Geschiedenis en Cultuur

Vechten voor het waaierhoen

Over de rug van deze vogel woedt een strijd tussen natuurbescherming en economische belangen.maandag 22 oktober 2018

Door Hannah Nordhaus
Foto's Van Charlie Hamilton James
Pronkende waaierhoenders bij zonsopkomst. Ze zetten hun borst op en spreiden hun staart uit. Hun baltsplek (‘lek’) is een open plaats tussen de artemisia.
Dit verhaal verschijnt in de november 2018 editie van National Geographic magazine

Ruim voor zonsopkomst hobbelt de pick-up van Pat en Sharon O’Toole over een landweg in een met sagebrush overdekte vallei. Hier bij de Little Snake River in Wyoming leeft hun familie al vijf generaties van het vee.

Pat zet de koplampen uit en rijdt nog een stukje verder naar een open plek. In het maanlicht ontwaren we tientallen witte stipjes die op de donkere vlakte op en neer springen. De sage grouse, de waaierhoenders, zijn al de hele nacht aan het dansen.

Als het licht wordt boven de bergen in het oosten, zijn we getuige van een bizar baltsritueel. De mannetjes paraderen rond, waarbij ze hun witte borst opblazen en hun staart laten uitwaaieren. Ze zitten elkaar achterna en vechten met elkaar. Het is een kolkende zee van flapperende vleugels, zwellende borstkassen en hard gebonk. Ondertussen staan de vrouwtjes, kleinere vogels met grijze veren die naadloos overgaan in de artemisia en de bodem, er verveeld bij te kijken.

De golvende ‘zee van artemisia’ op de steppe in de westelijke staten van de VS, de enige plek waar waaierhoenders gedijen, omvat zevenhonderdduizend vierkante kilometer. Dit ooit ononderbroken gebied wordt nu doorsneden door infrastructuur als boorinstallaties en hoogspanningsleidingen, ten koste van het leefgebied van het waaierhoen.

Het waaierhoen is ‘zonder twijfel de koddigste vogel die ik ken’, schreef ornitholoog Charles Bendire in 1877. Er leefden toen nog miljoenen waaierhoenders in het Amerikaanse Westen. Zowel de inheemse Amerikanen als de Europese immigranten joegen op de vogels, om hun veren en het vlees. Nu is er nog geen 10 procent van de oorspronkelijke populatie waaierhoenders over. Er zijn er nog een half miljoen, verspreid over elf westelijke staten en twee Canadese provincies.

Waaierhoenders kunnen niet zonder artemisia. De taaie, droogtebestendige struik biedt de vogels voedsel, vooral in de winter, en beschutting, ook voor hun nest. Maar er is steeds minder artemisia. Vergaande overbegrazing een eeuw geleden maakte de weg vrij voor invasieve grassoorten, die vatbaarder zijn voor verwoestende natuurbranden. Wat ooit aaneengesloten habitat van het waaierhoen was, wordt nu doorsneden door wegen en woonwijken, hoogspanningsleidingen, boerderijen, gasvelden en windturbines.

Het behoud van de artemisia is, behalve voor het waaierhoen, crucial voor onder meer gaffelbokken, muildierherten, dwergkonijnen en holenuilen; tegelijk is het een kostenpost voor veehouders, olie­ en gasbedrijven en de onroerendgoedbranche. In 2015 wist de regering­Obama beide partijen te bewegen tot een akkoord, waarbij olie­ en gaswinning in het gebied aan banden werd gelegd. Onder Donald Trump wordt teruggekomen op die afspraken, waarmee de aloude tegenstelling tussen degenen die de natuur in de westelijke staten willen behouden en hen die er geld aan willen verdienen, in stand blijft. Het waaierhoen kan daarmee worden gezien als een graadmeter voor de bredere ontwikkelingen in het Amerikaanse Westen.

Op de Barney Ranch bij Big Piney in Wyoming verzamelen de knechten de kalveren om ze te merken. Als het waaierhoen tot bedreigde diersoort wordt verklaard, waartoe natuurbeschermingsorganisaties eerder opriepen, zou de ruimte voor ranches, olie­ en gaswinning en andere vormen van bedrijvigheid sterk worden ingeperkt.

Anno 2018 komt de achteruitgang van het waaierhoen grotendeels op het conto van de sterk toegenomen gaswinning, zoals in het stroomgebied van de Green River in Wyoming. Toen bioloog John Dahlke er in 1984 voor het eerst kwam, zag hij overal artemisia, hier en daar een afrastering, enkele tweebaanswegen en verder niet veel – afgezien dan van de grootst bekende winterpopulatie waaierhoenders. Dahlke herinnert zich hoe de vogels massaal en onbeholpen opvlogen uit de struiken: ‘De lucht was zo vol dat ze met elkaar in botsing kwamen.’

Nu wordt er in het gebied volop aardgas gewonnen, in het Jonahveld, dat wordt doorsneden door wegen. Verder zijn er overal aardgasbronnen, boorinstallaties, pijpleidingen en dienstgebouwtjes. ‘Het is verbijsterend snel gegaan’, zegt Dahlke. ‘Van absolute stilte naar een geïndustrialiseerd landschap.’

Het is een verandering waarvan juist waaierhoenders de dupe zijn, aangezien ze bijzonder trouw zijn aan het paar­ en nestgebied van hun voorzaten. Het mannetje komt elk voorjaar terug naar dezelfde ‘lek’: de open plek waar hij zijn balts uitvoert. Het wijfje bouwt haar nest normaal gesproken hooguit vijfonderd meter van de plek waar ze het voorgaande jaar hun nest had. En de kuikens gaan ook niet ver uit de buurt.

Bij Boise in Idaho steekt een brandweerman een backfire (beheerbrand) aan om een natuurbrand te stoppen. Eind 19de eeuw verdween in delen van het Westen door overbegrazing veel van de inheemse vegetatie rond artemisiastruiken. Zo werd de weg vrijgemaakt voor invasieve, brandgevoeligere soorten, die bovendien minder geschikt zijn als voedsel voor jonge hoenders.

‘Waaierhoenders zijn niet bepaald pioniers,’ zegt Dahlke. In plaats van op zoek te gaan naar een betere habitat, blijven ze stug hun paringsdans uitvoeren en hun nest bouwen te midden van bulldozers en gasfakkels. Op de korte termijn overleven de meeste vogels dat wel, zegt Dahlke, maar het aantal leks loopt terug. ‘In het Jonah Field zie je ’s winters niet meer van die enorme vluchten hoenders.’

Pas begin jaren negentig werd wetenschappers duidelijk hoe slecht het ging met het waaierhoen. In 1999 werd voor het eerst opgeroepen de vogel officieel als bedreigd aan te merken. In dat geval zou in gebieden waar veel waaierhoenderen leven (samen zeven­ honderdduizend vierkante kilometer groot, oftewel zo’n tien maal de Benelux) veel minder mogen worden geëxploiteerd. Mede onder druk van het bedrijfsleven stelde de federale overheid een besluit uit. Diverse staten besloten daarom zelf de handschoen op te pakken. In 2007 vormde Wyoming, de staat met ruim de helft van de populatie waaierhoenders én een economie die steunt op de winning van fossiele brandstoffen, een brede coalitie van veeboeren, bedrijven, natuurorganisaties, grondbeheerders en politici om de vogel te behoeden voor de ondergang.

’s Winters eten waaierhoenders van de taaie, droogtebestendige artemisia, in het voorjaar keren ze terug naar dezelfde plaats om er te baltsen en te paren. Daarbij bouwen ze hun nest op een beschutte plek onder een struik. Doordat er in de westelijke Amerikaanse staten steeds minder artemisia groeit, is de populatie waaierhoenders gedaald met naar schatting 90 procent.

De gesprekspartners kwamen overeen om in de ‘kernhabitat’ van het waaierhoen (waar het Jonahveld buiten valt, omdat de populatie daar al was gedecimeerd) de winning te beperken en ook verstoorde natuur waar mogelijk te herstellen; tegelijk mocht in andere gebieden de bodemexploitatie worden geïntensiveerd.

Het beleid van de regering­Obama was geïnspireerd op dat van Wyoming. Niemand kreeg dus volledig zijn zin. Maar zoals Ulrich zegt: ‘Het werkt aantoonbaar.’ Het bedrijfsleven kreeg de garantie dat de regering het waaierhoen niet op de lijst van bedreigde diersoorten zou zetten. Natuurbeschermers werden tevredengesteld met het aan banden leggen van de exploitatie in belangrijke leefgebieden. ‘Volgens mij is deze aanpak de toekomst van het natuurbehoud,’ aldus Brian Rutledge van de vogelbeschermingsorganisatie Audubon Society.

Maar niet iedereen was tevreden. Waar enkele natuurbeschermingsorganisaties opperden dat het waaierhoen nu niet echt werd beschermd, klaagden sommige energiebedrijven over de beperkte groeimogelijkheden. Die laatste visie wordt gedeeld door de regering­Trump. Opdat de VS voor hun energievoorziening niet te sterk afhankelijk worden van andere landen, kwam ze daarom met het voorstel een deel van de restricties op de bodemexploitatie in de kernhabitat van het waaierhoen op te heffen. Een tweede voorstel behelst het meewegen van economische belangen bij het plaatsen van een diersoort op de lijst van bedreigde soorten. Dat kan voor veel diersoorten negatieve gevolgen hebben.

Op de ranch van de O’Tooles kent de paringsdans een weinig romantisch slotakkoord. De vrouwtjes, die aan de rand van de lek rondhangen, maken uiteindelijk hun keuze. De meeste kiezen hetzelfde mannetje. Een vrouwtje keert zich om, kromt even haar vleugels, en binnen enkele seconden is het alweer gebeurd. Wanneer de zon omhoog tegen de hemel klimt, verdwijnen de vogels weer tussen de struiken.

Vroeger was er weinig aandacht voor de vogel, zegt Pat O’Toole. ‘Ze hoorden gewoon bij het landschap, net als herten.’ Hij nam deel aan de onderhandelingen en is in grote lijnen tevreden met de uitkomst. Er kwam geld vrij voor de habitat van zowel de waaierhoenders als voor zijn vee. Dit deel van zijn land telt zes leks voor waaierhoenders en herbergt talloze andere dieren: gaffelbokken, muildierherten, zeearenden en steenarenden. ‘Het systeem blijft intact,’ zegt Pat.

Een prairiehond kijkt uit naar roofdieren in het gasveld Jonah in Wyoming. Ooit leefden hier veel waaierhoenders, prairiehonden, gaffelbokken, holenuilen – dieren die afhankelijk zijn van artemisia. Als de waaierhoenhabitat intact blijft, hebben al die soorten daar baat bij.

Sommige diersoorten kunnen gedijen in een veranderende omgeving. Zo gebruiken de raven nu de olieboorinstallaties om op waaierhoenders te loeren. Maar waaierhoenders zijn niet zo flexibel. Ze zijn uitstekend bestand tegen de barre omstandigheden op de Amerikaanse steppe, maar ‘ze zijn totaal niet slim’, aldus Sharon O’Toole. Ze botsen op hekken bijvoorbeeld, en ze blijven gewoon staan midden op een drukke weg.

Net als raven is de mens in staat te leren dat we dingen anders moeten aanpakken. Daarvan is ook Rutledge van de Audubon Society overtuigd: dat wij ons gedrag, dat ons gevangenhoudt in oude conflicten en in politiek haantjesgedrag, kunnen afleren. Hij hoopt dat de samenwerking rond het waaierhoen, als die de kans krijgt, een model kan worden voor het behoud van andere soorten.

‘Iedereen zegt dat je dit niet kunt veranderen’, zegt hij. ‘Dat klopt denk ik ook wel. Maar dat vind ik nog geen reden om het niet op zijn minst te proberen.’

Dit verhaal verschijnt in de november 2018 editie van National Geographic magazine

Lees ook: De strijd om het Amerikaanse westen

Wildlifefotograaf Charlie Hamilton James vertelt dat het uit een lage hoek geschoten beeld van een waaierhoen de moeilijkste foto is die hij ooit heeft gemaakt. ‘Ik had er vijf weken, een boel koffie en een berg apparatuur voor nodig.’