Hoe de Franse koningin Marie Antoinette haar hoofd verloor

De echtgenote van Lodewijk XVI werd voor een revolutionair tribunaal geleid op last van samenzwering met de vijanden van de Franse Revolutie. Na een proces van amper twee dagen werd de ‘weduwe Capet’ veroordeeld tot de guillotine.woensdag 30 januari 2019

Door Vladimir López Alcañiz
De koningin tijdens de jacht. De etiquette vereiste dat zij in een koets moest rijden, maar de jacht te paard was Marie Antoinettes passie. Louis-Auguste Brun de Versoix, 1783
De koningin tijdens de jacht. De etiquette vereiste dat zij in een koets moest rijden, maar de jacht te paard was Marie Antoinettes passie. Louis-Auguste Brun de Versoix, 1783
fotograaf Heritage image partnership LTD/ Alamy Stock Photo
Dit artikel verscheen in National Geographic Historia editie 1, 2019.

‘Arme prinses! Ons huwelijk beloofde haar een troon; wat zal er nu van haar worden?’ Toen Lodewijk XVI vernam dat hem de guillotine wachtte, dacht hij meteen aan zijn vrouw Marie Antoinette. Hoewel de 23 jaar van hun huwelijk, waarvan achttien als vorstenpaar van Frankrijk, niet vrij waren van wederzijds onbegrip, was hun band hechter geworden sinds de revolutie in 1789.

De opstand van 10 augustus 1792, die tot de val van de monarchie leidde en tot de opsluiting van de hele koninklijke familie in de Tour du Temple, had het paar nog nader tot elkaar gebracht. De vorst wist dat zijn dood niet voldoende zou zijn voor de revolutionairen en dat zijn vrouw, Marie Antoinette van Oostenrijk, in het bijzonder gevaar liep vanwege haar enorme impopulariteit. Voor de revolutionairen hadden haar hooghartigheid, spilzucht en onmiskenbare politieke invloed op Lodewijk haar tot de verpersoonlijking van het kwaad gemaakt.

Na de dood van de koning bleef Marie Antoinette opgesloten in de Tour du Temple, samen met haar twee kinderen, Marie Thérèse en Lodewijk Karel, en de zuster van de koning, Elisabeth. Ze was in diepe, langdurige rouw gedompeld en had ‘geen enkele hoop meer in haar hart. Leven en dood maakten voor haar geen verschil meer,’ zoals haar dochter jaren later zou schrijven. Het was onduidelijk wat er met haar zou gebeuren. Tijdens het proces tegen de koning had men overwogen om haar te verbannen naar haar geboorteland Oostenrijk, of zelfs naar de Verenigde Staten, zoals de Amerikaanse revolutionair Thomas Paine had voorgesteld.

Na de executie van Lodewijk XVI leek het er een tijdlang op dat de revolutionairen de zo gehate vorstin waren vergeten. Maar eind maart 1793 veranderde de situatie door de escalatie van de Eerste Coalitieoorlog, die sinds een jaar woedde tussen het revolutionaire Frankrijk en de omringende Europese machten. Na de overwinning van het Oostenrijkse leger bij Neerwinden (gelegen halverwege Luik en Leuven), werd gevreesd voor een offensief tegen Parijs. Deze dreiging was reden om vaart te zetten achter het revolutionaire proces. Begin april werd het Comité de salut public (Comité van algemeen welzijn) opgericht, en twee maanden later werden de gematigde girondijnen tijdens een volksopstand uit de Nationale Conventie gezet. De macht kwam nu in handen van de jakobijnen, de partij van radicale democraten onder leiding van Maximilien de Robespierre.

De Oostenrijkse verraadster

In deze uiterst gespannen sfeer werd Marie Antoinette opnieuw het mikpunt van revolutionaire woede. Er werd gezegd dat de geheime contacten tussen haar en haar Oostenrijkse familie hadden geleid tot de aanval, en daarmee tot het verlies van tienduizenden Franse soldaten.

In een pamflet uit die tijd werd beweerd: ‘Al jaren worden er duizenden mannen afgeslacht omdat er in Frankrijk een verdorven vrouw leeft voor wie de damp van grote golven vergoten mensenbloed als een heerlijk parfum is.’ Net als iedere andere contrarevolutionair en verrader, moest Marie Antoinette worden berecht en veroordeeld. Op 1 augustus vroeg de afgevaardigde Betrand Barère zich in de Conventie af hoe het kwam dat Frankrijk van alle kanten werd aangevallen. ‘Is het omdat we de misdaden van de Oostenrijkse zijn vergeten? Zijn onze vijanden op het verkeerde been gezet door onze onverschilligheid jegens de familie Capet? Welnu, het is tijd dat we elke loot van het koningshuis uitroeien!’ Diezelfde dag besloot de Conventie de koningin van de Temple over te brengen naar de Conciergerie, zodat ze voortaan ter beschikking stond van het Revolutionair Tribunaal.

Marie Antoinette werd in de gevangenis van de Conciergerie geregistreerd als Antoinette Capet, gevangene nummer 280. Dit olieverfschilderij van C.L. Muller toont haar in haar kleine cel, terwijl ze wordt bekeken door een sansculotte.

Hamburger Kunsthalle.
Marie Antoinette werd in de gevangenis van de Conciergerie geregistreerd als Antoinette Capet, gevangene nummer 280. Dit olieverfschilderij van C.L. Muller toont haar in haar kleine cel, terwijl ze wordt bekeken door een sansculotte. Hamburger Kunsthalle.
fotograaf Bridgeman/Aci

In de weken daarvoor was het leven in gevangenschap steeds zwaarder geworden voor Marie Antoinette. Begin juli werd ze wreed gescheiden van haar zoontje, onder het mom dat er een complot werd gesmeed om de jongen te bevrijden en tot koning uit te roepen. Het kind werd onder de hoede van schoenmaker Antoine Simon gesteld. In de Conciergerie werd Marie Antoinette in een kleine cel opgesloten, waar ze door twee bewakers voortdurend in het oog werd gehouden. Haar toestand was des te pijnlijker doordat ze inmiddels ernstig ziek was. De tuberculose, die reeds zo veel slachtoffers had gemaakt in haar familie, kreeg nu ook haar te pakken, en verder leed ze aan bloedingen, waarschijnlijk de eerste verschijnselen van baarmoederkanker.

‘De pest voor de Fransen’

In de wetenschap dat de Conciergerie de wachtkamer voor de guillotine was, organiseerden enkele koningsgezinden verschillende pogingen de koningin te bevrijden. De bekendste was het ‘Anjercomplot’, zo genoemd vanwege de bloemen die de edelman Alexandre de Rougeville op 28 augustus aan de voeten van de koningin liet vallen toen hij haar in haar cel bezocht. Tussen de bloemblaadjes bevond zich een verborgen boodschap waarin haar bevrijding werd beloofd. Kort daarna gingen Rougeville en gevangenisfunctionaris Jean­-Baptiste Michonis terug naar de cel van Marie Antoinette om de details uit te leggen van de vlucht, die zou plaatsvinden in de nacht van 2 september. Het leek erop dat de operatie succesvol kon aflopen, maar op het laatste moment besloot de bewaker Jean Gilbert, aan wie een aanzienlijke som geld was beloofd om haar te laten ontsnappen, het plan te saboteren.

Op 3 oktober besloot de Conventie dat het proces tegen Marie Antoinette zo snel mogelijk moest beginnen. Op 12 oktober werd ze midden in de nacht gewekt en voor de president van het Revolutionair Tribunaal geleid, Armand Martial Herman, en voor openbaar aanklager Antoine Fouquier­-Tinville. Na afloop van haar ondervraging werden haar twee advocaten toegewezen, Chauveau­-Lagarde en Tronson du Coudray, die slechts één dag kregen om haar zaak voor te bereiden.

Op 14 oktober verscheen de koningin voor het tribunaal. Ze moest plaatsnemen op een verhoging in het midden van de zaal, tegenover de president, de openbaar aanklager en de twaalf leden van de jury. In een verslag beschreef een haar vijandig gezinde ooggetuige dat ‘Antoinette weliswaar de kalmte van een onschuldige voorwendde, maar dat haar blik arrogant was in plaats van rustig. Ze liet haar ogen over de toehoorders dwalen en scheen verbaasd over de doodse stilte van het volk.’ Fouquier­-Tinville las de aanklacht voor, waarin ze ervan werd beschuldigd Lodewijk XVI te hebben aangezet Frankrijk te ontvluchten (de jammerlijk mislukte vlucht naar Varennes in juli 1791). Daarnaast zou ze hebben samengezworen met vijanden van Frankrijk en geld uit de staatskas hebben verspild. Fouquier concludeerde: ‘Uit alle processtukken die de openbaar aanklager heeft overlegd, is af te leiden dat Marie Antoinette, weduwe van Lodewijk Capet, op dezelfde wijze als de Messalina’s, Brunhildes, Fredegondes en Medici’s, die ooit koninginnen van Frankrijk werden genoemd, en wier voor eeuwig gehate namen niet uit de annalen van de geschiedenis kunnen worden gewist, sinds haar aankomst in Frankrijk een vloek en een bloedzuiger is geweest voor het Franse volk.’

Ter dood veroordeeld

Maar liefst veertig getuigen legden, verdeeld over vier sessies die in twee dagen werden gehouden, een verklaring af. Het waren ministers, bedienden en gendarmes die direct met de koningin te maken hadden gehad en daarom getuige zouden zijn geweest van Antoinettes misdaden. Geen van hen kon echter bewijsmateriaal van deze feiten overleggen, en hun verklaringen waren niet meer dan aangehaalde geruchten of vage beschuldigingen die beïnvloed waren door de heersende propaganda. Zo beschuldigde een zekere Roussillon, ‘chirurgijn en artillerist’, haar ervan ‘de aanstichtster te zijn van de bloedbaden die op verschillende plaatsen in Frankrijk hebben plaatsgevonden (...) en mede schuldig te zijn aan het feit dat Frankrijk aan de rand van de afgrond staat.’

Op 5 oktober 1789 bestormde het volk van Parijs het paleis van Versailles (hier is het marmeren voorplein te zien). De koninklijke familie werd meegevoerd naar de hoofdstad, waar ze werd ondergebracht in de Tuilerieën.
Op 5 oktober 1789 bestormde het volk van Parijs het paleis van Versailles (hier is het marmeren voorplein te zien). De koninklijke familie werd meegevoerd naar de hoofdstad, waar ze werd ondergebracht in de Tuilerieën.
fotograaf Stéphanie Lemaire/ GTRES

Toen tribunaalpresident Herman Marie Antoinette aan het eind van de laatste zitting vroeg of ze nog iets wilde toevoegen aan haar verdediging, antwoordde ze: ‘Gisteren wist ik niet wie de getuigen zouden zijn en ik wist niet wat ze zouden gaan zeggen. Welnu, niemand heeft iets positiefs over mij te berde gebracht. Het enige wat ik nog wil zeggen, is dat ik slechts de vrouw van Lodewijk XVI was en ik me aan zijn eisen diende aan te passen.’ Daarop herhaalde Fouquier­-Tinville de aanklacht, waarna de advocaten ter verdediging een pleidooi improviseerden waarin ze de leden van de jury probeerden te overtuigen van het gebrek aan bewijs voor de vermeende misdaden van Marie Antoinette: ‘De beklaagde heeft het ongeluk gehad koningin te zijn geweest, en alleen dat al maakt haar in de ogen van de republikeinen verdacht,’ aldus Chauveau­-Lagarde. (...) Burgers, ik vraag u deze vooroordelen terzijde te schuiven en u te beperken tot de akten van beschuldiging die u zijn voorgelegd.’ De woorden van de advocaten die ‘in absolute stilte’ door het publiek werden aangehoord, moeten behoorlijk wat opschudding hebben veroorzaakt, want de openbaar aanklager gaf bevel hen ter plekke te arresteren.

Vervolgens werd de beklaagde naar een apart kamertje gebracht, waarna de president van het tribunaal de jury toesprak. Daarbij herhaalde hij nog eens alle beschuldigingen en benadrukte hij dat het niet het moment was om belang te hechten aan bewijsmateriaal, noch om toe te geven aan het sentiment van ‘medemenselijkheid’; de getuigenis van duizenden revolutionairen en de soldaten die de afgelopen vijf jaar waren gesneuveld ‘door de duivelse intriges’ van Marie Antoinette, was voldoende. Na deze bevooroordeelde instructie trokken de juryleden zich gedurende een uur terug om zich te beraden over het lot van de aangeklaagde. Bij terugkomst verklaarden ze de koningin schuldig aan samenspanning met de vijand en samenzwering tegen de Republiek.

Toen de koningin opnieuw de zaal was binnengebracht, eiste aanklager Fouquier­-Tinville de doodstraf, waarna de president het vonnis uitsprak: ‘Na de unanieme verklaring van de jury en gehoor gevend aan de eis van de openbaar aanklager, in overeenstemming met de door hem aangehaalde wetten, veroordeelt het tribunaal eerdergenoemde Marie Antoinette, geboren van Habsburg­-Lotharingen, weduwe van Lodewijk Capet, tot de doodstraf.’ Het vonnis zou voltrokken worden op de Place de la Révolution (tegenwoordig Place de la Concorde).

Op weg naar het schavot

Om vier uur ’s ochtends mocht Marie Antoinette de rechtszaal verlaten en terugkeren naar haar cel. Voor het eerst in maanden kreeg ze pen en papier tot haar beschikking, waarvan ze gebruikmaakte door een laatste brief te schrijven aan haar schoonzus Elisabeth van Frankrijk: ‘Ik ben zojuist ter dood veroordeeld, niet tot een schandelijke dood, die slechts misdadigers ten deel kan vallen, maar opdat ik weer verenigd zal worden met je broer. Net als hij ben ik onschuldig.’ In haar brief, die Elisabeth nooit zou ontvangen, vroeg Marie Antoinette haar voor haar kinderen te zorgen, om af te sluiten met de woorden: ‘Ik vraag vergiffenis aan alle mensen die ik ken.’ En: ‘Ik vergeef mijn vijanden het kwaad dat ze me hebben aangedaan.’ De brief werd later teruggevonden tussen de papieren van Robespierre.

De beul loopt rond met het hoofd van Marie Antoinette. Volgens een politieagent gooiden veel mensen na de executie van Marie Antoinette hun hoed in de lucht, ‘en alle toeschouwers applaudisseerden bij het zien van haar hoofd.’ Iemand anders meldt evenwel dat ‘het merendeel van de mensen om mij heen bezorgd is dat de vijand represailles zal nemen tegen de Franse gevangenen.’ Volgens weer anderen ‘was het beter geweest haar eerst naar de guillotine te brengen en Lodewijk Capet te laten leven; zij is degene die al het kwaad heeft gedaan.’
De beul loopt rond met het hoofd van Marie Antoinette. Volgens een politieagent gooiden veel mensen na de executie van Marie Antoinette hun hoed in de lucht, ‘en alle toeschouwers applaudisseerden bij het zien van haar hoofd.’ Iemand anders meldt evenwel dat ‘het merendeel van de mensen om mij heen bezorgd is dat de vijand represailles zal nemen tegen de Franse gevangenen.’ Volgens weer anderen ‘was het beter geweest haar eerst naar de guillotine te brengen en Lodewijk Capet te laten leven; zij is degene die al het kwaad heeft gedaan.’
fotograaf Bridgeman/Aci

De ochtend van woensdag 16 oktober 1793 was mild, met een lichte nevel. In een eenvoudige witte jurk, het haar kortgeknipt en de handen vastgebonden, verliet Marie Antoinette tegen elf uur ’s ochtends de Conciergerie. Heel Parijs was op de been om de stoet te zien. De mensen die zich verdrongen op de balkons en op de daken joelden en schreeuwden beledigingen naar de koningin, die de verpersoonlijking van het kwaad was geworden. Volgens een ooggetuige liet zij kalm haar blik glijden over de enorme menigte die ‘leve de Republiek’ schreeuwde. Er was slechts één moment dat ze haar emoties toonde, bij het zien van het paleis van de Tuilerieën. Maar toen ze bij het schavot kwam, hernam ze zich en herwon ze haar kalmte. De executie werd door een getuige zo beschreven: ‘Om kwart over twee precies viel haar hoofd en de beul toonde het aan het volk, dat uitbarstte in gejuich: ‘Leve de Republiek, leve de vrijheid!’

Dit artikel verscheen in National Geographic Historia editie 1, 2019.

Lees ook: De Synode van Dordrecht: een historisch keerpunt

Lees ook: Raadsels rond een meesterwerk: wat weten we over de Mona Lisa?

Lees meer