Dieren

Mysterieuze '‘oceaanbel’ zorgt mogelijk voor minder walviskalfjes

In het Noordpoolgebied is een hardnekkige bel van warm water een voorproefje van wat bultruggen als gevolg van de klimaatverandering staat te wachten. vrijdag, 22 maart 2019

Door Tim Vernimmen

Enkele jaren geleden zag het ernaar uit dat het uitstekend ging met de bultruggen in de Stille Oceaan.

Omdat het pakijs zich als gevolg van de klimaatverandering steeds minder ver uitstrekt (een slechte ontwikkeling voor ijsberen en andere wilde dieren), is het zomerse foerageerseizoen voor deze vraatzuchtige walwissen steeds langer geworden. De Amerikaanse regering heeft besloten dat bepaalde populaties bultruggen zich voldoende hebben hersteld om van de lijst van bedreigde diersoorten te worden verwijderd.

Maar toen liep de opwarming uit de hand.

Eind 2013 verscheen een hardnekkige bel van ongebruikelijk warm zeewater, met de bijnaam ‘the Blob’, in de Golf van Alaska en breidde zich daarna langzaam uit langs de Pacifische noordwestkust van Canada en de VS. De bel werd gevolgd door nog enkele andere anomalieën, waaronder een El Niño-periode.

De mysterieuze warmwaterbel bleef zes jaar lang hangen, waardoor de oppervlaktetemperatuur van het zeewater op sommige plekken met ruim drie graden Celsius steeg. Populaties van krill en andere zeedieren die tot het dieet van de bultruggen behoren, stierven daardoor af. (Bekijk deze opmerkelijke kaart van de ‘Blob’, gebaseerd op satellietgegevens.)

Het gevolg was dat minder bultrugvrouwtjes de bijna vijfduizend kilometer lange, jaarlijkse zomertrek van Alaska naar Hawaï maakten om hun kalveren te baren en groot te brengen, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

“In Hawaï vasten de dieren, omdat de dichtheid van het voedsel zó laag is dat het te veel energie kost om het te vangen,” zegt onderzoeksleider Rachel Cartwright, gedragsecologe aan de California State University op de Channel Islands.

Volgens haar nieuwe onderzoek, dat op 19 maart in het tijdschrift Royal Society Open Science verscheen, telde Cartwright in 2013 en 2014 ongeveer één moeder met kalf per drie kilometer aan onderzochte oceaan.

“In 2017 en 2018 moesten we gemiddeld meer dan twaalf kilometer varen om een moeder met kalf te spotten.”

Observaties van een trend

De meeste vrouwtjeswalvissen maken de reis naar het zuiden alleen als ze gedurende de zomer genoeg vet hebben opgeslagen. Dat besluit wordt genomen door hun voortplantingssysteem, aldus Cartwright.

“De vetcellen produceren een hormoon genaamd leptine, dat de ovulatie simuleert. Als ze niet genoeg vetcellen hebben, ovuleren ze niet.”

Andere onderzoekers die in het gebied werken, hebben soortgelijke observaties gedaan, zegt Stephanie Stack, hoofdbiologe van de ngo Pacific Whale Foundation.

“Onze data weerspiegelen dezelfde trend: een afname van moeders met kalveren in de laatste vijf jaar,” zegt Stack.

Dat komt ook overeen met gegevens over foerageergebieden van de bultrug bij Alaska die in de laatste jaren zijn verzameld, zegt Alison Craig, gedragsecologe aan de Edinburgh Napier University. In gebieden als de Glacier Bay is de populatie in de afgelopen jaren sterk in aantal teruggelopen.

Alle drie wetenschappers denken dat de ogenschijnlijke afname van het aantal kalveren kan zijn veroorzaakt door het feit dat moeders en kalveren gedurende 2017 en 2018 in meer afgelegen wateren hebben doorgebracht.

“Er zijn een aantal gebieden in de buurt die minder goed zijn onderzocht, waar vrouwtjes mogelijk naartoe gaan om te paren. We moeten die wateren zeker in de gaten houden,” zegt Craig.

“Maar naar mijn ervaring zijn bultruggen erg conservatief, waardoor ze tientallen jaren achtereen in dezelfde gebieden paren en foerageren.”

Niet te vroeg juichen

Nu ‘de Blob’ weer is verdwenen, denkt Cartwright dat veel bultruggen dit jaar weer naar hun oude voortplantings- en foerageergebieden zijn teruggekeerd.

“Ik ben net terug van Hawaï en het aantal moeders met kalveren is weer terug op het niveau van 2014,” zegt Cartwright, die leidinggeeft aan het Keiki Kohola Project. 

Hoewel dat zeker goed nieuws is, waarschuwt Cartwright voor al te veel optimisme.

De uitwerking van de warmwaterbel op de trek van de walvissen was een tijdelijke schommeling, maar als de oppervlaktetemperatuur van het zeewater verder zal stijgen als gevolg van de klimaatverandering, zowel wereldwijd als in de Stille Oceaan, kunnen dit soort perioden volgens haar vaker voorkomen.

En dat brengt een kwetsbare populatie walvissen in gevaar.

“Het betekent dat het herstel van de bultrug minder definitief is dan we dachten en dat het nog te vroeg is om de bescherming van de soort terug te schroeven.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com