Het verhaal van Nieuw-Frankrijk, de bakermat van Canada

In de zestiende eeuw begonnen Franse pelsjagers en aanstaande bruiden hun geluk in de Amerikaanse koloniën te zoeken, wat tot voortdurende conflicten met de inheemse stammen leidde.

Monday, August 3, 2020,
Door Erin Blakemore
In 1534 begon Jacques Cartier aan de eerste van zijn drie expedities door een gebied dat ...

In 1534 begon Jacques Cartier aan de eerste van zijn drie expedities door een gebied dat gedurende anderhalve eeuw bekend zou staan als Nieuw-Frankrijk. Hoewel zijn pogingen om een nederzetting te stichten uitliepen op een mislukking, was Cartier – hier afgebeeld bij de plaatsing van een kruis in het dorp Stadacona, op de plek van huidige stad Quebec – de eerste die het gebied rond de rivier de Saint-Laurent (Saint Lawrence) accuraat in kaart bracht.

Foto van DEAGOSTINI, GETTY

Frankrijk had de Nieuwe Wereld al jarenlang in het vizier voordat het na meerdere pogingen eindelijk lukte om er een levensvatbare nederzetting te stichten. Van de zestiende tot de achttiende eeuw veranderden Franse avonturiers stukje bij beetje een woest en vruchtbaar gebied in een invloedrijke overzeese kolonie. ‘Nieuw-Frankrijk’, zoals het territorium werd genoemd, bestond uit vijf afzonderlijke koloniën die tezamen een reusachtig stuk Noord-Amerika omvatten en zich uitstrekten van de Hudson-baai in het hoge noorden tot de Golf van Mexico in het diepe zuiden. Dit was een land van pelsjagers, aanstaande bruiden die door de Franse overheid naar het gebied werden gestuurd en soldaten – en van de inheemse indianen die hier al duizenden jaren woonden.

De onderling verweven levens van de mensen die eind zeventiende eeuw in Nieuw-Frankrijk leefden, worden geschetst in de achtdelige miniserie van National Geographic, Barkskins, gebaseerd op de succesvolle gelijknamige roman van Annie Proulx. De serie handelt over een mysterieuze slachtpartij die een oorlog in de regio dreigt uit te lokken en de spanningen en complexe verhoudingen in de Noord-Amerikaanse koloniën van Frankrijk aan het licht brengt.

Hoe zag het leven in Nieuw-Frankrijk eruit? Historici hebben een beeld van de geschiedenis en cultuur van dit gebied gekregen door zich te richten op de dichtstbevolkte en economisch belangrijkste kolonie: Canada. Frans-Canada bestond slechts tussen 1608 en 1763, maar vestigde een eigen taal, cultuur en geschiedenis die in het moderne Canada nog altijd een grote rol spelen.

De wieg van Nieuw-Frankrijk

In 1534 begon Jacques Cartier aan de eerste van zijn drie ontdekkingsreizen door en rond de Saint-Lawrencebaai. Maar Cartiers kortdurende pogingen om een nederzetting in het gebied te stichten, eindigden in een mislukking. En nadat hij in conflict kwam met plaatselijke Irokese stammen en er niet in slaagde de natuurlijke rijkdommen van het gebied te exploiteren, keerde hij terug naar Frankrijk.

In de Franse kolonie Canada stichtte Samuel de Champlain de stad Québec.

Foto van Art Collection 2, Alamy

Het zou een halve eeuw duren voordat Frankrijk het opnieuw probeerde. In 1604 vestigden Franse kolonisten de nederzetting Acadia in het gebied rond de Saint-Lawrencebaai. Vier jaar later stichtte de ontdekkingsreiziger Samuel de Champlain verder landinwaarts Québec, die tot de grootste stad van Frans-Canada zou uitgroeien.

De Franse koning plaatste Nieuw-Frankrijk onder bestuur van handelsmaatschappijen en trok kolonisten aan door vergunningen uit te geven voor de exploitatie van de enorme natuurlijke rijkdommen van het gebied. De meest winstgevende activiteit was de jacht op de populatie wilde dieren in de regio. 

De Champlain wilde een lucratieve pelshandel in Canada opbouwen, maar aanvankelijk leed de kolonie een armetierig bestaan als gevolg van een gebrek aan kolonisten, de grote moeite die gedaan moest worden om de door De Champlain geroemde schatten van het gebied te bereiken en conflicten met de Irokezen.

Begintijd van de kolonie

Het leven in Frans-Canada was een uitdaging. Franse kolonisten werden geconfronteerd met barre winters en onbegaanbare gebieden. Canada was grotendeels afhankelijk van de landbouw en de pelsjacht, wat de kolonisten in conflict bracht met de stammen wier land ze voor Frankrijk hadden opgeëist.

 

Het Haudenosaunee-volk, beter bekend als de Irokezen, leefde al duizenden jaren in de regio die nu Canada is, waar ze talloze complexe gemeenschappen en handelsroutes hadden gevestigd. Tegen de tijd dat de Europese kolonisten in 1608 arriveerden, hadden vijf Irokese stammen – de Seneca, Oneida, Mohawk, Cayuga en Onondaga – zich aaneengesloten tot de ‘Five Nations’ ofwel de Irokese Liga. Naarmate er meer en meer Europese landverhuizers arriveerden, ontstond er een steeds grotere wederzijdse afhankelijkheid tussen Irokezen en kolonisten.

De inheemse stammen wisten hoe ze bevers en andere dieren met vallen konden strikken (‘trappen’) en daarna villen, zodat ze het kostbare bont konden leveren voor de populaire bevermuts en andere producten. Ze ruilden hun pelzen met de Europese kolonisten voor goederen als geweren, textiel en metaal. Ook hielpen ze de Fransen om hun weg te vinden door het uitgestrekte labyrint van waterwegen en wouden. Aanvankelijk waren het indiaanse ‘trappers’ die vrijwel alle pelzen uit de kolonie verzamelden, bewerkten en vervoerden.

De pelshandel kwam zowel de Fransen als hun indiaanse handelspartners ten goede, maar het wakkerde ook aloude rivaliteiten aan, die tientallen jaren lang tot conflicten, schermutselingen en soms regelrechte oorlogen leidden. De pelshandel betekende een ingrijpende verandering van het landschap, de economie en de traditionele levenswijzen van de indiaanse volken.

Spanningen en geweld

De Irokezen en andere indiaanse volken deelden hun jachtgebied traditioneel met leden van hun eigen stam en hun bondgenoten. Ook doodden ze niet meer dieren dan ze nodig hadden. Ze hadden respect voor het landschap en de dieren, die een belangrijke rol speelden in hun spirituele wereldbeeld. Maar de koloniale vraag naar pelzen was veel groter dan de hoeveelheden die door groepjes indiaanse jagers konden worden geleverd. Als reactie op die enorme vraag begonnen indiaanse stammen steeds meer te jagen, waarbij ze veel grotere afstanden aflegden dan gebruikelijk was. Ook werd er nu meer gejaagd door afzonderlijke indiaanse trappers, in plaats van in groepsverband.

Naarmate de populatie bevers en herten door de intensieve jacht op Irokees grondgebied steeds verder slonk, probeerden de Vijf Nations steeds meer territorium voor de jacht onder hun controle te krijgen. In de jaren dertig en veertig van de zeventiende eeuw begonnen ze inheemse rivalen en diens bondgenoten (waaronder soms ook Franse kolonisten) aan te vallen.

Samuel de Champlain, de stichter van Quebec, wordt gezien als ‘de vader van Nieuw-Frankrijk’. Maar door aanspraak op dit land te maken en er nederzettingen te bouwen wakkerden de Fransen spanningen en conflicten aan met de inheemse indianen die hier al duizenden jaren woonden.

Foto van Kean Collection, Getty

De Irokezen waren niet alleen uit op nieuw jachtgebied. Ze geloofden ook dat verwanten die door toedoen van rivalen waren gedood of waren bezweken aan dodelijke ziekten die door de kolonisten waren meegebracht, moesten worden vervangen door gevangen genomen leden van andere stammen en dat de doden door middel van strafexpedities gewroken en geëerd moesten worden. Dit leidde tot een hele reeks guerrilla-achtige aanvallen die door historici als ‘rouwoorlogen’ worden aangeduid omdat ze werden uitgelokt door de diepe rouw die het verlies van stamleden bij de Irokezen teweegbracht.

Deze tragische combinatie leidde volgens historicus Daniel Richter tot een gevaarlijke vicieuze cirkel: “De epidemieën leidden tot steeds dodelijker ‘rouwoorlogen’, die nu ook met vuurwapens werden uitgevochten; door de grote vraag naar geweren werd de vraag naar pelzen veel groter, want pelzen konden tegen vuurwapens worden geruild; de grote vraag naar pelzen leidde weer tot conflicten met andere volkeren; en de doden die daarbij vielen, moesten worden geëerd door middel van ‘rouwoorlogen.”

De kolonisten in Nieuw-Frankrijk werden zwaar getroffen door de Irokese aanvallen. Afgelegen nederzettingen en boerenhoeves werden soms vanuit het niets bestormd door Irokezen op oorlogspad, waarbij de bewoners werden afgeslacht of soms gevangen werden genomen. Duizenden kilometers verderop besloot de Franse kroon dat de investeringen in Nieuw-Frankrijk niet het gewenste resultaat opleverden en greep verder niet in om de kolonisten te beschermen. Overal waar de kolonisten zich probeerden te verdedigen, stortte de handel in.

“Een vrouw leeft in de voortdurende angst dat haar echtgenoot die ’s ochtends naar zijn werk is vertrokken, zal worden gedood of gevangengenomen en dat zij hem niet zal weerzien,” schreef Pierre Boucher, die de kleine nederzetting Trois-Rivières bestuurde. Boucher zette een succesvolle verdedigingsstrategie voor Trois-Rivières op, waarbij hij in 1653 een negendaags beleg wist af te slaan en uiteindelijk vrede met de aanvallers wist te sluiten.

Elders slaagden de Irokezen erin de meeste van hun rivalen te overweldigen. Ook veel van hun aanvallen op Franse nederzettingen waren succesvol; in de jaren zestig van de zeventiende eeuw hadden ze de controle over vrijwel het gehele platteland van Nieuw-Frankrijk.

Koning Lodewijk XIV grijpt in

Na 55 jaar bestuurd te zijn door handelsmaatschappijen kwam Nieuw-Frankrijk in 1663 onder toezicht van de Franse kroon. Lodewijk XIV probeerde de situatie in Nieuw-Frankrijk te verbeteren door meer in zijn meest veelbelovende kolonie, Canada, te investeren. De kroon betaalde de overtocht van kolonisten naar Nieuw-Frankrijk, waardoor de bevolking groeide. Uiteindelijk werd Canada opgesplitst in drie districten: Québec, Trois-Rivières en Montréal.

Maar de bevolking groeide niet snel genoeg, deels doordat de kolonie drieduizend mannen – soldaten, woudlopers, pelsjagers en kooplieden – en slechts enkele honderden vrouwen telde. In 1663 woonde er slechts één vrouw op iedere zes mannen in Nieuw-Frankrijk. Om die scheve verhouding te corrigeren, de bevolking van de kolonie te laten groeien en mannen ertoe te bewegen in Nieuw-Frankrijk te blijven, betaalde de kroon zo’n achthonderd vrouwen om als aanstaande bruiden naar de kolonie te verhuizen.

De filles du roi of ‘koningsdochters’, die uit de schatkist van Lodewijk XIV werden betaald, reisden tussen 1663 en 1673 naar Nieuw-Frankrijk. De meesten waren arme vrouwen tussen de zestien en veertig jaar oud en kwamen uit Franse steden. Naast de kosten voor de overtocht kreeg ongeveer de helft van hen ook een bruidsschat en een uitzet mee, met daarin voorwerpen die in de verre kolonie moeilijk waren te krijgen, zoals naalden, handschoenen en veters.

Lodewijk XIV rekruteerde Franse vrouwen – zogenaamde filles du roi of ‘koningsdochters’ – om naar de koloniën af te reizen en daar te trouwen en kinderen te krijgen. In deze afbeelding worden de filles du roi in 1667 na aankomst in Québec begroet door de hoogste bestuurder van Nieuw-Frankrijk, Jean Talon.

Foto van Library and Archives Canada

Thuis zouden deze filles du roi een onzekere toekomst hebben gehad, omdat ze geen of verwaarloosbare bruidsschatten hadden, in arme omstandigheden leefden en hun partners onder mannelijke verwanten moesten zoeken. Maar door de overtocht naar Nieuw-Frankrijk te overleven belandden de filles du roi in een situatie waarin ze meer macht en een grotere kans op welvaart hadden dan wanneer ze in Europa waren gebleven. Gewapend met een uitzet en hopend op voorspoed gingen ze aan boord van de schepen naar Canada.

Eenmaal in Nieuw-Frankrijk gearriveerd, werden de filles du roi ondergebracht bij nonnen, die de jonge vrouwen huishoudelijke vaardigheden bijbrachten en wegwijs maakten in het harde koloniale leven. Samen met Jean Talon, bestuurder van de kolonie, zagen de nonnen ook toe op de contacten tussen de vrouwen en de mannelijke bewoners van de kolonie. Anders dan in Frankrijk hadden de filles de roi de vrijheid om hun echtgenoot zelf uit te kiezen. Als in speeddating avant la lettre ondervraagden ze meerdere kandidaten achter elkaar en trokken langs de Saint-Laurent van dorp naar dorp; als een man ze niet beviel, konden ze gewoon verder trekken. Maar de meeste vrouwen waren binnen de kortste keren getrouwd.

Als gehuwde vrouwen werden de filles du roi aangemoedigd om zoveel mogelijk kinderen te krijgen; de kroon loofde een financiële bonus uit aan iedere vrouw die meer dan tien kinderen baarde. En omdat er in de kolonie meer dan genoeg te eten was, hadden de filles du roi een grotere kans dan in hun geboorteland om hun zwangerschap te overleven en kinderen te baren die zelf gezond genoeg waren om te overleven.

Vrede met de Irokezen

De filles du roi waren niet de enigen die door Lodewijk XIV naar Nieuw-Frankrijk werden gestuurd. In 1665 zond de kroon een groep Franse soldaten als versterking om de investeringen in Nieuw-Frankrijk te beschermen. 

Rond dezelfde tijd als de filles du roi arriveerden ook 1200 soldaten, die als redders werden ingehaald. Hoewel ze matig waren getraind en slecht waren uitgerust om de guerrilla van hun Irokese rivalen het hoofd te bieden, betekende hun komst een tactisch voordeel voor de Fransen. Verzwakt door tientallen jaren van oorlog, ging de Irokese Liga akkoord met vredesonderhandelingen. In 1667 werd een verdrag getekend dat twintig jaar zou standhouden.

Maar een definitieve vrede zou pas rond de eeuwwisseling worden bereikt. Als respons op de steeds agressievere zoektocht naar nieuw jachtgebied door de Fransen brak er in 1683 oorlog uit en moest Frankrijk opnieuw versterkingen naar de kolonie sturen. De volgende vijftien jaar, de tweede fase van de zogenaamde ‘Beveroorlogen’, namen de kolonisten het op tegen indiaanse groepen van wie steeds meer land werd afgenomen.

Uiteindelijk ondertekenden de Fransen en de Irokezen in 1701 een verdrag dat bekend zou staan als de ‘Grote Vrede’. Gedurende de tijd dat de kolonie nog in Franse handen was, zouden er geen conflicten tussen de Fransen en de Irokezen meer oplaaien.

De val van Nieuw-Frankrijk

Aan het begin van de achttiende eeuw groeide het territorium van Nieuw-Frankrijk uit tot een enorm gebied met 20.000 kolonisten. Maar de Franse onderneming zou geen lang leven zijn beschoren. Ondanks de groeiende bevolking en economie werd het merendeel van de koloniale inkomsten besteed aan militaire voorzieningen die niet erg geschikt waren voor de verdediging van de kolonie. En hoewel de vrede tussen Fransen en de Irokezen standhield, kon Nieuw-Frankrijk de opmars van zijn grootste rivaal, de Britten, niet tegenhouden.

In 1756 brak de Zevenjarige Oorlog uit, waarin een relatief klein aantal Franse kolonisten het moest opnemen tegen de veel talrijkere kolonisten van Brits-Amerika. De Zevenjarige Oorlog eindigde in een Franse nederlaag en de ondergang van de kolonie Nieuw-Frankrijk. Door de ondertekening van de Vrede van Parijs werden vrijwel alle Franse bezittingen in Noord-Amerika overgedragen aan de Britse kroon.

Ondanks zijn relatief korte bestaan van 155 jaar liet Nieuw-Frankrijk een erfgoed achter dat het moderne Canada nog altijd vormgeeft. Historicus Jacques Mathieu schrijft dat de Frans-Canadezen ook onder Brits bestuur “weigerden om zich te assimileren. Ze hielden vast aan hun eigen identiteit. Beschermd door een eigen taal, religie en instellingen, en geconcentreerd in een beperkt geografisch gebied met een onherbergzaam terrein, ontwikkelden ze een geheel eigen levenswijze, met eigen gebruiken en opvattingen.”

Deze levenswijze eiste een tragisch tol onder de Irokezen en andere indiaanse volken, wier traditionele manier van leven ten onder ging als gevolg van de pelsjacht waarop de economie van Nieuw-Frankrijk berustte. De indiaanse bevolking ging door ziekten en oorlog sterk in aantal achteruit, en hoewel de Irokezen na de Beveroorlogen hun onafhankelijkheid behielden, bleven ze onder druk staan van de oprukkende kolonisten van de Nieuwe Wereld.

De afstammelingen van de oorspronkelijke Franssprekende Canadezen noemden zichzelf Québécois en streden zelfs voor afscheiding van het moderne Canada. De meeste Frans-Canadezen zijn nakomelingen van de filles du roi, vrouwen zich die vanuit arme omstandigheden opwerkten tot moeders van een nieuwe natie.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer