Begint je sportroutine voorspelbaar te voelen? Dat kan meer gevolgen hebben dan alleen minder motivatie. Afwisseling in beweging blijkt niet alleen leuker, maar mogelijk ook gezonder. Een grootschalige studie van Harvard University, deze maand gepubliceerd in BMJ Medicine, laat zien dat mensen die verschillende vormen van lichaamsbeweging combineren, een lagere kans hebben op vroegtijdig overlijden dan mensen die zich beperken tot één sport. Hoe zit dat?

Waarom variatie gezond is

Dat regelmatig bewegen goed is voor de gezondheid, staat al langer vast. Nieuw aan dit onderzoek is de conclusie dat variatie op de lange termijn belangrijker lijkt dan het totaal aantal sportminuten.

De onderzoekers analyseerden gegevens van ruim 111.000 verpleegkundigen en zorgprofessionals, die over een periode van dertig jaar vragenlijsten invulden over hun leefstijl. Ze rapporteerden onder meer hoe vaak en hoe lang ze activiteiten deden als wandelen, fietsen, tuinieren, hardlopen, tennis, traplopen, krachttraining en yoga.

Leestip: Waarom vrouwen mogelijk meer gezondheidswinst halen uit sporten dan mannen

De deelnemers die wekelijks de meeste verschillende activiteiten deden, hadden een negentien procent lagere kans op vroegtijdig overlijden. ‘Het lijkt gunstiger om je beschikbare energie over meerdere soorten beweging te verdelen, in plaats van alles te stoppen in één intensieve activiteit,’ zegt Yang Hu, voedingsonderzoeker aan Harvard en medeauteur van de studie.

Kanttekeningen bij de resultaten

Daarbij plaatsen de onderzoekers wel een kanttekening. De gegevens zijn zelfgerapporteerd, wat betekent dat deelnemers hun activiteiten mogelijk hebben overschat. En hoewel de studie een link legt tussen sportdiversiteit en een langere levensduur, is een causaal verband niet aangetoond.

‘De resultaten moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd,’ zegt Duck-chul Lee, directeur van het Physical Activity Research Center aan de University of Pittsburgh (VS). ‘Maar het onderzoek is zorgvuldig uitgevoerd en werpt een interessant nieuw licht op hoe we bewegen.’

Sporten onder één noemer vergelijken

Om activiteiten met elkaar te vergelijken, wezen de onderzoekers een zogeheten MET-waarde (metabool equivalent) toe aan iedere oefening. Activiteiten met een hogere intensiteit, zoals joggen, kregen een hogere MET-waarde dan activiteiten met een lagere intensiteit, zoals tuinieren. De MET-waarde werd vermenigvuldigd met de hoeveelheid tijd die de deelnemers per week aan deze activiteit besteedden.

Niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Door die waarde te vermenigvuldigen met de tijd die iemand aan een activiteit besteedde, konden onderzoekers intensiteit en duur onderling vergelijken. ‘Zonder zo’n maat is het onmogelijk om een halfuur hardlopen te vergelijken met een uur zwemmen,’ legt Hu uit.

Meer sporten is niet altijd beter

Variatie blijkt gunstig, maar geldt dat ook voor het aantal uren? Niet altijd. Eerder onderzoek uit 2015, waar Lee bij betrokken was, liet zien dat minder dan een uur hardlopen per week al samenhing met een lagere vroegtijdige sterftekans.

Opvallend genoeg gold voor hardlopers die meer dan 2,5 uur per week renden, dat hun sterftekans ‘niet geassocieerd werd met een langere levensduur in vergelijking met sedentaire niet-hardlopers.’

Leestips: Wandelen is populair: deze 6 wandeltrends boosten je gezondheid

Opvallend genoeg gold dat voordeel niet voor mensen die meer dan 2,5 uur per week hardliepen. Hun levensverwachting was niet hoger dan die van mensen die helemaal niet renden. Mogelijk bereiken de gezondheidsvoordelen een plateau, of nemen ze zelfs af bij overbelasting. Iets soortgelijks werd ook gezien bij een studie uit 2023 naar intensieve krachttraining.

De nieuwe Harvard-studie wijst op een vergelijkbaar optimum: ongeveer drie uur intensieve of zes uur matig intensieve beweging per week. ‘Meer bewegen is niet schadelijk,’ zegt Hu, ‘maar het levert niet automatisch extra gezondheidswinst op.’

Wat maakt afwisseling zo effectief?

Variatie lijkt de sleutel. De groep met de grootste sportvariatie had 13 tot 41 procent minder kans op hart- en longziekten en bepaalde vormen van kanker. Waarom precies, blijft nog onduidelijk. Waarschijnlijk vullen verschillende vormen van beweging elkaar aan.

Dat idee wordt ondersteund door onderzoek uit 2024 van Lee. Deelnemers die alleen cardiotraining deden, verbeterden hun conditie maar niet hun spierkracht. Wie cardio combineerde met krachttraining, boekte winst op beide fronten.

Hoewel het Harvard-onderzoek niet voorschrijft welke sporten je moet combineren, lijkt de boodschap duidelijk: mix cardio en kracht. Denk aan hardlopen en yoga, fietsen en krachttraining, of tennis afwisselen met wandelen. Die afwisseling is niet alleen beter vol te houden, maar mogelijk ook beter voor een lang en gezond leven.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!