Geschiedenis en Cultuur

Zheng He: Leider van de Chinese armada's

Zheng He leidde zeven grote expedities die China tussen 1405 en 1433 uitrustte naar de Indische Oceaan. De schepen, die Afrika bereikten en mogelijk ook Kaap de Goede Hoop rondden, maakten van China de grootste zeemacht van die tijd.donderdag 25 januari 2018

Door Dolors Folch
Op dit schilderij van Hongnian Zhang is Zheng He afgebeeld als de leider van een van zijn expedities. Rechts leest een stuurman het kompas af en op de achtergrond zeilen de grote ‘schatschepen’.

De Mongoolse dynastie, onder leiding van de Mongoolse keizer Koebilai Khan, werd in 1368 verdreven door de Mingdynastie. Hongwu, de eerste keizer van dit heersersgeslacht, was even vastbesloten als zijn Mongoolse voorgangers om de zeemacht van China te consolideren.

Hongwu beperkte de onderlinge betrekkingen overzee tot de gezanten die de schatplichtige mogendheden naar China stuurden, om op die manier te voorkomen dat de baten van de zeehandel in particuliere handen vielen. Hij bepaalde dat zeeschepen niet meer dan drie masten mochten hebben, op straffe van verbanning of de dood, een maatregel die zich zelfs uitstrekte tot vissersschepen. De gevolgen voor de kustbewoners waren desastreus, zij konden hun nering niet voortzetten.

Ming­keizer Yongle gaf opdracht voor de expedities van Zheng He. Hij verplaatste ook de Chinese hoofdstad naar Beijing en liet daar de Verboden Stad, de keizerlijke residentie, bouwen.

Yongle, de tweede keizer van de Mingdynastie, voerde deze politiek tot het uiterste door, waarbij hij nauwgezet vasthield aan het verbod op private handel en zijn greep op de Zuid-Chinese Zee en de Indische Oceaan probeerde te versterken. In de eerste jaren van zijn regering veroverde hij Vietnam en werd het sultanaat Malakka gesticht, dat de toegang tot de Indische Oceaan beheerste. Voor China was het een belangrijke basis om de toegang tot de Indische Oceaan te kunnen beheersen.

Yongle wilde het verbod op particuliere handel per se in stand houden. Om de handelsroutes te controleren die China met Zuidoost-Azië en de Indische Oceaan verbonden, stuurde hij een indrukwek-kende vloot onder bevel van Zheng He naar het westen. Zheng He was een moslim en, net als de andere commandanten van zijn vloot, een eunuch. Zijn missie was om op ontdekking uit te gaan.

Al in de tijd van de Songdynastie hadden de Chinezen de kusten van India, de Perzische Golf en Afrika verkend: die expedities waren bedoeld als een vertoon van de Chinese macht. Daarmee wilden ze het Chinese tribuutsysteem bestendigen en de toestroom verzekeren van basisgoederen, zoals medicijnen, verfstoffen, zwavel, tin en paarden.

De zeven grote expedities van Zheng He tussen 1405 en 1433 hadden ook als doel China’s macht uit te dragen. Er werden enorme vloten uitgerust. De eerste bestond uit 255 jonken, waarvan 62 reusachtige vaartuigen, de zogeheten schatschepen (baochuan). Daarnaast waren er middelgrote schepen, zoals de machuan, voor het transport van paarden, en vaartuigen met militairen en matrozen en ander marinepersoneel dat werkte op de indrukwekkende schatschepen.

De verboden stad. Gezicht vanuit het noorden op de grote keizerlijke residentie, die tussen 1406 en 1420 door de Mingdynastie werd gebouwd in Beijing. Op de voorgrondde Poort van de Goddelijke Moed (Shenwu).

De schepen volgden aanvankelijk een vooraf uitgestippelde route. Na vertrek van de werven van de Yangtze zetten ze koers naar het zuiden om af te meren aan de kust van Fujian, waar ervaren zeelui aanmonsterden. Daarna gingen ze voor anker in de haven van Quy Nhon, halverwege de kust van Vietnam. Dat land was kort tevoren door de Ming veroverd en de keizer wilde indruk maken met zijn enorme zeemacht.

De expedities (die nooit noordwaarts voeren) gingen normaal gesproken op Java en Sumatra aan land, namen een rustpauze in Malakka om het einde van de moesson af te wachten en koersten vervolgens naar Ceylon en Calcutta. Vandaar togen de opeenvolgende expedities via de Perzische Golf naar Hormuz en de Rode Zee, alwaar een deel van de bemanning op pelgrimage naar Mekka ging.

Houten beeldje van de beschermgodin der zeevaarders: Mazu, Tianfei of Tianhou. Ze werd vereerd op de schepen van Zheng He. Maritiem Museum, Quanzhou.

De laatste reizen eindigden in Afrika, waar volgens de bronnen Malinda (in het huidige Kenia) de verste haven was die ze aandeden. Er is echter ook een wereldkaart bekend uit 1457 van de Venetiaanse monnik Fra Mauro (die zo’n 25 jaar na de laatste expeditie van Zheng He werd voltooid), waarop staat dat Chinese schepen in 1420 Kaap de Goede Hoop rondden. Vandaar zouden ze weer noordwaarts zijn gezeild, waarna ze terugkeerden omdat ze ‘slechts wind en rotsen’ aantroffen.

In 1433 kwam er, op bevel van de nieuwe keizer Xuande, een eind aan de expedities van Zheng He die keizer Yongle in 1405 had bevolen. Waarom ontbond de Mingdynastie de zeemacht die ze van de Song hadden geërfd?

 

 

Lees meer over de indrukwekkende zeemacht van China door Zheng He in het eerste nummer van Historia 2018.