Nieuwe stimulans voor ‘de-extinctie’ van buidelwolf

Sommige wetenschappers menen dat het terugbrengen van het uitgestorven roofdier kan helpen om verdwenen ecosystemen te herstellen. Maar is ‘de-extinctie’ een realistische optie?

Door Sofia Quaglia
Gepubliceerd 23 aug. 2022 20:57 CEST
Op deze ferrotypie is een opgezet exemplaar van de buidelwolf te zien. De laatste ‘Tasmaanse tijger’ ...

Op deze ferrotypie is een opgezet exemplaar van de buidelwolf te zien. De laatste ‘Tasmaanse tijger’ stierf in 1936, maar een groep wetenschappers wil het roofdier weer doen herleven. 

Foto door Robb Kendrick, Nat Geo Image Collection

Een radicaal idee om het herstel van beschadigde ecosystemen mogelijk te maken heeft de laatste tijd een nieuwe stimulans gekregen: het weer tot leven wekken van uitgestorven soorten om ze in het wild uit te zetten. Voorstanders van deze aanpak, die ook wel ‘de-extinctie’ (‘ont-uitsterving’) wordt genoemd, stellen dat het terugbrengen van uitgestorven soorten die een belangrijke ecologische rol in hun oorspronkelijke habitats hebben gespeeld, ten goede kan komen aan hele regio’s. 

De in het lab tot leven gewekte dieren zouden niet exact dezelfde soorten zijn die zijn uitgestorven, maar veeleer hybride versies van die soorten, waarbij hun oorspronkelijke DNA zou worden aangevuld met dat van niet-uitgestorven verwanten. Het bekendste project op dit gebied is de poging om een versie van de wolharige mammoet te doen herleven door het genoom ervan te combineren met dat van de Aziatische olifant. Dat doel wordt al jarenlang nagestreefd door Harvard-geneticus George Church, die onlangs met 75 miljoen dollar aan investeringsgeld de biotechnologiefirma Colossal heeft opgericht. 

Gisteren maakte Colossal bekend dat het gaat samenwerken met een groep onderzoekers van de University of Melbourne om de de-extinctie van een ander uitgestorven dier mogelijk te maken: de buidelwolf, die ook wel Tasmaanse tijger wordt genoemd en minder dan eeuw geleden is uitgestorven. 

‘We werken in mijn lab al tien jaar aan de de-extinctie van de buidelwolf, maar door de samenwerking met Colossal hebben we nu toegang tot een schat aan technologie waarmee zij aan ons project kunnen bijdragen,’ zegt Andrew Pask, hoofd van het Thylacine Restoration Lab (‘Laboratorium voor het terugbrengen van de buidelwolf’) van de University of Melbourne. 

De wetenschappers achter het project denken dat het terugbrengen van een toproofdier een belangrijke bijdrage kan leveren aan het herstel van het ecologische evenwicht op het eiland Tasmanië; bekend is dat toproofdieren verhinderen dat populaties van andere dieren zich explosief vermeerderen en daarmee de natuurlijke balans van een ecosysteem verstoren. Daarnaast kan het project bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe gentechnologie, zoals het creëren van kunstmatige baarmoeders, waarmee andere projecten op het gebied van natuurbehoud kunnen worden gestimuleerd. 

Maar sceptici wijzen erop dat eerdere pogingen om de buidelwolf weer tot leven te wekken tot nu toe zijn mislukt en dat de grote gentechnologische uitdagingen nog altijd een enorm obstakel vormen. Daarnaast zeggen ze dat het streven naar de-extinctie afleidt van het onderzoek naar de uitsterving van huidige soorten en woedt er een verhit debat over de vraag of het wel ethisch verantwoord is om uitgestorven diersoorten te doen herleven.  

‘Ik zie geen enkel probleem in onze poging om de buidelwolf weer in moderne ecosystemen in te passen. Er bevindt zich daar een lege ruimte die klaarligt voor de buidelwolf,’ zegt Chris Johnson, een ecoloog van de University of Tasmania die onderzoek doet naar uitstervingen van diersoorten. ‘Maar dit onderwerp hebben we al uitgebreid besproken. In Australië wordt er al minstens twintig jaar over de de-extinctie van de buidelwolf gedebatteerd, en dat debat zit muurvast.’ 

Verdwenen roofdier 

De buidelwolf of Tasmaanse tijger (Thylacinus cynocephalus) was een buideldier, wat betekende dat ze haar jongen net als een kangoeroe in een buidel meedroeg; de geslachtsnaam ‘Thylacinus’ is dan ook afgeleid van het Griekse woord voor buidel. Maar de buidelwolf leek meer op een slanke hond met een stijve dikke staart dan op een buideldier. Vanwege de kenmerkende strepen op zijn onderrug werd het roofdier ook wel Tasmaanse tijger genoemd. De soort heeft miljoenen jaren op aarde geleefd, waarschijnlijk sinds het vroege Pleistoceen, en zijn verspreidingsgebied strekte zich ooit over grote delen van Australië en Nieuw-Guinea uit. 

Het solitaire dier jaagde overwegend ’s nachts en was waarschijnlijk een sluipjager die het had gemunt op kleinere prooidieren. Maar op zeker moment in de laatste duizend jaar stierf het dier op Nieuw-Guinea en het Australische vasteland uit, waarschijnlijk omdat de prehistorische mens jacht op de buidelwolf maakte en ook door concurrentie met de dingo, een dier dat zo’n 2000 jaar v. Chr. door de mens vanuit Azië naar Australië is meegebracht. Maar honderden jaren lang hield de buidelwolf het nog vol in zijn laatste toevluchtsoord: het eiland Tasmanië. 

Het laatste exemplaar, de buidelwolf Benjamin, overleed in september 1936 in de Beaumaris Zoo van Hobart, de hoofdstad van Tasmanië, slechts twee maanden nadat de ‘Tasmaanse tijger’ als beschermde diersoort was erkend. Sindsdien hebben meerdere mensen beweerd een buidelwolf te hebben gespot, en sommige onderzoekers denken dat het roofdier mogelijk pas later is uitgestorven dan in 1936. Maar sinds 1936 zijn er geen bevestigde waarnemingen van het dier geweest, en dus werd de soort in 1982 door de International Union for Conservation of Nature officieel als uitgestorven beschouwd. 

Tegenwoordig worden ecosystemen op Tasmanië bedreigd door het verlies van zijn ‘tijger’. Het verdwijnen van het voornaamste toproofdier heeft geleid tot een te grote aanwezigheid van kleinere buideldieren uit de familie van de Macropodidae, waaronder de roodnekwallaby en de roodbuikpademelon. Door overbegrazing richten deze buideldieren veel schade aan de plaatselijke flora aan en verstoren daarmee het ecologische evenwicht, waardoor ook andere planteneters in hun voortbestaan worden bedreigd. 

Op papier zouden de populaties van deze kleinere dieren weer onder controle gebracht kunnen worden door het terugbrengen van een toproofdier als de buidelwolf. Toproofdieren voorkomen ook de verbreiding van ziekten onder prooidieren, zoals snuitkanker bij Tasmaanse duivels, een overdraagbare vorm van kanker die zich momenteel onder deze kleine buideldiertjes verspreidt. Maar het doen herleven van een uitgestorven soort stuit op grote wetenschappelijke uitdagingen. 

Gentechnologische herleving 

Volgens Pask begint elke poging om een uitgestorven diersoort te doen herleven bij de nauwste nog levende verwant van het bewuste dier. In het geval van de buidelwolf is dat de numbat of buidelmiereneter, een kleine insecteneter die inheems is in West-Australië en waarvan het genoom eerder dit jaar is gesequentieerd

De laatste gemeenschappelijke voorouder van de numbat en de buidelwolf leefde tussen de 40 en 35 miljoen jaar geleden, en beide soorten hebben ongeveer 95 procent van hun DNA met elkaar gemeen. Het genoom van de numbat zou dus kunnen dienen als ‘blauwdruk’ voor een gentechnologisch instrument als CRISPR-cas, waarmee een bestaand genoom kan worden ‘geredigeerd’ om het op het genoom van de uitgestorven buidelwolf te doen lijken; het genoom van de buidelwolf zelf is al in 2007 met behulp van DNA uit museumexemplaren gesequentieerd

‘We kunnen tegenwoordig grote fragmenten DNA heel goed synthetiseren, wat betekent dat we levende numbatcellen genetisch kunnen aanpassen en het zo in het genoom van de buidelwolf kunnen veranderen,’ zegt Pask. ‘Vervolgens moet je zo’n cel weer tot een levend organisme maken.’ 

Maar in het beschikbare genoom van de buidelwolf zitten allerlei hiaten, en het opvullen van die hiaten blijft een grote uitdaging. In gentechnologisch opzicht zou het creëren van een kloon van de buidelwolf weleens moeilijker kunnen zijn dan het klonen van een wolharige mammoet, omdat de prehistorische mammoet veel meer verwantschap vertoont met zijn nog levende ‘blauwdruk’, de Aziatische olifant, dan de numbat met zijn verre neef, de buidelwolf. 

Maar de poging om de buidelwolf te doen herleven is volgens Pask in een ander opzicht juist gemakkelijker, aangezien het dier relatief kort geleden is uitgestorven. Wetenschappers beschikken over een uitgebreide biobank aan informatie over de soort en over talloze museumexemplaren en -stukken, waaronder schedels, skeletten, uitwerpselen en zelfs embryo’s in de buidel van hun moeder

Tom Gilbert, een geneticus aan de Universiteit van Kopenhagen die niet is betrokken bij het project om de buidelwolf te doen herleven, vindt de-extinctie een fascinerend idee. Maar hij is sceptisch over de praktische uitvoerbaarheid van het project. Eerder dit jaar hebben Gilbert en zijn collega’s een onderzoek gepubliceerd over hun poging om het genoom van de Maclear-rat te sequentiëren, een soort die op het Australische Christmas Island leefde en aan het begin van de vorige eeuw uitstierf. Daarbij gebruikten de onderzoekers als ‘blauwdruk’ het genoom van de nauw verwante bruine rat. 

Maar hoewel Gilbert en zijn team de beschikking hadden over biologische exemplaren van de Maclear-rat en het hoogwaardige genoom van een nauw verwante soort, ontdekten ze dat ze bijna vijf procent van het DNA van de uitgestorven rat niet volledig konden reconstrueren. Het ontbreken van een dusdanig groot stuk aan genetische informatie maken pogingen tot de-extinctie heel erg lastig, zegt Gilbert, en het betekent dat elk dier dat door middel van de-extinctie weer tot leven zou worden gewekt, aanzienlijk zou verschillen van de oorspronkelijke soort. 

‘De numbat lijkt in het geheel niet op de buidelwolf,’ zegt Gilbert. ‘Dus nu zijn ze het genoom van de numbat aan het aanpassen om hem meer op een buidelwolf te doen lijken.’ En bij het invullen van de ontbrekende genetische informatie zouden beslissingen genomen moeten worden over hoe het bewuste dier eruit zou komen te zien. ‘Uiteindelijk zul je gedwongen zijn om het dier aan te passen aan de eigen beeldvorming van de uitgestorven soort.’ Een van de risico’s van dit soort werk is volgens Gilbert dat het teruggebrachte dier misschien niet erg geschikt is om in het wild te overleven. 

Geboren in een lab 

Zelfs als deze gentechnologische obstakels overwonnen zouden worden, zou het voor de succesvolle de-extinctie van een uitgestorven diersoort nodig zijn om een embryo uit een levensvatbare cel te kweken. In het geval van de buidelwolf bestaat de technologie daarvoor nog niet, maar de procedure zou gemakkelijker kunnen zijn dan die voor de wolharige mammoet, die een draagtijd van 22 maanden had. Vergeleken met die lange periode is de draagtijd van de buidelwolf veel minder problematisch, want de embryo van het dier ontwikkelt zich binnen een maand in de baarmoeder en groeit daarna in de buidel in twaalf tot zestien weken uit tot een levensvatbaar jong

Al ruim een jaar werkt Colossal voor het buidelwolf-project aan twee verschillende draagmethoden: een kunstmatige baarmoeder waarin een embryo tot foetus kan uitgroeien, en een kunstmatige buidel waarin een joey [de zuigeling van een buideldier] tot een zelfstandig jong kan opgroeien. ‘Geen van beide methoden is nog compleet, maar we boeken gewoon gestaag vooruitgang,’ zegt Ben Lamm, medeoprichter en directeur van Colossal. Ook het gebruik van een surrogaatmoeder is een mogelijke oplossing. 

Zelfs als alles naar plan verloopt, zal het nog jaren duren voordat het laboratorium de eerste gekloonde buideldieren zal produceren. Lamm hanteert geen vast tijdschema, maar hij denkt dat dit project sneller zal gaan dan dat voor de wolharige mammoet, waaraan nog zeker zes jaar moet worden gewerkt

Als deze technologie eenmaal is ontwikkeld, zou ze volgens Lamm meerdere toepassingsmogelijkheden hebben. De ontwikkeling van kunstmatige draagmethoden en kunstbuidels zou kunnen bijdragen aan het behoud van andere bedreigde buideldieren, bijvoorbeeld bij het vervangen van de vele koala’s die bij de grote bosbranden van de afgelopen jaren zijn gedood

Michael Archer, een paleontoloog van de University of New South Wales in Sydney die is gespecialiseerd in de gewervelde dieren van Australië, had in 1999 de leiding over een poging om de buidelwolf te doen herleven, maar dat project werd afgebroken omdat het vergaarde DNA van het dier te veel verslechterd was. Hoewel hij niet bij de nieuwe poging van Colossal is betrokken, is hij enthousiast over het project. 

‘Ik vind het natuurlijk prachtig om te zien dat iemand anders mijn overtuiging deelt. Nu de technologie onze verbeeldingskracht begint in te halen, zouden we dit moeten klaarspelen,’ zegt hij. 

Wat wil Tasmanië? 

Wanneer een toproofdier als de buidelwolf verdwijnt, kan het ecosysteem waarin het heeft geleefd snel uit zijn voegen raken, waarbij ‘de ene na de andere voedselketen in de problemen komt,’ aldus Archer. De prooidieren van het uitgestorven roofdier vermeerderen zich explosief, waardoor het hele ecosysteem uit balans raakt en een vicieuze cirkel van destabilisatie en verval begint. 

Gebleken is dat projecten als de herintroductie van de wolf in het Yellowstone National Park en van de Tasmaanse duivel op het Australische vasteland succesvolle manieren zijn om het evenwicht van ecosystemen te herstellen. Volgens voorstanders van de de-extinctie van de buidelwolf zou het roofdier dat ook kunnen doen voor het Tasmaanse bushlandschap. 

‘Het is als een handschoen die momenteel niemand past. Als de buidelwolf weer naar het eiland kan worden teruggebracht, zou hij meteen weer in die handschoen passen – alsof hij nooit was uitgestorven,’ zegt Archer. 

Maar sommige onderzoekers zijn er niet van overtuigd dat de-extinctie een praktische manier is om aan natuurbehoud en het herstel van ecosystemen te werken. Als de buidelwolf op dit moment in de wildernis van Tasmanië zou worden uitgezet, zou dat volgens Chris Johnson, de ecoloog van de University of Tasmania, zeker ten goede komen aan het plaatselijke ecosysteem omdat het roofdier de explosief groeiende populaties kleinere buideldieren weer onder controle zou brengen. Maar hij ziet het project als ‘zeer maar dan ook zeer lastig,’ en vindt dat er andere en haalbaardere manieren zijn om ecosystemen in heel Australië te herstellen. 

Volgens Johnson zou de terugkeer van de buidelwolf op het Australische vasteland waarschijnlijk niet veel uitmaken voor het herstel van ecosystemen, omdat talloze habitats daar worden geschaad door invasieve soorten, waaronder vossen en herten, die waarschijnlijk te snel zijn voor een sluipjager als de buidelwolf. 

‘Als we de ecologische functie van een toproofdier op het Australische platteland willen herstellen, dan is de eenvoudigste en naar alle waarschijnlijkheid meest efficiënte aanpak de bescherming van het toproofdier dat daar al rondloopt, namelijk de dingo,’ zegt Johnson. 

Hoewel pogingen om uitgestorven dieren weer tot leven te wekken de biotechnologie kunnen bevorderen, is het nog altijd onduidelijk in hoeverre ze kunnen bijdragen aan het natuurbehoud en of ze op ethisch verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd. 

Volgens Lamm zou het terugbrengen van de buidelwolf in zijn oorspronkelijke wilde habitat in samenwerking met plaatselijke milieugroepen en Aboriginal-gemeenschappen moeten gebeuren. ‘Een doordachte herintroductie van een soort zal waarschijnlijk meer tijd in beslag nemen dan de ontwikkeling van de soort zelf, omdat we zoiets op verantwoorde wijze willen doen,’ zegt hij. 

Maar volgens Emma Lee, een professor van de Swinburne University of Technology in Melbourne die is gespecialiseerd in Inheemse aangelegenheden en milieumanagement, is de nieuwe technologie een vorm van neokolonialisme. Als Aboriginal-trawlwulwuy-vrouw op Tasmanië beschouwt zij de-extinctie als een ‘verkeerde benadering’ waarbij ‘de Tasmaanse Aboriginals op stuitende wijze het recht wordt ontnomen om voor hun land op te komen,’ vooral gezien het feit dat het uitsterven van de buidelwolf op Tasmanië vooral wordt toegeschreven aan de jacht door Europese kolonisten. ‘Onze cultuur en dieren zijn geen speelgoed voor wetenschappers,’ zegt Lee. 

Volgens Pask zullen ‘de huidige oorspronkelijke landeigenaren betrokken worden bij alle toekomstige pogingen tot natuurherstel.’ Voor hem is de herintroductie van de buidelwolf een verplichting, omdat het de mens is die het roofdier heeft uitgeroeid. ‘Als we het instrumentarium hebben om deze uitroeiingen te corrigeren, en dat hebben we nu, zou ik deze fouten graag hersteld zien,’ zegt hij. ‘We zijn het aan deze soorten verplicht om ze weer terug te brengen in hun ecosystemen.’ 

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Wetenschap
Is de COVID-19-pandemie voorbij?
Wetenschap
Antwoord op zes grote vragen over de nieuwe boosters tegen de omikronvariant
Wetenschap
Hoe extreme hitte schadelijk kan zijn voor zwangere vrouwen
Wetenschap
In onbruik geraakt pokkenvaccin is weer nodig – tegen apenpokken
Wetenschap
Waarom het aantal besmettingen met het apenpokkenvirus nog steeds zo snel groeit

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.