De geboorte van de democratie

In de 6de eeuw v.C. werd Athene geregeerd door de tiran Peisistratos en zijn zonen. De verbannen staatsman wist de stad in 510 v.C. te bevrijden. Zijn radicale politieke hervormingen maakten van Athene de bakermat van de democratie.vrijdag 22 november 2019

Door David Hernandez de la Fuente

Dit artikel verscheen in National Geographic Historia editie 4, 2019.

Herodotus schrijft dat Hipparchos, een van de zonen van de tiran Peisis­tratos, in een droom een lange en knappe man zag die deze raadsel­ achtige woorden sprak: ‘Draag, leeuw, ondraaglijk lijden, verdraag het met moed en volharding, niemand van de mensen zal ooit aan de straf voor zijn onrecht ontkomen.’ De volgende dag vroeg Hipparchos om raad bij de droomuitleggers, maar zag geen reden om maatregelen te nemen. Toen hij daarop naar het religieuze festival van de Panathenaeën ging, werd hij vermoord door twee jonge geliefden, Harmodios en Aristogeiton. Volgens de over­levering was het een crime passionel: Harmo­dios zou Hipparchos hebben afgewezen of de tiran zou verboden hebben dat zijn zus­ter zou deelnemen aan de processie. 

 

Dit alles gebeurde in 514 v.C. Harmodios en Hipparchos moesten hun daad met de dood bekopen. Hippias werd de nieuwe tiran. Maar toen zijn regime vier jaar later omver werd geworpen, werden Harmodios en Aristogeiton in ere hersteld. De tirannendoders werden gezien als martelaren voor de vrijheid van Athene, de helden die de weg hadden vrijge­maakt voor de oprichting van het politieke sys­teem dat roem zou brengen aan de Attische stad.

Deze grote politieke transformatie werd echter niet door één tirannenmoord ontketend; zij kwam voort uit een proces dat tientallen jaren duurde en dat zich uitte in de vorm van een reeks sociale conflicten die de fundamenten van de Atheense samenleving deden schudden. 

Sinds het midden van de 8ste eeuw v.C. werd Athene geregeerd door een handvol clans van aristocratische families. Deze zogenaamde archonten waren landeigenaren en zij beheers­ten het bestuur. Ze oefenden de uitvoerende macht uit en hadden de controle over de gelijk­namige rechtbank op de Areopagus en de mili­tairen die de stad verdedigden. Zij heersten over een volk van boeren, arbeiders en slaven.

Maar in de 7de en 6de eeuw v.C. namen de sociale spanningen toe. Een nieuwe klasse van handelaren en handwerkslui in de steden wilde de uitbuiting door de elite niet langer ondergaan. Zij eiste dat magistratenposten, die tot dan uit­sluitend door aristocraten werden bezet, toegan­kelijk zouden worden voor de rest van de bevolking. Grote politieke hervormingen wer­den doorgevoerd door Solon, die rond 594 v.C. was verkozen tot ‘wetgever’ en mediator. Hij kwam tegemoet aan de eisen en stelde onder meer een volksvergadering (ekklèsia) in voor de middenklasse, hoewel de aristocratische families hun privileges op de Areopagus behielden. De conflicten verdwenen echter niet. 

Een paar decennia later greep Peisistratos suc­cesvol de macht als tiran. Deze Atheense aristo­craat was succesvol geweest in de oorlogen van Athene tegen Megara en hij wist de onderlinge twisten in de stad in zijn voordeel te gebruiken. Op dat moment verschijnt ook een persoon op het toneel die beslissend zou zijn voor de uitein­delijke triomf van de democratie in Athene: Cleisthenes.  

Cleisthenes behoorde tot de adellijke familie van de Alcmaeoniden, een van de geslachten die van oudsher regeerden in de Atheense politiek. Hij was de zoon van Megacles, die naar verluidt een vloek met zich meedroeg die veroorzaakt was door zijn vader, ook Megacles geheten. Vol­gens de overlevering had deze oudste Megacles in 632 v.C. het vergrijp begaan om de volgelin­gen van Cylon, een edelman uit Megara die een tirannie wilde vestigen in Athene, te vermoor­den in de tempel van Athena. Daarbij had hij een heilige eed verbroken. Het orakel van Delphi had de Alcmaeoniden hiervoor vervloekt en ze moesten enige tijd in ballingschap doorbrengen. 

De Alcmaeoniden tegen de tirannie 

De Alcmaeoniden hadden in het verleden Solon gesteund en verkondigden graag dat ze hadden gevochten voor de Atheense vrijheden. Maar in werkelijkheid was hun houding tegenover de tirannie dubbelzinnig. Ze hadden goede relaties met tirannen van andere steden en gedurende de eerste regeringsjaren van Peisistratos probeerden ze de macht met hem te delen. Pas later kwa­men ze in opstand. Na een strijd van tien jaar moesten de Alcmaeoniden definitief in balling­schap gaan toen Peisistratos, die veel middelen en militaire steun had verzameld, ze versloeg in het jaar 546 v.C. Onder de bannelingen bevond zich de jonge Cleisthenes. Maar we weten ook dat Cleisthenes in het jaar 524 v.C., tijdens de tirannie van de zonen van Peisistratos, archont was in Athene. Sommige auteurs trekken hieruit de conclusie dat de Alcmaeoniden niet in ballingschap gegaan zouden zijn, in tegenstelling tot wat Herodotus schreef. 

Na de moord op Hipparchos voerde Hippias de onderdrukking van de bevolking op. Cleisthe­nes en zijn familie kozen op dat moment volle­dig voor de oppositie tegen de tiran. Vanuit zijn ballingschap organiseerde hij een veldtocht tegen de tiran, die faalde. Echter, als de Alcmae­oniden iets hadden geleerd van de talrijke geschillen, was het wel dat steun van het orakel van Delphi onmisbaar was in de politiek. Ze besloten het heiligdom financieel te steunen. Als tegenprestatie kreeg Cleisthenes van het orakel een belangrijke politieke gunst. Herodotus schrijft: ‘de Atheners hadden de Pythia omgekocht met geld, zodat ze telkens wanneer de Spartanen kwamen om het orakel te raadplegen, zou zeggen dat het de wil van de goden was om Athene te bevrijden’. Toen ze steeds weer het­zelfde orakel kregen, besloten de Spartanen om het oordeel van de goden te gehoorzamen en de tirannie van Athene omver te werpen onder leiding van Cleomenes. Hippias vertrok naar de regio van Troje in Klein-­Azië, waar hij zou rege­ren als vazal van de Perzen. 

Twee strijdende partijen 

Na de verdrijving van de tiran waren er volgens Herodotus twee partijen in Athene: ‘Cleisthenes, van de familie van Alcmaeoniden (...) en Isago­ras, zoon van Tisandros, van een illustere afkomst (...). Beiden waren de leiders van de twee facties in de stad.’ Deze twee partijen verte­genwoordigden twee tegenstrijdige politieke ideologieën: Cleisthenes stelde een reeks demo­cratische hervormingen voor die macht gaven aan de tien stammen waarin de stad zou worden verdeeld. Isagoras verzette zich tegen de plannen van Cleisthenes en probeerde gebruik te maken van dezelfde wapens: hij riep opnieuw de tussen­komst van Sparta in. De Spartanen onderwier­pen de partij van Cleisthenes in Athene, en stuurden zevenhonderd families die Isagoras had aangegeven in ballingschap. 

De legende gaat dat toen koning Cleomenes de Akropolis bezette, hij stopte om te bidden voor het altaar van de godin Athena. Toen sprak haar priesteres hem op plechtige toon toe: ‘Ga terug, Spartaanse vreemdeling, ga terug: nee, je wilt dit heiligdom niet betreden.’ 

Desalniettemin probeerden de Spartanen een oligarchie te vestigen, schaften ze de ekklèsia af en gaven ze de volledige macht aan een raad van driehonderd aanhangers van Isagoras. Maar ze hadden het prodemocratische sentiment in Athene onderschat. De bevolking kwam in opstand totdat een akkoord werd bereikt dat de Spartanen de stad zouden verlaten.

De hervormingen van Cleisthenes 

Zo zwichtte de oligarchie uiteindelijk. Alle bal­lingen werden teruggeroepen naar Athene en het volk koos voor Cleisthenes. Zo kon tussen de jaren 507 en 501 v.C. verregaande hervormingen van de Atheense staat doorvoeren. Het doel was het verminderen van sociale conflicten door een radicale hervorming van het bestuur en een beleid dat de macht van de aristocratie moest inperken. Dus introduceerde Cleisthenes een nieuwe verdeling van het volk in tien stammen (phylai). Hij verhoogde het aantal leden van de Boulè, de raad die was gecreëerd door Solon, tot vijfhonderd: vijftig voor elke stam. Hij kende de algemene volksvergadering (ekklesia) een gro­tere macht toe en verdeelde de posities van de magistraten door verkiezingen. Het belangrijk­ste idee van de hervormingen van Cleisthenes was de isonomia, de gelijkheid van burgers, een term die in de toekomst zou worden gezien als de basis van de Atheense democratie. 

Na zijn dood kreeg Cleisthenes een erebegra­fenis op de Kerameikos­-begraafplaats en werd hij herinnerd als de grote bestrijder van de tiran­nie. Het was een terecht eerbetoon. Nog steeds leeft in het collectief geheugen van de westerse cultuur het verhaal van de strijd tussen Alcmae­oniden en tirannen, en hoe Cleisthenes met zijn hervormingen de basis legde van wat bekend zou worden als de Atheense democratie. 

Ga in november mee op reis door de geschiedenis tijdens History Month. Natgeo.nl/historymonth

Lees verder

Etruskische begrafenisrituelen: vanaf de prehistorie tot de Romeinse tijd

De evolutie van begrafenisrituelen (van cremeren naar begraven) toont de continuïteit van de Etruskische beschaving vanaf de prehistorie tot de Romeinse tijd.

Een dag uit het leven van een rijke Romein

’s Ochtends de clientela ontvangen, het forum bezoeken, een praatje in de thermen en een overvloedige maaltijd.