Geschiedenis en Cultuur

Toevallige vondst onthult leesgewoonten van piraten van Zwartbaard

Papiersnippers afkomstig uit het driehonderd jaar oude wrak van de Queen Anne's Revenge blijken afkomstig van een verslag van een avontuurlijke reis over de Zuidzee.dinsdag 9 januari 2018

Door Kristin Romey
De vondst van het schip de Queen Anne's Revenge van de beroemde piraat Blackbeard voor de kust van North Carolina kon rekenen op belangstelling uit de hele wereld. In 2011 werd een duizend kilo zwaar kanon uit het water opgevist.

Zeerovers aan boord van het schip van de beroemde achttiende-eeuwse piraat Blackbeard konden een spannend boek wel waarderen, zo blijkt uit een bijzondere vondst in de loop van een kanon.

Een handvol snippers afkomstig van het wrak van de Queen Anne's Revenge bleken fragmenten te zijn van het boek A Voyage to the South Sea, and Round the World, Perform’d in the Years 1708, 1709, 1710 and 1711 van kapitein Edward Cooke uit 1712.

De ontdekking werd afgelopen donderdag bekendgemaakt tijdens een presentatie van conservatoren van het Queen Anne’s Revenge (QAR) Conservation Lab op de jaarlijkse bijeenkomst van de Society of Historical Archaeology, die in New Orleans werd gehouden.

De Queen Anne's Revenge liep in 1718 aan de grond ter hoogte van wat nu Beaufort is in de Amerikaanse staat North Carolina. Blackbeard overleed enkele maanden later tijdens een slag met de Britse marine in de Pamlico Sound. Het wrak van het piratenschip werd in 1996 gevonden door particuliere bergingswerkers en een jaar later begon het North Carolina Department of Natural and Cultural Resources met het naar boven halen van het materiaal.

QAR Lab-conservator Erik Farrell vertelt dat de snippers in een natte prop textiel zaten, die bij het schoonmaken en conserveren van een zogenaamde ‘achterlader’ werd aangetroffen in de kamer van het kanon. De prop was zwart van de buskruitresten en diende mogelijk als pakking voor de houten afsluiting die de opening van het kanon tegen de natuur moest beschermen.

bekijk galerij

Er werden uiteindelijk zestien snippers aangetroffen, allemaal niet groter dan een 2 euromunt. Op zeven daarvan stond leesbare tekst. Toen de conservatoren de stukjes papier voorzichtig van elkaar peuterden, zagen ze dat de tekst op achtereenvolgende laagjes in dezelfde richting liep. Dat leidde tot de conclusie dat het ging om de resten van verschillende pagina's uit één boek.

Lees meer over hoe het schip van Zwartbaard werd herkend bij North Carolina.

Uiteindelijk konden ze verschillende woorden ontcijferen, zoals ‘south’ (‘zuid’) en ‘fathom’ (‘vadem’, een lengtemaat die in het Engels vooral in de scheepvaart wordt gebruikt), wat erop wees dat de snippers afkomstig waren uit tekst over scheepvaart of navigatie. Maar er was één specifiek woord waardoor het boek uiteindelijk kon worden achterhaald, aldus QAR Lab-conservator Kimberley Kenyon.

Op een papiersnipper, die werd schoongemaakt en gedroogd nadat deze uit de loop van een kanon werd gehaald, staat tekst te lezen.

“Er was echt één woord dat eruit sprong: 'Hilo.’ Het was heel opvallend en cursief gedrukt, dus het was mogelijk een plaatsnaam,” vertelt Kenyon aan National Geographic.

“We hadden echt geluk.”

De QAR Lab-conservatoren benaderden Johanna Green met die bijzondere aanwijzing. Zij werkt aan de University of Glasgow en is gespecialiseerd in de historie van gedrukte tekst. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat het niet om Hilo in Hawaï kon gaan, omdat dit pas in de Europese literatuur werd beschreven na de expeditie van James Cook in 1778. Green wees ze op eerdere Engelstalige vermeldingen van de Spaanse nederzetting Ilo aan de kust van Peru.

De vroegste verslagen waren afkomstig van Engelse zeelieden die betrokken waren bij aanvallen op Ilo tijdens reizen over de Grote Oceaan. Verhalen over het plunderen van Spaanse nederzettingen waren populair in de zeventiende en achttiende eeuw, zegt Kenyon. “Daar lustte het Engelse publiek wel pap van.”

Toen deze gedrukte verslagen niet overeen bleken te komen met de boekfragmenten van de Queen Anne's Revenge, gingen de onderzoekers op zoek naar andere reisverhalen over de Grote Oceaan waarin de plunderingen van Ilo werden genoemd. Uiteindelijk kwamen ze erachter dat hun stukjes papier afkomstig waren van pagina's 177, 178 en 183 tot en met 188 van de eerste druk van A Voyage to the South Sea, and Round the World, Perform’d in the Years 1708, 1709, 1710 and 1711 van kapitein Edward Cooke, die uitkwam in 1712.

In het boek beschrijft Cooke zijn ervaringen tijdens een expeditie met twee schepen, de Duke en de Dutchess, onder leiding van kapitein Woodes Rogers. Rogers publiceerde ook een verslag over die reis. In beide boeken wordt beschreven hoe Alexander Selkirk van een eiland wordt gered waar hij vier jaar daarvoor alleen op was achtergelaten. Die reddingsactie was de inspiratie voor de roman Robinson Crusoe van Daniel Defoe uit 1719.

Een snipper papier die op het schip de Queen Anne's Revenge van Blackbeard werd gevonden, vergeleken met het boek waaruit het afkomstig bleek te zijn.

Uit historische verslagen blijkt dat in ieder geval enkele bemanningsleden van piratenschepen konden lezen en schrijven. Kenyon merkt op dat de officieren kaarten moesten kunnen lezen. Bovendien wijst ze op verslagen waarin staat dat zeerovers boeken plunderden van in beslag genomen schepen. Er bestaat zelfs een vermelding van een dagboek van Zwartbaard, dat na zijn dood werd gestolen.

Het team van QAR Lab-conservatoren werkt samen met gespecialiseerde conservatoren en wetenschappers van het North Carolina Department of Natural and Cultural Resources Division of Archives and Records, en het Winterthur/University of Delaware Program in Art Conservation om de kwetsbare papiersnippers te conserveren. Omdat het in 2018 driehonderd jaar geleden is dat Blackbeard overleed, worden er verschillende evenementen gepland. Een daarvan is een tentoonstelling over de vondst.

De restanten van A Voyage to the South Sea zijn slechts enkele van de bijzondere voorwerpen die zijn gevonden in het wrak van de Queen Anne's Revenge. Zo zijn verder bijvoorbeeld de scheepsbel, een versierd zwaard en de restanten van een verfijnd zakhorloge opgedoken. Van de 400.000 voorwerpen die uit het wrak zijn opgehaald, wachten er nog zo'n 100.000 op conservering. Kenyon is er dan ook zeker van dat het QAR Lab nog meer opmerkelijke vondsten zal doen.

“En bovendien ligt de helft van het schip nog begraven onder de zeebodem en is daar nog niks van opgedoken,” voegt ze daaraan toe.