Een stukje geschiedenis: de middeleeuwse stadsmuren van Utrecht

Om zich te kunnen verdedigen tegen indringers, bouwde Utrecht stadsmuren – als eerste van Nederland. Nieuw historisch onderzoek maakt de geschiedenis van deze muren zichtbaar.

Gepubliceerd 19 nov. 2020 10:40 CET
Bastion Sterrenburg met de daarachter gelegen tolsteegpoort. Geschilderd in 1622 door Joost Cornelisz Droochsloot.

Bastion Sterrenburg met de daarachter gelegen tolsteegpoort. Geschilderd in 1622 door Joost Cornelisz Droochsloot.

Foto van AMMLUNG DER FÜRSTEN ZU SALM-SALM, WASSERBURG ANHOLT

Dit verhaal verschijnt in National Geographic Historia editie 5, 2020

In het jaar 41 n.C. werd door de Romeinen een fort gesticht met de naam Trajectum, vlak bij de splitsing van de Kromme Rijn en de Vecht. Na eerst een omwalling te hebben gehad van leem en houten palen, werd er in het begin van de 3de eeuw rond het fort een muur opgetrokken uit tufsteen dat met schepen uit de Eifel werd aangevoerd. 

Het gebied binnen deze muren bleef ook na het vertrek van de Romeinen altijd bewoond. In de 8ste eeuw werd deze plek het religieuze en bestuurlijke centrum van het bisdom Utrecht, dat destijds over een groot deel van Nederland regeerde. Ten westen van de bisschoppelijke burcht ontstond een handelsnederzetting.

Ondanks invallen, plunderingen en interne strijd kwam Utrecht tot grote bloei, en in 1122 kreeg het stadsrechten van keizer Hendrik V, én toestemming om stadsmuren te bouwen. In de jaren daarna begonnen de Utrechtse burgers enthousiast met de bouw van een verdedigingsstelsel, dat tegen het eind van de 12de eeuw  al een dozijn torens en poortgebouwen zou omvatten. De aanleg van deze muren was een doorn in het oog van de bisschop, die zijn eigen machtspositie zag worden ingeperkt.

In de daaropvolgende eeuwen werden de muren uitgebreid en steeds aangepast aan de stand van de techniek. De oorspronkelijk vierkante torens werden vervangen door ronde exemplaren omdat projectielen daar beter op afketsen. Na de komst van het kanon werden de muren minder hoog, maar veel dikker om het geweld van de kogels te kunnen weerstaan.

Op het hoogtepunt in de 15de eeuw waren er vijftig stenen torens en vijf stadspoorten. Het werd echter steeds lastiger om de wapenwedloop bij te houden en in 1580 kwamen onder Willem van Oranje de laatste nieuwe bastions tot stand.

Vanaf die tijd raakten de muren in verval, en in 1872 werd de Bijlhouwerstoren  als laatste onderdeel van de stadsverdediging gesloopt. 

De geschiedenis van de Utrechtse stadsmuren en de historische gebeurtenissen rond hun bouw worden nu belicht in een tentoonstelling in het Centraal Museum. Plattegronden, (digitale) reconstructies, schilderijen  en voorwerpen vertellen er niet alleen het verhaal van  de muren, maar vooral van de mensen aan  wie ze eeuwenlang  bescherming boden.

De tentoonstelling 'De ommuurde stad' is te zien t/m 17 januari  in het Centraal Museum in Utrecht. Reserveren aanbevolen.

Lees meer