraak in  Londen wist terug te voeren op besmet drink water. Eerst geloofde niemand hem – de opvatting was dat cholera door de lucht werd verspreid –, tot Snow de waterpomp op Broad Street afsloot en daarmee de uitbraak wist te stoppen. (7)

(7) Totdat wetenschappers in de 19de eeuw aantoonden dat micro­ organismen ziekten overdragen, werden epidemieën toegeschreven aan stroperig bloed en giftige dampen.

Snow begreep niet hóe cholera door het water werd verspreid, maar concludeerde op basis van het verspreidingspatroon dat er domweg geen andere verklaring mogelijk was. Andrews hoopt dat Snows bevindingen en andere historische ontdekkingen de wetenschappers van nu helpen om COVID-19 in perspectief te plaatsen.

Het  vinden van een oplossing gaat nu eenmaal gepaard met vallen en opstaan. En juist onze ongefilterde blik helpt daar wellicht bij. Al dat testen en bijstellen van hypothesen is uiteindelijk de beste manier om vertrouwen voor de wetenschap te winnen. Het is om krankzinnig van te worden, die wereldwijde plaag, maar uiteindelijk zit er niets anders op dan de draad weer op te pakken.

Uit enquêtes in de VS blijkt dat het vertrouwen in de wetenschap groter is dan ik durfde hopen. Sinds 2015, het jaar waarin de metingen voor het eerst werd uitgevoerd, groeit het vertrouwen in de wetenschap gestaag, daarin kon zelfs de corona crisis geen verandering brengen. In de laatste enquête van voor de pandemie (januari 2019) gaf 86 procent van de ondervraagden aan veel vertrouwen in de wetenschap te hebben. Tijdens de pandemie steeg dat naar 87 procent.

Ik belde met Cary Funk, wetenschappelijk directeur bij Pew Research Center, dat het vertrouwensonderzoek heeft uitgevoerd, om over de bemoedigende uitkomsten te praten. Funk waarschuwt voor te veel optimisme. Volgens haar blijkt uit de resultaten dat het vertrouwen in wetenschap vrij selectief en partijgebonden is. (8)

(8) In juli, kort na de piek in het aantal COVID­19­ besmettingen in de VS, constateerde het Pew Research Center dat 46 procent van de Republikeinen dacht dat COVID­19 een ‘grote’ bedreiging was voor de volksgezondheid, tegenover 85 procent van de Democraten.

 Die verschillende opvattingen over de betrouwbaarheid van wetenschap zijn verraderlijk, zeker nu sceptici elke stap voorwaarts in twijfel kunnen trekken. In het donkerste scenario, waarin twijfelaars die de veiligheidsregels en vaccins aan hun laars lappen de overhand krijgen, kan de wetenschap haar vermogen om ons te beschermen geheel verliezen.

Ik wil graag geloven dat deze pandemie een leermoment is. Misschien niet voor iedereen, maar wellicht voor de generatie die nu opgroeit met het coronavirus. Ik droom graag weg bij de gedachte dat deze kinderen, door sommigen generatie C genoemd, zich minder snel zullen laten verleiden tot het zaaien van verdeeldheid. Laten we ervan uitgaan dat ze door de huidige gezondheidscrisis het belang van wetenschappelijke vooruitgang op waarde schatten. En dat wetenschap uiteindelijk een antwoord vindt op deze pandemie

Het is 2040 en generatie C is volwassen. Plotseling breekt er een nieuwe pandemie uit. Door wat ze hebben geleerd in hun jeugd tijdens de coronacrisis, herkennen deze jongvolwassenen direct de ernst van de uitbraak. Beweringen dat het hier om een samenzwering gaat, worden resoluut de kop ingedrukt. Ze dragen mondkapjes, houden afstand tot elkaar en laten zich inenten zodra er een werkend vaccin is ontwikkeld (en dat gebeurt algauw, want ook wetenschappers hebben in de tussentijd niet stilgezeten, net als politici). Ze volgen de adviezen op van experts, omdat ze weten dat dit de beste manier is om zichzelf en hun naasten te beschermen tegen een plaag die wereldwijd honderdduizenden het leven kan kosten.

De nieuwe pandemie eist relatief weinig levens en de economische schade blijft beperkt doordat deze jongvolwassenen belangrijke lessen hebben geleerd in hun jeugd: dat adviezen over de volksgezondheid zijn gebaseerd op kennis die op dat moment voorhanden is, dat zulk advies kan veranderen naarmate wetenschappers tot nieuwe inzichten komen, en dat ontwikkelingen in de wetenschap gepaard gaan met vallen en opstaan.

Maybe by then there also will be more workers in the professions that got us through the coronavirus catastrophe: more doctors, nurses, paramedics; more specialists in infectious disease, epidemiology, virology, and microbiology, each of them having chosen a career that as kids they had watched in its finest hour. It has happened before. Some of the scientists now engaged in the struggle against the coronavirus, such as Gonsalves and Markel, ended up where they did after working to help untangle AIDS, an earlier viral mystery that killed us in ways never seen before.

 Mogelijk zullen tegen die tijd meer mensen beroepen uitoefenen die tijdens de coronacrisis zo belangrijk waren. Geïnspireerd door de helden van toen zijn er meer dokters, verpleegkundigen, virologen, epidemiologen en microbiologen. Het is de vraag of generatie C op de volgende plaag – de vraag is niet of, maar wanneer die komt – anders reageert dan met collectief geheugenverlies. Ik hoop het, niet alleen vanwege mijn eigen beschadigde vertrouwen, maar ook voor mijn kleindochters, die anders te maken krijgen met een realiteit die ik juist zo vrees.

Veel zal afhangen van wat er de komende maanden gebeurt.

Stel je eens voor dat we de verspreiding van  COVID-19 weten in te dammen, en we beetje bij beetje het normale leven weer kunnen oppakken. Stel je voor dat er een effectieve behandeling wordt gevonden, zodat COVID-19 voor iedereen een goed te genezen ziekte wordt. En stel je voor dat er spoedig een vaccin wordt ontwikkeld waartoe een groot deel van de wereldbevolking toegang krijgt. Als we hierin slagen, waarom zouden we deze pandemie dan niet achter ons kunnen laten met meer waardering voor de wetenschap?

Die gedachte geeft me hoop, ondanks het geschreeuw van politici en de fanatici die onder de vlag van keuzevrijheid alles wat wetenschappers beweren in twijfel trekken. Ik zeg tegen mezelf dat het goede van de mens zal  zegevieren. En er is een leger van knappe koppen op de been – wetenschappers, onderwijzers, doktoren,

 verpleegkundigen – dat zich in het zweet werkt voor een goede afloop, al vanaf het moment dat dat akelige virus de kop opstak. Ik blijf geloven in zo’n afloop, waarin we deze periode achter ons laten met hernieuwde waardering voor de wetenschap, die ook vandaag de dag nog onze belangrijkste troef is om ziekte en een te vroege dood te verslaan.

Robin Marantz Henig schrijft vaker voor het Magazine. Fotograaf Giles Price woont in Londen en gebruikt verschillende beeldtechnieken om samenlevingen vast te leggen.
Lees meer