‘Vandaag gaan we vrijwel zeker geen wolf zien,’ zegt gids Dirk Polder voordat we Nationaal Park Dwingelderveld betreden. Daarmee tempert hij bewust de verwachtingen. ‘Wolven zijn schuwe dieren. Meestal merken ze ons al op voordat wij hen zien.’ Toch zullen we er tijdens deze wolvenexcursie van Natuurmonumenten wel een beetje dichterbij komen. Wie een wolf namelijk echt wil begrijpen, moet volgens hem anders leren kijken: naar sporen, het landschap en de manier waarop het dier daarin leeft.
Niet te snel conclusies trekken
In het Bezoekerscentrum Dwingelderveld krijgen we eerst uitleg over het uiterlijk van de wolf. Zijn vacht is meestal beige, rossig of grijsbruin, met een donkerder, zadelvormig patroon op de rug en een opvallend witte plek rondom de bek. Zijn lichaam is slank maar krachtig, gebouwd voor uithoudingsvermogen en lange afstanden.
Een wolf heeft bovendien een kaarsrechte en doelgerichte draf waarbij de achterpoot exact in de afdruk van de voorpoot wordt geplaatst. Zo kun je zijn voetsporen ook herkennen. Ze staan in een loodrechte lijn en zijn ‘dubbel’ in de ondergrond gedrukt: één grote en één kleine.
Dat is duidelijk anders dan het spoor van een hond, die vaak enthousiast alle kanten op rent. Een ander opvallend verschil is de staart. Bij een wolf beweegt deze niet heen en weer, maar hangt recht naar beneden.
Toch worden deze twee diersoorten nog vaak door elkaar gehaald. Polder vertelt over een hond die in het nabijgelegen Wapse werd doodgeschoten. ‘Dit voorval laat zien hoe belangrijk het is om niet te snel conclusies te trekken. Zeker niet in het donker, zoals hier het geval was.’
Na 150 jaar terug in Nederland
Ongeveer 150 jaar was de wolf weg uit Nederland. In de negentiende eeuw werd er fanatiek op gejaagd, en werden er zelfs premies betaald om ze te doden. Daarnaast werden bossen gekapt voor woningbouw en heidevelden ontgonnen voor landbouw. Hierdoor nam ook het aantal prooidieren van de wolf snel af. Uiteindelijk verloren ze zo de strijd om de ruimte.
Sinds 2015 komen wolven vanuit Duitsland ons land weer binnen; in 2019 werden op de Veluwe de eerste welpen geboren. Daarmee werd duidelijk dat de wolf niet alleen door Nederland zwierf, maar hier ook voldoende ruimte en voedsel vond om zich te vestigen.
Opnieuw leren omgaan met de wolf
De wolf kampt wederom – of nog steeds – met een imagoprobleem. In sprookjes en volksverhalen is hij eeuwenlang neergezet als een gevaarlijk en kwaadaardig dier. Denk bijvoorbeeld aan de grote boze wolf in Roodkapje. Ook het gebrek aan kennis speelt een belangrijke rol in het beeld dat we van de wolf hebben.
Veel inzichten over wolven komen uit onderzoek dat lange tijd sterk verbonden was met de jacht of werd verricht in totaal andere leefomgevingen, zoals Rusland. ‘Er is daarom nog heel veel dat we niet weten,’ benadrukt Polder. ‘Onze samenleving en ons landschap zijn in anderhalve eeuw enorm veranderd. De wolf is pas elf jaar terug. We moeten dus opnieuw leren omgaan met elkaar.’
Daarbij ontstaan logischerwijs veel nieuwe vragen. Hoe beweegt hij zich door een versnipperd landschap? Hoe groot moet een leefgebied zijn? En hoe gedragen wolven zich in een land waarin natuurgebieden, landbouwgrond, wegen en dorpen dicht op elkaar liggen? ‘De tijd zal het leren.’
Ruimte voor een roedel
Gelukkig is er over het gedrag van wolven ook genoeg wél bekend. Als we over het Dwingelderveld lopen, vertelt Polder over hun sociale structuur. ‘Een roedel bestaat meestal uit een ouderpaar en twee generaties jongen. Als wolven ongeveer twee jaar oud zijn, gaan ze op zoek naar een partner en een eigen territorium. In Midden-Europa beslaat zo’n gebied gemiddeld tweehonderd vierkante kilometer.’
Het vinden van zo’n plek kan lang duren. Er zijn gevallen bekend van zwervende wolven die van Duitsland door Nederland naar Vlaanderen trokken, om vervolgens weer dezelde route terug te lopen. Lukt het uiteindelijk toch om ergens een geschikte thuisbasis te vinden, dan verdedigt een roedel haar leefgebied tegen andere wolven. Daardoor reguleert het aantal wolven in een gebied zich als het ware vanzelf: wanneer er geen ruimte of voedsel meer is, trekken jonge dieren verder.
Is Nederland ‘vol’?
Het leefgebied van de wolf in Nederland bevindt zich momenteel voornamelijk in grote bos- en natuurgebieden op de Veluwe en in Drenthe, waaronder het Dwingelderveld. Er leven inmiddels veertien vaste roedels en enkele solitaire wolven of paren in Nederland.
Hoeveel wolven Nederland precies kan herbergen, is moeilijk te voorspellen. Het landschap is hier versnipperd en de omstandigheden verschillen van die in uitgestrekte natuurgebieden elders in Europa.
De vraag of Nederland op een gegeven moment ‘vol’ is, komt volgens Polder dan ook vaak terug tijdens zijn excursies. Het antwoord laat zich niet zo makkelijk in een maximumaantal uitdrukken. ‘Wolven zoeken zelf naar plekken met voldoende rust, voedsel en ruimte. Sommige dieren blijven, andere trekken verder.’
Sterk jachtinstinct versus verdwenen vluchtreflex
Wolven zijn opportunistische jagers. In de Nederlandse natuur jagen ze vooral op reeën, wilde zwijnen en edelherten. Ze richten zich daarbij op jonge of verzwakte dieren. Ook schapen kunnen een gemakkelijke prooi vormen. Voor een wolf maakt het geen verschil of een dier in het wild leeft of achter een hek staat.
Dat kan helaas leiden tot dramatische situaties. Een wolf kan meerdere schapen doden zonder ze allemaal op te eten. Dat betekent volgens Polder niet dat het dier onnatuurlijk gedrag vertoont: het jachtinstinct wordt geactiveerd door een groep dieren in een afgesloten ruimte. Dit terwijl de vluchtreflex van schapen juist nagenoeg is verdwenen.
Wolfwerende rasters kunnen dit soort massamoorden aanzienlijk beperken. De provincie Drenthe heeft een praktijkproef gedaan met deze hekken. De resultaten waren positief. In de periode van oktober 2024 tot en met mei 2025 is er binnen de geplaatste rasters maar één wolvenaanval geweest. Onderzoek toonde aan dat op dat moment de stroomspanning op het raster te laag was, waarschijnlijk door een zwakke accu. De aanval was dus te verklaren.
Bijzonder en gewoon tegelijkertijd
Aan het einde van de excursie staan we opnieuw bij het bezoekerscentrum. We hebben – zoals voorspeld – geen wolf gezien. Toch voelt de tocht niet als een vergeefse poging om een onzichtbaar dier te vinden. De wolf was voortdurend aanwezig in de verhalen van Polder en in het landschap waar we doorheen liepen.
De wolf is geen sprookjesfiguur en ook geen mysterieus monster, benadrukt hij tot slot. ‘Het is een groot roofdier met eigen gedrag, een eigen leefgebied en een plek aan de top van de voedselketen. Dat maakt hem bijzonder, maar tegelijkertijd heel gewoon.’ Mocht je er ooit een zien, dan is Polders eerste advies daarom: ‘Verwonder je. Voordat je het weet is hij weg.’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Ramon is freelance editor voor National Geographic. Al jong raakte hij gefascineerd door de wisselwerking tussen mens en omgeving, vooral op de meest afgelegen plekken ter wereld. Niet voor niets studeerde hij sociale geografie. Zijn favoriete uitdaging als redacteur is om complexe verhalen om te zetten in begrijpelijke teksten.

















