Sommige uitvindingen zijn zó vanzelfsprekend geworden dat we vergeten hoe revolutionair ze ooit waren. Veel van hun wortels liggen in de Industriële Revolutie, die rond 1750 in Engeland begon en in de negentiende eeuw het Europese vasteland bereikte. België liep voorop, Nederland volgde later. Deze zes uitvindingen uit de negentiende eeuw veranderden hoe we reizen, communiceren, genezen – en zelfs ontspannen.

1. Dynamiet, een explosieve vooruitgang

Weinig uitvindingen hebben het landschap zo ingrijpend veranderd als dynamiet. Dankzij krachtige explosieven konden tunnels worden uitgegraven, spoorlijnen worden aangelegd en mijnen worden geopend op een schaal die voorheen ondenkbaar was.

De basis werd gelegd in 1847, toen de Italiaan Ascanio Sobrero de explosieve kracht van nitroglycerine ontdekte. Hij schrok echter van de instabiliteit van de stof nadat een experiment in zijn gezicht ontplofte.

De Zweedse chemicus Alfred Nobel vond later een oplossing: door nitroglycerine te mengen met kiezelgoer werd het stabieler en hanteerbaar. In 1867 patenteerde Nobel zijn verbeterde explosief onder de naam dynamiet. Hoewel het enorme infrastructurele vooruitgang mogelijk maakte, werd het ook ingezet in oorlogen – iets waar Nobel later zichtbaar mee worstelde.

2. Camera, herinneringen vereeuwigd

Vandaag dragen we allemaal een camera in onze broekzak. We leggen er dierbaren mee vast, fotograferen het noorderlicht en onze favoriete vakantieherinneringen. Maar het vastleggen van een beeld begon in de vroege negentiende eeuw.

De Fransman Joseph Nicéphore Niépce maakte rond 1826-1827 de oudste bewaard gebleven foto: View from the Window at Le Gras. Zijn werk bouwde voort op het principe van de camera obscura. Zijn partner Louis Daguerre verfijnde de techniek later, wat leidde tot de daguerreotypie – de eerste commercieel succesvolle fotografiemethode. Daguerre zou de boeken ingaan als de persoon die de eerste foto maakte met daarop een mens.

oudste foto uit de geschiedenis
Wikimedia Commons / Publiek Domein
De oudste overgebleven foto van Joseph Nicéphore Niépce schoot hij in 1827. De foto staat bekend als View from the Window at Le Gras.

3. Telefoon, communicatie over een afstand

Wie de telefoon uitvond, is nog altijd onderwerp van discussie. Alexander Graham Bell kreeg in 1876 het beroemde patent, maar anderen experimenteerden al eerder met spraakoverdracht via elektriciteit.

De Duitse leraar Johann Philipp Reis ontwikkelde in 1861 een toestel dat geluid kon overbrengen. Ook de Italiaan Antonio Meucci werkte aan vergelijkbare technieken. Toch werd Bell de naam die de geschiedenisboeken haalde.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Om uiteenlopende redenen kregen zij het niet voor elkaar een patent aan te vragen, waardoor Bell er in 1876 met de eer vandoor ging. Op 12 februari 1877 vond het allereerste langeafstandsgesprek via een telefoon plaats.

4. Algehele narcose, pijnloos opereren

Voor de negentiende eeuw betekende een operatie vaak ondraaglijke pijn. Het onverdoofd opereren voor baby’s was tot diep in de twintigste eeuw zelfs de harde realiteit.

De introductie van algehele narcose veranderde de kijk op opereren voorgoed. In 1846 werd in de Verenigde Staten voor het eerst een operatie uitgevoerd onder etherverdoving. De patiënt werd bewusteloos en kon zonder pijn worden geopereerd. Kort daarna volgde het gebruik van chloroform.

Leestip: Deze 5 Romeinse uitvindingen gebruiken we nog dagelijks

Hoewel anesthesie zich in de twintigste eeuw verder ontwikkelde, legde deze doorbraak de basis voor moderne chirurgie – en werden sindsdien miljoenen levens gered.

5. Stoomlocomotief, sneller vervoer dan ooit

De allereerste rit van een stoomlocomotief vond plaats op 21 februari 1804 in Wales. De bouwer van de loc was de Britse Richard Trevithick. Dankzij zijn uitvinding, te zien op de afbeelding hieronder, werd het een stuk eenvoudiger om mensen en goederen te verplaatsen over grote afstanden. Dat leidde tot een sterke economische groei.

de locomotief van trevithick
Nastasic//Getty Images
De locomotief van Trevithick.

Een bijkomstig en vaak vergeten gevolg van de stoomtrein was de groei van steden. Uit onderzoek naar de situatie in Londen blijkt dat de stad een enorme expansie doormaakte na de komst van de trein. Omdat de reistijd van mensen afnam, konden bedrijven zich buiten het centrum vestigen. Zo ontstond er een nieuwe kijk op stadsplanning, met woongebieden in het centrum, en bedrijvigheid in de buitenregio’s.

6. IJsmachine, luxe voor iedereen

Niet elke uitvinding redde levens, maar sommige maakten het leven wel aangenamer. In 1843 kreeg de Amerikaanse Nancy Johnson patent op een handmatige ijsmachine – opmerkelijk in een tijd waarin vrouwen zelden als uitvinder werden erkend.

ijsmachine van nancy johnson
Patent US3254A
De ijsmachine van Nancy Johnson. Moderne ijsmachines lijken nog steeds sterk op het model dat zij ontwikkelde.

Haar apparaat bestond uit een houten vat met een metalen cilinder, omgeven door ijs en zout. Door handmatig te draaien ontstond romig ijs. De uitvinding maakte ijs toegankelijk voor een breed publiek – lang voordat elektrische koeling gemeengoed werd.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!