De gebroeders Lumière, kunstenaars met licht

Filmpioniers Louis en Auguste Lumière brachten een revolutie teweeg met de uitvinding van gevoelige droge fotoplaten, de cinematograaf en de kleurenfoto.

Gepubliceerd 20 apr. 2021 18:15 CEST
Antoine Lumière wilde dat zijn zonen gingen studeren aan de technische school La Martinière, waar ze ...

Antoine Lumière wilde dat zijn zonen gingen studeren aan de technische school La Martinière, waar ze een gedegen wetenschappelijke opleiding genoten. Op de opleiding kreeg hun creativiteit de vrije loop. Louis ontdekte in 1881, op zestienjarige leeftijd, de momentopname. In 1895 patenteerden beide broers de cinematograaf, en in 1903 het procedé autochroom, waarmee kleurenfotografie mogelijk werd. Hun talent voor het bedenken van inventieve oplossingen kwam ook naar voren in de Eerste Wereldoorlog, toen Auguste orthopedische hulpmiddelen en gaas voor brandwonden bij soldaten ontwierp.

Foto van AUGUSTE EN LOUIS LUMIÈRE. KLEURENPORTRET VAN DE TWEE BROERS, GESCHOTEN IN 1900. AKG/ALBUM

De familie Lumière, Frans voor ‘licht’, had een bijzonder toepasselijke achternaam. Bij alle uitvindingen die de Lumières zouden doen, speelde licht immers een belangrijke rol. Hun verhaal begon echter met een zwarte bladzijde uit de Franse geschiedenis: de Frans-Duitse Oorlog (1870-’71). Frankrijk leed een verpletterende nederlaag tegen de Pruisen en had te lijden onder de bloedige revolutie van de Commune van Parijs, de regering die de hoofdstad een tijdlang bestuurde. Om aan de onrust te ontsnappen, besloot het echtpaar Antoine Lumière en Jeanne-Joséphine Costille te verhuizen. Het koppel verliet Besançon en vestigde zich in Lyon, dat verder van de landsgrens lag. Al snel bloeide hier de ondernemende burgerij op, die haar hoogtepunt kende in de belle époque. Vader Antoine was een portretschilder met een neus voor zaken. Nadat het gezin in Lyon was neergestreken, opende Antoine een fotostudio in het centrum van de stad. De winkel trok een breed publiek: van welvarende bourgeoisie die afkwam op de grote portretten die in de etalage hingen, tot mensen uit volksbuurten aan wie foto’s in klein formaat werden verkocht, zoals pasfoto’s – twaalf stuks kostten een Franse frank. In het midden van de etalage stond een zelfportret van Antoine, leunend op zijn camera.

Zijn zonen Auguste en Louis genoten goed onderwijs en leerden lezen aan de hand van kinderboeken en de verhalen van Jules Verne. In 1877 schreven ze zich in aan La Martinière, de technische school van Lyon, waar ze volgens een ijzeren discipline werden opgeleid tot industrieel ondernemer. Terwijl Auguste interesse toonde voor geneeskunde en biologie, combineerde Louis natuur- en scheikunde met zijn voorliefde voor de piano, waarvoor hij lessen volgde aan het conservatorium.

Cinematograaf, uitgevonden door de broers Lumière in 1895.

Foto van SSPL/Getty Images

Een moment vastleggen

In 1881 deed de zestienjarige Louis een aantal proeven om bewegingen op foto’s te stoppen. Hij legde de rook van een houtvuur in de tuin vast, en filmde hoe zijn broer op een stoel sprong of hun hond een stok liet apporteren. De geslaagde testen van Louis markeerden het begin van de momentopname. Gevoeligere platen maakten een snapshot mogelijk, zoals de schilders van het impressionisme dat een decennium eerder deden met de kwast. De bevindingen werden gepubliceerd in het Bulletin de la Société française de photographie en wekten grote bewondering bij collega’s over de wereld.

Kort daarna kocht zijn vader een stuk grond in Monplaisir, een wijk aan de rand van Lyon, waar hij ging experimenteren met chemicaliën. In nog geen tien jaar tijd zetten de Lumières de grootste fotofabriek van Europa op en ontwikkelden ze fotografische platen die ‘étiquettes bleues’ werden genoemd, naar de kleur van de verpakking. De verkoop van hun producten legde de Lumières bepaald geen windeieren en bood de broers de kans om andere innovaties uit te werken. In 1883 breidden ze hun bedrijf uit en hielden ze een openbare prijsvraag om onderzoekers te werven die in hun laboratoria wilden werken. Hoewel er veel academici reageerden, gaven de broers de voorkeur aan technici die waren opgeleid aan La Martinière.

In de belle époque was het affiche het belangrijkste middel om reclame te maken. Op zo’n poster, die op muren of kiosken werd geplakt, konden verschillende producten worden aangeprezen. De Lumières namen lithograaf Henri Brispot in dienst om hun cinematograaf aan de man te brengen. Het ontwerp van zijn poster was zorgvuldig uitgedacht. Bij de deur van een bioscoopzaal staan burgers van verschillende sociale klassen en leeftijden. Er is zelfs een predikant afgebeeld en agenten houden toezicht op de rij. De boodschap van Brispot was dus drieledig: de cinema was er voor alle doelgroepen, het ticket was goedkoop en naar de film gaan botste niet met de welgemanierdheid van die tijd.

Foto van ORONOZ/ALBUM

Het succes van hun bedrijf veranderde veel aan het leven van Antoine Lumière en zijn zonen. De oude studio aan de oevers van de Rhône werd ingeruild voor een moderne villa, die ze Château Lumière doopten. Dankzij hun rijkdom wist de familie al snel een plaats te verwerven binnen de plaatselijke elite. Maar niet alle Lumières konden even goed omgaan met de financiële onafhankelijkheid: vader Antoine liet meerdere huizen bouwen. Zijn zonen echter waren filantropisch ingesteld en geloofden in de vooruitgang.

Door de ontwikkelingen in de filmindustrie wonnen audiovisuele shows snel aan populariteit. Naast de Lumières lieten uitvinders als Louis Le Prince en Thomas Edison patenten registreren, waardoor de komst van de bioscoop in een stroomversnelling raakte. Opnieuw had Louis Lumière een primeur: hij vond de cinematograaf uit, een apparaat dat bestond uit een houten kist met een objectief en een 35mm-film met perforaties. Deze werd met behulp van een zwengel gerold om foto’s te maken die gezamenlijk een sequentie vormden. De films duurden hooguit een minuut en werden geprojecteerd op een scherm.

Vanaf 1894 begonnen de broers testfilms te maken met hun nieuwe uitvinding. Ze zetten de cinematograaf voor de hoofdingang van hun eigen fabriek en legden vast hoe de hun werknemers aan het einde van de werkdag de fabriek verlieten om huiswaarts te keren. Er werden drie versies gemaakt van deze film, die La Sortie de l’usine Lumière à Lyon werd genoemd, voordat deze aan op 28 december 1895 tijdens een openbare voorstelling voor het eerst aan het publiek werd getoond, in de Salon indien du Grand Café in Parijs.

De cinematograaf van Lumière. Na het succes van de eerste vertoning in Lyon, openden de broers Lumière een theater in Parijs om hun films te laten zien, 1897.

Foto van RUE DES ARCHIVES/ALBUM

Op zoek naar kleur

Na het grote succes van de eerste voorstellingen met de cinematograaf, gaven de Lumières opdracht aan ingenieur Jules Carpentier om de camera’s op grote schaal te produceren. Daarnaast stelden ze agenten aan in de belangrijkste steden van Europa en de Verenigde Staten, en leidden ze jonge technici op die bereid waren om rond te reizen en voorstellingen te organiseren in steden over de hele wereld. De zoektocht naar nieuw personeel bleek eenvoudig; de Lumières hielden sollicitatiegesprekken met studenten die pas waren afgestudeerd aan de best aangeschreven technische faculteiten en scholen in Lyon. Zij kregen een spoedcursus om de cinematograaf te kunnen bedienen, en de beschikking over de technische uitrusting en referenties die nodig waren om het werk over heel de wereld uit te kunnen voeren.

Zo werden verschillende medewerkers uitgezonden om het bedrijf over de grens te vertegenwoordigen. Gabriel Veyre, een student farmacie, zette al snel koers naar Latijns-Amerika. Veteraan Félix Mesguich was verantwoordelijk voor de werkzaamheden in de Verenigde Staten. Hoofdmonteur Charles Moisson maakte in Rusland een reportage over de kroning van de tsaar. En Alexandre Promio, een oud-student aan La Martinière, kreeg toestemming van Maria Christina, koningin van Spanje, om enkele scènes van de koninklijke wacht en vloot te filmen. Zorgvuldig gepland vanuit de kantoren in Lyon wist dit team van technici een ongekende mondialisering van de filmindustrie teweeg te brengen. 

Intussen hielden de broers Lumière zich niet alleen bezig met het dagelijks bestuur van hun bedrijf, maar deden ze ook onderzoek naar de mogelijkheden om kleurenfoto’s te maken met slechts een fotoplaat. Hun onderzoek richtte zich op uiteenlopende onderwerpen: van de techniek die werd gebruikt voor Japanse kleurenprenten (die ook door Claude Monet werden verzameld), tot doorschijnende glasplaten die konden worden gebruikt voor projectie. In de fabriek in Monplaisir slaagden ze erin een procedé te ontwikkelen dat trichromie wordt genoemd, waarbij drie afzonderlijke zwart-witopnamen en drie kleurenfilters (rood, groen en blauw) werden samengevoegd tot één beeld door de opnamen over elkaar heen te leggen.

Beelden uit de film La sortie de l'usine lumière à Lyon.

Foto van FOTO'S: ORONOZ/ALBUM

Schilderkunst, fotografie en film deelden dezelfde taal. Alle drie maakten ze het mogelijk om vluchtige momenten te vereeuwigen en de vergankelijkheid van de tijd voor altijd vast te leggen.

De autochroomplaten van Lumière, die in 1903 werden gepatenteerd en in 1907 op de markt werden gebracht, waren tot 1935 het enige procedé voor kleurenfotografie. Zelfs critici waren enthousiast, om dezelfde reden waarom jaren eerder de momentopname werd omarmd: de foto’s reproduceerden de werkelijkheid en overwonnen daarmee de dood. Zo lieten zowel politici als miljonairs zichzelf in kleur portretteren voor het nageslacht, totdat de werkelijkheid van de Eerste Wereldoorlog de wereld weer in zwart-wit hulde.

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.