De prinses van de kruistochten: Anna Komnene

Begin 12de eeuw dong prinses Anna Komnene naar de troon in Byzantium. Het lukte haar niet die te bemachtigen, maar ze maakte wel naam als auteur van een fascinerende kroniek over haar tijd: de Alexiade.

Door ERNEST MARCOS
Gepubliceerd 20 apr. 2022 09:46 CEST
Alexios I Komnenos ontvangt kruisvaarder Godfried van Bouillon. Achter keizerin Irene, die op de troon zit, ...

Alexios I Komnenos ontvangt kruisvaarder Godfried van Bouillon. Achter keizerin Irene, die op de troon zit, staan haar dochters, onder wie Anna.

Foto door

In november 1083 wachtte keizerin Irene Doukas in het grote paleis van Constantinopel op de geboorte van haar eerste kind en de terugkeer van haar echtgenoot, keizer Alexios I Komnenos, die net de Normandische invallers had verslagen. Toen ze de eerste weeën voelde, sloeg de vorstin een kruisje op haar buik en zei tegen het kindje dat het geduldig moest wachten tot papa thuiskwam.

Samen met twee ministers van keizer Alexios I steekt de leider van de kruisvaarders, Godfried van Bouillon, de zee-engte bij Constantinopel over die Europa scheidt van Azië.

Foto door

De prachtige kathedraal, die Justinianus in 532 liet bouwen, was de zetel van het orthodoxe patriarchaat en tevens het toneel van de kroning van Alexios I Komnenos. De stad heette destijds Constantinopel.

Foto door

De geboorte liet nog drie dagen op zich wachten. Op zaterdag 2 december werd in de purperen kamer, de keizerlijke kraamkamer, een meisje geboren dat ‘in alle opzichten op haar vader leek’. Deze anekdote werd later op schrift gesteld door de geborene zelf: Anna Komnene. Het verhaal staat in de Alexiade, een bijzondere biografie die de prinses schreef over haar vader Alexios I. De geboorte van de prinses was van groot belang, want door haar geplande huwelijk kon het voortbestaan van de dynastie van de Komnenen worden bezegeld. Dit vorstenhuis had de troon van het Byzantijnse Rijk twee jaar daarvoor met geweld veroverd.

Geboren voor de kroon

Byzantium was de opvolger van het Oost-Romeinse Rijk, maar zijn macht over de Balkan en Anatolië was wankel. Het was nauwelijks opgewassen tegen de Turkse Seltsjoeken en door de interne machtsstrijd was het rijk op sterven na dood. In een van de burgeroorlogen hadden de Komnenen de troon van het rijk bemachtigd. In 1081 hadden twee tot dan toe onverzoenlijke partijen van de Byzantijnse adel, de militaire grootgrondbezitters en de ambtenaren van het staatsbestuur, respectievelijk vertegenwoordigd door de rivaliserende clans van de Komnenen en de Doukas, zich verenigd tegen usurpator Nikephoros III. Deze had de macht overgenomen van Michaël VII Doukas. De broers Isaäk en Alexios Komnenos en hun moeder Anna Dalassene kwamen in de Paasweek van dat jaar openlijk in opstand tegen Nikephoros.

Na hun overwinning besteeg de jongste broer, Alexios, de troon. Zijn vrouw was de adellijke Irene, uit de familie Doukas, en de kroning van het paar was voor beide families een heuglijk feit. Om hun verbond te bezegelen, werd Anna enkele dagen na haar geboorte uitgehuwelijkt aan Constantijn Doukas, een zoon van Michaël VII, die toen ongeveer negen jaar oud was. De prinses begon haar leven onder een gelukkig gesternte. Volgens de orthodoxe traditie kreeg Anna de naam van haar grootmoeder van vaderskant. En zoals gebruikelijk bracht ze haar eerste levensjaren door in het huis van haar toekomstige schoonmoeder: keizerin Maria.

De prinses heeft zich die periode altijd herinnerd als een gelukkige tijd. In Alexiade schrijft ze vol bewondering over de keizerin, die zo ‘slank als een cipres’ was. Haar zoon Constantijn schildert ze af als een blonde engel, blakend van gezondheid: ‘Hij is als cupido op een schilderij.’

Johannes II en zijn vrouw en de heilige Maria met kind. 

Foto door

Rond 1095 overlijdt Constantijn vrij plotseling, nog voordat het huwelijk kon plaatsvinden. Zijn hoop om ooit de troon te bestijgen, was toen al vervlogen: in 1087 was Johannes geboren, de eerste zoon van Alexios en Irene en de aangewezen troonopvolger. Anna werd niet alleen haar keizerlijke toekomst ontnomen, maar Constantijns dood betekende ook dat ze een nieuwe echtgenoot kreeg toegewezen. De keuze van haar ouders viel op Nikephoros Bryennios, de zoon (of wellicht kleinzoon) van een generaal met dezelfde naam.

De prinses geeft een emotionele beschrijving van de genegenheid die ze voor haar nieuwe echtgenoot voelde. Hij was een uitstekend militair en een zeer verlicht man. Ze noemt hem ‘mijn caesar’. Dat was niet alleen een koosnaam, want Bryennios droeg werkelijk de titel caesar. Dat was de derde rang in het Byzantijnse Rijk, na de koninklijke titels basileos en sebastokrator (die Alexios hoogstpersoonlijk in het leven had geroepen voor zijn tweede zoon Andronikos). Anna en Bryennios kregen vier kinderen: twee zonen en twee dochters. Ze was vanaf hun huwelijk in 1097 tot aan zijn dood in 1137, volgens haarzelf, veertig jaar lang gelukkig met haar man. Maar volgens historicus Niketas Choniates – die iets later leefde, maar over het algemeen goed was geïnformeerd – bekoelde hun liefde na de dood van Alexios I Komnenos in 1118.

Paleisintriges

In de Alexiade worden de laatste dagen van de vorst vrij pathetisch beschreven. Anna zet zichzelf neer als een lieve dochter, die samen met haar moeder Irene onvermoeibaar voor de keizer zorgt. Choniates beschrijft het sterfbed van Alexios in het paleis in Mangana echter als een slagveld waar over de toekomst van het Byzantijnse Rijk werd beslist. Johannes II Komnenos, de oudste zoon van de keizer, was reeds in 1092 tot mede-keizer uitgeroepen, toen hij nog maar vijf jaar oud was. Maar een deel van het hof wilde voorkomen dat hij alleen zou regeren.

De grootste weerstand kwam van zijn eigen moeder, keizerin Irene Doukas, die Johannes ervan beschuldigde ‘onbekwaam’ en ‘verwijfd’ te zijn. Zij pleitte voor Nikephoros Bryennios en Anna. Choniates beschrijft dat Alexios woedend reageerde, omdat hij niet kon bevatten dat zijn vrouw haar eigen zoon wilde onterven ten gunste van haar schoonzoon. Hij zag Anna als de inspirator van een duister complot waarmee zij de keizerlijke waardigheid wilde herwinnen die ze had genoten als verloofde van Constantijn Doukas.

DE CAPPELLA PALATINA van het Palazzo dei Normanni in Palermo. Roger II, de Normandische koning van Sicilië die een geduchte vijand was van Byzantium, gaf in 1132 opdracht tot de bouw ervan en wijdde de kapel aan de apostel Petrus. Het gebouw is een mengeling van islamitische, Normandische en Byzantijnse invloeden en herbergt mozaïeken met Bijbelse en heiligenverhalen, evenals afbeeldingen van Christus, de profeten en de aartsengelen.

Foto door

Toen Alexios op zijn sterfbed lag, griste Johannes de keizerlijke zegelring van de vinger van zijn vader en gebruikte die als vrijgeleide om het paleis in te nemen. Hij sloot zich daar op om het bestuur over te nemen en niet in handen te laten vallen van de samenzweerders – zelfs de begrafenis van zijn vader liet hij schieten. Toen keizerin Irene de list ontdekte, overstelpte ze haar stervende man met verwijten, die op zijn beurt stierf in de wetenschap dat zijn wens was vervuld. Maar hiermee was de broederstrijd niet beslecht.

Volgens Niketas Choniates beraamden vijanden van Johannes II, onder leiding van prinses Anna, binnen een jaar na zijn troonsbestijging een moordaanslag op de nieuwe keizer. Hun doel was de keizer in het jachtslot van Philopation, buiten de ommuring van Constantinopel, in zijn slaap te overvallen. Ze konden daarbij rekenen op de medewerking van de wachtcommandant, die hen ’s nachts de stad uit zou laten. Maar op het laatste moment liep het plan mis. Caesar Bryennios kreeg twijfels over de moordaanslag. Verontwaardigd verweet Anna de natuur dat zij als vrouw was geboren en Nikephoros als man. Het omgekeerde was veel beter geweest, vond ze.

Na de ontdekking van de samenzwering stelde Johannes II zich mild op. Hij strafte de samenzweerders nauwelijks en gaf ze na een tijdje zelfs hun bezittingen terug. Maar Anna bleef voor altijd wrok tegen hem koesteren. In 1137 overleed haar man. De ontroostbare weduwe, zoals ze zichzelf omschreef, trok zich terug in een klooster in Constantinopel dat was gesticht door haar moeder. Daar wijdde ze zich volledig aan het schrijven van de Alexiade. Anna, die door al haar tijdgenoten werd geroemd om haar uitstekende intellectuele vorming, was goed voorbereid om dit grote werk te schrijven. Ze was veel beter ontwikkeld dan de westerse prinsessen van haar tijd en bekend met grote schrijvers zoals Homerus, Thucydides, Xenophon en Polybios.

Deze islamitische heilige plek viel in 1099 in handen van de kruisvaarders toen ze Jeruzalem veroverden. Zij hadden gebroken met Alexios I, die hen aanvankelijk had gesteund.

Foto door

De nieuwe barbaren Anna ziet haar werk als een dam in de rivier van de tijd die ‘belangrijke daden van de mensheid meevoert naar de zee van de vergetelheid’. Voor haar dood in 1133 had keizerin Irene aan Nikephoros Bryennios gevraagd de biografie van Alexios Komnenos te schrijven, maar na zijn dood was dat blijven liggen. Anna pakte de taak op en maakte van de Alexiade een monument ter nagedachtenis aan haar familie. Het werd een vurige ode aan haar vader en een sterke veroordeling van haar Byzantijnse en buitenlandse vijanden.

Dat waren de ‘Latijnen’, ‘Franken’, ‘Kelten’, of simpelweg ‘barbaren’, die Anne omschrijft als impulsief en wispelturig, laf en verraderlijk. Ze beschuldigt ze er bovendien van te hebben samengewerkt met de Normandiërs van Sicilië tijdens de Eerste Kruistocht (1096-’99) tegen Byzantium. Dankzij de Alexiade weten we dat het Byzantijnse hof de kruistochten niet zag als een campagne om heilige plaatsen te ontzetten, maar als een bedreiging voor het voortbestaan van het keizerrijk. Alexios had grootmoedig een schare ‘koningen, hertogen, graven en bisschoppen met barbaarse namen’ verwelkomd in Constantinopel. Maar die gastvrijheid werd niet beantwoord.

Een van hen, Godfried van Bouillon (de toekomstige koning van Jeruzalem), verklaarde het keizerlijke leger de oorlog, maar op Witte Donderdag 1097 werd hij buiten de muren van de hoofdstad door Bryennios verslagen. Anna vertelt dat de kruisvaarders onder leiding stonden van de Normandische prins Bohemond van Tarente, een zoon van Robert Guiscard. Enkele jaren daarvoor hadden zij de Byzantijnen van Sicilië verjaagd en het keizerrijk aangevallen. Bohemond wordt omschreven als een slinkse manipulator van de nobele bedoelingen van zijn medesoldaten, maar Anna schrijft zo lovend over zijn fysieke kwaliteiten dat men dacht dat ze heimelijk verliefd op hem was.

Er speelt echter iets anders: het ophemelen van de strijdkracht van de vijand was bedoeld om de kwaliteiten van de overwinnaar, Alexios I, te benadrukken. In 1108 lukte het de keizer om Bohemond, die de belangrijke stad Antiochië had veroverd (nu Antakya in Turkije), tot vazal te maken. Dankzij dit verdrag kon Anna Komnene haar verslag over de Eerste Kruistocht afsluiten met de zege van haar vader op de barbaren.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in National Geographic Historia 02/2022. 

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Geschiedenis en Cultuur
Intact graf onthult geheimen van oude Peruaanse beschaving
Geschiedenis en Cultuur
Savonarola
Geschiedenis en Cultuur
Nicolaas Copernicus: Het heliocentrisch model
Geschiedenis en Cultuur
Het schrift van de Soemeriërs
Geschiedenis en Cultuur
Romanovs en de ridderromantiek

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.