In de Biesbosch leven naar schatting honderden bevers, maar ze laten zich niet zomaar zien. Vooral rond de schemering komen de grootste knaagdieren van Europa tevoorschijn tussen de wilgen, kreken en rietvelden. Vanaf het water heb je de beste kans om hun leefgebied te verkennen – en misschien een bever te spotten. Ik besloot mijn geluk te beproeven tijdens een beverexcursie.

Waarom juist de Biesbosch een paradijs voor bevers is

Met zo’n vijftig bezoekers stappen we aan boord van een fluisterboot van rondvaartbedrijf Zilvermeeuw, dat deze tochten samen met Staatsbosbeheer organiseert. Onze gids begeleidt al vijftien jaar deze excursies en hoeft niet lang na te denken over wat de Biesbosch zo geschikt maakt voor bevers.

In de eerste plaats komt dat doordat de bever hier zijn favoriete voedsel in overvloed vindt: de bast en schors van zachte wilgenbomen. Ook de uitgestrekte rietvelden zorgen in de zomer voor een welkome aanvulling op hun menu.

boottocht door de biesbosch vanuit de zilvermeeuw
Ramon Holle
De beverexcursies in de Biesbosch worden georganiseerd door Staatsbosbeheer. De Zilvermeeuw biedt plaats aan vijftig bezoekers. 
zonsondergang in de biesbosch
Jim Pouli
De Biesbosch is het grootste zoetwatergetijdengebied van Europa, waar eb en vloed nog altijd invloed hebben op het landschap.

Maar voedsel is niet het enige wat de Biesbosch zo aantrekkelijk maakt. De dichte begroeiing biedt bevers ook volop beschutting. Grote delen van de wilgenbossen en rietvelden langs het water zijn voor wandelaars en fietsers nauwelijks bereikbaar, waardoor het schuwe knaagdier zich hier vrijwel ongestoord kan terugtrekken.

Juist dat gebrek aan paden maakt een boottocht de ideale manier om dit unieke waterlandschap te verkennen. En omdat de bever zich vaak pas bij schemering laat zien, valt zo’n tocht mooi samen met de ondergaande zon. Vanaf Drimmelen bevinden we ons al snel in een doolhof van smalle kreken, eilandjes en rietvelden.

Hoe de bever uit Nederland verdween

Vanaf het water laat de Biesbosch zich van een heel andere kant zien dan op het land. De smalle kreken, dichte begroeiing en opvallende stilte geven het gebied iets jungleachtigs. Samen met de medepassagiers, die met hun verrekijkers geconcentreerd naar de oevers turen, voelt de tocht als een safari in eigen land.

Toch was het zo’n vijftig jaar geleden nog ondenkbaar dat hier excursies rond de bever zouden worden georganiseerd. Het dier was in Nederland namelijk volledig uitgestorven.

Die verdwijning had alles met de mens te maken. Eeuwenlang werd er op de bever gejaagd: voor zijn pels en vlees, maar ook voor bevergeil, ook wel castoreum genoemd, een stof die het dier uitscheidt en lange tijd werd gebruikt in onder meer de parfumindustrie.

twee bevers knagen aan een stam
MyImages_Micha//Getty Images
Bevers eten vooral plantaardig voedsel, zoals de bast en twijgen van wilgen. In de zomer staan ook riet en waterplanten op het menu.
de europese bever
Robert Heemskerk//Getty Images
De opvallend oranje voortanden van een bever blijven zijn hele leven doorgroeien en slijten af door het knagen aan hout.

De laatste bever van Nederland kwam in 1826 aan een nogal roemloos einde. Een visser zag het dier aan voor een otter, die als viseter destijds bepaald niet geliefd was. ‘Die sloeg hem dood met een roeispaan,’ vertelt onze gids, ‘en daarmee verdween de bever voor ruim 160 jaar uit ons land.’

Zo keerde de bever na ruim 160 jaar terug naar Nederland

Pas in 1988 kwam daar verandering in. De eerste bevers werden uitgezet in de Biesbosch, in de hoop het dier weer terug te brengen. Die herintroductie bleek succesvol: tegenwoordig leven er naar schatting tussen de 300 en 400 bevers in de Biesbosch.

Dat ze hier inmiddels weer een vertrouwd gezicht zijn, blijkt ook aan boord. Onze kapitein laat trots een foto op zijn telefoon zien van een bever die hij eerder die week tegenkwam. Vooral zijn formaat valt op: een volwassen bever kan inclusief staart tot ongeveer 1,20 meter lang worden.

Zijn opvallend oranje tanden zijn volledig aangepast aan een leven vol geknaag. Ze blijven voortdurend doorgroeien en slijten af wanneer de dieren takken en boomstammen doorbijten. ‘Om die tanden op lengte te houden, moet ze heel wat bomen doorknagen,’ legt onze gids uit. ‘Ruim honderd per jaar.’

Het hout gebruiken bevers onder meer voor hun burchten, waarin ze samen met hun kroost leven. Bevers gelden als ecosysteemingenieurs: met hun geknaag, dammen en burchten kunnen ze hun leefomgeving ingrijpend veranderen en zo ook leefgebied creëren voor andere soorten.

Meer leven langs het water

Hoewel onze gids aan het begin van de tour duidelijk maakt dat geluid de bevers niet snel zal afschrikken, wil geen bezoeker dat risico nemen. Bij ieder geritsel houdt iedereen zijn adem in en zakken gesprekken automatisch naar fluistertoon.

Meestal blijken het andere bewoners van het natuurgebied te zijn: meerkoeten, eenden en andere watervogels schieten tussen het riet door. En daar blijft het niet bij. Plotseling spot onze kapitein de witte buik van een visarend, die hoog boven ons overvliegt.

een bever steekt zijn kop boven water uit
Sjo//Getty Images
De Biesbosch is een ideaal leefgebied voor bevers, maar de dieren laten zich lang niet altijd even makkelijk zien.
vogels in de biesbosch
Ramon Holle
Niet alleen bevers voelen zich thuis in de Biesbosch: ook tal van vogels, waaronder visarenden en zeearenden, leven in het gebied.

Met een spanwijdte tot 1,70 meter is de visarend al indrukwekkend, maar er leven nog grotere roofvogels in de Biesbosch. Met ruim twee meter is de zeearend een van de grootste roofvogels die je hier kunt tegenkomen. Onze kapitein wijst naar een enorm nest op een elektriciteitsmast, dat zelfs van grote afstand goed te zien is. ‘Kort geleden zat daar nog een arend met drie jongen,’ vertelt hij. ‘Maar meerdere roofvogels vechten om die plek.’

Zo blijkt tijdens de tocht dat de bever misschien de hoofdrol speelt, maar zeker niet het enige dier is waarvoor je in de Biesbosch je verrekijker bij de hand wilt houden.

Toch nog raak?

Bijna terug bij de steiger lijkt het dan toch raak: aan de oever ritselen de takken van een wilg en wijzen vingers naar een plek waar een bruine vacht tussen de begroeiing lijkt te schuilen. De boot draait nog één keer om, maar het dier is alweer verdwenen. Inmiddels is de zon volledig onder en valt er tussen de bladeren nauwelijks nog iets te onderscheiden.

Eenmaal aangemeerd voelt het uitblijven van een duidelijke waarneming van een bever nauwelijks als een teleurstelling. De tocht laat vooral zien hoeveel meer de Biesbosch te bieden heeft dan alleen zijn bekendste bewoner. Wie weet laat het dier zich tijdens een volgende tocht nog eens zien.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Jim Pouli
Jim Pouli
Editor

Jim is editor voor National Geographic. Hij studeerde sociale geografie, en specialiseerde zich in duurzaamheid en groene steden. Schrijven is zijn passie; hij ziet in elk verhaal – hoe klein ook – een kans om de wereld beter te begrijpen. In zijn vrije tijd bezoekt hij graag concerten en filmhuizen, of gaat hij hardlopen.