Geisha's: hoe Japanse artiesten bekoorden met muziek, poëzie en dans

Met hun ultieme elegantie en expertise in muziek en dans belichamen geisha's nog altijd bij uitstek het traditionele Japan. Wie als geisha wil werken, heeft een lange opleiding nodig. Het beroep wordt de laatste tijd steeds minder vaak gekozen.

Thursday, March 5, 2020,
Door V. David Almazán Tomás
Een groep lachende geisha’s bereidt een vertrek voor om klanten te ontvangen. Door het raam is ...
Een groep lachende geisha’s bereidt een vertrek voor om klanten te ontvangen. Door het raam is de berg Fuji te zien.
Foto van Utamaro, 1798. Musée National des Arts Asiatiques - Guimet, Parijs

Dit artikel verscheen in National Geographic Historia editie 1, 2020.

Wie aan het traditionele Japan denkt, denkt wellicht meteen aan geisha’s en samoerai. Beide figuren zijn in het Westen symbolen geworden voor het traditionele Japan. Dat komt misschien doordat we behoefte hebben aan beelden die staan voor zowel het mannelijke als het vrouwelijke aspect van een cultuur, die voor westerlingen even exotisch als aantrekkelijk is. Maar die voorstellingen zijn simplificaties. Het leven van de gemiddelde Japanse vrouw was totaal anders dan dat van de geisha’s, net zoals de meeste Japanse mannen echt geen samoerai waren. Sterker nog, er waren ook mannelijke geisha’s en vrouwelijke samoerai. Het is interessant om erover na te denken hoe het komt dat juist deze figuren zo veel succes kregen als personificatie van het traditionele Japan.

Een van de mogelijke verklaringen ligt in de openstelling voor handel met het buitenland, die zich halverwege de 19de eeuw in Japan voltrok en die de opmaat vormde tot de Meiji-restauratie van 1868. Vanaf dat moment kwam de Japanse archipel plotseling in de aandacht in het Westen. Gedurende tweeënhalve eeuw was het land door een besluit van de militaire regering van de Tokugawa-clan (1615- 1868) van de buitenwereld afgesneden geweest. De enige uitzondering hierop was de Nederlandse handelspost in Deshima. 

Deze prent toont de schoonheid van de bloeiende kersenbomen in Nakanocho, in de wijk Yoshiwara.
Foto van The Chicago Art Institute/Album

Na de openstelling viel aan de ene kant op hoe snel Japan moderniseerde en aan de andere kant hoeveel oude tradities het land kende. Dat die tradities in het Westen bekend werden, komt deels door reisbeschrijvingen van de hand van westerse reizigers, maar nog meer door het japonisme: nu Japan was ‘ontdekt’, werd het verzamelen van Japanse kunst een rage. 

De kunst van het dagelijks leven 

Als we analyseren wat voor Japanse kunst er in die tijd wereldwijd bekend werd, en wat de eerste verzamelaars en musea voor werk aankochten, valt op dat dezen zich niet richtten op de kunst met een hoofdletter K. In plaats daarvan kochten ze voorwerpen die in Japan juist in onbruik begonnen te raken als gevolg van de voortschrijdende verwestersing van het land. Ook volkskunst, zoals de kleurenhoutsneden in ukiyo-e-stijl, waren zeer gewild. Deze kunstwerken waren kenmerkend voor de stedelijke middenklasse, die in het Tokugawa-tijdperk, dat werd gedomineerd door de samoerai, een lage positie innam op de sociale ladder. De ukiyo-e was een commerciële kunstvorm, in handen van boeken prentdrukkers, die het voor alles om de winst ging. Daarom kozen ze de onderwerpen die het best verkochten, en lieten ze de prenten maken door kunstenaars die het meest in de smaak vielen bij het publiek. Sommige prenten waren gewijd aan de heldendaden van de samoerai – hun dappere gevechten of hun meedogenloze eerwraak. 

De kunstenaar Kitagawa Utamaro beeldde scènes uit het dagelijks leven van geisha’s af. Hier zien we twee geisha’s die zich over een dronken klant ontfermen.
Foto van Bridgeman/ACI

Dezelfde verhalen werden ook uitgebeeld in het kabukitheater, dat op zijn beurt ook weer een van de populaire onderwerpen was van de ukiyo-e. Een andere geliefd thema voor ukiyo-e-prenten waren afbeeldingen van mooie vrouwen, bijinga in het Japans. Op deze prenten werden vrouwen uit alle lagen van de samenleving afgebeeld, maar bovenal de vrouwen die werken in de amusementswijken – vooral de vrouwen uit de wijk Yoshiwara in Edo (het huidige Tokio). Eind 19de eeuw circuleerden duizenden van deze prenten van Japanse amusementswijken in Europa en de VS. Ze droegen bij tot het ontstaan van het eenzijdige beeld van de Japanse vrouw als subtiele verleidster. De kunstenaars wisten een verfijnd schoonheidsideaal neer te zetten. De afgebeelde vrouwen waren courtisanes van de hoogste rang, bedienden, zangeressen, serveersters en anderen die werkzaam waren in het nachtleven. In het Westen werden ze allemaal uit de losse pols samengevat onder de term geisha’s. 

De taferelen op de ukiyo-e-prenten droegen ertoe bij dat in het Westen het idee postvatte dat de Japanse vrouwen de verleidelijkste van de hele wereld waren. In dat idee zit een element van seksisme, want wat de Japanse vrouwen zo aantrekkelijk maakte, was niet alleen hun schoonheid, maar ook hun onderdanigheid. Het beeld van de geisha, zoals dat in het Westen populair werd, was het beeld dat via deze prenten werd uitgedragen. 

Sada Yacco in het stuk de Geisha en de ridder. Foto uit de krant Le Théatre, oktober 1900.
Foto van Rue des Archives/Album
Op deze foto, die rond 1900 is gemaakt, zien we een groepje geisha’s een rustpauze nemen in een paviljoen dat is bedoeld voor de theeceremonie, een ritueel met veel invloeden uit het zenboeddhisme.
Foto van UIG/Album

Het beeld werd daarbij nog verder vertekend doordat er in Europa boeken werden geschreven en toneelstukken waren te zien die Japan door een Europese bril lieten zien. Het beste voorbeeld daarvan is misschien de roman Madame Chrysanthème (1887) van Pierre Loti, die de inspiratiebron vormde voor Giacomo Puccini’s opera Madama Butterfly uit 1904. De opera is meermalen bewerkt tot toneelstukken en films. Vanaf die tijd verspreidden de media keer op keer hetzelfde, eenzijdige beeld van de geisha. Ze werd neergezet als een wezen vol innerlijke verfijning, met beheerste bewegingen en een delicaat uiterlijk, en een kunstig opgestoken kapsel en exuberante kleding. 

Dit positieve beeld raakte zelfs niet aan het wankelen toen Japan in de Tweede Wereldoorlog de ‘vijand’ was. In een van de ‘verzoeningsfilms’, die werden gemaakt om het land van de rijzende zon weer in een positiever daglicht te plaatsen, liet regisseur John Huston niemand minder dan John Wayne bezwijken voor de vrouwelijke charmes van een Japanse in de film The Barbarian and the Geisha uit 1958. 

Het vak van geisha 

Geisha’s staan symbool voor de kunst van de verleiding, waarvoor ze een overvloed aan goede manieren en goede smaak inzetten. Hun werk was eerder spiritueel dan fysiek, al was er geen scherpe grens tussen die twee domeinen in het Japan van die tijd. Het idee dat seksualiteit iets zondigs zou zijn, is een westers concept dat het oude Japan niet kende.

Een geisha kan niet zonder meer worden gelijkgesteld aan een prostituee. De geisha bood kunstzinnige diensten aan, en geen seks. In de Dikke Van Dale wordt het woord geisha als volgt verklaard: ‘Japanse gastvrouw (...) die bezoekers vermaakt als artieste een conversatiepartner’. Een sterk punt van deze definitie is dat de geisha wordt omschreven als artiest en niet alleen maar als meisje. Dat sluit ook aan bij de etymologie van de term. Het woord bestaat uit twee karakters, gei en sha, die letterlijk kunst (gei) en ambacht (sha) betekenen. De term werd niet gebruikt voor de beeldende kunst, maar was gereserveerd voor de uitvoerende kunsten. 

Affiche van Madame Butterfly, de beroemde opera van Pucinni, die in 1904 in première ging.
Foto van Album

Het beroep geisha heeft zijn oorsprong in een concrete historische en sociale context: de Edo- of Tokugawaperiode (1615-1868). Die wordt gekenmerkt door een reeks specifieke omstandigheden: aan de ene kant het internationale isolement van Japan, wat het mogelijk maakte dat er zich een authentieke eigen cultuur ontwikkelde. De geisha’s zijn hiervan een uitdrukking. Aan de andere kant was er het strenge militaire bewind van de Tokugawa-clan, dat een rigide sociale piramide in het leven had geroepen. Aan de top stonden de samoerai, in het midden de boeren en helemaal onderaan de stedelijke handelaren en ambachtslieden. Van enige sociale mobiliteit was geen sprake, en zo kwam het dat rijk geworden stedelingen hun eigen normen en waarden in het leven riepen, waarbij amusement een belangrijke rol speelde. Zolang de bevolking zich aan de wet hield en zich niet met de politiek bemoeide, hadden de Tokugawa’s geen moeite met de opkomst van allerlei soorten lokalen voor het vermaak van het volk. 

Verfijnde en ontwikkelde vrouwen 

Edo werd aan het begin van de 17de eeuw tot hoofdstad uitgeroepen. De bevolking groeide er snel, maar in de eerste jaren woonden er nauwelijks vrouwen. Vanaf 1617 kwamen er daarom gereguleerde amusementswijken, yukaku in het Japans, waar prostitutie was toegestaan. Er is wel iets voor te zeggen om de yukaku te beschouwen als een uitwas van de samenleving en als uitbuiting van vrouwen. Maar het is ook belangrijk om te benadrukken dat deze amusementswijken niet slechts bordelen waren, maar ook kleurrijke uitgaanswijken, waar het wemelde van de kunstenaars en schrijvers. Het waren ook plekken om elegantie en succes te showen. De ene zaak was nog smaakvoller en modieuzer dan de andere. 

Dit type spiegel met handvat werd meestal rechtop gezet op een inklapbaar onderstel, dat op zijn beurt weer boven op een ladenkastje stond. In die laden zat de make-up.
Foto van Jacques Chirac/ RMN- Grand Palais
Geisha’s paradeerden in kimono’s van luxueuze stoffen, bedrukt met gestileerde motieven uit de natuur, die veranderden met de jaargetijden.
Foto van Bridgeman/ACI

De yukaku waren een oase van vrijheid in een tijdperk met strenge sociale normen. De klandizie bestond voor een groot deel uit getrouwde mannen. Het was in die tijd in de betere kringen niet de gewoonte uit liefde te trouwen. Voor een getrouwde vrouw werd het als een deugd beschouwd als ze bescheiden, geduldig en arbeidzaam was. In het uitgaansleven daarentegen draaide het er juist om om op te vallen door aanleg en talent. 

De courtisanes van de hoogste rang werden oiran genoemd. Zij werden bewonderd en waren beroemd, te vergelijken met Hollywoodsterren, popzangeressen of topmodellen tegenwoordig. Alleen de rijkste klanten konden hun hoge tarieven betalen. Deze vrouwen konden ook klanten weigeren als ze dat wilden. Maar er waren ook prostituees van allerlei andere niveaus, en diensters en anderen voor wie het nachtleven de enige inkomstenbron betekende. Eten, drinken en amusement waren essentieel bij deze soirees. Er waren overigens ook mannen werkzaam. De term geisha werd in de 17de eeuw juist alleen gebruikt voor mannelijke muzikanten, zangers en komedianten, die ook bekendstonden onder de namen hokan en taikomochi, terwijl de term onna geisha (letterlijk ‘vrouwelijke artiest’) werd gebruikt om duidelijk te maken dat het om een vrouw ging. 

Vanaf de tweede helft van de 18de eeuw ontwikkelden de geisha’s zich tot belangrijke personages in de amusementswijken, doordat ze in elegantie en vaardigheden begonnen te wedijveren met de onbereikbare oiran. Aanvankelijk vergezelden geisha’s hun klanten naar restaurants en theehuizen. Ze werden ingehuurd als gezelschapsdame bij feestmaaltijden in de yukaku en konden meegenieten van spitsvondige liedjes, dansen, toneelstukjes, raadsels en spelletjes. De meer welvarende klanten maakten er lange avonden van, doorspekt met al deze vormen van vermaak. Uiteraard wekten de geisha’s ook lusten op bij hun klanten, en deze betaalden hen voor hun charmes, maar dit was zeker niet de hoofdmoot van hun werk; het kunstzinnige element was het belangrijkste

Geta's, schoenen met een plateau, zoals gedragen door de vrouwen in Yoshiwara.
Foto van Jacques Chirac/RMN- Grand Palais

Een geisha kon haar werk tot op hoge leeftijd doen. Haar carrière hing niet alleen af van haar fysieke aantrekkingskracht. Geisha’s hadden een selecte groep vaste klanten, en het was niet eenvoudig om een geisha in te huren. Het was eerder een verovering dan een gewone financiële transactie. Sommige hadden één hoofdklant, een mecenas, voor wie ze exclusief werkten. Zo’n man heette de danna. Soms kwam er aan de loopbaan van een geisha een einde doordat ze trouwde met een klant. De sociale omgeving van zo’n klant keek helemaal niet op de nieuwe echtgenote neer. 

Een onvergankelijke kunstvorm 

Om geisha te worden, was een lange opleiding nodig. Een vrouw moest op zijn minst bedreven zijn in de klassieke Japanse dansen, waarbij de voeten nauwelijks van de grond kwamen en een waaier werd gebruikt. Verder diende ze te kunnen zingen en zichzelf daarbij begeleiden op diverse instrumenten, waarvan de driesnarige shamisen het geliefdst was. Die zorgde niet alleen voor de melodie maar ook voor het ritme. Jonge meisjes die leerden voor geisha kregen les in al deze kunstvormen, terwijl ze als tegenprestatie als bediende werkten in de okiya, de huizen waar geisha’s woonden. Als ze in de puberteit kwamen, bereikten ze de rang van helper. 

Tegenwoordig is het anders. Wie nu tot geisha wil worden opgeleid, begint daarmee na de middelbare school. In verschillende delen van Japan worden andere namen gebruikt voor de beroepsgroep. In westerse landen kennen we vooral de termen die in de regio rond Tokio werden gebruikt: geisha en maiko (met die laatste term worden de leerlingen bedoeld). In dat gebied werden de beroemde ukiyo-e-prenten gemaakt en ook ligt daar de haven van Yokohama, die vanaf de tweede helft van de 19de eeuw de toegangspoort tot Japan vormde voor buitenlanders. In de regio Kasai, het gebied rondom Kyoto en Osaka, worden geisha’s geiko genoemd en de leerlingen hangyoku, wat iets betekent als ‘op weg om juwelen te worden’. 

Twee westerlingen vermaken zich op een feestavond in het gezelschap van geisha’s.
Foto van British Library/ Aurimages

Een volleerde geisha is volkomen zeker van zichzelf en toont in elk gebaar en elk woord een hoge mate van verfijning. Ze houdt haar kleding en sieraden subtiel. Ze heeft het niet nodig de aandacht af te leiden door een oogverblindende presentatie. De Japanse elegantie, iki, kenmerkt zich juist door eenvoud en door bruine en grijze tinten. 

De maiko daarentegen dragen wel kimono’s met opvallende kleuren en motieven, en met lange mouwen. Ook hebben ze kammen in hun haar met meer schittering en ornamenten dan die van de geisha’s. Het idee is dat een jonge vrouw dergelijke kunstgrepen nodig heeft zolang ze nog niet de elegantie van een volwassen geisha heeft. 

Vandaag de dag is het wereldbeeld heel anders. Er is nu een generatie die meer heeft met robotica dan met oude tradities. Geisha’s zijn inmiddels bedreigd cultureel erfgoed geworden. Kyoto is de stad waar de traditie nog het sterkst in ere wordt gehouden. Naar schatting wonen er zo’n tweehonderd geiko en meer dan honderd aspiranten. Wie de traditie nog met eigen ogen wil zien, kan naar de wijken Gion Kobu en Gion Higashi gaan, of een van de voorstellingen bijwonen die in het theater Gion Corner worden gegeven. 

Lees verder

Japan

Reizen naar Japan: 5 praktische vragen

Welke voorbereidingen moet je treffen voorafgaand aan je reis, waar moet je aan denken en wat mag je écht niet vergeten? De belangrijkste praktische vragen over Japan op een rij.

Top 10 dingen om te doen in Japan

Ontdek Japan en bezoek de historische plaatsen in Kyoto, overnacht in een tempel of ga galeriehoppen op een kunsteiland.
Japan

Japan introduceert ‘doorzichtige’ trein

Van glooiende heuvels tot het drukke stadsleven van Tokio: deze unieke trein blendt met ieder landschap.
Lees meer