Wetenschap

Als je deze foto vies vindt, heb je waarschijnlijk trypofobie

Nieuw onderzoek levert een mogelijke theorie op waarom trypofobie, of de angst voor kleine gaten, bij sommige mensen zorgt voor zo veel weerzin. donderdag, 9 november 2017

Door Sarah Gibbens

Trypofobie zou weleens een van de meest besproken fobieën op internet kunnen zijn, terwijl je de naam ervan waarschijnlijk nog nooit gehoord hebt. De term is afgeleid van de Griekse woorden trypo, voor ‘perforeren of boren van gaten’, en phóbos, voor ‘angst’. Waar het op neerkomt is een angst voor clusters kleine gaten.

De term werd populair rond 2009 toen een student aan de Amerikaanse State University of New York at Albany deze gebruikte voor een Facebookpagina waarop mensen hun verhaal hierover konden doen. Vanaf dat moment nam de interesse voor het fenomeen gigantisch toe.

Op onlineforums van Reddit, Instagram en Facebook delen mensen kennelijk met enig leedvermaak niet alleen bepaalde afbeeldingen met elkaar maar ook de walging die dit bij ze oproept.

(Toen ik een foto van een lotusbloem op mijn Twitteraccount zette, kreeg ik heel verschillende reacties, variërend van mensen die zich afvroegen wat er nou zo erg was, tot mensen die me vroegen hem te verwijderen.)

De term is niet erkend door de American Psychiatric Association en er is onder deskundigen op het gebied van geestelijke gezondheidszorg discussie over de vraag of dit een echte fobie is. Er gaan steeds meer stemmen op om het als een idiosyncrasyie of een eigenaardigheid te beschouwen. Mensen stellen vaak zelf vast dat ze eraan lijden en melden dat de afbeeldingen reacties bij ze oproepen die variëren van een onaangenaam gevoel tot braakneigingen.

In een onderzoek uit 2013 met de simpele titel ‘Fear of Holes’ bekeken twee wetenschappers van de Engelse University of Essex de bijzondere angst voor het eerst op een wetenschappelijke manier. Zestien procent van de 286 respondenten bleek een diepgewortelde aversie te hebben tegen de onderzochte patronen. De onderzoekers opperden dat deze aversie een evolutionaire aanpassing is, omdat enkele levensgevaarlijke spinnen, slangen en schorpioenen een soortgelijke tekening hebben.

Een nieuw onderzoek van de University of Kent in Engeland, dat werd gepubliceerd in het tijdschrift Cognition and Emotion geeft een ander antwoord op de vraag waarom sommige mensen zo'n sterke negatieve reactie vertonen op clusters van gaatjes.

“Het is inmiddels bekend dat weerzin helpt bij het vermijden van infectieziekten en pathogenen,” aldus de auteur van het artikel, Tom Kupfer. “De reactie op deze afbeeldingen lijkt te maken te hebben met het voorkómen van ziekte.”

Met andere woorden, mensen die moeite hebben met het zien van kleine gaten zouden in feite bang zijn voor parasieten of besmettelijke ziektes. De onderzoekers vermoeden dat de clusters kleine gaatjes die horen bij ziekten als onder meer pokken, mazelen en tyfus bij lijders aan trypofobie zorgen voor een buitensporige reactie op soortgelijke patronen in onschuldige objecten.

Testen van een theorie

Om hun hypothese te testen, vroegen de onderzoekers driehonderd deelnemers aan onlinegroepen die naar eigen zeggen lijden aan trypfobie en driehonderd studenten die geen melding maakten van de fobie, mee te doen aan hun onderzoek. Beide groepen bekeken zestien afbeeldingen. Op acht daarvan stonden clusters met gaatjes die afkomstig waren van lichaamsdelen met een ziekte, op de andere acht stonden clusters die niet veroorzaakt waren door een ziekte, bijvoorbeeld van lotuszaden of gaten geboord in baksteen.

Elke groep voelde weerzin bij het zien van de afbeeldingen die te maken hadden met ziekte, maar alleen de groep met trypofoben meldde dat ze ook de niet-menselijke foto's onaangenaam vonden. Uit de groep met negatieve reacties kwamen vaker meldingen van gevoelens van afkeer en kippenvel dan angstgevoelens. Omdat de deelnemers vooral meldden weerzin te voelen, en niet zozeer angst, vermoedden de onderzoekers dat aversie tegen mogelijke ziekteverwekkers een waarschijnlijker oorzaak is voor de fobie dan de angst voor gevaarlijke dieren, zoals eerder werd gedacht.

Carol Mathews, professor psychiatrie aan de Amerikaanse University of Florida en gespecialiseerd in angststoornissen, vertelt dat een van de theorieën over het ontstaan van fobieën is dat het gaat om een evolutionaire aversie tegen gevaarlijke objecten. De angst voor slangen, spinnen of hoogten, enkele van de meest voorkomende fobieën, kan als een soort bescherming hebben gediend, doordat die een aversie tegen gevaarlijke situaties met zich meebracht.

“De stelling is dat alle fobieën op een bepaald niveau voortkomen uit evolutionaire aanpassing,” aldus Mathews. “Het lijkt erop dat [trypofobie] echt bestaat.”

“Maar het is niet iets waarvoor mensen hoeven te worden opgenomen in een kliniek,” voegt ze daaraan toe.

Anatomie van de angst

Hoewel veel fobieën waarschijnlijk als een soort bescherming dienen, kunnen mensen fobieën ontwikkelen tegen van alles en nog wat. De online Phobia List is een verzameling van fobieën, waarop alle mogelijke angsten staan, variërend van een angst voor rinkelende telefoons tot een angst voor wolken. Een veelgehoord argument tegen trypofobie als ziekte is dat mensen, doordat de aandoening steeds vaker online wordt besproken, vatbaar zijn voor de suggestie dat de afbeeldingen weerzinwekkend zijn.

“Het is waarschijnlijk iets dat al veel langer bestond en dat via internet en alle beschikbare informatie nu veel bekender is geworden,” stelt Mathews.

Ze vindt de hypothese dat angst voor parasieten of ziekten ten grondslag ligt aan de fobie interessant, maar voegt daaraan toe dat er nog veel onderzoek nodig zal zijn voordat er volledige duidelijkheid is over het verschijnsel.

Lees meer