Er zijn inmiddels al tientallen medailles uitgereikt op de Olympische Winterspelen van Milaan-Cortina. Vaak gaat het goud naar gevestigde namen. Zo blijven langlaufer Johannes Klæbo (vijf keer goud) en biatlete Julia Simon (drie keer goud) deze editie onverslaanbaar. Maar de geschiedenis van de Winterspelen leert dat niet altijd de favoriet wint. Soms verschijnt er – tegen alle voorspellingen in – een outsider op het hoogste podium. Deze drie atleten schreven olympische geschiedenis met onverwacht goud.
Ester Ledecká: goud op ski’s én snowboard
De Tsjechische Ester Ledecká begint op haar vierde met skiën. Een jaar later ontdekt ze haar talent voor snowboarden. In 2013 wint ze als zeventienjarige haar eerste grote wedstrijd op het snowboard. Vanaf 2016 combineert ze beide disciplines op topniveau, iets wat zelden voorkomt.
In 2018 plaatst Ledecká zich voor de Winterspelen van Pyeongchang in Zuid-Korea, zowel voor het snowboard als voor het alpineskiën. Op papier maakt ze bij het skiën weinig kans: ze start als 26ste in de Super-G en geldt niet als podiumkandidaat.
Dan gebeurt het onwaarschijnlijke. Regerend olympisch kampioen Anna Veith zet een toptijd neer van 1:21.12. Ledecká raast daarna met ruim 90 kilometer per uur naar beneden. Op het scorebord verschijnt: 1:21.11. Eén honderdste sneller. Ledecká zelf denkt dat er een fout is gemaakt. Maar het klopt: de snowboardster wint olympisch goud op ski’s.
Een week later voltooit ze het sprookje met goud op de parallelle reuzenslalom snowboarden. Ledecká wordt daarmee de eerste atlete ooit die tijdens dezelfde Winterspelen goud wint in twee verschillende wintersportdisciplines.
Steven Bradbury: goud dankzij pure chaos
Een van de memorabelste overwinningen op de Olympische Winterspelen staat op naam van Steven Bradbury. De Australiër had al een lange carrière achter de rug. In 1994 wint hij brons, de eerste Australische medaille ooit op de Winterspelen. Daarna volgt een zware val waarbij hij zijn nek breekt en 131 hechtingen nodig heeft.
Acht jaar later staat hij aan de start in Salt Lake City (VS), tegen alle verwachtingen in. In Salt Lake City neemt de 29-jarige Bradbury deel aan vier onderdelen. Bij de eerste drie wordt hij al snel uitgeschakeld, en ook op de 1000 meter shorttrack is hij geen favoriet.
Leestip: Deze buitenbeentjes vielen op tijdens de Winterspelen, maar niet door hun sportprestaties
In de kwartfinale wordt hij derde, maar een diskwalificatie van een tegenstander brengt hem alsnog naar de halve finale. Daar kiest hij voor een opvallende strategie: hij blijft bewust achteraan schaatsen. Het blijkt de juiste keuze: als drie concurrenten onderuit gaan, schuift hij plotseling door naar de finale.
In de finale herhaalt hij zijn tactiek. In de laatste bocht raken de vier favorieten elkaar en glijden allemaal onderuit. Bradbury, die ruim achter hen rijdt, blijkt als enige overeind en komt als eerste over de finish. Hij wint goud, Australië’s eerste olympische wintertitel ooit. Zijn naam werd in Australië synoniem voor onverwacht succes: ‘doing a Bradbury.’
Hermann Maier: crashen, opstaan, goud
Tijdens de afdaling in Nagano (1998) verliest de Oostenrijker Hermann Maier bij meer dan 100 km/u de controle. Hij lanceert zichzelf van een schans, slaat meerdere keren over de kop en breekt door veiligheidsnetten heen. De beelden gaan de wereld over.
Wonder boven wonder staat Maier op. Zijn verwondingen blijken relatief beperkt tot kneuzingen en schaafwonden. Drie dagen later verschijnt hij opnieuw aan de start. Hij wint goud op de Super-G. Kort daarna volgt nog een gouden medaille op de reuzenslalom.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!


