Geschiedenis en Cultuur

Eeuwenoude paleiswachten bleven 'bewaard' dankzij termietenpoep

Peruaanse archeologen die onderzoek doen naar een 750 jaar oude stad, ontdekten onlangs iets zeer bijzonders aan een toch al verbluffende vondst.vrijdag 2 november 2018

Door Kristin Romey
bekijk galerij

Bij de opgraving van de ceremoniële ingang van een oud paleis in Peru ontdekten archeologen onlangs tot hun grote verrassing een reeks 750 jaar oude ‘wachters’ van hout aan weerszijden van de gang. Maar de onderzoekers stond een nog grotere verrassing te wachten toen ze de voorwerpen blootlegden: in de loop der eeuwen waren de negentien houten standbeelden door termieten weggevreten en vervangen door menselijke figuren van ruim zestig centimeter hoog die gedeeltelijk – en in sommige gevallen bijna geheel – uit eeuwenoude uitwerpselen van de insecten waren opgebouwd.

Niet alle standbeelden hadden dezelfde ‘behandeling’ van de termieten ondergaan, zegt archeologisch directeur Henry Gayoso. Bij nadere beschouwing bleek dat sommige standbeelden bijna geheel uit termietenontlasting (of frass) waren opgebouwd, schreef Gayoso in een e-mail aan National Geographic. Bij andere leek de houten kern onder een laag frass bewaard te zijn gebleven.

Elk standbeeld was voorzien van een kleimasker, een houten scepter in de ene hand en een weergave van een afgehakt hoofd in de andere. Maar hoe hadden de termieten de houten beelden kunnen opeten zonder hun oorspronkelijke vorm te veranderen?

De verklaring is dat termieten fotofobisch (lichtschuw) zijn en bij het opeten van houten objecten vaak een dun laagje ‘huid’ van hout achterlaten om hun tunnels tegen het zonlicht te beschermen, aldus Lynn Grant, hoofdconservator van het University of Pennsylvania Museum.

“De tunnels worden meestal niet helemaal met frass opgevuld, dus je moet de onderdelen extreem voorzichtig behandelen om te voorkomen dat de bewaard gebleven buitenlaag in elkaar stort,” zegt Grant in haar e-mail. “De archeoloog verdient daarvoor een compliment.”

“Ik ben eigenlijk nogal verrast dat ze niet het hele geval hebben opgegeten,” zegt Robert Koestler, directeur van het Museum Conservation Institutevan de Smithsonian Institution. “Na zevenhonderd jaar is het opmerkelijk dat de beelden nog in zo’n goede staat verkeren.”

De archeologen deden hun ontdekking toen ze onlangs bezig waren met de uitgraving van een ingang tot het paleis van Utz An (voorheen het Grote Chimúpaleis), het grootste van tien reusachtige complexen van adobe waaruit de oude stad Chan Chanin het noorden van Peru bestaat. Chan Chan, een Unesco-werelderfgoed, vormde van de tiende tot de vijftiende eeuw de hoofdstad van het Chimú-volk, en op het hoogtepunt van deze cultuur was het een van de grootste steden van heel Amerika.

Eerder dit jaar werden even buiten Chan Chan bewijzen gevonden voor grootschalige offers van kinderen en pasgeboren lama’s, een vondst die internationaal veel stof deed opwaaien.

De standbeelden staan in nissen – tien aan elke zijde – en flankeren de circa dertig meter lange gang die toegang biedt tot een ceremoniële binnenplaats van een halve hectare. (Van de twintig standbeelden lijkt slechts één de aanslag door de termieten niet te hebben overleefd.) Volgens Patricia Balbuena, de Peruaanse minister van Cultuur, is de vondst van de standbeelden een “buitengewone archeologische ontdekking.”

Iemand die door de gang en onder het wakend oog van de houten beelden met hun scepters en afgehakte hoofden het paleis en de enorme binnenplaats zou betreden, zou overweldigd worden door ontzag, zegt archeoloog Gayoso.

“Wanneer je op audiëntie kwam bij de figuur die over Utz An heerste, dan kwam je oog in oog te staan met de machtigste persoon die je ooit in je leven zou ontmoeten.”

Lees ook: Zweef boven de geheimzinnige woestijntekeningen van Peru

Lees ook: Deze hangburg in Peru is gemaakt van gras

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com