Duik in het diepe

Robert Ballard geniet bekendheid als ontdekker van de Titanic. Zelf hecht hij meer waarde aan de wetenschappelijke vondsten van zijn expedities.

Gepubliceerd 6 mei 2021 13:35 CEST
Robert Ballard onderzocht in 1979 vanuit de duikboot Alvin een breuklijn bij de Galápagoseilanden. In de diepzee gaat Ballard bij voorkeur af op eigen waarnemingen ...

Robert Ballard onderzocht in 1979 vanuit de duikboot Alvin een breuklijn bij de Galápagoseilanden. In de diepzee gaat Ballard bij voorkeur af op eigen waarnemingen – een benadering die leidde tot nieuwe wetenschappelijke inzichten.

Foto van Samuel W. Matthews

Dit artikel verscheen in de vijfde editie van National Geographic Magazine 2021.

‘Als het toestel daar lag, zou hij het zeker hebben gezien,’ zegt Robert (Bob) Ballard. En met ‘hij’ bedoelt hij het vier meter lange sonarscheepje dat eerder was vertrokken vanaf de Nautilus, zijn 64 meter lange onderzoeksschip. In zijn hut wijst hij naar een monitor. Daarop zijn de beelden te zien die het onbemande vaartuigje maakte van de zeebodem bij het rif rond Nikumaroro, het afgelegen eiland in de Grote Oceaan waar Ballard zoekt naar de Lockheed Electra 10E van Amelia Earhart.

Ruim veertig jaar geleden ontdekte Ballard hydrothermale bronnen en vulkanische schoorstenen (‘black smokers’) op de oceaanbodem, later vond hij het wrak van de Titanic en de patrouilleboot van John F. Kennedy uit de Tweede Wereldoorlog. Nog altijd staat het leven van de 78-jarige National Geographic Explorer-at-Large in het teken van het doorgronden van de mysteries van de oceaan. Earhart, die verdween tijdens haar poging als eerste rond de evenaar te vliegen, is al ruim tachtig jaar vermist. Bij de start van zijn expeditie in 2019 zei Ballard dat hij haar vliegtuig – als het hier lag – zeker zou vinden.

‘We hebben alles uit de kast gehaald,’ zegt Ballard terwijl de Nautilus wegvaart bij het eiland. Hij oogt wat vermoeid; de gebroken nachten eisen hun tol en hij heeft branderige ogen van het turen naar de onrustige sonar- en onderwaterbeelden. Hij legt uit wat er op zijn scherm te zien is. Boven Ballards bureau hangt een poster van een enorme inktvis in gevecht met mensen, een illustratie uit 20.000 Mijlen onder Zee van Jules Verne. Op een monitor links van hem zijn beelden te zien die de mede door hem ontworpen ROV’s (remotely operated vehicles, onderwaterrobots) doorsturen – via deze ‘patrijspoort’ kan hij rondkijken in de diepzee.

Ballard pakte de zoektocht naar Earharts vliegtuig grondig aan. Dat er vooral aan de noordwestkant van het 7,5 kilometer lange eiland werd gezocht, hangt samen met een foto uit 1937. Hierop is ter hoogte van het rif iets te zien wat het landingsgestel van een Electra zou kunnen zijn. Drones filmden de golven die braken op het rif, het onbemande sonarschip speurde het water af tot 230 meter diep, en de ROV’s Hercules en Argus inspecteerden de grillige rotswand die op 1500 meter diepte de zeebodem bereikt. De Nautilus maakte met zijn geavanceerde sonar vijf rondjes om het eiland, het sonarscheepje drie en de drones één. Via monitors aan boord volgden Ballard en zijn team de hele operatie op de voet.

Earharts vliegtuig werd niet gevonden.

‘We hebben ons uiterste best gedaan,’ zegt Ballard. Hij vertelt dat er, toen hij in 1985 de Titanic ontdekte, al twee pogingen waren gedaan om de oceaanstomer te vinden. Ook stuitte hij in 1989 pas tijdens zijn tweede expeditie op de Bismarck, het grootste oorlogsschip van de nazi’s. ‘Soms loopt het soepel,’ zegt hij. ‘En soms kost het…’

Hij herneemt zich. ‘Ik ben veel te weten gekomen. Ik kan weer wat mogelijkheden wegstrepen. Het was leuk.’

Ballard, die als eerste besloot zijn ontdekkingen in de diepzee met een groot publiek te delen, laat zich door tegenslag niet uit het veld slaan. Maar na 157 expedities maakt hij de balans op. Dit voorjaar brengt hij zijn memoires en een documentaire uit, beide bij National Geographic. Zijn team bij de Ocean Exploration Trust heeft voor de komende tien jaar voldoende financiële middelen, of hij nu aan het roer staat of niet. 

‘Beetje bij beetje draag ik het stokje over,’ zegt hij. ‘Ik laat mijn levenswerk los, dat is best eng.’

In 1985 gaan Ballard en zijn team op zoek naar de Titanic. Eerst vinden ze een stoomketel, daarna de rest van het schip. Ballard voerde destijds ook geheime missies uit voor de Amerikaanse marine: hij inspecteerde de wrakken van twee kernonderzeeërs.

Foto van Emory Kristof

Als twaalfjarige zag Ballard 20.000 Mijlen onder Zee, waarin kapitein Nemo in zijn onderzeeër Nautilus de wereldzeeën bevaart. ‘Die film maakte veel indruk,’ zegt hij. Ballard groeide op in Californië en vermaakte zich aan zee met vissen en bodysurfen, nog onbewust van hoeveel er ónder het wateroppervlak te ontdekken viel. Later als ik groot ben, zei hij tegen zijn ouders, wil ik kapitein Nemo worden.

Het viel niet mee om die droom te verwezenlijken. Ballard, zoon van een luchtvaarttechnicus, kwam op school niet goed mee. Hij had moeite met lezen en schrijven. Hij deed twee keer zo lang over zijn huiswerk als zijn oudere broer Richard, die fluitend zijn diploma haalde en later promoveerde in de natuurkunde.

Ballard besloot oceanograaf te worden – een echte kapitein Nemo – en dat gaf hem een doel in het leven. ‘Ik wist dat het me alleen zou lukken als ik me erin vastbeet,’ zegt hij. Hoewel hij goed presteerde aan de University of California in Santa Barbara, bleek promoveren aan de Scripps Institution of Oceanography, iets waar hij als jongetje al van droomde, te hoog gegrepen.

Het Army Reserve Officers’ Training Corps, waarvan hij sinds zijn studententijd lid was, werd zijn redding. Want toen hij in militaire dienst moest, vroeg hij een overplaatsing naar de marine aan. Het verzoek werd ingewilligd. Als verbindingsofficier onderhield Ballard vanuit Massachusetts de contacten met onder meer het Woods Hole Oceanographic Institution. ‘Zo belandde ik precies op de juiste plek,’ schrijft hij in zijn memoires.

Ballard (onder, rechts, met zus Nancy Ann en broer Richard) groeide op in Zuid-Californië. Als kind droomde hij van een leven als dat van zijn held, kapitein Nemo uit 20.000 Mijlen onder Zee.

Foto van Robert Ballard

‘De duikboot daalt gestaag verder tot hij de breuklijn bereikt, 2700 meter onder de zeespiegel,’ schreef Ballard in zijn eerste reportage voor National Geographic, in mei 1975. Hierin beschrijft hij hoe hij met de Alvin, de krappe duikboot van Woods Hole, afdaalde in de diepzee. Dit gebeurde in het kader van Project FAMOUS, een Frans-Amerikaanse expeditie die als eerste de Midden-Atlantische Rug verkende, de langste bergketen op aarde. Als lid van het tienkoppige onderzoeksteam zag Ballard met eigen ogen het bewijs voor platentektoniek, een destijds nog omstreden fenomeen.

Ballard verkiest steevast, zoals hij zelf zegt, zijn ‘eigen waarnemingen’ boven de theorie. De Alvin, met zijn dieptebereik van 3600 meter, vormde daarbij een ideaal hulpmiddel. Ballard besefte dat hij, als hij de diepzee wilde onderzoeken, verbonden moest blijven aan Woods Hole en het ‘kleine witte duikbootje’. Hij zwaaide af bij de marine, promoveerde aan de University of Rhode Island en kwam als onderzoeker in dienst bij Woods Hole.

Ballards focus op visuele waarnemingen leidde tot nieuwe wetenschappelijke inzichten. In 1977 nam hij deel aan een expeditie ten noorden van de Galápagos, waar zich – zo bleek uit eerder verzamelde monsters – grote hoeveelheden heet water moesten bevinden. Behalve de Alvin ging er ook een nieuwe vinding mee: de Angus, een ‘slee’ aan een kabel met drie camera’s erop met een dieptebereik van zesduizend meter. Zo ontdekte het team hydrothermale bronnen: scheuren in de zeebodem die kokendheet water spuwen.

Ook bleek er leven voor te komen op onvermoede plekken: in totale duisternis op bijna 2700 meter diepte. Grote schelpen. Enorme mosselen. Reusachtige kokerwormen. Deze organismen, die gedijen in de buurt van bronnen die waterstofsulfide uitstoten, voeden zich met het onwelriekende gas dankzij chemosynthese, een proces dat Ballard en zijn team niet kenden tot ze het met eigen ogen zagen.

Ballard probeerde een systeem te ontdekken in de vindplaatsen van deze hydrothermale bronnen en ontdekte zo een ander tot dan toe onbekend fenomeen. Tijdens een expeditie voor de kust van Baja California stuitte zijn team op ‘schoorstenen’ die zwarte rook uitbraakten. Het water was er zo heet dat het puntje van de thermometer van de Alvin smolt. De vulkanische schoorstenen of black smokers bestaan uit diverse mineralen (die neerslaan zodra ze in contact komen met het koude zeewater). Hun aanwezigheid toonde aan dat er onder de zeebodem enorme hoeveelheden water circuleren.

Ballards ontdekkingen waren vernieuwend, maar bemande onderzeeboten zijn verre van ideaal. Duiken naar grote diepten duurt lang (en je moet ook nog terug). Er blijft maar weinig tijd over voor onderzoek, en bovendien zijn zulke missies niet ongevaarlijk. Zo ontstond er tijdens Project FAMOUS brand in de Franse onderzeeër waarin Ballard zich bevond, en kwam de Alvin klem te zitten in een rotsspleet. Toen de bathyscaaf van de Amerikaanse marine waarin Ballard zat tijdens een missie naar de Kaaimantrog tegen een rotswand botste, ontstond er een gat in de gastank. Het duurde zes uur voor de duikboot weer aan de oppervlakte was, en al die tijd twijfelde de crew serieus of ze het er levend vanaf zou brengen. Ballard vroeg zich af of je dit soort werk niet beter aan robots met camera’s kon overlaten.

De grijparm van de Alvin verzamelt sediment bij een black smoker – een vulkanische ‘schoorsteen’ op de zeebodem die mineraalrijk water uitbraakt. De ontdekking van deze hydrothermale bronnen in 1979 (en de bijzondere zeedieren eromheen) door Ballard en zijn team betekende een doorbraak in de oceanografie.

Foto van Al Giddings

In 1977 zette Ballard zijn zinnen op het vinden van de Titanic, maar zijn eerste poging liep uit op een ramp. Hij werkte toen nog niet met duikboten, maar met buizen. Vanaf een bok op de Seaprobe liet hij een negenhonderd meter lange buis zakken. Hieraan was een bak bevestigd met daarin voor een half miljoen euro aan geleende sonarapparatuur en camera’s. Midden in de nacht stortte het bouwsel in, nog voor het zoeken naar het schip goed en wel was begonnen. De bok, de buizen, de geleende apparatuur: bijna alles zonk naar de bodem van de oceaan.

Ballard gaf zich niet gewonnen. De Titanic gold onder vakgenoten, schrijft hij, als ‘de ultieme trofee, iedereen wilde dit schip vinden’. Competitief als hij was beet hij zich in dit project vast. De marine zegde toe de ontwikkeling van Ballards ROV’s te betalen, op voorwaarde dat hij met deze op afstand bestuurbare duikbootjes zou deelnemen aan enkele geheime missies.

De Argo was de eerste ROV die werd voltooid. De duikboot stuurde livebeelden door, zodat het team direct kon bijsturen als er iets voorbijkwam dat het bestuderen waard was. Voor de marine was dit dé manier om in het noorden van de Atlantische Oceaan de gezonken kernonderzeeërs Thresher en de Scorpion te onderzoeken. Dankzij deze missies, die tot eind jaren negentig geheim bleven, kon Ballard twee weken lang op zoek gaan naar de Titanic. Zonder de bij de inspectie van de onderzeeërs opgedane kennis had hij de Titanic mogelijk niet gevonden.

Omdat de tijd drong (een door een Texaanse olietycoon gefinancierd team kon de Titanic elk moment vinden) werkte Ballard samen met een Frans team dat het zoekgebied verkende met geavanceerde sonar. Hij ging ervan uit dat de Fransen het schip zouden vinden en dat zijn rol beperkt zou blijven tot het leveren van de filmbeelden. Maar de Fransen vonden het wrak niet. 

Ballard maakte een schatting van de afmetingen van de puinbaaierd van de Titanic en bepaalde zo het zoekgebied van de Argo. Daarna begon zijn team met ‘grasmaaien’, zoals Ballard dat noemt: ze voeren in het zoekgebied eindeloos heen en weer. Een saaie klus – tot je iets vindt. Op 1 september 1985, rond één uur ’s nachts, ontwaarden ze wrakstukken én een stoomketel.

De vondst leidde tot een enorm mediacircus. Vanaf dat moment was Ballard, tot zijn vreugde en chagrijn, ‘de man die de Titanic heeft ontdekt’, een wapenfeit dat zijn grootste wetenschappelijke ontdekkingen overschaduwde.

Door alle publiciteit ontkiemde echter ook een zaadje dat al in 1972 was geplant toen Ballard op een duikclub Melville Grosvenor ontmoette, de voorzitter van de National Geographic Society. Grosvenor vroeg hem om voor het Magazine te schrijven. De oceanograaf nam steevast wetenschappers mee de diepzee in; volgens Grosvenor moest het grote publiek die kans ook krijgen.

Van meet af aan had Ballard op zijn expedities journalisten en fotografen meegenomen. Daarnaast had hij meegewerkt aan diverse tv-specials van National Geographic over zijn werk – iets waarop veel andere onderzoekers neerkeken. Dit stak, maar Ballard bleef zijn werk met de buitenwacht delen. Hij vond het belangrijk ook jongeren te bereiken. Na zijn vondst van de Titanic had hij duizenden brieven van kinderen ontvangen – wie weet kon hij de jeugd enthousiast maken voor avontuurlijke expedities. Bovendien, zei hij: ‘Als je een kind van vijf niet kunt uitleggen wat je doet, dan is er iets mis.’

Deze missie zou nog aan belang winnen toen zijn leven een dramatische wending nam.

In 1966 was Ballard getrouwd met Marjorie Hargas, met wie hij twee zoons kreeg: Todd en Douglas. Een erg gelukkig huwelijk was het niet, maar Ballard was dol op zijn zoons. Zodra de jongens oud genoeg waren, mochten ze mee op zijn expedities, te beginnen met Todd, de oudste. Todd was erbij op de eerste zoektocht naar de Bismarck, toen het nazischip nog niet werd gevonden. Hij vergezelde zijn vader ook op de tweede poging in juni 1989, toen het wél raak was. Maar drie maanden later kwam Todd, nog geen 21 jaar oud, om het leven bij een auto-ongeluk. Kort hierna strandde het huwelijk.

Nog vervuld van verdriet stortte Ballard zich op het dat jaar gelanceerde Project JASON: een reeks live-uitzendingen voor schoolkinderen tijdens een archeologische missie in de Middellandse Zee met filmbeelden gemaakt door de Jason, zijn nieuwste ROV. Niet lang hierna maakte hij een tweede trip met de Jason naar Lake Ontario en een derde naar de Galápagos. Hij werkte hierbij samen met National Geographic; de projectmanager van de Society was de jonge Barbara Earle. Ballard en Earle trouwden in 1991, en hun kinderen, Benjamin en Emily, zouden hun vader op diens reizen vergezellen.

Ballard hield zich nu alleen nog bezig met het doen van vondsten en deelde zijn ervaringen met een groot publiek. Hij ontdekte een Fenicisch schip in de Middellandse Zee en bracht daar, aan de hand van een spoor van amforen op de zeebodem, een oude handelsroute aan het licht. In de Zwarte Zee vond hij behalve een goed geconserveerd schip ook bewijs voor een ‘zondvloedachtige’ overstroming. In de Grote Oceaan ontdekte hij de USS Yorktown en Kennedy’s PT 109.

Net als zijn held kapitein Nemo bevoer hij de wereldzeeën, maar een eigen Nautilus bezat hij nog altijd niet. Hij had een Oost-Duits onderzoeksschip op het oog dat voor spionage leek te zijn gebruikt. De vraagprijs bleek voor Ballard te hoog. Toen de eigenaar, de New Yorkse miljardair Vincent Viola, dit hoorde, deed hij hem het schip cadeau. Naar het voorbeeld van het door hem bewonderde Corps of Discovery van Lewis en Clark richtte Ballard een Corps of Exploration op. Dit team zou op de Nautilus bij expedities over de hele wereld zorgen voor de techniek.

Na jaren meevaren op allerlei onderzoeksschepen, kreeg Robert Ballard zijn eigen schip, de Nautilus. Op alle expedities gaat een vast team van diepzee-experts mee, het Corps of Exploration. In de controlekamer bekijkt Ballard de beelden van twee duikbootjes die speuren naar het vliegtuig van Amelia Earhart.

Foto van Gabriel Scarlett

Ook anderszins trad Ballard in de voetstappen van deze negentiende-eeuwse ontdekkingsreizigers: de Amerikaanse overheid vroeg hem de Amerikaanse EEZ (exclusieve economische zone) in kaart te brengen. Zo belandde Ballard in 2019 bij Nikumaroro. De Nautilus was aan het werk in de EEZ rond Amerikaans-Samoa en Howland Island, het gebied waar Earhart in 1937 had willen landen. Dankzij de EEZ-opdracht kon Ballard ook onderzoek doen langs de Californische kust, waar hij in onderwatergrotten zocht naar sporen van de vroegste menselijke bevolking in het gebied.

Op de achtergrond is Ballard altijd op zoek gebleven naar zichzelf. Hij vroeg zich af waarom zijn brein zo anders werkte dan dat van anderen. Hij mocht dan 26 boeken en meer dan 150 (populair) wetenschappelijke publicaties op zijn naam hebben, lezen en schrijven bleef hij lastig vinden.

In maart 2015 hoorde hij een radio-interview met de schrijvers van een boek over dyslexie. Hij bestelde het boek, las het in één ruk uit en huilde toen hij het uit had, vertelt hij, ‘omdat ik mijzelf eindelijk begreep’. Hij zag in dat hij voor zichzelf een werkterrein had gecreëerd waarin hij kon excelleren: een wereld die ruimtelijk inzicht vereist, visualisaties in drie dimensies. In het commandocentrum van zijn schip voegt hij de informatie van tientallen schermen moeiteloos samen tot één enkel beeld. Tijdens zijn eerste duik naar de Titanic viel in de Alvin de sonar uit, en toch wist Ballard precies waar hij heen moest.

In de diepzee heerst ‘volstrekte duisternis,’ zegt Ballard, ‘maar niet voor mij. Ik zie er alles.’

De documentaire Bob Ballard: An Explorer’s Life, met nooit eerder vertoonde filmbeelden, is op zaterdag 17 juli om 21.00 uur te zien op National Geographic.

Dit artikel verscheen in de vijfde editie van National Geographic Magazine 2021.

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.