De laatste maaltijd van een geofferde man was verrassend genoeg niet verrassend

Uit nieuw onderzoek naar de man van Tollund uit Denemarken blijkt wat hij heeft gegeten en, belangrijker nog, wat hij niet heeft gegeten voordat hij 2400 jaar geleden werd vermoord.

Door Elizabeth Djinis
Gepubliceerd 23 jul. 2021 10:21 CEST
1101401

De man van Tollund werd ongeveer 2400 jaar geleden aan een leren strop opgehangen en in een Deens veen gegooid.

Foto van Robert Clark, Nat Geo Image Collection

Veenlijken behoren tot de meest raadselachtige moordslachtoffers uit de geschiedenis. De in de venen van Noord-Europa en Groot-Brittannië bewaard gebleven lichamen hebben gedetailleerde gelaatsuitdrukkingen en onthullen hoe ze zo’n tweeduizend jaar geleden zijn omgebracht. 

De man van Tollund is misschien wel het bekendste slachtoffer. De man uit de ijzertijd met een wollen muts op werd in 1950 in het midden van Denemarken ontdekt door turfstekers. Om zijn nek droeg hij nog steeds de leren strop waarmee hij rond 350 v. Chr. werd gewurgd. 

In de meeste gevallen was de doodsoorzaak van de slachtoffers een klap met een stomp voorwerp, een doorgesneden keel of verstikking. Hoewel het voor archeologen duidelijk is hoe mensen werden gedood, blijven de gebeurtenissen die tot hun dood leidden vaag. Waren dit willekeurige moorden of ceremoniële moorden? En als dit rituele offers waren, hoe werden de slachtoffers dan uitgekozen. Kregen ze een speciale laatste maaltijd of bedwelmende middelen om het vooruitzicht van hun naderende dood te verzachten?

In een nieuw onderzoek dat vandaag in het tijdschrift Antiquity is gepubliceerd, wordt de laatste maaltijd van de man van Tollund tot in detail geanalyseerd. De maaltijd is opmerkelijk te noemen omdat deze, nou ja, onopmerkelijk was. 

Aangebrande pap

Toen de man van Tollund zeventig jaar geleden werd ontdekt, werden zijn goed bewaard gebleven maag en darmkanaal onderzocht. De onderzoekers stelden vast dat de man van middelbare leeftijd zijn laatste maaltijd twaalf tot 24 uur voor zijn dood had genuttigd.

Nu heeft een wetenschappelijk team de darminhoud opnieuw onderzocht met nieuwe technologie. Het team stond onder leiding van Nina Nielsen, onderzoekshoofd bij het Silkeborg Museum in Denemarken, het nieuwe ‘thuis’ van de man van Tollund. In de meest uitgebreide darmanalyse die ooit bij een veenlijk is uitgevoerd, hebben onderzoekers macrofossielen van planten, stuifmeel en andere indicatoren verzameld om microscopisch bewijs van eten en drinken te vinden. 

De belangrijkste ingrediënten (met uitzondering van vis) in de laatste maaltijd van de man van Tollund zijn weergegeven in hun relatieve hoeveelheden: 1) gerst 2) beklierde duizendknoop 3) vlas 4) zwaluwtong 5) zand 6) huttentut 7) melganzenvoet 8) gewone spurrie 9) gewone hennepnetel en 10) akkerviooltje.

Foto van Museum Silkeborg

De resultaten tonen aan dat de laatste maaltijd van de man van Tollund uit een pap van gerst, vlas en wilde onkruidzaden en wat vis bestond. Op basis van eerdere analyses van twaalf Europese slachtoffers uit de ijzertijd is dat vrij standaard. Ook zij hadden maaltijden van graan gegeten, soms met wat vlees en bessen. Het is voor onderzoekers echter moeilijk te zeggen of dit een typische maaltijd was in die tijd. De meeste gegevens over diëten in de ijzertijd zijn namelijk afkomstig van goed bewaarde veenlijken. 

De onderzoekers hebben ook vastgesteld hoe de laatste maaltijd van de man van Tollund was bereid. Ze vonden microscopische fragmenten van verkoolde pap, die erop wijzen dat de pap in een pot van klei was bereid en ook nog licht was aangebrand. 

‘We hebben een idee van het gemiddelde dieet, maar dit onderzoek kan ons vertellen wat hij at op de dag dat hij stierf,’ zegt Nielsen. ‘Dat is wat het echt interessant maakt. Je komt heel aardig te weten hoe het allemaal is gegaan.’ 

Nielsens team onderzocht of de man van Tollund ingrediënten met bijzondere eigenschappen had gegeten, zoals hallucinogenen of andere bedwelmende of pijnstillende middelen. Dat zou erop kunnen wijzen dat de maaltijd onderdeel was van een ceremonie of het lijden moest verlichten. Bij eerder onderzoek van een ander bekend veenlijk, de Lindowman die rond de eerste eeuw na Christus in Noordwest-Engeland werd geofferd, werd maretak in de darmen gevonden. Hoewel die plant voor medicinale doeleinden kan worden gebruikt, was de hoeveelheid die bij de Lindowman werd gevonden volgens onderzoekers niet voldoende genoeg om effect te hebben. 

De darminhoud van de man van Tollund onder de microscoop.

Foto van P.S. Henriksen, The Danish National Museum

In een ander eerder onderzoek werd gekeken naar de aanwezigheid van moederkoren in de darmen van de man van Grauballe, een Deens veenlijk uit de tijd van de man van Tollund. Deze schimmel tast graan aan en kan een hoge psychoactieve werking hebben wanneer deze wordt geconsumeerd. Maar de aanwezige hoeveelheid was te klein om effect te hebben gehad op het slachtoffer en kan ook gewoon onopzettelijk zijn geconsumeerd. 

In overeenstemming met deze eerdere bevindingen werden in de verteerde resten van de man van Tollund geen hallucinogenen of andere medicinale planten gevonden. ‘De veenlijken hebben geen bewijs opgeleverd waaruit blijkt dat ze een of ander speciaal medicijn kregen,’ aldus Nielsen. 

Oude lichamen, nieuwe onderzoeken

Volgens Nielsens onderzoek vertonen de laatste maaltijden van de verschillende veenlijken overeenkomsten die kunnen wijzen op een rituele betekenis. In meerdere veenlijken zijn onkruidzaden en het dorsafval van zaadonkruid aangetroffen, met name beklierde duizendknoop, ook wel knopige duizendknoop of bleek knoopkruid genoemd. 

‘De laatste maaltijden bevatten niet alleen granen of pap, maar in het geval van de man van Tollund ook heel veel verschillende zaden en onkruid.’ Dat zegt Miranda Aldhouse-Green, emeritus hoogleraar aan de Cardiff-universiteit en auteur van Bog Bodies Uncovered: Solving Europe’s Ancient Mystery. ‘De maaltijd moest een grote verscheidenheid aan materiaal uit de omgeving bevatten, alsof dat op zichzelf al belangrijk was.’ 

Henry Chapman, hoogleraar Archeologie aan de Universiteit van Birmingham, denkt dat het landschap van de Europese venen een deel van de sleutel kan bevatten om te begrijpen waarom mensen in de venen werden geofferd.

In de jaren voor de dood van de Lindowman in Engeland werd het veen waarin hij uiteindelijk te ruste werd gelegd veel natter. Dat kan betekenen dat het klimaat verslechterde en landbouwgrond verloren ging voor de mensen die er woonden.

‘De mensen hebben gedacht dat ze een mensenoffer moesten brengen, omdat er iets misging in de natuur,’ zegt hij. 

De volgende uitdaging voor veenlijken is een analyse van het DNA. Op dit ogenblik is het door de zure omgeving van de venen bijna onmogelijk om genetisch materiaal van de slachtoffers te verkrijgen. Onderzoekers denken echter dat we binnen afzienbare tijd over de technologie te beschikken om DNA uit veenlijken te halen en te analyseren.

Ondanks dat de veenlijken na duizenden jaren in opmerkelijke staat verkeren, zijn archeologen terughoudend om op basis van bewijsmateriaal dat bij een klein aantal ritueel geofferde mensen is aangetroffen conclusies te trekken over het dagelijks leven in het Europa van de ijzertijd. 

‘Veenlijken zijn iets uitzonderlijks,’ zegt Chapman. ‘Dat is zowel hun zegen als hun vloek.’ 

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.