‘Top Secret’-kaarten onthullen de logistiek achter D-Day

Op 6 juni 1944 zetten de geallieerden bij het krieken van de dag in het westen van Frankrijk een enorme operatie in gang waaraan intensieve voorbereidingen vooraf waren gegaan: ‘Operation Overlord’, de invasie waarmee nazi-Duitsland bedwongen moest worden

Monday, April 20, 2020,
Door Neil Kagan, Stephen Hyslop
Na maanden van voorbereidingen onder de meest strikte geheimhouding waden Amerikaanse soldaten op 6 juni 1944 ...

Na maanden van voorbereidingen onder de meest strikte geheimhouding waden Amerikaanse soldaten op 6 juni 1944 vanuit hun landingsvaartuigen richting Omaha Beach in Normandië: D-Day.

Foto van Granger/Album

In het kader van 75 jaar bevrijding staat National Geographic van 2 mei t/m 9 mei in het teken van WOII Week met een speciale programmering. Kijk op 4 mei vanaf 22:00 naar specials over D-day.

De invasie van de geallieerden begon op 6 juni 1944 – D-Day – na ruim een jaar van intensieve planning.

De Duitse veldmaarschalk Erwin Rommel inspecteert, in 1943 of 1944, de versterkingen van de Duitse ‘Atlantikwall’ langs de westkust van Frankrijk.

Foto van AFP/Getty Images

Op dit schilderij van Frank O. Salisbury wijst de Britse veldmaarschalk B. L. Montgomery in de richting Normandië. 

Foto van Granger/Album

Nadat de Geallieerden in de loop van 1943 de overhand in de strijd in de Atlantische Oceaan hadden gekregen, lag de weg vrij voor de opbouw van grote aantallen troepen en kolossale hoeveelheden materieel in het zuiden van Groot-Brittannië. Tussen januari en juni 1944 werden 800.000 manschappen en negen miljoen ton materieel vanuit de VS over de Atlantische Oceaan verscheept om de invasie, onder de codenaam ‘Operation Overlord’, voor te bereiden.

Intussen maakten geallieerde gevechtspiloten gebruik van hun overmacht in het luchtruim, die ze met veel opofferingen op de aangeslagen Duitse Luftwaffe hadden veroverd, om spoorlijnen en bruggen in Normandië te bestoken, wat de Duitsers verhinderde om snel versterkingen naar het beoogde invasiegebied te sturen. De twee opperbevelhebbers van Overlord, de Amerikaanse generaal Dwight D. Eisenhower en de Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery, hadden in Noord-Afrika en Italië veel ervaring opgedaan in de strijd tegen hun aloude Duitse rivaal Erwin Rommel, die nu opdracht kreeg om de Duitse kustverdediging in het westen van Frankrijk te versterken terwijl het grootste deel van het Duitse leger aan het Oostfront werd vastgepind in de strijd tegen het zich herstellende Sovjetleger.

Een ‘Top Secret’-map van het type dat door de geallieerde planners van Operation Overlord werd gebruikt.

Foto van Kenneth W. Rendell, International Museum of World War II

Morgan en zijn staf kozen in plaats daarvan voor een landing op de kust van Normandië, een gebied dat verder naar het zuidwesten lag maar minder zwaar was versterkt. Hun oorspronkelijke plan, dat in de grootste geheimhouding werd opgesteld, omvatte een D-Day-landing van drie divisies op een smalle kuststrook. Maar toen Eisenhower en Montgomery begin 1944 in Londen arriveerden, respectievelijk als opperbevelhebber van de geallieerde invasiemacht voor Normandië en bevelhebber van de gezamenlijke grondtroepen, pasten zij het invasieplan met het oog op de amfibielandingen in het zuiden van Italië aan.

Op D-Day zouden nu vijf divisies op een breder kustfront landen, ondersteund door drie luchtlandingsdivisies en gevolgd door de aanvoer van grote aantallen manschappen en enorme hoeveelheden materieel. De toewijzing van vrijwel alle beschikbare landingsvaartuigen en veel ander materieel voor de invasie in Normandië betekende dat een tweede landing op de Zuid-Franse kust, die tegelijkertijd met Overlord moest plaatsvinden om te verhinderen dat Duitse troepen in Zuid-Europa naar Normandië verplaatst zouden worden, nu pas enkele maanden na een eventueel eerste succes van Overlord kon beginnen.

De ‘Atlantikwall’, de Duitse verdedigingslinie langs de westkust van Europa, omvatte twee sectoren die voldeden aan de vereisten van een omvangrijke geallieerde invasie: ze waren toegankelijk voor landingsvaartuigen, tanks en andere gemotoriseerde eenheden, en ze lagen noch te ver van Britse havens noch van Berlijn, het uiteindelijke doel van de aanval. De toegankelijke stranden rond Calais lagen een kleine vijftig kilometer van Dover en ruim driehonderd kilometer van de Duitse grens, maar dat was ook de reden waarom ze zwaar waren versterkt. De andere veelbelovende landingsplek, tussen de zwaarbewaakte havens van Le Havre en Cherbourg in Normandië, lag weliswaar verder van Duitsland maar werd gekozen omdat de stranden daar minder zwaar waren versterkt.

Foto van Map by NG Maps

Duitse kustverdediging

De Duitse bevelhebbers wisten van de potentiële dreiging in Normandië. Rommel, bevelhebber van de Heeresgruppe B onder veldmaarschalk Gerd von Rundstedt, de Duitse opperbevelhebber in het Westen, versterkte de Normandische stranden met mijnen en ook met obstakels die eventuele landingsvaartuigen zou dwingen om hun troepen bij laagtij aan land te zetten, waardoor ze veel kwetsbaarder waren voor vijandelijk vuur. Rommel wilde dat potentiële landingsstranden in het gebied bewaakt zouden worden door pantserdivisies, zodat de geallieerde invasiemacht geen kans zou krijgen om een bruggenhoofd te vestigen en zich verder te versterken. “Alles wat we hebben, moet naar de kust,” drong hij aan.

Rommel (voorste rij, derde van links) inspecteert in april 1944 een strand bij Calais. Hij gaf bevel om de obstakels die daar waren opgeworpen, ook op de stranden van Normandië aan te leggen. Zijn verzoek om de Normandische kust met meerdere pantserdivisies te verdedigen om een eventuele invasie het hoofd te bieden, werd afgewezen.

Foto van Prisma by Dukas Presseagentur GMBH/Alamy Stock Photo

Maar Von Rundstedt was het niet met hem eens, en Hitler besloot om Duitse troepen onder zijn eigen bevel in reserve te houden totdat de invasie zou plaatsvinden. Vóór die tijd zou de Normandische kust door slechts één pantserdivisie worden bewaakt.

Uiteindelijk beschouwde Hitler een mogelijke landing in Normandië als een afleidingsmanoeuvre van de geallieerden, die volgens hem in het Nauw van Calais zouden landen. Hitlers onjuiste inschatting was mede te danken aan een omvangrijke en vernuftige misleidingscampagne genaamd ‘Operation Bodyguard’. Het plan behelsde onder meer het stationeren van nepdivisies en het opstellen van valse berichten die door Duitse spionnen onder Britse controle naar Berlijn werden gestuurd.

D-Day nadert

De invasie van Normandië werd voorafgegaan door gewaagde verkenningen ter zee en in de lucht, die gedetailleerde kaarten opleverden van de vijf landingsstranden, met de codenamen ‘Gold’, ‘Juno’, ‘Sword’, ‘Utah’ en ‘Omaha’.

Omaha Beach, de grootste landingszone op D-Day, was op zijn beurt verdeeld in sectoren met de codenamen ‘Charlie’, ‘Dog’ (onderverdeeld in de secties ‘Groen’, ‘Wit’ en ‘Rood’), ‘Easy’ en ‘Fox’ (beide onderverdeeld in ‘Groen’ en ‘Rood’).

Vaandrig Joseph Vaghi, de militaire strandmeester van Omaha Beach, had deze ‘Top Secret’-kaart bij zich waarmee hij de aanvoer van troepen en materieel in zijn sector kon coördineren.

Foto van Collection of Joe Vaghi

Wegens het slechte weer was Eisenhower gedwongen de invasie uit te stellen tot de zesde juni. Er gingen twee weken voorbij voordat de maanstand en het getij gunstig genoeg waren om nog vóór het aanbreken van de dag luchtlandingstroepen verder landinwaarts af te werpen en om troepen op de stranden af te zetten.

Het besluit om de operatie op de zesde juni te beginnen, gedurende een venster van rustig weer in het midden van een stormfront, overviel de Duitse bevelhebbers. Maar sommige geallieerde landingsvaartuigen en amfibietanks zonken door de zware golfslag, terwijl veel manschappen in de landingsvaartuigen last van zeeziekte hadden. Misselijkheid en angst vochten om voorrang toen ze onder zwaar vuur hun landingsvaartuigen verlieten. “Veel mannen werden al in het water geraakt en verdronken,” herinnert zich sergeant Bob Slaughter van het Amerikaanse 29e Infanterieregiment. “Er dreven dode mannen in het water, en ook levende mannen die zich dood hielden en zich door het getij aan land lieten spoelen.”

Samen met de eerste golf aanvalstroepen bestormde ook oorlogsfotograaf Robert Capa Omaha Beach, waar ze onder zwaar vijandelijk vuur kwamen te liggen. Capa maakte enkele van de beroemdste en meest schrijnende foto’s van D-Day.

Foto van Robert Capa International Center of Photography/Magnum Photos/Contacto

Die dag werden bijna drieduizend Amerikanen op Omaha Beach gedood of gewond, de meesten in de eerste paar uur. Terwijl de vijandelijke kustafweer op de hoge klippen stukje bij beetje tot zwijgen werd gebracht door artillerievuur vanaf geallieerde oorlogsschepen, rukten soldaten via kloven verder landinwaarts op, richting Colleville-sur-Mer. De Amerikanen die op Utah Beach landden, stuitten op weinig verzet, terwijl Britse en Canadese troepen vanaf hun landingsstranden meerdere kilometers landinwaarts konden oprukken en een aanval van de Duitse 21e Pantserdivisie in de namiddag afsloegen

Deze kaart van Utah Beach is gebaseerd op luchtfoto’s en werd gebruikt om de landingen op dat strand te plannen.

Foto van Map by Library of Congress, CT002437A

Toen Rommel die nacht naar Normandië terugkeerde – hij had de verjaardag van zijn vrouw gevierd, overtuigd als hij was dat een invasie wegens de storm was uitgesloten – bleek zijn grootste nachtmerrie bewaarheid te zijn geworden. Hij had een mede-officier op het hart gedrukt dat de geallieerden alleen op en in zee tegengehouden konden worden. Nu waren er bijna 160.000 geallieerde troepen aan land gezet.

Uitbreiding van het bruggenhoofd

De dag na D-Day moesten de geallieerden nog meer troepen en grote hoeveelheden materieel in Normandië aan land brengen, zonder dat ze de beschikking hadden over diepzeehavens. De Duitsers gingen ervan uit dat hun vijanden zo’n haven nodig zouden hebben, wat het geallieerde plan om de landing in Normandië als een afleidingsmanoeuvre voor te stellen des te geloofwaardiger maakte: de geallieerden deden alsof ze eigenlijk uit waren op de verovering van een diepzeehaven als Calais.

Toen het Duitse Vijftiende Leger rond Calais gestationeerd bleef om de stad tegen die voorspelde aanval te verdedigen, konden de geallieerden hun bruggenhoofd in Normandië verder uitbouwen door vlak onder de kust kunstmatige havens (‘Mulberry’s’) aan te leggen. Daarbij gebruikten ze kant-en-klare pontons die in havens in het zuiden van Groot-Brittannië gereed hadden gelegen en nu over het Kanaal werden gesleept.

Half juni was ‘Mulberry A’, voor Omaha Beach, voltooid en via een pontonbrug met het vasteland verbonden. Maar een paar dagen later werd de drijvende haven verwoest tijdens een van de zwaarste stormen die Normandië dat seizoen trof. ‘Mulberry B’, die voor Gold Beach bij Arromanches lag, doorstond de storm. Dankzij deze kunstmatige haven hadden de geallieerden hun troepensterkte in Normandië begin juli tot één miljoen manschappen uitgebouwd.

Op 8 juni 1944 worden tanks en trucks vanuit landingsvaartuigen afgezet op Omaha Beach, dat onder sperballonnen ligt. Met de zware metalen kabels waarmee de ballonnen waren verankerd, werden laagvliegende jachtbommenwerpers op afstand gehouden.

Foto van U.S. National Archives

Versterking van de troepen die op D-Day waren geland, was van vitaal belang omdat de uitbreiding van het bruggenhoofd nog zwaarder bleek dan de eerste gevechten op 6 juni. Verder landinwaarts wachtte de verraderlijke bocage, een type cultuurlandschap dat bestond uit vlakke akkers die werden omringd door dichte heggen, waarachter Duitse scherpschutters, machinegeweernesten en anti-tankeenheden lagen verscholen. Pas op 27 juni konden Amerikaanse troepen de diepzeehaven Cherbourg innemen, zij het dat de haven pas later dat jaar in gebruik kon worden genomen omdat Duitse genietroepen de infrastructuur hadden opgeblazen.

Een andere belangrijke doelstelling, het zwaar versterkte Caen, werd op D-Day niet ingenomen, zoals Montgomery had gepland, en werd ook daarna hardnekkig verdedigd. Op 13 juni probeerde de Britse 7e Pantserdivisie Caen via een omtrekkende beweging te bereiken maar werd bij Villers-Bocage door eenheden van de 1e en 2e SS-Pantserdivisies teruggeslagen.

Op 6 juli werd Caen zwaar bestookt door geallieerde bommenwerpers, waarbij maar weinig Duitse soldaten maar des te meer Franse burgers omkwamen. De Duitsers verschansten zich ten zuiden van de stad en bleven zich verbeten verdedigen tegen herhaalde aanvallen van Montgomery. Hoewel hij de Duitse linies niet kon doorbreken, hielden zijn troepen meerdere Duitse pantserdivisies vastgepind, wat Amerikaanse troepen in de gelegenheid stelde zich voor te bereiden op ‘Operatie Cobra’, bedoeld om vanuit Saint-Lô, ten westen van Caen, uit hun bruggenhoofd uit te breken.

Begin van het einde

Hoewel de landingen op D-Day minder doden, gewonden en vermisten kostten dan de geallieerden hadden gevreesd, moesten vooral de Amerikaanse troepen die op Omaha Beach landden een vreselijke prijs betalen voordat ze de sector konden veiligstellen. Naarmate de geallieerden verder landinwaarts oprukten en op felle weerstand stuitten, steeg het aantal gewonden. Pas eind juli wisten ze vanuit hun omsingelde bruggenhoofd door te stoten, daarbij geholpen door verwoestende luchtaanvallen waarbij grote gaten in de Duitse linies werden geslagen. Door die verzwakte punten konden de geallieerde pantserdivisies eindelijk oprukken, waaronder de tanks van het Amerikaanse Derde Leger onder bevel van generaal Patton. Op 15 augustus vond een tweede geallieerde landing, onder de codenaam ‘Operation Dragoon’, plaats op de Zuid-Franse kust. Het Franse verzet nam de wapenen op en sommige strijdgroepen begonnen al aan de herovering van Parijs nog voordat de geallieerde troepen de stad eind augustus innamen.

Het offensief in Frankrijk en de Lage Landen viel samen met de grootschalige opmars van het Rode Leger, dat via het door Duitsland bezette Polen al snel het eigenlijke Duitsland bereikte en Oost-Pruisen binnenviel. Hitler weigerde zijn nederlaag te erkennen en lanceerde eind 1944 een wanhoopsoffensief tegen de westelijke geallieerden, wier opmars wegens gebrekkige aanvoerlijnen tijdelijk tot stilstand was gekomen toen ze op de formidabele Westwall (de Siegfriedlinie) langs de Duitse grens stuitten.

Het Duitse Ardennenoffensief leidde tot de ‘Battle of the Bulge’ (genoemd naar de westwaarts gerichte uitstulping – bulge– in het Westfront die de Duitsers op de geallieerden heroverden), maar in januari 1945 was ook deze strijd in het voordeel van de geallieerden beslecht. Het offensief had de geallieerde opmars naar de Rijn tot maart vertraagd, terwijl de wraakzuchtige Sovjettroepen Berlijn bijna hadden bereikt. “Mogelijk zullen we worden vernietigd,” had Hitler eerder opgemerkt, “maar als dat gebeurt, zullen we de rest van de wereld met ons meesleuren – een wereld in vlammen.” Op 30 april 1945, terwijl Berlijn brandde en op het punt stond in Sovjethanden te vallen, pleegde Hitler zelfmoord. Een week later gaf Duitsland zich onvoorwaardelijk over.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com en is een fragment uit het boek Atlas of World War II, gepubliceerd door National Geographic Books (2018). 

Neil Kagan en Stephen G. Hyslop hebben samen talloze boeken over geschiedenis geschreven, waaronder Eyewitness to the Civil War, Atlas of the Civil WarEyewitness to World War II en The Secret History of World War II.

LEES VERDER

WOII Week bij National Geographic

De tv-zender staat 2 mei t/m 9 mei in het teken van War Week met een speciale programmering met als absoluut hoogtepunt de première van Nazi Treasure Hunters op 9 mei. Bekijk hieronder de hele programmering:

De vergeten ‘wolfskinderen’ van de Tweede Wereldoorlog

Na het einde van het verwoestende conflict moesten kinderen in Oost-Pruisen onder zware omstandigheden zien te overleven.

Hoe een coldcaseteam onderzoek doet naar de verrader van Anne Frank

Meer dan 75 jaar na haar arrestatie wordt nog steeds onderzoek gedaan naar de vraag hoe het kwam dat de nazi's de Nederlandse tiener en haar familieleden ontdekten.
Lees meer