Geschiedenis en Cultuur

Het graf van Christus staat op instorten

Tijdens restauratiewerk in de Heilig-Grafkerk te Jeruzalem blijkt dat een van de heiligste bouwsels ter wereld op gevaarlijk aardse fundamenten staat. donderdag, 9 november

Door Kristin Romey

Wetenschappers hebben ontdekt dat er een “zeer reëel risico” bestaat dat de meest gewijde plek van het christendom kan instorten als er niets wordt gedaan om de instabiele fundamenten eronder te verstevigen.

Een wetenschappelijk team van de Nationale Technische Universiteit van Athene (NTUA), dat kort geleden de restauratie voltooide van de plek die in het christendom wordt beschouwd als de tombe van Jezus Christus in Jeruzalem, waarschuwt dat aanvullende werkzaamheden nodig zijn om te voorkomen dat de schrijn en het omringende bouwwerk door een ernstige instorting beschadigd zullen worden.

“Wanneer het fout gaat, zal dat niet een geleidelijk maar een rampzalig proces zijn,” zegt Antonia Moropoulou, toezichthoudend hoofdwetenschapper van de NTUA.

De ‘Aedicula’ (Latijns voor ‘huisje’) is een bouwwerkje binnen in de Heilig-Grafkerk dat als omhulsel dient voor de grot die sinds de vierde eeuw na Chr. (en mogelijk al eerder) wordt vereerd als het graf van Jezus Christus.

Uit de restauratie van de Aedicula blijkt dat de negentiende-eeuwse schrijn en de omringende rondbouw die jaarlijks miljoenen bezoekers trekken, grotendeels zijn gebouwd op een instabiel fundament dat bestaat uit verbrokkelde steenresten van vroegere bouwwerken en wordt ondermijnd door een wirwar van tunnels en afvoerkanalen.

Terwijl de voltooiing van de restauratie, die een jaar heeft geduurd, deze week in Jeruzalem wordt gevierd met een plechtigheid in de kerk, buigen wetenschappers en kerkleiders zich alweer over nieuw bewijs voor de ernstige risico’s die de restauratie aan het licht heeft gebracht.

Lagen van geschiedenis – een gevaar voor de toekomst

Uit het meest recente rapport van de NTUA, waarin National Geographic inzage kreeg, blijkt dat het gevaar dat de tombe bedreigt, hoofdzakelijk voortkomt uit de rijke geschiedenis van deze gewijde plek.

Archeologen denken dat zo’n tweeduizend jaar geleden op deze locatie een oude kalksteengroeve lag, waarin later graftombes voor de Joodse bovenklasse werden ingericht. Op het terrein van de Heilig-Grafkerk zijn meer dan tien andere graven geïdentificeerd, naast de tombe die traditioneel wordt beschouwd als de plek waar Jezus werd bijgezet.

Een Romeinse tempel die in de tweede eeuw na Chr. op deze plek werd gebouwd, werd rond 324 na Chr. weer afgebroken onder Constantijn, de eerste christelijke keizer van het Romeinse Rijk, met de bedoeling om het graf van Christus te onthullen dat volgens de overlevering onder de tempel lag.

De schrijn die door Constantijn om de tombe heen werd gebouwd, werd in de zevende eeuw deels vernield door binnenvallende Perzische troepen en in 1009 opnieuw verwoest door de Fatimiden. Halverwege de elfde eeuw werd de kerk herbouwd en later werd de Aedicula door de kruisvaarders aangepast en meerdere keren gerestaureerd, in de zestiende en vroege negentiende eeuw. In zijn huidige vorm omsluit het ‘huisje’ nu verschillende vroegere bouwfases.

De overkoepelde rondbouw of rotunda die de Aedicula nu omgeeft, werd waarschijnlijk op hetzelfde grondplan gebouwd als de oorspronkelijke Constantijnse kerk en mogelijk ook de Romeinse tempel die eraan voorafging.

Tunnels onder het Graf van Christus

Het recente onderzoek dat tijdens het restauratieproject naar de resten onder de vloer van de Aedicula en de rotunda werd uitgevoerd, bevestigde voor een deel wat wetenschappers al lange tijd vermoedden, maar het onthulde ook nieuwe risico’s voor de stabiliteit van de hele onderzoekslocatie, met een oppervlakte van een kleine 280 vierkante meter.

Met behulp van GPR (ground-penetrating radar of bodemradar), op afstand bestuurde camera’s en andere technologische middelen kon worden aangetoond dat sommige delen van de fundamenten onder de Aedicula op het puin van vroegere bouwwerken rusten. Andere delen van het fundament staan direct op de rand van een zeer steil aflopende laag afgegraven gesteente. De mortel van de fundamenten blijkt te zijn verbrokkeld, doordat het materiaal tientallen jaren lang is blootgesteld aan vocht als gevolg van lekkende drainagekanalen die op geringe diepte onder de vloer van de rotunda lopen.

Andere, nog niet verklaarde tunnels en ruimten liggen pal onder en rond de Aedicula. Een archeologische sleuf die in de jaren zestig van de vorige eeuw aan de zuidkant van de schrijn werd gegraven, loopt onder een ongestutte plaat beton door, op een plek waar bezoekers in de rij staan om het interieur van de tombe te kunnen bezichtigen.

Verschillende 22 ton zware pilaren die de koepel van de rotunda dragen, staan op een laag los puin van ruim een meter dik.

Succesvolle restauratie van het ‘huisje’

De structurele integriteit van de Aedicula is al bijna een eeuw lang reden tot zorg, maar reparatiewerkzaamheden werden altijd verhinderd door een gebrek aan financiële middelen en meningsverschillen tussen de verschillende christelijke geloofsgemeenschappen die het beheer over de kerk opeisen.

Nadat de Israëlische autoriteiten in 2015 de Aedicula korte tijd vanwege zorgen over de veiligheid afsloten, kwamen de drie christelijke gemeenschappen die het toezicht over de locatie hebben (de Grieks-Orthodoxe en Armeense patriarchaten van Jeruzalem en de Franciscaner Custos van het Heilige Land) in maart 2016 overeen om het bouwwerkje en het graf dat het omhult, eindelijk te restaureren.

Het team van de Griekse NTUA dat de opdracht kreeg om de Aedicula voor het nageslacht te behouden was ook verantwoordelijk voor recente restauraties van de Akropolis en de Hagia Sophia.

De wetenschappers werkten aan het versterken van de doorbuigende muren van de Aedicula, het opnieuw vastzetten van de pilaren, met behulp van titanium staven, en het hervoegen van lagen metselwerk die soms meer dan duizend jaar oud zijn.

Er werd een ventilatiesysteem geïnstalleerd, deels om het agressieve roet van duizenden kaarsen af te voeren, en het foeilelijke raamwerk van ijzeren balken waarmee de Britse autoriteiten in 1947 de buitenkant van de Aedicula hadden verstevigd, werd met een plasmasnijder weggehaald. De tombe zelf werd voor het eerst in eeuwen geopend.

Het werk aan de Aedicula werd succesvol afgesloten en kostte drieënhalf miljoen euro.

Geen restauratie zonder archeologisch onderzoek?

Om het risico van instorting op de heiligste plek van het christendom te vermijden, stelt het NTUA-team nu voor om met een tien maanden durend project van zes miljoen euro het verbrokkelde steenplaveisel rond de Aedicula open te breken, het puin onder en de mortel in de fundamenten met grout te voegen en een stuk vloer van een kleine honderd vierkante meter weg te halen, zodat nieuwe riolering en een afvoersysteem voor regenwater in de ruimte rondom de rotunda kunnen worden aangelegd.

Het project zou op een dusdanige manier worden gepland dat de naar schatting vier miljoen mensen die de tombe jaarlijks bezoeken, er zo weinig mogelijk hinder van zouden ondervinden.

De mogelijkheid dat het gebied rond en onder de het graf van Christus opnieuw zal worden blootgelegd, roept allerlei nieuwe vragen op over de kans om archeologisch onderzoek te verrichten op een plek die al meer dan tweeduizend jaar wordt aanbeden.

“Dit is een van de meest complexe locaties voor archeologisch onderzoek, op een van de heiligste plekken ter wereld,” zegt Martin Biddle, die bijna tien jaar lang onderzoek deed naar de geschiedenis van de Aedicula en in 1999 een baanbrekend werk over het onderwerp publiceerde.

Er liggen “vier of vijf belangrijke archeologische stadia” onder de Aedicula, vertelt Biddle, en elke opgraving van deze historische lagen onder de moderne vloer van het bouwwerkje moet gepaard gaan met aanvullend wetenschappelijk onderzoek.

Restauratie zonder archeologische opgraving “zou een intellectueel schandaal zijn, en dan druk ik me nog zeer voorzichtig uit”, aldus Biddle.

Na de ceremonie van deze week zal het jongste rapport worden bestudeerd door de drie christelijke gemeenschappen en moet er een nieuw akkoord worden gesloten voordat aan aanvullende werkzaamheden kan worden begonnen. Intussen is het NTUA-team bezig met de verwerking van de verzamelde gegevens en het beschikbaar maken van deze gegevens voor andere wetenschappers, op een toekomstige website genaamd ‘Holy Sepulchre Information Platform’.

“Dit werk is een collectieve onderneming,” zegt de toezichthoudend hoofdwetenschapper van de NTUA, Moropoulou. “Het is niet van ons, het is van de hele mensheid.”