Geschiedenis en Cultuur

Parijs: Lange historie aan de Seine

donderdag, 23 november 2017

Door National Geographic

De eerste sporen van bewoning van Parijs dateren al uit het Neolithicum. In de Romeinse tijd heette de stad Lutetia Parisiorum. Eind 5de eeuw namen de Franken Parijs in en in 800 heerste Karel de Grote over de stad en de rest van Frankrijk. Vanaf 987, toen Hugo Capet, graaf van Parijs, tot koning van Frankrijk werd gekroond, werd de stad steeds belangrijker.

Het eiland
Philips II maakte Parijs tot hoofdstad en begon enorme verbeteringsprojecten in de stad, zoals de bouw van grote kerken en het Louvre als koninklijk paleis. Al eerder was in 1163 op het Île de la Cité, het historisch centrum van de stad, de eerste steen voor de Notre- Dame de Paris gelegd. De kathedraal, een hoogtepunt van gotische bouwkunst en technologische vernieuwing, is nog altijd in gebruik.

Italiaanse stadstaten
In de 12de eeuw bestonden Noord- en Midden-Italië uit onafhankelijke stadstaten, die evenwel uiteindelijk onder het gezag van de Heilige Roomse keizer vielen, traditioneel de koning van Duitsland. Frederik I Barbarossa (Roodbaard), Heilig Rooms keizer van 1155 tot 1190, voerde een langdurige campagne tegen de stadstaten. Hij belegerde onder andere Milaan en herstelde het keizerlijk gezag in de veroverde steden die hij schatplichtig aan hem maakte. Nadat een nieuwe paus Frederik in 1160 had geëxcommuniceerd, nam de keizer Milaan in.

In 1167 werd de Lombardische Liga gevormd – met uiteindelijk twintig steden waaronder Parma, Padua, Milaan en Bologna – om het verzet tegen Frederik te organiseren. Met pauselijke steun en na een overwinning bij Legnano in 1176 deed de keizer concessies aan de Liga. In ruil voor hun trouw kregen de steden in 1183 na de Vrede van Konstanz hun autonomie terug. Milaan werd herbouwd en een eeuw van economische voorspoed brak aan. De Liga illustreerde zo de groeiende invloed van de stedelijke economie en cultuur.

Geleerdheid
Dankzij de nieuwe universiteiten in de steden konden 12de-eeuwse intellectuelen op grote schaal ideeën uitwisselen. Studenten zaten niet langer geïsoleerd in kloosterscholen op het platteland en konden zelf docenten kiezen, uiteraard alleen de beste. Oude dogma’s werden betwist en er kwam ruimte om nieuwe denkbeelden te ontwikkelen. Veel geleerden besteedden hun tijd aan een nieuwe kennismaking met Griekse filosofen als Aristoteles. Weinig Europeanen kenden Grieks, maar er kwamen meer en meer Latijnse vertalingen, zodat de Griekse wetenschap en filosofie steeds toegankelijker werden.

Ook de kunsten en de literatuur bloeiden in de 12de eeuw. Troubadours en dichters vermaakten de adel met liederen en epische dichtwerken. Het populairst waren de Arthurromans, verhalen over de legendarische koning Arthur en zijn ridders van de ronde tafel die op zoek gaan naar de heilige graal. In de romantische dichtwerken stond een nieuwe code centraal, die van de hoofse idealen. Deze schreef voor hoe ridders zich buiten het slagveld dienden te gedragen.

De tweede kruistocht
In de loop van de 12de eeuw kwamen de veroveringen van de Eerste Kruistocht in het Heilige Land meer en meer onder druk te staan. In 1143 zette de opkomende Seltsjoekenleider Imad ad-Din Zengi (ca. 1085-1146) de aanval in en een jaar later veroverde hij Edessa. Zijn grootse plan om Damascus en het overige Frankische gebied te veroveren, viel twee jaar later in duigen toen hij door een ontevreden bediende werd vermoord.

De val van Edessa was voor de paus aanleiding tot het oproepen tot een nieuwe kruistocht. Bernardus van Clairvaux, een van de invloedrijkste mannen van zijn tijd, organiseerde de rekrutering en zorgde ervoor dat duizenden dienst namen in het Franse contingent on- der koning Lodewijk VII (r. 1137-’80). Later dat jaar reisde Bernardus naar Duitsland en haalde hij de Duitse koning Koenraad III (1093-1152) over ook mee te doen.

In 1147 vertrokken de legers van Lodewijk en Koenraad elk afzonderlijk naar het Heilig Land. Ze leden grote verliezen in Klein-Azië en het Taurusgebergte. In Jeruzalem werden de legers samengevoegd en de aanval op Damascus werd ingezet. Een Turkse strijdmacht onder leiding van Zengi’s zoon Nur ad-Din hield hen echter tegen, en de Tweede Kruistocht was mislukt.

De derde kruistocht
Terwijl in Europa de hoofse idealen werden beleden, kwam in het Oosten een in 1137 geboren Koerdische sultan uit Mesopotamië aan de macht: Saladin. In 1169 werd hij bevelhebber van het Syrische leger en vizier van Egypte. Hij verenigde Syrië, Palestina, Noord- Mesopotamië en Egypte, bracht de Fatimiden ten val en veroverde Jeruzalem op de Franken. Europa sidderde.

Zijn Europese tegenhanger, Koning Richard Leeuwenhart van Engeland, bracht slechts een halfjaar van zijn regeerperiode (1189-’99) in Engeland door. Na de dood van zijn vader Hendrik II regeerde hij over Engeland en West-Frankrijk. Maar zijn grootste wens was het terugveroveren van Jeruzalem. In Saladin ontmoette hij zijn gelijke.

In 1189 reisde Richard met 114 schepen oostwaarts en legde aan in het Heilige Land in de haven van Akko, dat in handen was van Saladin. Een kruisvaardersleger onder leiding van de Franse koning Filips II Augustus was al ter plekke. Hoewel Filips en Richard elkaars tegenstanders waren, gingen ze een verbond aan om Saladin te verslaan en Akko te veroveren.

Filips werd voor de slag ziek en vertrok, terwijl Richard naar het zuiden oprukte en de oudtestamentische stad Jaffa innam. Saladin wachtte Richard op in het zwaar versterkte Jeruzalem. Richard besefte dat hij schaakmat stond en keerde gedesillusioneerd naar huis terug. Hij had het koninkrijk Jeruzalem gered, maar niet de stad.

Lees het verhaal in de National Geographic special: De wereld van de Middeleeuwen. In hetzelfde nummer vind je ook het verhaal Antiochië: Kruispunt van handel