Tijdens de jaarwisseling gingen in Nederland meer dan 350 auto’s en ruim 220 woningen in vlammen op; de brandweer moest veelvuldig uitrukken. In het oude Rome was dat niet anders: daar waren grote branden aan de orde van de dag. Ze bepaalden niet alleen het straatbeeld, maar ook wie er rijk werd – en wie zijn huis verloor.
Veel branden in het oude Rome
Om de branden in het Romeinse Rijk te bestrijden richten welgestelde Romeinen private en publieke brandweerkorpsen op, bestaande uit slaven en vrije burgers. Maar niet ieder korps begint na aankomst direct met blussen.
Sommige brandweerkorpsen, zoals dat van Marcus Crassus, komen alleen in actie als de huiseigenaar zijn brandende eigendom verkoopt aan Crassus. In de hoogtijdagen van het Romeinse Rijk, de eerste en tweede eeuw na Christus, telt Rome ongeveer een miljoen inwoners. Veel Romeinen wonen in insulae: grote, goedkope appartementengebouwen van hout en steen. De insulae staan dicht op elkaar; ze worden in veel gevallen slechts door een steegje van elkaar gescheiden.
Grote branden zijn in Rome, waar men huizen verlicht met kaarsen en brandende olie, daardoor bijna aan de orde van de dag. Omdat veel insulae van hout zijn gemaakt, en dicht op elkaar staan, slaan de branden snel om zich heen. Veel woningen zijn bij brand dan ook niet meer te redden. Maar soms heeft een huiseigenaar geluk en kan er worden geblust, werk dat wordt gedaan door slaven bepakt met emmers, ladders en pikhouwelen.
De privébrandweer van Marcus Crassus
De slaven komen echter niet in actie totdat hun eigenaar hen daartoe opdracht geeft. In de eerste eeuw voor Christus zijn sommige van die slaven in bezit van Marcus Licinius Crassus (115 v.C.-53 v.C.), een welvarende Romein die bekendstaat om zijn hebzucht.
De schrijver Plutarchus beschrijft in zijn werk Parallele Levens hoe Crassus aankomt en in onderhandeling gaat met de eigenaar van het brandende pand. Zijn slaven wachtten ondertussen rustig af, terwijl het vuur om zich heenslaat.
Leestip: Zo zag het dagelijkse leven in een Romeinse stad eruit
Crassus biedt de eigenaar van de woning niet aan om de brand te blussen. Nee, Crassus wil het betreffende pand kopen. Voor een habbekrats; het brandende pand biedt hem een gunstige onderhandelingspositie. Wanneer de eigenaar weigert, wacht Crassus rustig af tot de brand verder om zich heenslaat: hoe langer de brand woedt, hoe minder het pand en de omliggende woningen waard worden.
Als Crassus het pand voor een zeer scherpe prijs weet te kopen, komen zijn slaven in actie. Ze blussen en slopen vervolgens het verwoeste pand. Crassus laat nieuwe insulae bouwen, die hij vervolgens aan de voormalige eigenaren of nieuwe bewoners verhuurt.
De publieke brandweer van Rome
Waar Crassus zijn ‘privébrandweer’ inzet om potentiële eigendommen te beschermen, verkiest tijdgenoot Marcus Egnatius Rufus het algemeen belang. Rufus is een Romeinse senator die de functie van aedile uitoefent: hij is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van betaalbaar graan op de markten en het onderhoud aan wegen, markten en openbare gebouwen.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Rufus richt rond 22 v.C. een brandweerkorps op dat branden in Rome op zijn kosten blust. Het korps bestaat uit ongeveer zeshonderd slaven. Hij wordt daarmee ongekend populair onder de Romeinse bevolking.
Maar zijn roem heeft een keerzijde: in 19 v.C. wordt Rufus namelijk gearresteerd op verdenking van samenzwering tegen keizer Augustus. Hij wordt veroordeeld en geëxecuteerd. Historici vermoeden dat Augustus vreesde voor de toenemende macht van de populaire Rufus en bevel gaf voor zijn dood.
De brandweer van Augustus
Augustus beseft hoe populair de publieke brandweerservice van Rufus is, en kopieert dit idee. Rond 7 v.C. roept hij de Vigiles Urbani in het leven, een brandweerkorps bestaande uit zeshonderd slaven. In 7 n.C. wordt het aantal Vigiles al verhoogd naar 3500 man. De Vigiles worden verdeeld in zeven cohorten van vijfhonderd man, die ieder twee wijken van de stad onder hun hoede nemen.
Leestip: 7 bijzondere Romeinse beroepen die niet meer bestaan
Rond 200 n.C. is het aantal Vigiles verdubbeld naar zevenduizend. Inmiddels zijn ze bewapend en voeren ze ook bewakings- en politietaken uit. Het korps bestaat daarnaast niet langer uit slaven, maar uit vrije, Romeinse burgers.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!










