Om kariboes te redden moeten inheemse volken lastige keuzes maken

Een Canadese kariboekudde is op weg naar herstel, maar het reddingsplan is omstreden.

Door Neil Shea
Gepubliceerd 11 apr. 2022 14:02 CEST
Deze vrouwtjeskariboes behoorden tot de eerste die in 2022 werden gevangen en naar een hooggelegen omheind ...

Deze vrouwtjeskariboes behoorden tot de eerste die in 2022 werden gevangen en naar een hooggelegen omheind gebied in de Rocky Mountains van British Columbia werden overgebracht. Het omheinde en door bossen omringde terrein bood drachtige koeien de bescherming die ze nodig hadden om hun kalveren te werpen en te zogen. Zodra de kalfjes sterk genoeg waren, werden ze samen met hun moeders weer in het wild uitgezet.

Foto door

In het oosten van British Columbia was het ooit onmogelijk om het aantal kariboes te tellen. ‘Onze ouderen vertelden dat ze als zwermen muggen het landschap bezaaiden,’ zegt Roland Willson, stamhoofd van de West Moberly First Nations, een van de vele indiaanse volken die voor hun voortbestaan afhankelijk waren van de kariboes. ‘Ze waren er altijd.’

Tegenwoordig is het aantal kariboes zó sterk achteruitgegaan dat de dieren in sommige kuddes op de vingers van twee handen zijn te tellen. In het onherbergzame grondgebied van de West Moberly-indianen, niet ver van de grens met Alberta, namen hun aantallen in voorgaande eeuwen gestaag af nadat landverhuizers steeds verder naar het westen trokken, veel van de oerbossen in de regio werden gekapt en het landschap door de mijnbouw en de aanleg van stuwdammen voorgoed werd veranderd. Tegen de tijd dat Chief Willson werd geboren, in 1966, was het tijdperk van de enorme kuddes voorbij. En in 2002, toen hij tot stamhoofd werd gekozen, was de kariboe inmiddels in heel Canada een bedreigde diersoort geworden.

Zie ook: 30 foto's van dieren die jeuk hebben

Map

Foto door

‘Mijn vroegste herinnering aan kariboes is toen mij werd verteld dat we niet langer op ze jagen, omdat er nog maar zo weinig van rondlopen,’ zegt Willson. ‘Ikzelf heb nog nooit op kariboes gejaagd.’

In heel Noord-Amerika, van het Noordpoolgebied in Alaska en de onherbergzame vlakten van de Northwest Territories tot de wouden van Quebec en de bergen van British Columbia, ziet het er niet goed uit voor kariboes, zoals rendieren in dit deel van de wereld worden genoemd. De gestage afname van hun ooit enorme aantallen is een ramp in slow-motion, want het gaat om een groot prooidier dat duizenden jaren lang het Noord-Amerikaanse landschap heeft beheerst, als voedsel voor miljoenen andere dieren heeft gediend en de cultuur en religie van vele honderden indianenstammen heeft bepaald. Wetenschappers begrijpen niet goed wat er gaande is, en overheden lijken niet in staat – of bereid – te zijn om er iets aan te doen.

Dus hebben Willson en zijn volk samen met hun buren, de Salteau First Nations, zelf maatregelen genomen. Ze begonnen met het beschermen van drachtige kariboes, het herstellen van hun belangrijkste habitat en het afschieten van wolven. Inmiddels lopen ze voorop in het behoud van deze rendieren.

In maart presenteerden de West Moberly en de Salteau samen met wetenschappers van universiteiten in British Columbia, Alberta en Montana de resultaten van een reddingsprogramma dat negen jaar heeft geduurd en was opgezet om de Klinse-Za-kudde van de ondergang te redden. Deze kudde bestaat uit boskariboes, een ondersoort die ooit in grote aantallen in de oerbossen van het zuiden en midden van British Columbia leefde. Anders dan hun noordelijker verwant, de toendrakariboe, onderneemt deze soort geen grote trek en verzamelt zich niet in kuddes van tienduizenden exemplaren – althans niet meer.

Toen het reddingsproject in 2013 van start ging, leefden er nog maar 38 Klinse-Za-kariboes in het wild. Dankzij de maatregelen van de West Moberly- en Saulteau-indianen is de kudde weer aangezwollen tot 114 exemplaren – een herstel dat nergens anders ter wereld is bereikt.

Volgens Clayton Lamb, onderzoeker aan de University of British Columbia en de University of Montana en hoofdauteur van een van de studies die onlangs zijn gepresenteerd, is het herstel een opmerkelijke comeback voor een kudde die gedoemd was om uit te sterven.

‘Een buitengewone toename. Ongekend,’ zegt hij. ‘We hebben aangetoond dat het met de juiste mensen en de juiste technieken mogelijk is om deze dieren te rehabiliteren.’

Drie kariboes van de Klinse-Za-kudde voeden zich met korstmos in het hoogstgelegen, alpiene bereik van hun habitat, niet ver van een terrein dat werd omheind ten behoeve van drachtige kariboes. Toen dat project in 2013 van start ging, telde de Klinse-Za-kudde nog maar 38 exemplaren. Inmiddels is het aantal kariboes van deze kudde verdrievoudigd tot 114 – een aanwas die nergens anders ter wereld is bereikt.

Foto door

Lamb legt uit dat de Klinse-Za-kudde vóór het begin van het project om meerdere reden de uitsterving nabij was. Menselijke ingrepen in het landschap, de verbrokkeling van de habitat van de rendieren en de terugkeer van grote roofdieren als wolven en grizzlyberen waren de voornaamste van deze oorzaken. In samenwerking met wetenschappers en private consultants, en met inbreng van hun eigen traditionele kennis van de kariboe en het landschap, zagen de West Moberly- en Saulteau-indianen toe op een plan om het herstel van de kudde in een zo alomvattend mogelijk kader aan te pakken.

Lees ook: Waarom je wilde dieren niet moet voeren (behalve vogels)

Volgens Lamb was het plan bedoeld om de overlevingskansen van kariboekalveren op korte termijn te verbeteren en tegelijkertijd te werken aan het herstel van hun habitat op lange termijn. Maar voordat aan het plan kon worden begonnen, ‘moesten we wolven gaan afschieten,’ in de woorden van Chief Willson.

Op sommige plekken wordt de aanwezigheid van wolven gedoogd en worden ze zelfs wettelijk beschermd. Maar het afschieten van roofdieren is in de VS en Canada een gebruikelijke – zij het omstreden – methode om de snelle aanwas van populaties in toom te houden. In British Columbia wordt de kariboepopulatie beschermd door het afschieten van wolven, een methode die wordt gehanteerd door de provinciale overheid en door First Nations-stammen die hun eigen grondgebied beheren.

Volgens Lamb bleek uit onderzoek naar de Klinse-Za-kudde dat de meeste kalveren die werden geboren door roofdieren werden gedood. De kalfjes waren vooral kwetsbaar in de eerste weken na hun geboorte. Samen met het gevaarlijk lage aantal exemplaren dat de kudde telde, was dit het grootste probleem: als te weinig kalveren de geslachtsrijpe leeftijd halen, zou de kudde zich nooit herstellen.

Wolven zijn niet de enige roofdieren die het op kariboekalveren hebben gemunt. Ook beren, veelvraten en, recenter, poema’s jagen op de jonge rendieren. Toen het reddingsprogramma voor de kariboes van start ging, was het aantal wolven in de regio veel hoger dan in voorgaande jaren. Deze toename werd toegeschreven aan menselijke activiteiten, met name de houtkap, zo legt Lamb uit. Doordat de oerbossen waarin de kariboes zich verschuilen gedeeltelijk werden gekapt, verbrokkelde hun habitat en kregen andere plantenetende prooidieren de kans om in dit ecosysteem door te dringen.

‘Door het vellen van stukken bos ontstond er meer ruimte voor elanden en herten,’ zegt hij, ‘en die hebben op hun beurt de wolven aangetrokken. Deze roofdieren gebruiken nu de wegen die houtkappers hebben geslagen om in het gebied door te dringen.’

Vóór de komst van Europese landverhuizers, toen de West Moberly- en Saulteau-indianen nog als jager-verzamelaars leefden, kwamen er minder elanden en witstaartherten in de regio voor, en veel meer kariboes. Al deze populaties leefden in een relatief evenwichtige verhouding met de wolven. Maar door de sterke toename van het aantal elanden en herten in het moderne boslandschap dat door mensenhanden is herschapen, hebben de wolven nu een breder aanbod van prooidieren. Meer prooidieren betekent meer voedsel en dus méér wolven. En volgens Chief Willson zijn kariboes als prooidieren het eenvoudigst te vangen.

‘Het afschieten van wolven was zeker niet iets wat we in gedachten hadden,’ zegt Willson. ‘Maar de wolvenpopulatie was te groot geworden. We beseften dat we het aantal wolven moesten verlagen om de kariboes te beschermen.’

Na het eerste jaar van het kariboeprogramma begonnen de West Moberly- en Saulteau-indianen aan de tweede fase van het project: de aanleg van een groot omheind gebied voor kariboekoeien.

Starr Gauthier en Jordan Garbitt van de Saulteau First Nations wachten totdat een verdoofde kariboe weer ontwaakt nadat het dier is overgebracht naar een stuk omheind terrein ten behoeve van de vrouwtjeskariboes van de Klinse-Za-kudde. Uit onderzoek naar de bijna uitgestorven kudde bleek dat pasgeboren kalveren grote kans liepen om ten prooi te vallen aan roofdieren. Als te weinig kalveren de geslachtsrijpe leeftijd halen, kan een kudde zich nooit herstellen.

Foto door

‘Moeder-omheining’ wordt deze methode genoemd, waarbij drachtige kariboes worden gevangen en naar een groot, afgebakend terrein worden overgebracht zodat ze veilig zijn voor roofdieren. De koeien lijden daardoor niet meer onder de stress die rondzwervende roofdieren veroorzaken en hebben een beschermde plek om er hun kalveren te werpen en te zogen. Zodra de kalfjes stevig op hun poten staan, worden ze samen met hun moeders weer in het wild uitgezet.

Toen het werk aan de moeder-omheining begon, had deze methode volgens Scott McNay, manager van het kariboeprogramma, geen goede reputatie: de methode was meerdere keren zonder veel resultaat toegepast.

‘We kozen hiervoor omdat we meenden dat er geen andere keuze was, gezien het kleine aantal kariboes dat we hadden,’ zegt McNay. Kortom, om de kleine kudde voor de ondergang te behoeden, was een omheining de enige optie.

Op advies van de West Moberly en de Saulteau kozen McNay en zijn vrouw Line Giguere een hooggelegen terrein in de bergen uit om te worden afgebakend. Eerst bouwden ze een lange omheining door grote stukken zwarte doek rond bomen te wikkelen; het omheinde terrein was groot genoeg om de koeien in staat te stellen zelf naar voedsel te zoeken. Vervolgens werd iets buiten de afbakening van zwarte doek een hek met schrikdraad geplaatst om roofdieren uit te buurt te houden. En tenslotte werden tegen het einde van de winter de kariboekoeien naar het terrein overgebracht.

De vrouwtjeskariboes van de Klinse-Za-kudde werden gevangen met behulp van netgeweren die vanuit helikopters werden afgevuurd. Vervolgens werden de dieren gehuld in grote zakken, waardoor ze met hun lange poten en flinke geweien veilig naar het omheinde terrein vervoerd konden worden (zowel mannelijke als vrouwelijke kariboes hebben een gewei).

Eenmaal binnen het omheinde terrein werden de dieren dag en nacht bewaakt door leden van de West Moberly- en Saulteau-stammen. De drachtige moeders in het hele gebied konden grazen, maar ze werden ook bijgevoed met commerciële pellets en korstmos dat door de West Moberly zelf was geplukt. In juni, een paar weken nadat ze hun kalveren hadden geworpen, werden de koeien met kroost weer in het wild uitgezet. Deze procedure is elk jaar herhaald en tot nu toe zeer succesvol gebleken. ‘Een van de dingen die me hebben verrast, is het hoge tempo van de aanwas,’ zegt McNay. ‘Vanaf het begin hebben we een toename van zo’n veertien procent gezien. Dat komt door het omheinen.’

Toen de moeder-omheining en het afschieten van wolven eenmaal in gang waren gezet, begonnen de stammen zich te richten op het behoud van de habitat die nodig is om de gezondheid van de kudde op lange termijn te garanderen. In 2020 ondertekenden ze een overeenkomst met de provinciale en landelijke overheden voor de bescherming van een gebied van 7800 vierkante kilometer aan bergachtig bosgebied, met daarin riviertjes en ook terreinen die sporen vertonen van vroegere menselijke ingrepen.

Volgens McNay was binnen dat gebied al eerder begonnen met natuurherstel, waaronder herbebossing en de afbraak van ‘lineaire landschapskenmerken’, zoals houthakkerswegen, wandelpaden en greppels en sporen die het gevolg zijn van de exploratie naar olie en gas. Door al deze ingrepen in het landschap raakt het verspreidingsgebied van de kariboe verbrokkeld en ontstaan er toegangswegen voor roofdieren en verdere menselijke activiteiten. Nu deze lineaire landschapskenmerken zoveel mogelijk zijn verwijderd, zal de stress bij de dieren van de Klinse-Za-kudde volgens McNay afnemen.

Caeley Thacker, wildlife-dierenarts bij de provincie British Columbia, en leden van het ‘vangteam’ buigen zich in het omheinde terrein voor de Klinse-Za-kudde over een verdoofde vrouwtjeskariboe. De kariboes werden gevangen met behulp van netgeweren die vanuit helikopters werden afgeschoten.

Foto door

‘Habitat-restauratie is verreweg het belangrijkste wat we kunnen doen,’ zegt hij. ‘We kunnen niet eeuwig doorgaan met het afschieten van wolven en het omheinen van moeders. Dat zijn tijdelijke maatregelen. Dus zal het neerkomen op de omvang van het verspreidingsgebied dat we kunnen herstellen.’

Chief Willson, Lamb en McNay zijn het erover eens dat de resultaten van het project voor zichzelf spreken: de Klinse-Za-kudde is voor een vrijwel zekere uitsterving behoed. Lamb en McNay wijzen er ook op dat het werk van hun teams laat zien dat het afschieten van wolven en omheinen van kariboekoeien op korte termijn een goede methode kan zijn om kleinere kuddes van de ondergang te redden.

Uiteindelijk hopen de West Moberly- en Saulteau-indianen de kudde te doen aanzwellen tot het punt waarop ze weer op de dieren kunnen jagen. Alleen al voor de West Moberly-stam, die zo’n 350 zielen telt, zou dat een kudde-omvang van ruim drieduizend dieren moeten betekenen. Willson verwacht niet dat deze aantallen gedurende zijn leven bereikt zullen worden, maar hij hoopt dat zijn kleinkinderen weer op boskariboes zullen jagen.

‘De hele gemeenschap is hier trots op,’ zegt hij. ‘Het is iets wat gevierd zou moeten worden. Door de kariboe te redden, redden we onszelf.’

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op nationalgeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Dieren
Opnieuw sterven Florida’s geliefde lamantijnen in hoog tempo
Dieren
Recordaantal apenarenden gered tijdens pandemie
Dieren
Dierentuineigenaar uit Tiger King krijgt levenslang verbod om dieren aan het publiek te tonen
Dieren
De sneeuw gloeit op in het Russische noordpoolgebied. De oorzaak? Piepkleine zeediertjes.
Dieren
Eerste echte ‘duizendpoot’ ontdekt: deze miljoenpoot heeft 1.306 poten

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.