Als je ooit een leger glimmende, bruine insecten onder je koelkast vandaan hebt zien spurten, dan ben je bekend met de Duitse kakkerlak (Blattella germanica). Hoewel zijn naam anders doet vermoeden, is de Duitse kakkerlak op ieder werelddeel te vinden, behalve Antarctica. Van de 4600 soorten die we op aarde kennen, is de Duitse kakkerlak de meestvoorkomende.

Dat is verrassend, want de dieren waren vrijwel onbekend in Europa toen de Zweedse bioloog Carl Linnaeus ze voor het eerst beschreef in 1767. Ze hebben geen nauwe verwanten op dit continent en de soort komt ook niet voor in het wild. Hoe deze ongenode gast dan toch een plaag van wereldformaat wist te worden? Volgens een nieuwe studie, die op 20 mei 2024 werd gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences, schuilt het antwoord in zijn DNA.

De kakkerlak zag het licht in Azië

Evolutionair bioloog Qian Tang van Harvard University leidde het nieuwe onderzoek naar de snelle verspreiding van de kakkerlak. Het team analyseerde de genetische informatie van 281 kakkerlakken uit zeventien landen verspreid over zes continenten. Daaruit bleek dat alle kakkerlakken afstammen van de Aziatische kakkerlak (Blattella asahinai): zo’n 2100 jaar geleden begon de soort zich in het huidige India en Myanmar evolutionair af te splitsen.

De Duitse kakkerlak kwam ongeveer 1200 jaar geleden aan in het Midden-Oosten, waarschijnlijk door de toenemende handel en militaire operaties in dat gebied. Zijn opmars in Europa vond zo’n 390 jaar geleden plaats. Hij liftte mee op de schepen van Europeanen die de wereldzeeën bevoeren. Vanuit Europa verspreidde de kakkerlak zich door middel van transport en handel naar de rest van de wereld.

De verspreiding van de Duitse kakkerlak hebben we dus voor een groot deel aan onszelf te danken. ‘Het dier kan niet eens vliegen’, zegt Tang. ‘Ze zijn op door de mens gemaakte voertuigen meegelift.’

Ongekend aanpassingsvermogen

Toch dankt de Duitse kakkerlak zijn succes niet louter aan dom geluk, maar vooral aan zijn ongeëvenaarde aanpassingsvermogen. Bewijs daarvoor vind je door hem naast zijn nauwste verwant te houden: de Aziatische kakkerlak.

De soorten zien er vrijwel identiek uit, maar zijn zich de afgelopen tweeduizend jaar volkomen verschillend gaan gedragen. Aziatische kakkerlakken vliegen naar lichtbronnen toe, terwijl de Duitse variant er juist vandaan kruipt. Gooi je de twee soorten in de lucht, dan vliegt de ene weg terwijl de ander als een baksteen naar beneden valt.

Zijn grote aanpassingsvermogen kwam ook in het lab naar voren. Onderzoekers verleidden kakkerlakken jarenlang om in glucose gedrenkt gif op te eten. De populatie die deze gifsnoepjes overleefde, bracht een nieuw soort kakkerlak voort die alle vormen van zoetigheid links liet liggen. ‘Het is ongekend,’ vertelt stadsentomoloog Chow-Yang Lee (niet betrokken bij de nieuwe studie). ‘Glucose is zo’n belangrijke brandstof voor alle organismen.’

Kakkerlak verdient respect

Volgens bioloog Tang winnen de Duitse kakkerlakken het op ieder vlak van andere kakkerlaksoorten. Zijn onoverwinnelijkheid dankt hij onder meer aan zijn enorme voortplantingsvermogen. Daardoor kunnen gunstige genen sneller worden doorgegeven binnen een populatie, waardoor nieuwe generaties eerder bestand zijn tegen pesticiden.

Combineer dit aanpassingsvermogen met de enorme mondialisering en transportmogelijkheden, en je begrijpt waar het heen gaat: volgens entomoloog Lee is de kans dat we ooit van kakkerlakplagen afkomen nihil. ‘Als je me vraagt om een diersoort of organisme te noemen waar ik het meeste respect voor heb, dan is het waarschijnlijk de Duitse kakkerlak.’

Nog niet uitgelezen? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief van National Geographic en ontvang de favoriete verhalen van de redactie wekelijks in je mail.