Geschiedenis en Cultuur

Beelden van internering Japanse Amerikanen resoneren nog steeds

Een pijnlijke geschiedenis: in de Tweede wereldoorlog werden veel Japanse Amerikanen geïnterneerd. De emotionele tol hiervan is vaak onderschat.maandag 1 oktober 2018

Door Ann Curry
Foto's Van Paul Kitagaki, Jr.
In het herhuisvestingscentrum salueerden padvinders Junzo Jake Ohara (14), Takeshi Motoyasu (14) en Edward Tetsuji Kato (16) voor de Amerikaanse vlag. In 2013 spoorde fotograaf Paul Kitagaki jr. de mannen op en liet hij hen, zeventig jaar later, poseren in de tuin van Kato's huis in Monterey Park, Californië (foto hieronder).
Dit verhaal verscheen in de oktober editie van National Geographic magazine.

Tien weken na de aanval op Pearl Harbor tekende president Franklin Roosevelt, op 19 februari 1942 een presidentieel decreet. Hiermee gaf hij de legerleiding de vrije hand gaf om, aan de westkust van de Verenigde Staten, wie nodig uit zijn huis te halen en in bewaring te stellen. Het was een publiek geheim dat de maatregel bedoeld was voor mensen van Japanse afkomst, Amerikaans staatsburger of niet. 

Uit historische documenten komt naar voren dat het niet alleen angst en vooroordelen waren, maar dat het vooral ging om de macht die de politiek heeft om die te versterken. De Amerikanen waren na de verpletterende aanval op Pearl Harbor niet alleen verstrikt geraakt in een wereldoorlog, maar ook in een pijnlijke strijd met zichzelf over hun eigen idealen.

Junzo Kaje Ohara, Takeshi Motoyasu & Edward Tetsuji Kato – families 05658, 09650, 05653 – geïnterneerd in het verzamelcentrum in Santa Anita (Californië) en het herhuisvestingscentrum in Heart Mountain (Wyoming).

In maart klopten militairen gericht op deuren en hingen een evacuatiebevel op in een aantal wijken in de staten Californië, Oregon, Washington en Arizona. De mensen mochten alleen meenemen wat ze zelf konden dragen. Ze verhuurden hun huis of vonden iemand bereid om op hun spullen te passen. Veel huur werd niet betaald en veel mensen die hadden toegezegd om op de eigendommen te passen, verkochten de goederen. Elk gezin kreeg een nummer dat op een etiket werd geschreven dat aan de bagage werd bevestigd en dat mensen zelf om hun nek moesten dragen. Het nummer was hun nieuwe identiteit. 

De mensen bleven maanden in verzamelcentra tot ze, meestal per trein, werden overgebracht naar tien kampen in afgelegen berg- of woestijngebieden. De Congrescommissie die de opsluiting later onderzocht, sprak van ‘barre omstandigheden’: ‘strenge kou’ in de winter en ‘ondraaglijke vochtige hitte’ in de zomer. Mensen moesten wonen in niet-geïsoleerde barakken die ‘spartaans’ waren. Hele gezinnen woonden in één kamer. De kampen waren omheind met prikkeldraad en wachttorens. Als de indruk bestond dat iemand het kamp wilde verlaten, werd er geschoten. 

Na de Japanse aanval op Pearl Harbor sloot president Franklin D. Roosevelt per decreet meer dan 120.000 mensen van Japanse afkomst vijf jaar lang op in gevangenkampen. Links zijn bouwploegen te zien in Puyallup, een detentiecentrum in de staat Washington dat van de overheid de eufemistische naam Camp Harmony had gekregen.

Ook nadat de VS in juni 1942 een beslissende overwinning op Japan hadden behaald en de angst dat het land het Amerikaanse vasteland zou aanvallen was verminderd, bleven de kampen bestaan. Na verloop van tijd kwamen sommige Japans-Amerikanen die door de autoriteiten als onbesproken pro-Amerikaans werden beschouwd op vrije voeten, maar de meesten bleven opgesloten, jarenlang. Ruim vijfduizend kinderen werden in gevangenschap geboren. Bijna tweeduizend mensen stierven.

“We waren Amerikaans staatsburger, maar de regering zei: jullie waren niet te vertrouwen.”

door George Hirano (links, foto uit 1942)
De achttienjarige George Hirano is zojuist in dienst gegaan en poseert met moeder Hisa en vader Yasubei Hirano voor een Amerikaanse vlag. Zijn moeder houdt een foto vast van haar oudste zoon, Shigera Hirano, die als sergeant diende in het 442ste Regimental Combat Team. Het gezin zat eerst drie maanden gevangen in het verzamelcentrum in Salinas, een voormalig kermisterrein in Californië. De rest van de Tweede Wereldoorlog brachten ze door in gevangenschap in het herhuisvestingscentrum in Poston. Op een zeker moment zaten er achttienduizend mensen vast. George Hirano voltooide de basistraining, maar kreeg mazelen. Na afloop van de oorlog ging hij terug naar Watsonville (Californië), waar hij uiteindelijk eigenaar werd van een boerderij.
George Hirano – Familie 12374 – geïnterneerd in het verzamelcentrum in Salinas (Californie) en het herhuisvestingscentrum in Poston (Arizona).

In de loop van de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk dat het Amerikaanse leger mankracht te kort kwam. Roosevelt riep vrijwilligers op zich te melden voor een tweede grotendeels Japans-Amerikaanse eenheid: het 442ste Regimental Combat Team. In de kampen, waar Japans-Amerikanen klaagden over het feit dat hun fundamentele burgerrechten waren afgenomen, maakten honderden mensen duidelijk dat ze zich zouden verzetten tegen militaire dienst totdat alle gezinnen vrij zouden zijn. Anderen daarentegen wilden laten zien dat ze wel degelijk loyale Amerikanen waren. Ongeveer duizend jongemannen uit de kampen kozen vrijwillig voor het leger.

Het 442ste regiment kwam in actie op zeven belangrijke veldtochten, waarbij 9486 slachtoffers vielen, onder wie zeshonderd doden. De eenheid werd zeven keer onderscheiden met de Distinguished Unit Citation en de leden kregen 18.143 individuele onderscheidingen. Daarmee waren ze in verhouding tot hun aantal leden de meest onderscheiden gevechtseenheid uit de Amerikaanse geschiedenis. 

Na de oorlog begroette president Harry Truman het 442ste regiment in Washington D.C. met de woorden: ‘U hebt niet alleen tegen de vijand gevochten, maar ook tegen vooroordelen – en u hebt gewonnen.’ In de naoorlogse jaren zouden Japanse Amerikanen desondanks te maken krijgen met haat, racisme en discriminatie. 

“Ik dacht dat ons een spannend avontuur wachtte. Ik begreep er niets van.”

door Dorothy Hiura (foto uit 1942)
Studente Dorothy Takii staat op de treeplank van haar ouders' auto op de renbaan van Santa Anita, een tijdelijk detentiecentrum in Californië. Al snel kwam ze erachter dat het leven daar geen leuk avontuur was. Het gezin werd naar een gevangenkamp in Arkansas gestuurd. Na haar vrijlating in 1943 verhuisde ze naar Chicago, waar ze haar man leerde kennen. Het paar vestigde zich in de jaren vijftig in San Jose. (CLEM ALBERS, NATIONAL ARCHIVES )
Dorothy Hiura – Familie 0311 – geïnterneerd in het verzamelcentrum in Santa Anita (Californië) en het herhuisvestingscentrum in Jerome (Arkansas).

Toen Reagan later president was, refereerde hij in 1988 aan deze gebeurtenis bij de ondertekening van een wet waarin een herstelbetaling van twintigduizend dollar werd geregeld voor iedere overlevende van de zestigduizend die gedetineerd waren geweest. ‘Geen som geld kan deze verloren jaren goedmaken,’ zei Reagan. 

De emotionele tol van wat later de ‘Japanse internering’ zou worden genoemd, is vaak onderschat, zegt Satsuki Ina, die in een van de kampen is geboren en nu als traumatherapeut werkt. ‘Het publiek beschouwt het als een herhuisvesting. De taal is zodanig verzacht dat het lijkt alsof de regering het beste met ons voorhad. Maar we werden gewoon opgepakt. Ik heb cliënten die nog altijd niet hebben verwerkt wat er in hun jeugd met ze is gebeurd,’ zegt ze.

Ann Curry is een bekende Amerikaanse journalist en televisiepresentator. Ze heeft diverse prijzen gewonnen, waaronder een onderscheiding van het Simon Wiesenthal Center.

Fotograaf Paul Kigataki jr. heeft vanaf 2005 mensen van Japanse afkomst gefotografeerd die gedurende de Tweede Wereldoorlog waren geinterneerd in Amerikaanse kampen.

Dit verhaal is ingekort. Het volledige verhaal verscheen in de oktober editie van National Geographic Magazine.

Op deze foto uit 1942 is te zien dat de eigenaars van de kruidenierszaak van de familie Masuda in Oakland (Californië) een bord op de winkel hebben gehangen om duidelijk te maken dat ze goede Amerikanen zijn. Maar anti Japanse gevoelens hadden het land in hun greep. Karen Hashimoto (midden), kleindochter van de oprichter van de winkel, was drie maanden oud toen ze naar het herhuisvestingskamp in Gila River werd gebracht. Haar neven Gerry Naruo en Ted Tanisawa werden geboren nadat de kampen waren gesloten. In de jaren tachtig viel de kruidenierszaak ten prooi aan stadsvernieuwing.
Neven en nicht Gerry Naruo, Karen Hashimoto & Ted Tanisawa – Families 40492, 40493, 40419 – Naruo geboren na sluiting van de kampen, ouders geïnterneerd in Gila River (Arizona); Hashimoto met ouders geïnterneerd in Gila River; Tanisawa geboren na sluiting van de kampen, moeder geïnterneerd in Gila River.