Maanlandingen die nooit zouden hebben plaatsgevonden, vaccins met computerchips en het bestaan van chemtrails: de lijst met complottheorieën is eindeloos. In de huidige wereld worden zulke ideeën sterk uitvergroot door internet en sociale media, waardoor ze steeds meer onderdeel lijken te worden van ons dagelijks leven. Maar waarom zijn sommige mensen vatbaar voor dit soort verhalen, terwijl anderen er niets van willen weten?
De psychologie achter complotdenken
Dat is precies waar psychologen Adrian Furnham, Stephen Cuppello en David Semmelink een antwoord op hoopten te vinden. In een recente studie, gepubliceerd in Applied Cognitive Psychology, onderzochten zij welke mentale kenmerken samenhangen met een zogeheten complotmentaliteit.
Voor het onderzoek werd een enquête afgenomen onder 253 deelnemers uit verschillende landen. De vragen draaiden om het idee van doofpotaffaires: de overtuiging dat overheden en organisaties bewust informatie achterhouden voor het publiek.
Leestip: Hersenonderzoeker legt uit waarom ChatGPT zo slecht is voor je brein
Deelnemers gaven aan in hoeverre zij het eens waren met uitspraken als ‘politici delen zelden hun echte motieven’ en ‘overheidsinstanties houden burgers voortdurend in de gaten’. Uit de analyse blijkt dat twee psychologische eigenschappen duidelijk vaker voorkomen bij mensen die geneigd zijn in complottheorieën te geloven.
Orde scheppen in een chaotische wereld
De eerste factor die de onderzoekers vaststelden, is een lage tolerantie voor ambiguïteit. Mensen die slecht tegen onzekerheid kunnen, ervaren spanning wanneer situaties onduidelijk zijn of meerdere verklaringen kunnen hebben. Complottheorieën bieden dan houvast: complexe gebeurtenissen worden gereduceerd tot een eenvoudige oorzaak-gevolgrelatie, met duidelijke schuldigen.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
De tweede factor is een sterk gevoel van onrecht. Mensen die het idee hebben dat de wereld tegen hen is, of dat machtige spelers achter de schermen aan de touwtjes trekken, blijken vaker geneigd om in complottheorieën te geloven. Voor hen is het idee van een verborgen plan vaak bevredigender dan de gedachte dat de wereld complex is en grotendeels wordt geleid door toeval.
Naast deze twee psychologische factoren speelt ook demografie een rol. Jongere deelnemers en mensen met sterkere religieuze overtuigingen scoorden gemiddeld iets hoger op het aanhangen van complottheorieën.
Wat helpt tegen misinformatie?
De onderzoekers benadrukken dat dit onderzoek zijn beperkingen heeft: de onderzoeksgroep was relatief klein, en bestond grotendeels uit hoogopgeleide, middelbare professionals.
Leestip: Meer regen door cloud seeding? Dit zijn de feiten en fabels
Toch geloven ze dat hun onderzoek van groot belang kan zijn bij het voorlichten van mensen over misleidende informatie. Volgens hen zouden effectieve strategieën zich niet alleen moeten richten op het delen van feitelijke informatie, maar ook op omgaan met onzekerheid en het verminderen van gevoelens van machteloosheid. Alleen dan zullen complotverhalen hun aantrekkingskracht verliezen.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!



