Geschiedenis en Cultuur

Wat maakte Leonardo da Vinci tot een genie?

Hint: de grote Italiaanse kunstenaar was geïnteresseerd in alles. maandag, 20 november 2017

Door Simon Worrall

De term ‘genie’ wordt tegenwoordig vaak gebruikt voor popsterren, stand-upcomedians en zelfs voetballers. Maar Leonardo da Vinci had deze eretitel écht verdiend, zo legt Walter Isaacson uit in zijn nieuwe, fraai geïllustreerde biografie van de Italiaanse meester. Leonardo combineerde wetenschap en kunst in werken die tot de schatten van de menselijke geschiedenis zijn gaan behoren – van de ‘Mona Lisa en Het Laatste Avondmaal tot zijn ontwerpen voor vliegmachines en zijn baanbrekende onderzoek naar de optiek en het perspectief. [Lees wat de wetenschap zegt over genieën.]

In een telefonisch vraaggesprek met de auteur, thuis in zijn woonplaats Washington DC, legde hij aan National Geographic uit waarom de glimlach van de Mona Lisa de bekroning was van tientallen jaren van onderzoek, waarom Michelangelo en Leonardo elkaar niet konden uitstaan en waarom Leonardo’s nieuwsgierigheid het belangrijkste kenmerk van zijn genialiteit is.

We moeten beginnen met de beroemdste glimlach ter wereld. Welke plaats neemt de ‘Mona Lisa in het leven en werk van Leonardo in en hoe is zij erin geslaagd ons vijfhonderd jaar lang te blijven betoveren?

De glimlach van de Mona Lisa is de bekroning van een leven van onderzoek – van het bestuderen van de kunsten, de wetenschappen, de optica en alle mogelijke andere gebieden waarop Leonardo zijn nieuwsgierigheid kon loslaten, waaronder het universum en onze plaats daarin.

Leonardo wijdde talloze pagina’s in zijn notitieboeken aan de studie van het menselijk gezicht, waarbij hij alle spieren, spiertjes en zenuwen rond de lippen ontleedde. Op een van die pagina’s zie je ergens bovenaan een vage schets die al aan de glimlach van de Mona Lisa doet denken. Van 1503, toen hij aan het werk begon, tot op zijn sterfbed in 1519 hield Leonardo het schilderij in zijn bezit, om elk aspect van het werk laagje na laagje te perfectioneren. In die periode ontleedde hij het menselijk oog met behulp van lijken en ontdekte dat het centrum van het netvlies bedoeld is voor het waarnemen van details, maar dat de randen ervan dienen voor het waarnemen van contrasten en vormen. Als je direct naar de glimlach van de Mona Lisa kijkt, zie je dat de mondhoeken zich lichtjes naar onderen krullen, maar door de schaduwwerking en de lichtval lijken ze juist wat omhoog te wijzen. Als je je blik over haar gezicht laat glijden, zie je de glimlach afwisselend verdwijnen en weer opduiken.

Hij liep met zijn notitieboek rond door Florence en Milaan en tekende altijd de gezichtsuitdrukkingen en emoties van mensen die hij zag. Hij probeerde die te verbinden met de innerlijke gevoelens die de mensen koesterden. Dat zie je het duidelijkst in Het Laatste Avondmaal.

De Mona Lisa is de bekroning van al dat onderzoek, omdat de emoties die zij uitdrukt net als haar glimlach een beetje ongrijpbaar is. Telkens wanneer je naar haar kijkt, lijkt ze er een beetje anders uit te zien. In tegenstelling tot veel portretten uit die tijd is dit niet de uitbeelding van een buitenkant op een plat vlak, maar tracht het werk innerlijke gevoelens weer te geven.

Zijn andere wereldberoemde werk is Het Laatste Avondmaal, dat u “het meest fascinerende van alle verhalende schilderijen in de geschiedenis” noemt. Kunt u ons meer vertellen over de wording van dit fresco en uitleggen waarom het zo’n uitzonderlijk meesterwerk is?

De hertog van Milaan vroeg hem om dit tafereel op de muur van de eetzaal van een klooster te schilderen. Anders dan veel uitbeeldingen van het Laatste Avondmaal – en destijds waren dat er vele honderden – probeert Leonardo niet alleen maar dat ene moment vast te leggen. Hij begrijp dat er niet zoiets is als één moment dat losstaat in de tijd. Hij schrijft dat in elk afzonderlijk moment ook de tijd ervóór en erna is gelegen, omdat het een vloeiend moment is.

Dus maakte hij van Het Laatste Avondmaal een dramatisch verhaal. Als je de ruimte betreedt, zie je de geheven hand van Christus, waarna de blik via zijn arm naar boven gaat en je zijn gezicht ziet. Hij zegt: ‘Eén van jullie zal mij verraden.’ Terwijl je de blik over het doek laat glijden, zie je aan de hand van de reacties hoe die uitspraak als een baksteen in een vijver door de groep van apostelen rimpelt.

Degenen die het dichtst bij hem zitten, vragen: ‘Ben ik het, Heer?’ En degenen die verder weg zitten, hebben het pas gehoord. Terwijl het drama zich vanuit het centrum naar de randen uitdijt, lijkt het weer terug te kaatsen wanneer Christus naar het brood en de wijn reikt, het begin van het instituut van de eucharistie.

Ondanks zijn genie stond Leonardo in zijn eigen tijd niet zozeer als meesterschilder bekend, maar als een architect – en zelfs als iemand die we tegenwoordig een ‘special effects-technicus’ zouden noemen. Kunt u ons dat uitleggen?

In tegenstelling tot wat hij soms wenste, was hij toch vooral kunstschilder. Hij zag zichzelf liever als ingenieur en architect, gebieden waarop hij met veel passie werkte. Maar zijn eerste opdrachten voerde hij als theaterproducent uit.

Daarbij leerde hij hoe je trucjes met het perspectief kon uithalen, omdat het decor in een theater een overdreven sterk perspectief vertoont en dieper lijkt dan het is. Op het toneel werden zelfs tafels een beetje naar voren gekanteld zodat het tafelblad te zien was, iets wat ook in Het Laatste Avondmaal het geval is. Ook de dramatische gebaren van de acteurs worden op het toneel overdreven, wat je eveneens in Het Laatste Avondmaal ziet.

Door zijn werk als theatermaker kwam hij in aanraking met mechanische toneelapparaten, zoals vliegmachines en een schroefhelikopter, die bedoeld waren om bij bepaalde voorstellingen engelen uit de toneeltoren op het podium te laten neerdalen. Daarbij stapte Leonardo over de scheidslijn tussen fantasie en werkelijkheid en probeerde ook échte vliegmachines te ontwerpen, die technische hoogstandjes waren! Dus wat hij in het theater oppikte, gebruikte hij in zijn kunst en in zijn serieuze ingenieurswerk.

Wat was Leonardo voor man? Hij was vegetariër en openlijk homoseksueel in een tijd dat sodomie een misdaad was. En hij was nogal een dandy. Kunt u deze verschillende kanten van zijn karakter toelichten?

Hij was homo, een onwettig kind, linkshandig en een beetje ketters, maar het mooie aan Florence was dat deze stad halverwege de vijftiende eeuw zeer tolerant was. Leonardo placht in korte, paarse en roze outfits door de stad te lopen en baarde daarmee het nodige opzien onder de Florentijnen, maar hij was zeer populair. Hij had ongelooflijk veel vrienden in zowel Florence als Milaan. Hij schrijft over talloze diners met goede vrienden, die een bont gezelschap vormden: wiskundigen, architecten, toneelschrijvers, ingenieurs en dichters. Die veelzijdigheid heeft hem mede gevormd.

Tot slot was hij ook een zeer aantrekkelijke kerel. Als je zijn Vitruviaanse mens bekijkt, een man die naakt binnen een cirkel en een vierkant is afgebeeld, zie je vooral een zelfportret van Leonardo, met zijn golvende krullen en goed gebouwde lichaam.

Het was algemeen bekend dat Leonardo en Michelangelo elkaar niet konden uitstaan. Kunt u die wederzijdse afkeer verklaren en ons iets vertellen over de schilderkunstige shoot-out tussen de beide genieën?

Leonardo en Michelangelo waren zeer verschillend. Leonardo was populair, onderhoudend en geheel op z’n gemak met zijn eigen excentriciteit, ook met zijn homoseksualiteit. Michelangelo was ook homo, maar hij werd geplaagd door zijn geaardheid. Hij was ook veel meer een kluizenaar. Hij had geen goede vrienden en droeg altijd donkere kleren, dus in uiterlijk, stijl en persoonlijkheid waren de beide mannen elkaars tegenpolen.

Ook in hun artistieke stijlen waren ze heel verschillend. Michelangelo schilderde als een beeldhouwer, waarbij hij zeer duidelijke contouren gebruikte. Leonardo geloofde juist in sfumato, het laten vervagen van de contouren, omdat hij vond dat wij de werkelijkheid ook zo waarnemen.

De heersers van Florence organiseerden een wedstrijd tussen de twee mannen door ze in de Zaal van de Vijfhonderd in het Palazzo Vecchio ieder een slagveldscène te laten schilderen. Tegen die tijd was hun rivaliteit al erg onvriendelijk geworden.

Leonardo had gestemd voor het voorstel om Michelangelo’s standbeeld David ergens in een arcade weg te stoppen, in plaats van midden op het centrale plein van Florence te zetten. En Michelangelo had zich openlijk onbeschoft tegenover Leonardo gedragen. Door dat alles was algemeen bekend dat het tussen die twee knetterde, dus lieten de heersers van Florence de mannen tegen elkaar uitkomen door ze beide een slagveldscène te laten schilderen.

Uiteindelijk zou geen van tweeën de uitdaging aangaan, want ze hielden ermee op voordat de fresco’s af waren. Leonardo ging vervolgens terug naar Milaan en Michelangelo verhuisde naar Rome om aan de Sixtijnse Kapel te werken.

Leonardo signeerde zijn schilderijen nooit, wat soms tot verwarring heeft geleid. Kunt u ons iets vertellen over La Bella Principessa en over het opmerkelijke, detectiveachtige onderzoek om de authenticiteit van die tekening vast te stellen?

La Bella Principessa is een tekening in pastelkrijt die enkele tientallen jaren geleden op een veiling opdook. Het werk was nooit als een Leonardo beschouwd en tegen een zeer laag bedrag verkocht, omdat iedereen dacht dat het een Duitse kopie naar een Florentijnse kunstenaar was.

Maar één kunstverzamelaar was ervan overtuigd dat het om een authentieke Leonardo ging. Hij kocht de tekening en reisde er de hele wereld mee over om uit te zoeken of het een echte Leonardo was. Het oordeel was uiteindelijk vrij overtuigend toen ze vingerafdrukken vonden, want Leonardo beduimelde zijn werken vaak.

Vervolgens bleek dat de man die beweerde dat het doek echt was, niet bepaald een goede reputatie had en misschien zelf een oplichter was, dus werd de verklaring van echtheid weer ingetrokken. Uiteindelijk ontdekten ze met de hulp van Martin Kemp, de grote Leonardo-kenner van de Oxford University, dat het inderdaad om een tekening van Leonardo ging en dat La Bella Principessa als omslag had gediend voor een boek dat zich in een bibliotheek in Polen bevond, waar iemand het werk uit de band had gesneden.

Vorige week nog werd het prachtige paneel Salvator Mundi voor het recordbedrag van 450,3 miljoen dollar op een veiling van Christies verkocht. Lange tijd werd ook dit werk als een kopie beschouwd, maar in de afgelopen tien jaar is het als een echte Leonardo erkend. Tien jaar geleden was het nog voor 45 Britse pond (vijftig euro) verkocht.

Die veiling was een enorme gebeurtenis, want het was het laatste schilderij van Leonardo dat nog in privébezit was. Waarschijnlijk zal niemand ooit nog een schilderij van Leonardo kunnen kopen.

Een van de natuurlijke fenomenen die Leonardo het meest interesseerde en die hij tegen het einde van zijn leven opnieuw bestudeerde, was water. Wat vond hij er zo fascinerend aan?

Leonardo was autodidact. Hij was nooit naar school gegaan omdat hij een onwettig kind was. Een van de dingen die hem als kind fascineerden, waren de beken die de rivier de Arno in stroomden. Die bestudeerde hij als kind, en vanaf zijn kinderjaren tot op zijn sterfbed bleef hij draaikolken in het water tekenen en probeerde hij de wiskundige principes erachter uit te zoeken.

Dat is zowel in zijn wetenschappelijke werk als in zijn kunst terug te zien. Zo werd hij gefascineerd door de kleine wervelingen die ontstonden wanneer lucht over de gebogen vleugel van een vogel stroomde en besefte dat de vogel daardoor in de lucht kon blijven, iets wat we nu als de liftkracht bij vliegtuigen kennen.

In veel van zijn meesterwerken, waaronder de Mona Lisa, zie je een meanderende rivier, alsof die in verband staat met de bloedvaten van de persoon die hij heeft geportretteerd, als een verbinding tussen mens en aarde.

Wat was het doorslaggevende kenmerk van Leonardo’s genie? En wat kunnen we van hem leren?

In het laatste hoofdstuk van mijn boek probeer ik daarop antwoord te geven, aan de hand van 25 lessen die we van Leonardo kunnen leren en waarin ook lessen uit mijn eerdere boeken over Steve Jobs en Albert Einstein zijn opgenomen. Bij het schrijven van al die boeken merkte ik dat creativiteit voortkomt uit het verbinden van kunst en wetenschap. Om werkelijk creatief te zijn moet je geïnteresseerd zijn in alle mogelijke gebieden, in plaats van een specialist op één gebied te zijn.

Leonardo da Vinci is daarvan het ultieme voorbeeld: iemand die zich voor werkelijk alles interesseerde wat over het universum bekend was, met inbegrip van onze plaats in dat universum. Dat maakte hem tot een heerlijk onderwerp om over te schrijven.

In zijn notitieboeken vinden we kwesties als ‘Beschrijf de tong van een specht’. ‘Waarom gapen mensen?’ ‘Waarom is de hemel blauw?’... Zijn nieuwgierigheid over alledaagse fenomenen kende geen grenzen en doet denken aan de verwondering die we als kind voelen maar daarna steeds meer kwijtraken.

De doorslaggevende karaktertrek van Leonardo was zijn nieuwsgierigheid naar alles en nog wat en het feit dat hij alles simpelweg wilde weten, niet alleen omdat het nuttig zou kunnen zijn. Zo daagde hij zichzelf voortdurend uit en schoolde hij zichzelf tot een genie. Niemand zal ooit Einsteins wiskundige vermogens evenaren, maar we kunnen allemaal iets van Leonardo’s nieuwsgierigheid leren en die eigenschap van hem overnemen.

Simon Worrall presenteert Book Talk. Volg hem op Twitter of op simonworrallauthor.com.