In maart 2022 viel het Ziyad Al-Aly op dat er steeds meer patiënten naar zijn kliniek in Missouri kwamen die zich ‘onaantastbaar’ waanden. Deze patiënten hadden niet alleen vaccins en een booster gehad tegen COVID-19, maar waren bovendien kort daarvoor hersteld van een besmetting. Zij dachten dat ze daardoor immuun waren.

‘Ik vroeg me af of dat ook echt zo was,’ vertelt Al-Aly, die werkt bij het St. Louis Healthcare System voor Amerikaanse veteranen en daarnaast klinisch epidemioloog is aan de Washington University in St. Louis. In 2022 publiceerde Al-Aly een onderzoek, waarvoor hij de medische gegevens van ruim 5,6 miljoen Amerikaanse legerveteranen analyseerde.

Uit deze epidemiologische gegevens blijkt dat herbesmetting wel degelijk voorkomt en dat elke nieuwe besmetting een groter sterfterisico oplevert, aan bijna alle denkbare oorzaken. Daarnaast zorgt elke besmetting ook voor een grotere kans op andere problematische gevolgen, zoals hart-, bloed en hersenaandoeningen, en op ziekten als diabetes, chronische vermoeidheid en long covid.

Samen met andere deskundigen wijst Al-Aly erop dat er nog veel vragen onbeantwoord zijn. Amerikaanse veteranen vormen geen weerspiegeling van de gehele bevolking, omdat deze voornamelijk bestaat uit oudere, witte mannen. Daarnaast is het de vraag of nieuwere COVID-19-varianten een groter risico opleveren op een ernstig ziekteverloop, en hoe lang het duurt voordat de immuniteit afneemt en iemand de kans loopt om opnieuw besmet te raken.

Dit is wat wetenschappers tot nu toe te weten kwamen en hoe ze proberen deze complexe vragen op te lossen.

Hoe werkt herbesmetting?

De kans op herbesmetting is per ziekte verschillend. Bij sommige ziekten, zoals de mazelen, gele koorts en rodehond, zijn zorgen over een tweede infectie ongegrond, omdat een enkele besmetting of vaccinatie langdurige immuniteit oplevert.

Daarnaast zijn er ziekten waarvoor je in de loop van de tijd minder immuun wordt, waardoor de kans op herbesmetting groter wordt. Het verloop van de herbesmetting is afhankelijk van allerlei factoren, zoals onderliggende aandoeningen, veranderingen in je gezondheid die mogelijk het immuunsysteem verzwakken, het moment van vaccinatie of veranderingen van het virus zelf.

Neem bijvoorbeeld de griep. Het griepvirus muteert zo regelmatig dat dit het afweersysteem weet te omzeilen – bij elke nieuwe besmetting is het net alsof je voor het eerst griep hebt. ‘Je lichaam kan dus niet zeggen: ‘ik ken jou, ik weet hoe ik je aan moet pakken’,’ legt Al-Aly uit.

Maar meestal verlopen herbesmettingen minder ernstig dan een eerste besmetting, zegt epidemioloog Laith J. Abu-Raddad van Weill Cornell Medicine–Qatar. ‘Dat is logisch: het afweersysteem is voorbereid. Mogelijk heb je wel symptomen, maar je lichaam reageert zo snel dat de verspreiding van de ziektekiemen beperkt blijft.’

Een uitzondering daarop is dengue. Daarbij doet zich een zeldzaam fenomeen voor waarbij de weerstand door een eerdere besmetting juist een averechts effect kan hebben, doordat er antistoffen ontstaan die het virus ongewild helpen om cellen van de gastheer binnen te dringen. Er is geen bewijs dat dit ook bij SARS-CoV-2 gebeurt.

Meerdere keren COVID-19

Al-Aly benadrukt dat uit zijn onderzoek niet blijkt dat herbesmettingen een ernstiger verloop hadden dan eerste besmettingen. Maar zelfs als je afweersysteem een tweede besmetting beter aankan, is het beter helemaal niet besmet te raken, benadrukt hij. Hij vergelijkt het met een brand in een woning. ‘Dan zeg je ook niet tegen je partner: ‘ik weet nu hoe ik het vuur moet blussen, dus laten we de boel weer in brand steken’. ’

Abu-Raddad is het daarmee eens. Uit zijn onderzoek blijkt dat mensen die gevaccineerd zijn en die een eerdere besmetting doormaakten een ongeveer 97 procent kleinere kans hebben op een ernstig, kritiek of dodelijk verloop van een herbesmetting. Het risico daarop is, in andere woorden ‘heel, heel klein.’ Maar, voegt hij daar aan toe, met elke nieuwe besmetting wordt het totale risico op schade door COVID-19 als individu groter.

Volgens Michael Osterholm, directeur van het Center for Infectious Disease Research and Policy van de University of Minnesota, zouden er meer onderzoeken als die van Al-Aly moeten worden gedaan. Zo is het volgens hem denkbaar dat een besmetting leidt tot een langdurige aderontsteking, waardoor bloedpropjes ontstaan die de kans op een hartaanval of een beroerte vergroten.

‘Dat is een voorbeeld van iets waar we echt nog veel meer grip op moeten krijgen,’ stelt hij.

Nieuwe varianten

Osterholm wijst erop dat er een variant of subvariant zou kunnen opduiken die de hele boel weer op zijn kop zet. ‘Steeds als we dachten dat we dit virus doorhadden, moesten we daar later toch weer op terugkomen,’ waarschuwt hij.

Intussen kunnen mensen volgens de experts van alles doen om zich tegen deze onzekerheid te beschermen: laat je vaccineren of haal een booster als je daarvoor in aanmerking komt, en neem andere slimme voorzorgsmaatregelen, zoals het dragen van een mondkapje en het vermijden van risicovolle situaties.

‘Elke keer dat we ons blootstellen aan het risico van herbesmetting, spelen we een gevaarlijk spel,’ stelt Abu-Raddad. ‘Het zou net die ene besmetting kunnen zijn die heel heftig uitpakt.’