De tombe van de griffioen-krijger: spectaculaire grafgiften

In de buurt van het paleis van Nestor in Pylos, in het zuidwesten van Griekenland, vonden archeologen in 2015 een intacte graftombe met de overblijfselen van een krijger uit de bronstijd.

Een groep vrouwen lijkt midden in de natuur te dansen rondom een altaar waaruit een boom groeit.

Foto van Departement of classics, University of Cincinat/anillos: J. Vanderpool
Door Angel Carlos Aguayo Pérez
Gepubliceerd 26 okt. 2021 12:55 CEST

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in National Geographic Historia, Editie 5, 2021.

Op 18 mei 2015 ontdekte een team van archeologen bij het paleis van Nestor in Pylos een graftombe die geheel intact bleek te zijn. Het onderzoek naar de inhoud ervan is nog steeds in volle gang en zorgt voor een omslag in onze kennis over de vroegste geschiedenis in het gebied rond de Egeïsche Zee.

Pylos ligt in het zuidwesten van het Griekse schiereiland Peloponnesos, boven op een heuvel ten noorden van de Baai van Navarino. In 1939 begon een team onder leiding van professor Carl Blegen van de University of Cincinnati hier met het opgraven van de ruïnes van het bouwwerk dat later bekend zou worden als het paleis van Nestor. Vermoedelijk gaat het om de residentie van deze oude koning, een van de personages uit de epische gedichten van Homerus die zowel in de Ilias als in de Odyssee een rol speelt.

De koning van ‘het zanderige Pylos’ nam deel aan de Trojaanse Oorlog. In die strijd was hij een van de weinigen die erin slaagden om na een decennium van bloedige veldslagen en de verovering van het beroemde fort in Klein-Azië door de Grieken terug te keren naar huis, mogelijk omdat hij vanwege zijn hoge leeftijd extra op zijn hoede was geweest.

Nestor werd vaak geraadpleegd door de helden uit de Ilias, die hem respecteerden om zijn levenservaring. De koning bezat een legendarische gouden beker die in de Ilias als volgt wordt beschreven: ‘(...) een prachtige bokaal die de oude man van huis had meegebracht, versierd met gouden knoppen; met vier oren eraan waarop twee gouden duifjes naast elkaar zitten te pikken; en aan de onderkant bevonden zich twee steunen. Als hij gevuld was, kon iedereen hem slechts met moeite van tafel tillen, maar Nestor, hoe oud hij ook was, wist hem moeiteloos te hanteren.

Terug in Pylos zou hij Telemachos ontvangen. Deze was op zoek naar zijn vader Odysseus, van wie niet bekend was waar hij verbleef nadat hij was vertrokken uit Troje om terug te keren naar Ithaca. Nestor zelf kon hem hier echter niet bij helpen, maar stuurde wel een van zoons met Telemachos op pad naar Sparta om meer informatie in te winnen.

 

Op deze in Mycene gevonden aardewerken krater staat een groep Myceense krijgers afgebeeld.

Foto van Serivas Neijens

De vondst van een krijgersgraf

De opgravingen van Blegen in Pylos werden door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog al snel onderbroken. In 1952 werden ze hervat, waarna ze in 1966 na vijftien opgraafsessies voorlopig werden afgerond. In die periode werd het best bewaarde paleis van de Egeïsche bronstijd aan het licht gebracht.

In de Myceense wereld werd een paleis gebruikt voor verschillende doeleinden: het was een vorstelijk verblijf dat zowel diende als centrum voor religieuze activiteiten als voor de opslag en distributie van het landbouwoverschot uit de regio. Het vervulde een vergelijkbare functie als de paleizen die tussen ongeveer 2000 en 1500 v.C. werden gebouwd in minoïsch Kreta, in plaatsen zoals Knossos, Festos en Malia. In Pylos werd een grote bibliotheek gevonden met kleitabletten in Lineair B-schrift, dat werd gebruikt voor de administratie van landbouwproducten en vee. Ook waren er tekens voor verschillende soorten potten, landbouwwerktuigen en wapens.

De archeologen richtten zich niet alleen op het paleis, maar verkenden ook de omgeving. Zo brachten ze ten noordoosten van het paleis een necropool in kaart. Hier werd in 1953 een tholos ontdekt, een graf dat bestaat uit een gang en een hoge grafkamer in de vorm van een bijenkorf.

Maar er waren nog veel meer dingen te ontdekken. In het voorjaar van 2015 hervatte de University of Cincinnati de opgravingen in Pylos, ditmaal onder leiding van een echtpaar: de professoren Sharon Stocker en Jack Davis. Ze vestigden hun aandacht op een akker gelegen aan de voet van de akropolis van Pylos, het zogenaamde veld van Tsakonas. De eerste proefputten, gegraven om het terrein te verkennen, lagen in een zone waar met behulp van elektromagnetische prospectie ondergrondse afwijkingen in de bodem waren vastgesteld.

Meteen op de eerste dag van opgravingen kwam op enkele centimeters diepte een hoek van stenen en metselwerk aan het licht. Het bleek te gaan om een ongeschonden kuilgraf van 1,1 bij 2,3 meter in een stijl die kenmerkend is voor de Myceense tijd. De binnenwanden van het graf waren bekleed met stenen platen. Vergelijkbare graven zijn aangetroffen in Mycene.

Een grote vrouw op een troon, waarschijnlijk een godin, ontvangt een offer van een andere vrouw met een veel kleinere gestalte.

Foto van Department of classics, University of Cincinati/ Anillos: J. Vanderpool

Onderzoek naar de begraven krijger

In het graf bevonden zich een lichaam en een complete grafinventaris. De tombe was oorspronkelijk afgesloten met een deksteen. Deze was gebroken, waarschijnlijk door een aardbeving, met als gevolg dat de zware steen op de bodem van het graf terecht was gekomen en een deel van de grafinhoud had geplet. In de loop van de jaren is de ontstane holte door de werking van wind en regen opgevuld met aarde tot het niveau van het huidige maaiveld. Plunderaars hebben het graf nooit weten te vinden.

Het werk van de archeologen was complex, maar de ontdekking overtrof uiteindelijk alle verwachtingen. Dat was niet alleen te danken aan de rijkdom en de uniciteit van de gevonden grafgiften, maar vooral aan het feit dat de voorwerpen zeer oud waren. Het graf kon worden gedateerd uit de late bronstijd, aan het begin van de Myceense beschaving. Daarmee is het graf ouder dan de ruïnes van het paleis zelf. Hoewel het onderzoek nog lang niet is afgerond, kan op basis van de eerste analyses worden vastgesteld dat in de graftombe een volwassen man is begraven die dertig tot 35 jaar oud was. Hij was ongeveer 1,70 meter lang en hij is overleden aan het einde van de 16de eeuw of het begin van de 15de eeuw v.C. De doodsoorzaak is nog niet opgehelderd, maar het is goed mogelijk dat hij een natuurlijke dood is gestorven. Omdat het skelet in slechte staat verkeert, is het voorlopig niet mogelijk een nauwkeuriger antwoord te geven op die vraag.

De man was gewikkeld in een lijkwade en met zijn gezicht naar boven gericht begraven in een houten kist. Ook deze waren slecht geconserveerd, een gevolg van de zuurgraad van de bodem. Deze manier van begraven werd door Homerus al beschreven; in zijn gedichten wordt verteld dat een begrafenisritueel in die tijd bestond uit het begraven van het lichaam en niet uit het cremeren ervan. De dode kreeg talloze grafgiften mee. Tot verbazing van de archeologen en in tegenstelling tot wat vaker wordt aangetroffen, bevatte de graftombe geen aardewerk. Er zijn honderden objecten gevonden, waarvan een deel intact was en andere voorwerpen beschadigd waren. Deze worden gerestaureerd om in de toekomst te kunnen worden tentoongesteld in het Archeologisch Museum van Chora, op enkele kilometers van het paleis.

De overledene dankt de naam griffioenkrijger aan de voorwerpen die met hem werden begraven. De mythologische griffioen werd aangetroffen op ten minste twee platen van gesneden ivoor die bij het lichaam zijn gevonden. Eén daarvan was geplaatst tussen zijn benen. Deze vondst leidde ertoe dat onderzoekers zijn gaan vermoeden dat er in de bronstijd een geloof bestond in de symbolische functie van de griffioen als ‘boodschapper van de ziel’. Het zou een mythisch dier zijn dat de ziel naar het hiernamaals leidde en daarnaast diende als beschermer van de overledene.

De talloze bronzen wapens verklaren het tweede deel van zijn naam: een dolk, het einde van een knots in de vorm van een stierenkop die mogelijk ook een scepter kan zijn, de overblijfselen van een zwaar aangetast pantser, een helm versierd met tanden van een everzwijn en een groot zwaard van ruim een meter lang met een vergulde greep.

Gevlochten gouden ketting met twee kralen van agaat en één van aardewerk, afgewerkt met gegranuleerd goud.

Foto van Jennifer Stephens

Een kostbare grafinventaris

Naast de eerdergenoemde wapens en ivoren voorwerpen, zijn bij de overledene een groot aantal andere grafgiften aangetroffen. Tussen de vele sieraden vallen de vier massief gouden zegelringen het meest op. Ze zijn voorzien van gravures met rituele scènes die passen bij de iconografie van het eiland Kreta. Daar is tot nu toe het enige andere graf van een enkel individu aangetroffen dat was voorzien van een vergelijkbare verzameling van grafobjecten: tholos A van de necropool van Archanes.

Naast de gouden ringen zijn meer dan vijftig halfedelstenen met minoïsche motieven gevonden. Een aantal hiervan lag gegroepeerd bij de linkerschouder, wat doet vermoeden dat het restanten zijn van een fibula of broche. Een groep aan de rechterkant van de ribbenkast vormde wellicht de versieringen van een kort vest waarvan het textiel is vergaan. De honderden, veelal doorboorde kralen van amethist, jaspis, amber, carneool, glaspasta en agaat, lagen verspreid in het graf en zouden deel kunnen zijn geweest van een kledingstuk of doodskleed.

Er zijn ook gouden oorbellen gevonden en twee platgedrukte gouden bekers. Een prachtige gevlochten halsketting blijkt al in de Oudheid te zijn gerepareerd. Volgens de archeologen zouden dit voorwerpen kunnen zijn die deel uitmaakten van een oorlogsbuit. De ketting kan van de nek van zijn eigenaar zijn getrokken, wat een breuk in het sieraad heeft veroorzaakt die later is gerepareerd. Een bijzonder interessant detail is dat aan de ketting een faience kraal hangt, een typisch Egyptisch product. Er werd ook een gouden hanger gevonden met de beeltenis van Hathor. Deze objecten ondersteunen de hypothese dat er intensieve handelscontacten bestonden, maar het is evengoed mogelijk dat ze deel uitmaakten van een oorlogsbuit. In het graf werden ook zes zilveren bekers en diverse bronzen pannen en schenkkannen gevonden, bestemd voor bediening aan tafel. Daarnaast bestond de inventaris uit een aantal kammen van ivoor en een spiegel. Deze dagelijkse voorwerpen kunnen ook verband houden met het begrafenisritueel.

Taurokathapsiascène (of stiersprong), een van oorsprong Kretenzisch ritueel waaruit de beroemde mythe van de Minotaurus is ontstaan.

Foto van Department of classics, University of Cincinati/ Anillos: J. Vanderpool

Krijgerszwaard; Van alle wapens die bij het lichaam van de krijger zijn aangetroffen, valt vooral dit bronzen zwaard op, door zijn grootte en de prachtige afwerking. De greep is voorzien van complexe gouden decoraties die alleen bekend zijn van grafgiften uit Myceense necropolen in de regio van Argolis, zowel in Dendra als in Mycene zelf. 

Foto van Palace of nestor excavations/ department of classics, university of Cincinati

De gevechtsagaat

Alle grafgiften zijn van uitzonderlijke waarde, maar één voorwerp steekt erboven uit: de zogenaamde gevechtsagaat, die wordt beschouwd als de bijzonderste intaglio in harde steen uit de Oudheid. Op de halfedelsteen, die slechts 3,6 centimeter groot is, wordt een gevecht afgebeeld tussen twee krijgers, terwijl een derde dood aan hun voeten ligt.

De details van de bewapening komen exact overeen met objecten die zijn opgegraven in andere graftomben uit de Myceense tijd. Ze komen ook voor op voorstellingen op keramiek en fresco’s in paleizen. Mogelijk was de maker van de gravure werkzaam aan het hof. De verbazingwekkende precisie ervan is naar alle waarschijnlijkheid gerealiseerd met behulp van een bergkristal als vergrootglas. De gevechtsagaat geldt als een van de grootste meesterwerken van de Griekse kunst.

Hoewel het onderzoek nog voortduurt en er steeds weer nieuwe vondsten worden gedaan, denken de archeologen dat een groot deel van de grafgiften van oorsprong minoïsch is. Zoals bekend werd Kreta tijdens de laatste fase van de bronstijd bezet door Indo-Europeanen van het Balkanschiereiland, die Myceners worden genoemd. Het was een oorlogszuchtig volk dat een zeer vroege vorm van het Grieks sprak en dat rond 1500 v.C., de veronderstelde periode van de dood van de griffioen-krijger, sterk in opkomst was.

Misschien had hij deelgenomen aan de verovering van Kreta en keerde hij terug naar zijn vaderland in Pylos, beladen met de buit waarmee hij uiteindelijk werd begraven. Van zijn tocht naar het eiland bracht hij ook ideeën mee die werden opgenomen in de Myceense cultuur, die zich snel zou ontwikkelen.

Het is echter ook mogelijk dat precies het tegenovergestelde gebeurde: de overledene was een pre-Helleense minoïsche strijder die was gevlucht uit Kreta, dat was verwoest door de uitbarsting van de vulkaan van Thera. Hij zou zich vervolgens hebben gevestigd in Messenië, waar zijn nageslacht uiteindelijk de mythische Nestor zou voortbrengen.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in National Geographic Historia, Editie 5, 2021.

 

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Geschiedenis en Cultuur
15.000 jaar oude vindplaats in Idaho een van oudste in Amerika
Geschiedenis en Cultuur
Oude Maya’s voerden al ‘totale oorlogen’ voordat sprake was van klimaatproblemen
Geschiedenis en Cultuur
Waar je bent opgegroeid, wat je at: je botten leggen je leven vast
Geschiedenis en Cultuur
Wie waren de eerste Europeanen?
Geschiedenis en Cultuur
Hoe bomen archeologen helpen bij hun onderzoek

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.