Geschiedenis en Cultuur

15.000 jaar oude vindplaats in Idaho een van oudste in Amerika

Voorwerpen die zijn opgegraven op de archeologische vindplaats van Cooper’s Ferry, rekenen af met aloude hypothesen over het tijdstip waarop de eerste mensen in Amerika arriveerden.maandag 2 september 2019

Door Megan Gannon
Opgravingen op de archeologische vindplaats Cooper’s Ferry hebben voorwerpen aan het licht gebracht die 15.000-16.000 jaar oud zijn – duizenden jaren ouder dan voorwerpen die traditioneel in verband werden gebracht met de komst van de eerste Amerikanen.

Volgens een onderzoek dat eind vorige week in het tijdschrift Science is gepubliceerd, is in de staat Idaho een van de oudste archeologische vindplaatsen in heel Amerika ontdekt. 

Uit de koolstofdatering van de voorwerpen blijkt dat mensen in Cooper’s Ferry tussen de 15.000 en 16.000 jaar geleden werktuigen maakten en dieren slachtten. De nieuwe opgravingsplek vormt een belangrijke aanvulling op een handvol archeologische vindplaatsen die afrekenen met aloude theorieën over de eerste mensen in Amerika.

Tot enkele tientallen jaren geleden werden stenen werktuigen van de zogenaamde Clovis-cultuur, die doorgaans zo’n 13.000 jaar oud zijn, gezien als de vroegste tekenen van technologische vaardigheden onder de eerste Amerikanen. Onderdeel van de ‘Clovis first’-hypothese, die door de meeste experts werd aangehangen, was het idee dat de mensen die deze werktuigen hadden gemaakt, te voet vanuit Azië naar Noord-Amerika waren overgestoken, en wel via de landbrug die destijds tussen Siberië en Alaska bestond en Beringia wordt genoemd. Vanuit Beringia trokken ze door een ijsvrije corridor die zich rond 14.000 jaar geleden opende toen de reusachtige ijskap die het binnenland van Noord-Amerika bedekte zich begon terug te trekken.

Dat was het standaardverhaal – totdat onderzoekers overal in Amerika voorwerpen vonden die veel ouder waren dan de Clovis-artefacten. 

Hoewel er tientallen vindplaatsen zijn waarvan wordt beweerd dat ze ‘pre-Clovis’-vondsten hebben opgeleverd, zegt archeoloog Donald Grayson, emeritus-professor aan de University of Washington, dat er tot nu toe slechts een handvol plekken op de juiste manier is gedateerd, waaronder Monte Verde in Chili (waar voorwerpen van 14.500 jaar oud zijn gevonden), de vindplaatsen van Friedkin en Gault in Texas (respectievelijk 15.500 en 16.000 jaar oud) en de Paisley Caves in Oregon (circa 14.000 jaar oud). Maar zelfs Grayson, die zegt een tamelijk “sceptische” kijk op de kwestie te hebben, zou Cooper’s Ferry in deze korte lijst willen opnemen.

“Ik vind Cooper’s Ferry een volstrekt overtuigende pre-Clovis-vindplaats,” zegt Grayson, die niet bij het nieuwe onderzoek was betrokken.

Ook Todd Braje, archeoloog van de San Diego State University en een van de mensen die het wetenschappelijk artikel in Science beoordeelde, meent dat de vindplaats het zoveelste bewijs is dat het “Clovis first-model niet langer plausibel is.”

“Ouder en ouder...”

Gelegen op de bodem van een canyon nabij een bocht in de benedenloop van de Salmon River, is Cooper’s Ferry een idyllische plek met hete zomers en koude winters. De Niimíipuu-indianen (vroeger Nez Percé) duidden deze plek aan als het oude dorp Nipéhe.

Archeoloog Loren Davis, professor aan de Oregon State University in Corvallis en hoofdauteur van het artikel in Science, deed in 1997 als postdoconderzoeker voor het eerst opgravingen in Cooper’s Ferry. Hij ontdekte een groep steenpunten in een kuil, zogenaamde ‘westelijk gedoornde punten’, die met behulp van een ‘doorn’ (uitsteeksel aan de onderkant) konden worden bevestigd aan een speer of ander wapen of werktuig. Op basis van de koolstofdatering van bot- en steenkoolfragmenten die in dezelfde kuil lagen begraven, konden de werktuigen op een ouderdom van 13.300 jaar worden geschat.

Ongeveer tien jaar later keerde Davis als leider van een omvangrijker opgravingsproject terug naar Cooper’s Ferry, omdat hij nog steeds vragen over de eerder gevonden werktuigen had. Zo wilde hij weten of ze ouder waren dan werktuigen uit de Clovis-traditie.

De eerste Amerikanen slachtten dieren en vervaardigden stenen werktuigen in Cooper’s Ferry, in het westen van Idaho.

Gedurende de laatste tien jaar van de opgravingen vonden Davis en zijn team bewijzen voor stenen die door de inwerking van hitte in oeroude kampvuren waren gebarsten, werkplekken voor het vervaardigen en repareren van stenen werktuigen, slachtsplaatsen en fragmenten van dierenbotten. Vorig jaar stuurde het team van Davis een houtskoolmonster uit een vuurhaard op voor koolstofdatering en was verrast toen het rond de 14.000 jaar oud bleek te zijn. Om het resultaat te bevestigen werden nog meer monsters van materiaal uit Cooper’s Ferry getest.

“Onze resultaten worden ouder en ouder...,” zegt Davis. De diepste afzetting op de vindplaats waarin stenen werktuigen worden aangetroffen, wordt geschat op een ouderdom van tussen de 15.000 en 16.000 jaar. “Ik had nooit gedacht dat deze plek zó oud zou blijken te zijn.”

‘Afslag’ richting Amerika

De hoge ouderdom van Cooper’s Ferry is het zoveelste bewijs voor de stelling dat mensen zich al ophielden ten zuiden van de grote ijskap die ooit heel Noord-Amerika bedekte, vóórdat de ijsvrije corridor richting het zuidelijker gedeelte van het continent zich rond 14.000 jaar geleden opende. Davis en zijn collega’s denken dat hun bevindingen een hypothese onderbouwen die steeds populairder onder archeologen wordt: dat de eerste Amerikanen zeevaarders waren die langs de Pacifische kust richting het zuiden peddelden.

“De meest aannemelijke verklaring is dat mensen langs de Pacifische kust naar het zuiden trokken, en toen ze de monding van de rivier de Columbia bereikten, ze in feite een afslag van deze hoofdweg langs de kust vonden – de eerste haalbare route naar de binnenlanden ten zuiden van de ijskap,” zegt Davis.

De ‘westelijk gedoornde’ steenpunten die in Cooper’s Ferry zijn gevonden, behoren tot de oudste die in Amerika zijn ontdekt en zouden kunnen bewijzen dat deze werktuigtechnologie al vóór de Clovis-cultuur werd ontwikkeld.

“Deze nieuwe vondsten bevestigen het feit dat de technologie van gedoornde steenpunten de eerste van dit soort technologieën in Amerika was,” zegt Charlotte Beck, emeritus-professor in de archeologie aan het Hamilton College in New York.

In de nieuwe studie wijzen Davis en zijn collega’s ook op overeenkomsten tussen de werktuigen die zij hebben gevonden en voorwerpen die tussen 16.000 en 13.000 jaar geleden in Japan werden vervaardigd, waar mogelijk de oorsprong van dit gedoornde type steenpunten ligt.

Maar Grayson wil zich verre houden van dat soort verbanden. “Tenzij de overeenkomsten tussen werktuigen heel specifiek en complex zijn, kunnen ze ons weinig vertellen over onderlinge verbanden,” zegt hij.

Maar Braje vindt deze verbanden juist “fascinerend”, hoewel hij toegeeft dat ze nog zeer voorlopig zijn. “De uitdaging is nu om Cooper’s Ferry in verband te brengen met die paar andere, zeer oude vindplaatsen in Noord-Amerika en elders in de wereld,” zegt hij. “We hebben nog veel werk te doen om het verhaal verder op te bouwen.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com