Waarom waren we niet voorbereid op dit virus?

Decennialang heeft de wereld de pandemievoorspellingen van deskundigen genegeerd. Misschien brengt het nieuwe coronavirus daar verandering in.

Thursday, June 18, 2020,
Door Robin Marantz Henig
Microscopische beelden met versterkte kleuren van deeltjes van het nieuwe coronavirus, SARS-COV-2.

Microscopische beelden met versterkte kleuren van deeltjes van het nieuwe coronavirus, SARS-COV-2.

Foto van NIAID

In de eerste weken van de coronaviruspandemie kon ik alle verhalen over de vroege collectieve missers niet verdragen. Niet alleen omdat de impliciete reprimande zinloos voelde - wat had het tenslotte voor zin om te weten dat de grimmige realiteit waarin we leefden vermeden had kunnen worden? -maar omdat het in mijn geval ook heel persoonlijk aanvoelde. Bij elk artikel over het missen van de waarschuwingssignalen voor een verwoestend nieuw virus werd ik eraan herinnerd dat wetenschappers zich daar decennia geleden al zorgen over maakten en alarm sloegen en dat een paar wetenschapsjournalisten daarover schreven. Ik was een van hen.

Toen ik hier in 1990 onderzoek naar ging doen, was de term ‘opkomende virussen’ net geïntroduceerd door de jonge viroloog Stephen Morse. Hij zou het hoofdpersonage worden in mijn boek A Dancing Matrix, dat drie jaar later werd gepubliceerd. Ik beschreef hem destijds als de stereotype assistent-professor: oprecht, bebrild, een man wiens leven zich grotendeels in zijn hoofd afspeelde.

Morse en andere wetenschappers identificeerden omstandigheden, zoals klimaatverandering, grootschalige verstedelijking en de afstand tussen mensen en boerderij- of bosdieren die virale reservoirs vormen, die de weg vrij zouden kunnen maken voor microben die niet eerder zijn aangetroffen bij mensen en daarom ongewoon dodelijk kunnen zijn. Ze waarschuwden dat deze dodelijke ziekteverwekkers zich gemakkelijk over de hele wereld zouden kunnen verspreiden dankzij de toenemende mondiale economie, het vele internationale luchtverkeer en de vluchtelingenstromen als gevolg van hongersnood en oorlog. Klinkt dit je bekend in de oren?

“De grootste bedreiging voor de aanhoudende dominantie van de mens op aarde is het virus.” Dat droge citaat van Joshua Lederberg, een moleculair bioloog die de nobelprijs kreeg voor zijn werk op het gebied van bacteriën, schreef ik in de inleiding van mijn boek. Destijds dacht ik nog dat Lederberg misschien een beetje melodramatisch deed. Maar nu begrijp ik dat hij een angstaanjagend vooruitziende blik had.

Toen het dodental in Amerika door COVID-19 nog net niet de duizend had bereikt en New-Yorkers zoals ik op last van onze gouverneur al drie dagen thuis zaten, belde ik Morse om te vragen hoe het met hem ging. Hij geeft epidemiologie aan Columbia University Mailman School of Public Health en heeft nu de leeftijd bereikt van mensen die het kwetsbaarst zijn voor het coronavirus en er het hardst door worden getroffen. (Ik trouwens ook.) Hij en zijn vrouw zaten in quarantaine in hun appartement in Manhattan op een steenworp afstand van het mijne.

“Ik ben ontmoedigd dat we er ondanks alles niet beter op voorbereid waren en we zitten nog steeds in de ontkenningsfase,” zegt Morse. Hij kwam meteen met een favoriete uitspraak van managementgoeroe Peter Drucker die ooit werd gevraagd: “Wat is de ergste fout die u zou kunnen maken?” Zijn antwoord luidde volgens Morse: “Om te vroeg gelijk te krijgen.”

Foto van PUBLIC HEALTH ENGLAND CENTRE FOR INFECTIONS/SCIENCE SOURCE

Morse en ik kregen hoe dan ook geen gelijk. Dat kreeg niemand. Tijdens mijn boekpresentatie kreeg ik de vraag wat de volgende pandemie zou zijn. Ik antwoordde dat deze volgens de meeste van mijn deskundige bronnen door influenza zou worden veroorzaakt. “Ik heb nooit iets met lijstjes gehad,” vertelde Morse me tijdens ons gesprek. Hij gaf aan dat hij altijd al wist dat de volgende plaag overal vandaan kon komen. Maar begin jaren 1990 richtten hij en zijn collega’s zich doorgaans op influenza en ik dus ook. Misschien was dat een fout. Dat de volgende pandemie door influenza kon worden veroorzaakt, was voor velen niet wereldschokkend. De griep? Die krijgen mensen elk jaar. Daar hebben we een vaccin tegen.

De waarschuwingen waren daarom misschien te gemakkelijk af te doen als ‘gewoon de griep’ of als de catastrofale gedachten van een overspannen schrijver. Andere journalisten schreven echter vergelijkbare boeken en sommige daarvan werden zelfs enorme bestsellers, zoals The Hot Zone van Richard Preston en The Coming Plague van Laurie Garrett, dat een jaar na mijn boek uitkwam. (Een ander, recenter boek is SpilloverDavid Quammens vervolg op een verhaal over zoönotische ziekten dat hij in 2007 schreef voor National Geographic.) Wij beschreven allemaal dezelfde rampscenario’s, dezelfde oorlogsscènes, dezelfde roep dat we hopeloos onvoorbereid zijn. Waarom was dat niet voldoende?

Wijlen Edwin Kilbourne had daar misschien iets over te zeggen. Kilbourne, een vooraanstaand onderzoeker van griepvaccins, was mager en had een sik. In mijn boek beschreef ik hem als een kruising tussen de zanger Pete Seeger en de arts Jonas Salk. Op een conferentie midden jaren 1980 kwam Kilbourne met een nachtmerrieachtig scenario over een fictief virus met eigenschappen die het tot het besmettelijkste, dodelijkste en moeilijkst te beheersen virus maakten. Hij noemde dit het ‘maximally malignant (monster) virus’ oftewel MMMV. Volgens de beschrijving van Kilbourne was een van de snode kenmerken van MMMV dat het net als influenza via de lucht wordt verspreid, net als polio stabiel is in de omgeving en net als hiv de eigen genen rechtstreeks in de kern van de gastheercel kopieert.

Het nieuwe coronavirus is niet het griezelige MMMV van Kilbourne, maar heeft wel enkele van diens meest angstaanjagende eigenschappen. Het wordt via de lucht overgedragen, vermeerdert zich in de onderste luchtwegen en overleeft waarschijnlijk dagenlang op aanrechtbladen. Daarnaast kunnen mensen lichte of asymptomatische vormen hebben. Ze zijn dan wel besmettelijk, maar voelen zich vaak fit genoeg om rond te lopen, naar het werk te gaan en op ons te hoesten. Daardoor is dit virus erger dan influenza en nog moeilijker te beheersen.

Morse gaf aan dat hij niet van lijstjes met de voor ons gevaarlijkste virussen houdt. En ook Kilbourne vertelde me dertig jaar geleden dat hij MMMV ter illustratie had bedacht en niet zozeer als voorspelling. “Enkele minimale wijzigingen kunnen al een groot verschil betekenen voor de manier waarop microben zich gedragen. Het is dan ook een verraderlijke aangelegenheid om de evolutie en opkomst van virussen proberen te voorspellen,” luidde zijn waarschuwing.

In landen zoals het mijne zijn we mogelijk gewend geraakt aan de dreiging van een wereldwijde pandemie, omdat er in relatief verre gebieden al zo vaak een epidemie is opgevlamd die ‘de grote pandemie’ zou worden. Met uitzondering van aids hebben heersende epidemieën zich niet over de wereld verspreid. SARS kwam in 2003 vrijwel alleen in Azië voor, MERS dook in 2012 niet echt buiten het Midden-Oosten op en ebola was in 2014 voornamelijk een West-Afrikaanse aangelegenheid. We zijn steeds buiten schot gebleven en konden de uitbraken in andere landen dan ook gemakkelijk toeschrijven aan gedrag dat ons onbekend was. Wij rijden niet op kamelen, eten geen apen en verhandelen geen levende vleermuizen of civetkatten op markten.

Het afschuiven van de dreigingen op het gedrag van anderen, is ons nu fataal geworden. Onlangs las ik mijn boek opnieuw en kwam ik een zin tegen die deze beschamende houding onderstreept. Ik schreef: “Vraag een viroloog welke epidemie het bestuderen waard is en hij zal heel cynisch antwoorden: ‘De dood van een blanke persoon.’ ”

Ik heb mijn lades ondersteboven gekeerd op zoek naar een oud notitieboek dat mogelijk de naam van deze ‘viroloog’ bevat, maar helaas zonder resultaat. Toch weet ik ook zonder die bevestiging dat deze schokkende zin de essentie vormt. De veiligheid van onze soort berust al decennialang op ‘othering’, het onderscheid maken tussen onszelf en anderen. En we doen het nog steeds. We koesteren een officiële en persoonlijke zelfgenoegzaamheid die de mensheid uiteindelijk op de knieën heeft gekregen.

Hoe is het om de coronapandemie te zien ontvouwen, bijna drie decennia nadat ik schreef dat een pandemie zich op zo’n manier zou ontvouwen? Daar ben ik om eerlijk te zijn wat beduusd door geraakt. Het heeft ook een onbekend gevoel van solipsisme veroorzaakt. Genoeg om me het volgende af te vragen. Als ik destijds sterker had gepleit voor toezicht en voorbereiding, dat wil zeggen, als ik een beter boek had geschreven, zouden we ons dan nu op dit punt bevinden?

Toch is het ook enigszins verhelderend om de verhalen uit het boek over epidemieën in de vorige eeuw te lezen. Nieuwe virussen bleven opduiken, raasden door een populatie en stierven uiteindelijk uit. Sinds de influenzapandemie in 1918-1919 is er echter niets meer op deze schaal voorgekomen en ook niets met deze meedogenloze combinatie van overdraagbaarheid en dodelijkheid. We hadden bijna de juiste lessen geleerd in de jaren 1990 en toen negeerden we deze. Misschien dat ze deze keer wel beklijven nu de voorspellingen zijn uitgekomen.

Robin Marantz Henig is journalist in New York en heeft negen boeken op haar naam staan. Ze schreef over het nieuwe gebied van microbioomwetenschap in het National Geographic-nummer van januari 2020.

Dit artikel werd oorspronkelijk op 8 april 2020 in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic en verscheen in het internationale National Geographic Magazine.

lees verder

Coronavirus

Coronavirus: achtergrond

Blijf op de hoogte van de wetenschap en de verhalen achter de wereldwijde uitbraak van het coronavirus.

Deze viroloog redde het leven van miljoenen kinderen - en stopte een pandemie

In 1957 bereikte een grieppandemie de Verenigde Staten, maar Maurice Hilleman had al een vaccin klaar dat hij binnen enkele maanden op grote schaal wist te produceren.

Hoe lang blijft het coronavirus in het lichaam?

Onderzoekers weten steeds meer over hoe lang het virus in het lichaam aanwezig blijft en of mensen snel weer opnieuw besmet kunnen worden.
Lees meer