De Romeinen stonden bekend om hun indrukwekkende technische vernuft. Ze bedachten niet alles zelf: veel ideeën namen ze over van buurvolken, waarna ze die systematisch verbeterden en op grote schaal toepasten. Dat bleek een gouden formule. Sommige Romeinse uitvindingen zijn zó duurzaam dat we er ruim tweeduizend jaar later nog altijd op bouwen. Welke zijn dat?

1. Zelfherstellend Romeins beton

De Romeinen hebben bijzondere architectonische hoogstandjes nagelaten. Denk aan het Pantheon of het Colosseum in Rome. Het geheim achter deze bouwwerken? Een vroege vorm van beton. De Romeinen mixten hun cement (opus caementicium) op basis van water en gebluste kalk, en voegden daar vulkanische steen en as (puzzolaan) aan toe als bindmiddel. Die techniek wordt nog steeds gebruikt.

Leestip: Liefde en lust in het Romeinse Rijk: zo ging het eraan toe tussen de lakens

Hoe kan het dan veel oude Romeinse bouwwerken nog steeds overeind staan? Ze voegden nóg een ingrediënt aan hun cement toe. Zo is recent ontdekt dat er minuscule stukjes pure, ongebluste kalk in zitten. Deze werden op hoge temperaturen toegevoegd, waardoor er klompjes kalk in het beton vormden. Wanneer het beton scheurde en in aanraking kwam met regenwater zetten de stukjes kalk uit, waardoor de steen herstelde.

2. Aquaducten

Er werd op grote schaal gebouwd in het Romeinse Rijk. Zo werden er honderden aquaducten aangelegd, die met behulp van de zwaartekracht water uit de bergen naar steden en dorpen leidden. De Romeinen waren niet de eersten die op het idee kwamen om water te vervoeren, maar wel die er op grote schaal structuren voor bouwden.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Een bekend voorbeeld is de Pont du Gard in Frankrijk. Maar niet alle aquaducten zagen er hetzelfde uit: de Romeinen bouwden ook ondergrondse aquaducten. Deze waren van steen, terracotta, hout of leer gemaakt.

In de stad werden loden of bronzen waterleidingen aangelegd om fonteinen, badhuizen en villa’s van water te voorzien. Zo wordt de Trevi-fontein in Rome tegenwoordig nog steeds gevoed met water dat deels door deze aquaducten wordt aangevoerd.

3. Riolering

De Romeinen gebruikten water om ontlasting en afval weg te spoelen. Deze waterlozingen werden vaak afgedekt om stank tegen te gaan. Dat leidde tot de uitvinding van het riool. Zo werd in Rome het Cloaca Maxima (zevende eeuw v.C.) aangelegd om afvalwater in de Tiber te lozen. Tegenwoordig zijn er nog steeds delen van het Cloaca Maxima in gebruik.

4. Het Latijnse alfabet

Een van de belangrijkste uitvindingen van de Romeinen zit in dit verhaal verscholen: het Latijn en het Latijnse schrift. Het Latijnse alfabet is gebaseerd op Griekse en Etruskische schriftvormen, maar kreeg zijn eigen karakter in Rome. Het Latijn telde in de eerste eeuw v.C. 21 letters en werd met de uitbreiding van het Rijk verspreid. In de loop van de jaren werden er nieuwe letters aan het alfabet toegevoegd.

Leestip: Hoe de Romeinen Nederland veroverden

Met de verspreiding van het christendom in de Middeleeuwen werd het Latijnse alfabet ook door de Keltische volken in Noord-Europa overgenomen. Tegenwoordig wordt het Latijnse alfabet zodoende in vrijwel heel Noord-, Zuid-, en West-Europa gebruikt. In sommige landen in Oost- en Zuidoost-Europa wordt het Cyrillische schrift gebruikt – ook dat is afgeleid van het Griekse alfabet.

5. De kalender

Ook onze huidige kalender stamt uit de Romeinse tijd. Sinds de begindagen van de Romeinse Republiek (ongeveer 500 v.C.) gebruikten de Romeinen een kalender die uit tien maanden bestond. De kalender begon in maart en liep door tot en met december. Dit zie je terug in de namen van de maanden september (septo = zeven) en october (octo = acht). Rond de zevende eeuw v.C. werden de maanden Ianuarius en Februarius toegevoegd.

Leestip: Waarom er in 1582 tien dagen uit de kalender verdwenen

De kalender werd in 45 v.C. door Julius Caesar gecorrigeerd, zodat iedere maand 30 of 31 dagen telde, met uitzondering van Februarius. Caesar voegde vervolgens elke vier jaar een schrikkeldag toe. Op deze manier liep de Romeinse kalender ongeveer gelijk aan de tropische kalender én aan de Egyptische kalender van zijn geliefde Cleopatra. Deze telde ook 365 dagen.

Maar ook deze nieuwe kalender, de Juliaanse, bleek niet perfect gelijk te lopen met een tropisch jaar. Daarom corrigeerde paus Gregorius XIII deze achterstand in 1582.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!