Alle acht planeten in ons zonnestelsel bewegen in een ellipsvormige baan rond de zon, en dat allemaal in dezelfde richting: tegen de klok in, gezien vanaf de noordpool van de zon. Toch is het zeldzaam dat je ze vanaf de aarde vrijwel op een rij aan de avondhemel kunt zien. Op 28 februari 2026 doet zich zo’n bijzonder moment voor. Die avond vormen zes planeten een opvallende ‘planetenparade’ boven de westelijke horizon.

Welke planeten zijn zichtbaar?

De zes planeten die je in februari tegelijkertijd kunt zien zijn Mercurius, Venus, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Alleen Mars is geen onderdeel van deze planetaire uitlijning. ‘Mars staat op dit moment aan de andere kant van de zon, waardoor hij vanaf de aarde niet te zien is,’ vertelt sterrenkundige Veronica Allen, voorheen werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen en nu actief als freelance wetenschapscommunicator onder de naam Astrochemist Veronica.

De sterrenkundige vertelt dat het vrij zeldzaam is dat je zo veel planeten op een rij naast elkaar kunt zien aan de nachthemel. ‘Jupiter en Saturnus zien we vaker naast elkaar, omdat die planeten dichter bij elkaar staan,’ legt Allen uit. ‘Maar deze planeten zijn slechts de helft van het jaar zichtbaar, omdat de aarde gedurende de rest van het jaar aan de andere kant van de zon staat.’

Waarom zijn Venus en Mercurius het lastigst?

Venus en Mercurius zijn vaak nog moeilijker waar te nemen, omdat deze twee planeten het dichtst rond de zon draaien. ‘Venus en Mercurius gaan vrijwel tegelijkertijd met de zon onder,’ zegt Allen. ‘Dus je moet heel snel zijn.’

Ongeveer één keer per jaar vallen alle puzzelstukjes precies in elkaar, waardoor je vijf, zes of wel zeven planeten op een rij kunt zien. Dat laatste gebeurde in februari van 2025, toen zeven planeten op rij te zien waren.

Wat zie je met het blote oog?

Deze maand kun je dus zes planeten op een rij zien, in de avond van zaterdag 28 februari 2026. Vier van de zes planeten zijn, als het weer ook een beetje meezit, met het blote oog te zien: Venus, Jupiter, Saturnus en Mercurius. De twee buitenste planeten van ons zonnestelsel, Uranus en Neptunus, zie je enkel met een telescoop.

Leestip: Bestaat er meer dan één universum? Dit zegt de wetenschap over het multiversum

‘Bij sommige bibliotheken kun je een telescoop huren,’ geeft Allen als tip. ‘Misschien kun je de planeten ook met een verrekijker zien, maar dat vind ik zelf altijd wat lastiger. Je moet dan een erg vaste hand hebben.’

De beste tijd om de planetaire uitlijning te zien

Je kunt de planetaire uitlijning het beste zien aan het begin van de avond, net na zonsondergang. ‘Op 28 februari gaat de zon net na zes uur ’s avonds onder, maar het is pas om kwart voor zeven uur echt donker,’ zegt de sterrenkundige. ‘Als je wilt gaan kijken, ga dan rond half zeven en zoek een plek uit zonder veel bebouwing zodat je een vrij zicht hebt op de westelijke horizon.’

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

De tijd dat je alle zes planeten tegelijkertijd kunt zien, is maar heel kort. Vooral Mercurius verdwijnt al snel weer onder de horizon. ‘Je moet Mercurius kunnen zien, maar hij is heel klein. Venus is veel duidelijker, dat is naast de zon het meest heldere object in de nachthemel, maar ook deze planeet gaat snel na de zon onder.’

Zorg dus dat je kort na zonsondergang buiten staat als je alle zes planeten op rij wilt zien. De buitenste planeten van ons zonnestelsel kun je langer waarnemen, maar de periode dat de zes planeten vanaf de aarde gezien in één lijn staan, is maar kort.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Lettermark
Geraadpleegde expert:Veronica Allen
Sterrenkundige

Veronica Allen studeerde aan de University of Leeds in het Verenigd Koninkrijk en behaalde haar doctoraat in astrochemie bij het Kapteyn Astronomical Institute van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze deed een fellowship bij het NASA Goddard Space Flight Center en is actief als wetenschapscommunicator.