Ooit doorkruiste een tallgrass-prairie vol manshoge grassoorten de Verenigde Staten, van Texas tot het zuiden van Canada. Daar is nu nog maar weinig van over: de graslanden omvatten nog maar vier procent van het oorspronkelijke verspreidingsgebied.
Maar er is verandering op til: op stukken prairie waar bizons grazen, nam de biodiversiteit van inheemse plantensoorten in de afgelopen dertig jaar met maar liefst 86 procent toe, zo blijkt uit een studie die in 2022 werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS.
De bizon zorgt voor een gezonde prairie
Om de rol van de grazer beter te onderzoeken, werd een tallgrass-prairie van bijna 3500 hectare in Kansas omgetoverd tot proeftuin. In sommige delen konden bizons het hele jaar grazend rondzwerven, in andere gebieden werd mocht rundvee naar hartenlust malen, maar alleen in het groeiseizoen van april tot november. En op weer een derde perceel werden beide grazers geweerd.
Wat blijkt? Op percelen die niet of door rundvee werden begraasd, was de groendiversiteit het kleinst. Het landschap was er grotendeels bedekt met vier inheemse grassoorten: groot baardgras, goudbaardgras, vingergras en klein prairiegras. Op plekken waar de bizons huishielden, kregen ook andere, minder dominante plantensoorten de kans zich te verspreiden.
Waarom zijn bizons van belang voor de prairie?
Volgens hoofdonderzoeker Zak Ratajczak kan de bloei van de prairie een aantal oorzaken hebben. Zo hebben bizons grillige graasgewoonten, wat de biodiversiteit ten goede komt. Runderen gaan methodischer te werk en laten het landschap netjes en evenredig begraasd achter.
Bizons daarentegen maken overal wroetkuilen, legt Ratajczak uit. ‘Ze rollen over de grond om hun wintervacht af te schuren, waardoor de bodem overhoop wordt gehaald.’ De wroetkuilen die daarbij ontstaan, veranderen na regenval in kleine poelen. Zo ontstaan minimoerassen waar andere plantensoorten kunnen gedijen dan de inheemse grassen. Hun graasgedrag lokt daarnaast vlinders, salamanders en reptielen. En als de grote planteneters hun wintervacht afstoten, wordt het losgekomen haar door vogels gebruikt voor de bouw van nesten.
De bizon opnieuw uitgezet
De oplossing voor een gezonde tallgrass-prairie lijkt dan ook een inkoppertje: meer bizons. Halverwege de negentiende eeuw zwierven er in de VS nog dertig à zestig miljoen bizons over de prairies. In een doelbewuste poging de oorspronkelijke bewoners van de VS te beroven van een belangrijke voedselbron, werden de grazers vrijwel geheel uitgeroeid door de federale overheid. In 1889 waren er nog paar honderd bizons over.
Daarin komt nu verandering. Jason Baldes werkt namens de National Wildlife Federation aan de herintroductie van bizons, bijvoorbeeld in de Wind River Indian Reservation in Wyoming, waar zo’n honderd dieren in het wild zijn uitgezet. Inmiddels staat de teller in wildparken in heel Noord-Amerika op ruim dertigduizend.
‘We hebben te maken gehad met kolonisatie, niet alleen met betrekking tot de mensen maar ook tot het landgebruik,’ zegt Baldes. ‘Het land is omgeploegd, geplaveid, omheind en afgesloten – allemaal vanuit de overtuiging dat het vooruitgang zou brengen. Maar die aanpak leidde tot het uitsterven van roofdieren en het verdwijnen van bizons. We zullen opnieuw moeten kijken naar wat vooruitgang betekent.’


